Zanger Robert Long (63) overleden (22-10-1943 - 13-12-2006)

Hij schreef en zong honderden liedjes waarin soepel geformuleerde zinnen
zich als vanzelfsprekend konden neervlijen op aanstekelijke deuntjes. Zijn
getuigende nummers trokken de meeste aandacht, maar hij maakte minstens zo
veel gevoelige liedjes. En soms kwamen rebellie en romantiek samen, als hij
zong dat de buitenwereld geen donder te maken heeft met de liefde tussen
twee mensen - of die nu hetero- of homoseksueel is.

Foto PAUL BERGEN
Bob Leverman werd geboren in Utrecht, maar groeide op in het
gereformeerde dorp Ederveen, waar zijn gescheiden moeder een baantje als huishoudster op een boerderij kon krijgen. „Ik heb er lezen, schrijven, rekenen en schuldbesef geleerd”, zong hij in een van zijn latere liedjes. Zijn moeder ervoer als gescheiden vrouw met kind hoe bekrompen zo’n kerkelijk dorp kon zijn, en zelf kwam hij in botsing met de daar heersende normen en waarden zodra hij als puber de jongensliefde ging beoefenen. Uit die tijd dateert zijn verzet tegen de bemoeizucht van het gezag, dat zijn leven lang nooit meer wilde wijken.

Vanaf zijn veertiende zong hij in popgroepjes en op zijn negentiende liep
hij weg van huis. Hij was een paar jaar lang etaleur bij de Hema, tot de
groep Unit Gloria hem in 1968 een vaste betrekking als zanger kon bieden.
Daar besloot hij, 1.92 meter lang, voortaan Robert Long te heten. De groep
maakte diverse hits, waaronder de klassieker The last seven days. Na
drie jaar durfde hij zelfs een solocarrière aan, dat eveneens een paar
(kleinere) hits opleverde. Maar toen de platenmaatschappij zijn
internationale succes wilde bevorderen door hem een imago met snelle auto’s
en mooie vrouwen aan te meten, wenste hij geen popster meer te zijn: „Ik
vond mezelf een oudere heer worden die iets engs deed voor kleine kinderen.”
Met tegenzin accepteerde de platenmaatschappij dat Robert Long de
Nederlandstalige langspeelplaat Vroeger of later zou maken. Naar zulk
repertoire was maar weinig vraag, meende men. Maar toen die plaat in 1974
uitkwam, werd er een half miljoen exemplaren verkocht. In één klap was Long
de stem van een nieuwe generatie: ongebruikelijk direct en onomwonden in
zijn hoon jegens kerk en kapitaal, moralisme en milieuvervuiling. Tegen de
zedenwetten van de paus („hij die door zijn orgaan slechts pist / heeft
steeds voor duizenden beslist”) en voor ieders individuele vrijheid om lief
te hebben wie hij wilde.
Provocerend
Wat volgde, was een veelheid aan verschillende projecten: een paar vrolijke
theaterrevuetjes in samenwerking met satiricus Dimitri Frenkel Frank, een
hoofdrol in de mislukte musical Swingpop, de presentatie van
tv-spelletjes (waaronder het populaire Tien voor taal) en steeds weer nieuwe
platen waarvan er honderdduizenden werden verkocht. Een hoogtepunt waren de
drie theaterproducties die Robert Long in de jaren tachtig speelde met Leen
Jongewaard: scherp en scabreus, poëtisch en provocerend tegelijk. Pesterig
gaven ze een van die programma's de titel Tot hiertoe heeft de Heere ons
geholpen, om de Pavlov-protesten van het christelijk volksdeel met een
sardonische grijns te incasseren. Niets bezorgde hen meer pret dan
EO-achtige kwezels die op hun achterste benen stonden. Een aangifte wegens
godslastering werd weliswaar in behandeling genomen, maar leidde verder tot
niets. „De kern van humor is wreedheid,” luidde zijn motto. Samen met Frenkel Frank schreef Long ook de elegante musical Tsjechov
die in 1991 in première ging, met Boudewijn de Groot in de lucide hoofdrol.
Als solo-artiest maakte hij intussen een opvallende ontwikkeling door: van
de ietwat houterig op het podium staande zanger uit het begin naar de
charmante entertainer die hij in de loop van de jaren negentig werd. Maar
terwijl zijn optreden allengs een hang naar behaaglijkheid en een smaakvolle
presentatie liet zien, verloochende Long zijn vroegere repertoire niet. Zo
haalde hij op zijn dit jaar verschenen cd 'n Duivels genoegen nog met
even veel waarachtige woede uit naar God „die alles wat de wereld kleurt /
genadeloos heeft afgekeurd”.
Eigenlijk had 'n Duivels genoegen een theaterprogramma moeten worden. Ruim
een jaar geleden werd Long echter getroffen door een hartinfarct, waarna hij
moest besluiten nooit meer op tournee te gaan. Wel werkte hij dit jaar aan
een kinderboek en een nieuwe musical.
Ongeneeslijk
Half november was Robert Long nog opgewekt aanwezig bij een bijeenkomst in
het Theater Instituut in Amsterdam. Twee weken daarna moest hij met vage
klachten naar een ziekenhuis in Antwerpen - hij woonde afwisselend in
Menaggio (Italië) en Antwerpen - waar hem werd verteld dat hij aan een
ongeneeslijke vorm van kanker leed. Maandagmiddag heeft hij zijn vrienden
laten weten dat hij stervende was. Zijn dood was dus aangekondigd, maar
daarom niet minder schokkend. Robert Long heeft veel moois geschreven, maar
het had nog heel veel meer moeten zijn. (NCR)















































1 reactie op dit bericht
Dankbare herinnering aan Robert Long
"Niet dat ik tobbend door het leven schuif, maar ik word makkelijker geamuseerd door sentiment dan door de lach."
EEN TEDERE TERUGBLIK OP ROBERT LONG (1943-2006)
"Z'n liedjes brachten me rust in moeilijke tijden": die uitspraak - of iets in die trant - loopt als rode draad door het "herdenkingsregister" ("rouwregister" is zo'n lelijk woord) op www.sterren.nl, nu al rijkelijk gevuld met honderden dankbare reacties.
En dat terwijl de Standaard-recensent in z'n bijdrage onder meer schreef: "Als je zijn geschriften leest, krijg je wel eens de indruk dat hij nooit echt rust heeft gevonden in het leven, of toch zeker geen vrede met de wereld rond hem". (Wie wél, zou ik zeggen, doch dit terzijde…)
Ik moet heel eerlijk toegeven: het is dankzij mijn vriend Nico dat ik Robert Long heb leren kennen, nu ruim vier jaar geleden. Als volslagen Long-leek was mijn eerste kennismaking meteen een spetterend liveoptreden in De Spil in Roeselare. Hij kwam er BRAND voorstellen, z'n voorlaatste - en voor mij ook beste - cd. De absolute apotheose kwam echter achteraf, toen we de kans kregen een babbeltje met hem te slaan - inclusief korte fotosessie - in de kleedkamer, terwijl ie zich rustig aan het afschminken was. Nou ja, babbeltje, zeg maar: babbel, want hij nam royaal de tijd. We hebben toen over van alles en nog wat gekeuveld (onder meer over Gent, waar hij indertijd z'n Kristof leerde kennen), maar wat me vooral bijbleef, was z'n ongelofelijke eenvoud en spontaniteit. Ik moest toen ook hartelijk lachen toen hij op onze "samenwoonplannen" reageerde met: "Rustig aan, jongens!". Ondertussen naderde hij vervaarlijk dicht de zestig-kaap, maar "rustig aan" was toch wel niet bepaald je levensmotto, Robert! Hopen platen (ik plak er geen cijfer op), musicals, optredens, boeken, zelfs een roman, ontelbare columns waar de gensters van afvlogen, presentatiewerk (de immer hoffelijke en charmante gastheer in "Tien voor Taal", remember), … : toch niet bar slecht voor iemand die zichzelf "lui als de neten" placht te noemen.
Rad van tong, scherp van pen, tuk op controverse, als een stormwind heilige huisjes neerblazend in zijn genadeloze strijd tegen elke vorm van hypocrisie: heel verdienstelijk allemaal, maar zo zijn er nog wel artiesten. Wat hem voor mij vooral uniek maakte, was de tederheid die sprak uit alles wat hij zegde en deed. Wars van alle meligheid en goedkope sentimentaliteit. Niet aan hem besteed gewoon. Ik ken geen enkele performer die zo geloofwaardig een gevoelige song over incest en een "huppeldepup"-billenkletser feilloos aaneen wijst te rijgen. Ik ken ook geen enkele singer-songwriter in het Nederlandse taalgebied die zo authentiek gevoelens wist te verwoorden. Alsof hij alles wat heel diep in hem leefde, zo ongerept mogelijk wist te "plukken" en te bewaren om het op papier te zetten en in noten te gieten. Zonder het nog es gladjes te laten bewerken (en dus verknoeien) door gladde strategen of spindoctors, ten behoeve van de verkoopcijfers. Daar moest hij zich sowieso geen zonder over maken trouwens.
Z'n liedjes zijn één grote reflectie/lofzang/spotzang/aanklacht, … op de "condition humaine". Hij drukt z'n publiek daarbij met de neus op de feiten: "Eigenlijk zijn we allemaal zo eenzaam als wat (al heb je een hond of een kat…)". Wat uiteraard niet wegneemt dat, jawel, de liefde met al haar kronkelingen, buitelingen en verwikkelingen als rode draad door zijn werk loopt. Hoe kan het anders. De "herenliefde"? Ja en nee. Met veel aplomb en vrijmoedigheid, maar nooit met arrogante zelfverzekerdheid, heeft Robert z'n geaardheid altijd als een natuurlijk gegeven beschouwd, en net dat bewonder ik zo in hem. Het is met een vergrootglas zoeken naar "hij" of "zij" in z'n liedjes: liefde is liefde, of dat nu voor een man of een vrouw is. Gewoon. Wie kan daar nou in godsnaam problemen mee hebben?
Een barricadespringer was hij niet echt als het om holebi-emancipatie ging, maar door zijn levenshouding en zijn heerlijk eigenzinnige, maar spontane optreden (op en naast de planken) heeft hij die op zijn manier ongetwijfeld fel mee vooruitgeholpen. Getuige - nogmaals - de talloze welgemeende dankwoorden in het herdenkingsregister. De stappen die velen o zo aarzelend en na veel vallen en opstaan zetten, had hij al gezet of zelfs overgeslagen. Hij was menselijk, o zo menselijk, zoals ook de grote Will Ferdy gisteren getuigde in "De rode loper": niet vies van contradicties, liever foute meningen verkondigend dan helemaal géén, en vooral: bereid om zich kwetsbaar op te stellen en dus af en toe op z'n bek te gaan. Niet altijd even fijngevoelig, maar that's life. Empathisch ook, én gul tegenover zijn veelzijdige publiek. Briefjes kregen steevast een antwoord, daar voelde hij zich niet te beroerd voor: geen sterrenkapsones. Toen mijn vriend Nico hem kort na zijn optreden in 2002 een "proeve tot songtekst" opstuurde, nam hij zowaar de tijd om er commentaar op te geven. Altijd bezig, maar ook altijd tijd dus. Klasse.
Gelééfd heeft ie. Plannen lagen er nog genoeg in de lade, ook nadat het "hartvarken" vorig jaar toesloeg, zoals hij het zelf guitig formuleerde. Tot een heel agressieve ziekte hem een paar weken geleden ineens helemaal geen keuze meer liet. Fair is anders, maar wat hij ons nalaat, maakt zoveel goed. Zoals:
"Want hoop heb ik altijd gehad in mijn leven / Het geeft je weer moed, het verzacht en geneest / En als ik daar iets van heb door kunnen geven / Dan ben ik toch niet totaal zinloos geweest." ("Als ik zou mogen kiezen")
Da's het minste wat je kunt zeggen, Robert… Bedankt!
Erik Vertriest, 16 december 2006