Op receptie bij Tsjechov

Zeeën van tijd hebben. Zo vol zijn van het eigen lot, dat er geen enkele belangstelling voor de wereld buiten de eigen muren meer bij kan.Regisseur Alize Zandwijk koos bij het ro theater voor Anton Tsjechovs Platonov (1881) omdat dit jeugdstuk van de grote Rus parallellen zou laten zien tussen de leegte en richtingloosheid van toen en nu. Klopt dat? Vast wel, maar lastig voor de herkenbaarheid is inmiddels wel dat Tsjechov zijn grote thema ophangt aan een inmiddels vrijwel uitgestorven elite: een bovenlaag die nauwelijks voor zijn geld hoeft te werken en de verveling verdrijft met het organiseren van soirees voor steeds weer datzelfde kleine kringetje.
Het deel voor de pauze verpakt Zandwijk als een vermakelijke eigentijdse satire op het fenomeen van de ongemakkelijke receptie: te luidruchtige begroetingen, een nerveus opvullen van stiltes, grappen die pijnlijk de mist ingaan, dubbele tongen als gevolg van te schielijk nuttigen van alcoholische versnaperingen. Het deel na de pauze spelen de acteurs de karakters meer zoals Tsjechov bedoeld heeft: ingeleefd, zij het nog steeds zonder veel mededogen. Tamelijk hardvochtig worden de karakters neergezet als pathetische aandachttrekkers, uitgezonderd de vrouw van Platonov, die zo afwijkend sober gespeeld wordt dat ze wel weet te ontroeren.
Herman Gilis is een prachtig acteur, maar minder geschikt voor de rol van de womanizer verleider Platonov. Zijn verbeten spel en zijn ronduit dreigende uitstraling maken het moeilijk invoelbaar waarom maar liefst drie vrouwen zich aan Platonov vastklampen. Een gemiste kans, want uitgerekend dit karakter staat wél dicht bij onze tijd. Hij is een Herman Brood, maar ook een Pim Fortuyn: de romantische non-conformist die voor kleur of richting zorgt in een als onplezierig ervaren wereld.
Een voorstelling met mooie momenten en interessante aanzetten, die echter maar geen overtuigend geheel wil worden.



















