Vrijdag 10 augustus 2007
Meest bedreigde zoogdier in 20 jaar gered

In 1986 was de zwartvoetbunzing nog de meest bedreigde zoogdiersoort ter wereld.
Er waren nog maar achttien exemplaren over.

Dankzij een fokprogramma lopen er nu weer meer dan 220 zwartvoetbunzingen over de prairie van de Amerikaanse staat Wyoming. Dit hebben onderzoekers donderdag laten weten.
De populatie van de zwartvoetbunzing (Mustela nigripes) neemt nu jaarlijks toe met 35 procent. Het fokprogamma is uitgevoerd door universiteiten en dierentuinen, met slechts zeven dieren als basismateriaal.
De zwartvoetbunzing wordt 38 tot 41 centimeter lang en 900 tot 1000 gram zwaar. De staart is 11 tot 13 centimeter lang. Vroeger kwamen ze voor op de gehele Noord-Amerikaanse prairies.
De jacht op zijn voornaamste prooidier, de prairiehonden, zorgde ervoor dat de zwartvoetbunzing in het wild was uitgestorven.
De zwartvoetbunzing leeft voornamelijk solitair. Hij jaagt de prairiehonden tot in hun hol na. De zwartvoetbunzing bouwt ook zijn nest in het hol van een prairiehond. Per worp krijgt de bunzing drie tot zes jongen. (anp/hln)
Er waren nog maar achttien exemplaren over.

Dankzij een fokprogramma lopen er nu weer meer dan 220 zwartvoetbunzingen over de prairie van de Amerikaanse staat Wyoming. Dit hebben onderzoekers donderdag laten weten.
De populatie van de zwartvoetbunzing (Mustela nigripes) neemt nu jaarlijks toe met 35 procent. Het fokprogamma is uitgevoerd door universiteiten en dierentuinen, met slechts zeven dieren als basismateriaal.
De zwartvoetbunzing wordt 38 tot 41 centimeter lang en 900 tot 1000 gram zwaar. De staart is 11 tot 13 centimeter lang. Vroeger kwamen ze voor op de gehele Noord-Amerikaanse prairies.
De jacht op zijn voornaamste prooidier, de prairiehonden, zorgde ervoor dat de zwartvoetbunzing in het wild was uitgestorven.
De zwartvoetbunzing leeft voornamelijk solitair. Hij jaagt de prairiehonden tot in hun hol na. De zwartvoetbunzing bouwt ook zijn nest in het hol van een prairiehond. Per worp krijgt de bunzing drie tot zes jongen. (anp/hln)





















