De Roy mag tape niet openbaar maken

Edwin de Roy van Zuydewijn mag de inhoud van het 'pittige' gesprek tussen prinses Margarita en koningin Beatrix niet openbaar maken. Dat heeft de rechtbank in Amsterdam beslist.
Het gesprek vond plaats in 2002 en werd destijds door Margarita opgenomen op band. Zij en haar toenmalige partner De Roy van Zuydewijn, wilden opheldering van Beatrix. Het stel dacht te worden afgeluisterd door het koningshuis.
De Roy moet van de rechter de band en eventuele kopieën en transcripties aan de prinses afgeven. Hij mag er ook niet over vertellen. Maar De Roy zegt de spullen overigens niet meer te hebben.
Margarita spande een kort geding aan, omdat ze inmiddels weer op goede voet staat met haar tante. Vorige week werd de transcriptie van het gesprek nog wel openbaar gemaakt in het Talpa-programma Barend en Van Dorp. De ruzie werd nagespeeld door stemactrices. Margarita wil nu geld zien van Talpa.
De vordering van prinses Magerita tegen haar echtgenoot, Edwin Karel Willem de Roy van Zuydewijn, om hem te verbieden informatie ontleend aan een heimelijk opgenomen gesprek, openbaar te maken is vanmiddag grotendeels toegewezen door de rechter.
De vordering om de band waarop dit gesprek staat af te geven, wordt 'voorwaardelijk toegewezen'. Alle overige vorderingen, ook de vorderingen die door de man in reconventie zijn ingesteld, worden afgewezen.
De rechter in kort geding oordeelt na veel overwegingen dat het Edwin De Roy van Zuydewijn is verboden 'informatie ontleend aan het onder 1b genoemde gesprek van 19 januari 2002 openbaar te maken, geheel dan wel gedeeltelijk, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- voor elke overtreding van dit verbod'.
En Rullman gebiedt De Roy om, zodra hij kan beschikken over 'de geluidsband van het onder 1b genoemde gesprek van 19 januari 2002 en/of kopieën en/of typoscripten daarvan deze telkens af te geven aan de procureur van de vrouw op straffe van verbeurte van telkens een dwangsom van € 10.000, per dag met een maximum van telkens € 100.000,-.', schrijft het Juridisch Dagblad.(ZijOnline)









