Boudewijn de Groot brengt ode aan Lennaert Nijgh


Het is typerend voor de nuchtere en principiële De Groot. ,,Om een tekst van Lennaert aan te halen: Ik doe wat ik doe. Dit is iets tussen Lennaert en mij, een laatste groet aan hem. Bovendien wilde ik de oprechte fans een ongedwongen middag aanbieden zonder camera’s.’’
De gelukkigen die een kaartje hadden voor de muziekmarathon van negen uur waren getuige van een historische gebeurtenis. Voor het eerst voerde De Groot álle liedjes van de vruchtbaarste samenwerking in de Nederlandstalige popgeschiedenis ooit in één concert uit. Zo klonken in chronologie vanaf de jaren 60 klassiekers als Strand, Welterusten meneer de president, Meester Prikkebeen en Malle Babbe, om een bescheiden greep uit het overstelpende aanbod te doen. Toch zorgde De Groot ook voor zeldzame pareltjes, zoals Resurrexit (Herrijzenis), dat Nijgh en hij eind jaren 60 voor een Paasprogramma van de Ikon-tv maakten. En zo werden meer liedjes aan de vergetelheid ontrukt. De Groot: ,,Bij sommige nummers had ik iets van: moet ik dát weer gaan zingen. Ik bedoel: het was niet altijd even goed. Maar als je in deze compleetheid nastreeft, moet je consequent zijn.’’
De sobere eenvoud van het directe contact tussen musici en publiek werkte voortreffelijk. De Groot en zijn begeleidingsgroep, met o.a. ex-Doe Maar-leden Ernst Jansz en Jan Hendriks, waren buitengewoon op elkaar ingespeeld. En zo werd in Haarlem, de stad waar de Heemsteedse buurjongetjes Boudewijn en Lennaert elkaar regelmatig troffen, geschiedenis geschreven. Door één man die zijn vriend weliswaar overleefde, maar die de poezië van Lennaert Nijgh ontroerend tot leven wekte.
























