'Brevet van onvermogen'
Koopkrachtgeld belandt bij de verkeerde groepen
AMSTERDAM ( 25 april 2006) - De extraatjes van het kabinet om de koopkracht te repareren, komen vooral terecht bij mensen die er toch al op vooruit gingen. Slechts vijftien procent komt terecht bij huishoudens die het geld nodig hebben. Dat blijkt uit berekeningen van vakcentrale MHP en vakbond De Unie. Ook na de koopkrachtreparatie zijn er nog vijf groepen Nederlanders die inleveren, zoals alleenstaanden en tweeverdieners zonder jonge kinderen.
"Het kabinet heeft opnieuw een brevet van onvermogen afgegeven", zegt voorzitter Jacques Teuwen van De Unie in het dagblad. "Het kabinet treft maatregelen die grotendeels gaan naar mensen die in 2006 helemaal geen koopkrachtdaling hebben, maar er zelfs op vooruit zijn gegaan."
Koopkrachtdaling
Volgens de berekeningen gaat van de bijna een miljard euro aan koopkrachtgeld 45 procent naar mensen die geen last hebben van een koopkrachtdaling. Veertig procent zou worden verdeeld over alle Nederlanders (via de energienota). "Slechts vijftien procent wordt specifiek gericht op huishoudens die er daadwerkelijk op achteruit gaan."
Vrijdag werd in de ministerraad een pakket maatregelen besproken dat de koopkracht van burgers moet verbeteren. De oppositie en de vakbonden lieten al weten ontevreden te zijn met de maatregelen die het kabinet heeft voorgesteld. 'Koopkrachtkruimels', 'onvoldoende', 'mist het doel' en 'schijncompensatie', zijn de kwalificaties die de grootste oppositiepartijen en de vakbonden FNV en CNV gebruiken voor het voorstel.
Conclusie is dat er enerzijds flinke groepen zijn die er wel op achteruit zijn gegaan, maar niets merken van de extraatjes van het kabinet. Anderzijds gaat er veel geld naar groepen die helemaal niet hebben ingeleverd, of er zelfs op vooruit zijn gegaan.
















