Naar de inhoud

Nukerke

Nukerke aan de voet van een getuigenheuvel
seniorennet.beseniorennet.be

Voorwoord

VOORWOORD

Deze blog is een verzameling van een 130-tal potloodtekeningen bestaande uit elementen uit het omgevende landschap  met bijhorende teksten. De betreffende gebouwen of sites die werden uitverkozen hebben niet zo'n grote historische waarde. Ze speelden echter wel een belangrijke rol in het leven van onze voorouders en geeft een beeld van de verbondenheid met de mensheid. We beperkten ons tot de kerken, beelden van de vroegere dorpskom, wind- en watermolens, een huisje, een statige boerderij, een lemen schuur of een rest van een graanstokerij, een linde…. Gebouwen en plaatsen die in min of meerdere mate dicht bij de landbouwgemeenschap stonden. Daar het kerkdorp Louise-Marie dicht bij Nukerke aanleunde werd ook dit gehucht in de kijker gezet. Zo stappen we soms even over de gemeentegrens om een kijkje te nemen in de buurtgemeente.

Bij elke tekening hoort wat tekst en uitleg. Zo krijg je een beeld van het vroegere Nukerke, een beeld dat erg heeft geleden onder de sloophamer.

Verder volgen: “ Het begin van de volksontwikkeling en het onderwijs” en het deel “Verzamelde opstellen” met belevenissen die Nukerkse oud-strijders hebben meegemaakt gedurende W.O.-II, met o.a. een volledig dagboek. Ten slotte is er de rubriek  “Mensen schrijven geschiedenis” waarin dorpelingen hun verhaal doen.

We konden niet nalaten om u enkele  Nukerkse, frivole liedjes te laten beluisteren (echter niet in DDD). Deze liedjes werden vroeger gretig gezongen op buurt- en familiefeesten o.a. door Aloïs Willems, Bertha en Ilma. Het zijn liedjes van toen die weinig inwoners nog zullen kennen. Laat staan dat ze die ooit hebben horen zingen.

Hoe de blog gebruiken ? Je kan hem in zijn geheel lezen of per rubriek want aan de linker zijde kan je een bepaalde rubriek aanklikken.

Aan de rechterzijde kan je dan weer een rubriek aanklikken behorend tot de blog "Maarkedal in beeld".

Deze blog is niet af en wordt steeds bijgewerkt.

Bronnen

“Geschiedenis van onze streek” (Albert Cambier Conservator Stedelijk Museum Ronse)

“De Vlaamsche Ardennen”         (Joseph Planquart)

Stedelijk Archief Oudenaarde

Bibliotheek U.G.

“Ons dorpje”                             (Aloïs De Zaeytijd)

Gemeentelijk Archief Nukerke

Met dank aan de tientallen dorpelingen die hun verhaal brachten

OPROEP !

Reacties op bericht "Klooster te Nukerke"

Zoek personen van het kindertehuis

Ik heb ook in het kindertehuis gezeten met zuster Gisele, zuster Hilde, zuster Adhemar, zuster Dora (THEODORA) zuster Doninica, zuster Luthart en ik ken Anita, Yves en Pascal van Coppenolle je kent me als Christine Verhauwert, ik zou heel graag samen komen doe een oproep daarom aan Daisy, Werner en Johny Sleeuwaert, Patrick en Miranda François Van Huffel, Monique Gino en Marinp Vanderhauwaert, Chantal, Frederick, Gerard, Miranda, Ingrid De Bruyn, Spitaels Ingrid en GRETA Wouters, Philippe en Veerle en om zeker niet te vergeten Christiane Van Den Bossche , Zuster Lucille, Marie-Madeleine en Claudine De Meulemeester, Marleen e, Isaac en Sabine, en KLEINE VINCENT niet te vergeten natuurlijk nu een man; HOOP DAT JULLIE CONTACT MET MIJ ZOEKEN. JE MAG MAILEN OP snowdon@skynet.beIngegeven op vrijdag 26 augustus 2016 om 20:57:27, door Chrisje Ghijsels, IP-adres:91.180.55.60

Vraagje

Ik zou graag contact hebben met die persoon die in het klooster heeft gezeten… Ik ging daar naar school…

 Ingegeven op vrijdag 12 maart 2010 om 10:43:25, door vanquaille Luce, IP-adres: 78.23.247.199

KLOOSTER NUKERKE

Zijn er nog meisjes die contact hebben met deze blog die in die periode er waren ? Ik herinner me nog de zusjes Lataer Ik heb samen

Ingegeven op donderdag 7 augustus 2014 om 18:06:47, door chantal DE ZITTER, IP-adres:81.165.72.132
met mijn zuster in dit klooster verbleven tussen 1955 en 1963. Ik ben geboren in 1952. RITA en Anita. Dank U. 


Ik ben een neef van zuster/moeder Gerarda.Ik verbleef bij de jongens in de zomer van 1964. Ook bij zuster Theodora. Ik ken François maar lang niet meer gezien. Ben vandaag in Nukerke geweest en hebde koster gesproken. Ik voelde me vandaag thuis in Nukerke. Ben morgen nog in Oudenaarde. Reactie hoor ik graag
Ingegeven op zaterdag 23 september 2017 om 22:32:26, door Mart van Woensel , IP-adres: 83.101.83.116

Bezoek ook de blog over Maarkedal op

https://blog.seniorennet.be/Maarkedalinbeeld

of een reeks andere tekeningen op

https://blog.seniorennet.be/Antwerpen_potloodtekeningen

Beluister het lied 'De Meisjes ja van Nukerke ...'

Beluister het lied 'Mijn Germaine' door te klikken
Beluister het lied 'De pensjager'.

Beluister het lied 'Meisjefijn'



Om het zoeken efficiënter te maken kan je uit de volgende reeks bijlagen snel een keuze maken.


Bijlagen
Hoe vind je dit bericht? 28 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

KAARTEN



2419002-603cc171751ed91b552dec4d282401a9.jpgReliëfkaart op schaal 1/10.000

2419002-bb25167707fd1633defd63a48b4e4a5e.jpgLuchtfoto van Nukerke 1971

2419002-6149d0f724553ba2611dd8dd30d1742e.jpg

Kaart met alle gemeente-, voet- en kerkwegen rond 1900


2419002-9add3a3c1b60575d66939f198d3e54a6.jpgStafkaart op 1/10.000

2419002-6a411fb753e62aff94f37beec1cc3d49.jpgKaart uit Atlas Ferraris (2 watermolens)


Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

In Louise-Marie



2350768-add559cf35a97772506b6e6b46175491.jpg

Ingang noordzijde van de tunnel.

2350768-5cafe4106e223bc08090b4bb1b7b3155.jpgTaverne "A la concorde"

2350768-abc9b9f022f91c03c28321016ebc8da5.jpgStation

2350768-6e32865ee38108db04adf5a2445b3d44.jpgOude hoeve

2350768-b465168daf29b12800507a2f6a56446d.jpgIdyllisch huisje

2350768-1ce3cd65d0de2b755a9ae299f647ee17.jpgParochiekerk La Salette

2350768-f43557c316cda06dbf56597eab747862.jpg

Directeurswoning van het Sint-Leonardusinstituut

2350768-d7c18f0dbc5109c2dea32f758750cccf.jpg
Sint-Leonardus
2350768-450ebd919438d614e93aa9f2484e15e9.jpgMooie herenwoning

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

OUDE WOONSTEN



2398893-f672daefc39e70c9c90b2f06124b61e6.jpg

Oud, verlaten hoevetje langs de Pontstraat. Afgebroken in 1999. In dit hoevetje woonde jarenlang Richard Van Coppenolle, in de volkmond “ ’t cabineurke”. Deze was immers aangesteld om  de “compteur” of de elektriciteitsmeter in de woningen op te nemen. Omdat Richard  bij een stroomonderbreking naar de elektriciteitescabine moest (met de fiets, in weer en wind)  om de panne te herstellen en omdat hij bovendien niet te groot van gestalte was noemde men hem met een verkleinwoordje. Richard was steeds opgewekt en een graag geziene figuur, potlood achter het oor, sigaartje in de mond en een lederen diensttas aan de zij.



2398893-7985eb20f1e99d21862765630b900c58.jpg

Hoeve in Ten Hole van de familie Tonniau-Verhellen die Hugo Claus halfweg de jaren 70 grondig liet renoveren. Claus werd in de Nukerkse bevolkingsregister ingeschreven op 21 november 1964  als letterkundige. Tijdens de verbouwingswerken woonde Hugo Claus met echtgenote Elvira Overzier en zoontje in Terbeke 16 bij de familie Maurice Wyckaert  die op 5 juli 1963 daar was komen wonen.


2398893-ef8a11702fe9ab9d8783255827b90df7.jpg

Klein hoevetje waar Marie-Odette woonde tot haar verhuis naar het rustoord in Etikhove.

2398893-29c8faa0d4f0a4c66775d365f0fdf215.jpg

Molen Ten Hengst met hoeve.

2398893-f80ad57868d1db8164a6b8360fe95563.jpg

Bakoven of in de volksmond "ovenbuur" gelegen langs de Ruitegem gedekt met "schotôpanen of Vlaamse panen.".

2398893-6a41fc12509cf9dbadd8290c01e8659f.jpg

19de eeuws huisje langs de Weytstraat

2398893-71871b414916a3e1a310ded3e9bfeb64.jpg

"A la Maison Communale de Nukerke" of het oud-gemeentehuis, herberg en kruidenierswinkeltje.


2398893-179b1399a220b7eb1a705074666880fc.jpg

Oud hoevetje in het Cabernhol gerenoveerd tot de vakantiewoning Bellovisto. Hieronder oud hoevetje langs de Rijksweg afgebroken om plaats te maken voor latere wegenwerken.

2398893-36ae64083564c30ce71cd2db833017f3.jpg

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Groene monumenten



2398876-0fbc147628f9493a4487cd64ac045b94.jpg

Het Lindeke toen nog in volle wintertenue.


2398876-aa6defcbaa951413e4efa143cbcc9b16.jpg
Veldkruis aan een lindeboom langs de Ninoofse Steenweg te Ronse
2398876-7408e91a55fa87d095322da9770e9d1c.jpg

100-jarige linde langs de Pontstraat, gesneuveld wegens nieuwbouw.

2398876-3fcddd51fd68dbc218de783316342e9d.jpg

Drie lindebomen aan de hoeve Verroken in het Zeitje.

2398876-b5d8c588185740ed1528460b51f2f19f.jpg

Kapelletje van de Rode Haan aan de voet van de lindeboom.

2398876-3d9de128492cf6f9df4cbd348013e552.jpg

Lindes aan de watermolen "Ten broecke" in Zulzeke.

2398876-ceabb30aed94ae1d6b9d53e8e228575c.jpg

Lindebomen ten tijde van "Merke Verbruggen"

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Gebouwen



2398857-295020d86b3dc84f89fe8516e89e488c.jpg

Oud schoolhuis behorend bij de eerste gemeenteschool langs de Pontstraat te Nukerke. Om de historiek rond de perikelen - de plaatselijke schoolstrijd - van die gemeenteschool beter te begrijpen is de geschiedenis op nationaal vlak heel belangrijk en verhelderend. Deze tekening is het oud-schoolhuis  bij de eerste gemeenteschool langs de Pontstraat te Nukerke. “Krachtens de wet van 1842 op het lager onderwijs moest iedere gemeente op haar grondgebied ten minste één school hebben. In de meeste gemeenten werden vanaf dan, met staatstoelagen, nieuwe openbare scholen gebouwd, met als doel openbaar lager onderwijs in te richten. Ten gevolge van die wet werd langs de Pontstraat een school met bijhorend schoolhuis opgericht. Er liepen meisjes en jongens vanaf de leeftijd van 6 jaar school. Beschrijving van het schoolgebouw: er was één grote klas voor de jongens en een kleinere klas voor de meisjes. Het plafon was heel hoog en op de noordenmuur van de jongensklas was een grote plattegrond van Nukerke geschilderd. De speelplaats met sanitair lag langs de Pontstraat waar ook de toegang tot de school was. De meisjes moesten zich tevreden stellen met een kleine klasruimte en een kleine speelplaats die lag langs de kant van de Mere.

2398857-2166e9586619cc44d9dd37faca3d6b86.jpgGeronoveerde hoeve langs de Ruitegem

2398857-b465168daf29b12800507a2f6a56446d.jpgIdyllisch 19de eeuwse woning langs de Koekamer. Nu gerenoveerd.

2398857-60f76767ef06be7a22ed67471d22677b.jpg

Villa Daelbosch waar Leo Piron verbleef.

2398857-7985eb20f1e99d21862765630b900c58.jpg

Hoeve, in Ten Hole,  waar Hugo Claus tijdelijk verbleef.

2398857-e112187f04e7a11a90a9795858669e89.jpg

Zicht op het dorp vanop de vroegere Steenweg.

2398857-3b0597b6dd84dd3c1f316ce675b36f2c.jpg

Hospice met boerdrij

2398857-d3b97fa86ec3cf69d52fcfe317c3b239.jpg

Zicht op huis Van Malleghem

2398857-3eaf9fb5661bd32e03972c98f286b377.jpg

Hoeve en verdwenen "Vossen meulen"

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Dorpskern



1358384-c245439ed5085887fbf5eb8d160c743d.jpg
    Gemeentehuis met pui of bordes, onderpastorie en pastorie te Nukerke. De eerste twee gebouwen werden in 1974 jammerlijk gesloopt om plaats te maken voor een parking. Sindsdien is het dorpsplein een kale plaats. Velen zullen met heimwee terugdenken aan de tijd toen onze geüniformeerde veldwachter, Kamiel Verdonckt, iedere zondag na de hoogmis, de trappen van de pui besteeg , met een armbeweging de aandacht van de menigte vroeg en vervolgens op een statige wijze de "berichten aan de bevolking" kond maakte terwijl groot en klein, opkijkend in de richting van de veldwachter, met aandacht en respect voor het gezag in stilte luisterden. Nadat "en ieder zegge het voort " weerklonk verbrak het geroezemoes de stilte op de "plaatse"

1358384-bd12a3dc9dc27370c70e097be8ca66d2.jpg
 Zicht op de oude dorpskom van Nukerke, gezien vanuit de vroegere Boelaardstraat. Met zicht op de kerk Onze-Lieve-Vrouw Tenhemelopneming. Dit dorpszicht is sinds de eindjaren 70 onherroepelijk verdwenen. Links zie je nog de herberg "In 't oud gemeentehuis" met bijhorend kruidenierswinkeltje, waar we, in onze jeugdjaren, nadat we twee trapjes afdaalden voor 5 fr een pakje Belga konden kopen. Deze herberg was tot de afbraak eigendom van de familie Victor Ryckbosch-Zulma Ceuterick. Victors beroep was herbergier. Rechts bevond zich de woning "Blommaert" . In deze woning werden in de jaren 70, en dit tot aan de fusie van de 4 gemeenten op 1 januari 1977, de gemeentelijke diensten voor administratie en materiaal ondergebracht.

1358384-09a9287d6f2fa075c9a24132a0431cea.jpg
Hospice of "Oudemannenhuis" te Nukerke, gesloopt begin jaren 70 toen de werken aanvingen voor de bouw van het nieuwe verpleeg- en rustoord, de Samaritaan. In het hospice werden zowel oude vrouwen als mannen opgenomen die niet meer zelfstandig konden leven. De plaatselijke oudjes hadden natuurlijk voorrang. De dagelijkse zorgen waren in handen van enkele zusters van Barmhartigheid. De enkele ongezellige kamers hadden hoge plafonds. Aan het hospice was een grote boomgaard en moestuin verbonden waarin de meest-valide bewoners van het tehuis konden werken. De zusters hadden ook de zorg van gerechtskinderen en wezen op zich genomen. De meisjes verbleven in de kloosterwoning, gelegen op de speelplaats van de vrije school terwijl de jongens in een bijgebouw van het hospice verbleven. Niet te verwonderen dat zij de "kinderen van het hospice" genoemd werden. Dagelijks kwamen zij onder begeleiding van een zuster naar de jongensschool, gelegen naast de meisjesschool.
Ontwikkeling van het hospice.

"Vóór 1890 bestond er te Nukerke een vreemdsoortig hospice. Oude mannen en vrouwen werden er verzorgd door het echtpaar Antoon de Vos-Theresia Van der Steen, mensen van goeden wil, maar zonder bestuurlijke bevoegdheid, zodat de zaak dreigde ten gronde te gaan. Dit wilden de E.H. Pastoor Files en het Gemeentebestuur van Nukerke ten alle prijzen verhoeden, en dus werden er Zusters van Barmhartigheid van Ronse gezonden om het vervallen gesticht terug in bloei te brengen."
1358384-6054ca4634c084dc9c1915875e3357c9.jpg

De grond vóór het monumentale kruis werd in kerkelijke kringen hilarisch genoeg "het voorgeborchte" genoemd. Dat was de plaats waar de zielen verbleven die nog wat op hun kerfstok hadden en dus een tijdelijke straf moesten uitzitten voor ze het hemelrijk mochten betreden. Meestal waren het de zielen van afgestorven pastoors die...... (vul zelf in).

"Te Nukerke is de kerk in 1593 en de toren in 1593 behoorlijk gedekt, maar zonder koorvensters in 1593, die evenwel in 1595 worden hersteld; zonder één enkel venster in het schip, wordt de kerk in 1595 gewit; het dak het Onze-Lieve-Vrouwkoor, dat was ingestort in 1604, wordt in 1605 heropgebouwd; de daken van het hoogkoor zijn zo slecht zodat het regent op het altaar (1606), het nieuwe dak (1612) heeft zoveel geleden onder de storm zodat een strobedekking nodig is (1613); in 1623 krijgt de Sint-Antoniuskerk een nieuwe vloer." (Annalen Ronse)

In 1848 is alles klaar. "De kerk onlangs voor het grootste deel nieuw gebouwd, is althans geheel opgetrokken en het pastoreel huis bevindt zich ook in goeden staet."

Vóór de Beeldenstorm had de kerk van Nukerke vijf altaren en bewaarde ze in een zilveren kruis relieken van het Heilig Kruis en van Sint-Andreas., van de hut van Joannes de Doper. Hier bestond tevens de gewoonte het reliekenschrijn van Sint-Stefaan rond te dragen, maar het werd door de ketters in 1556 volledig vernield. "feretrum S. Stephani in nihilum reductum per hyreticos, neque quidquam recuperari potuit" (1569) In 1597 zijn er geen relieken meer.
1358384-19019197e880bbcc3f5c5287a2611433.jpg
Binnenzicht van de kerk.
1358384-757119418881ef69a555974774082306.jpg
   Verdwenen zicht op de kerktoren van Nukerke met vooraan het O.-L.-Vrouwbeeldje dat jarenlang prijkte op de hoek van het gemeentehuis, dat op zijn beurt verdween in de jaren 70. Het O.-L.-Vrouwbeeldje met kindje Jezus staat nu in het perkje op een bakstenen voetstuk opgericht door de KVLV. Het beeldje zou een schenking zijn gedaan door meester Jan aan de parochie Nukerke.

1358384-814e9e0cfbce6fdf9d412e8e76f8d7ce.jpg

Dorpszicht vanaf Het Lindeke

1358384-cfd13f3da5d1d08d8a4eb74825d26f5c.jpg
De pastorie uit de tijd toen het gebouw nog gezag en eerbied uitstraalde, bewoond door een parochiale herder die instond voor de christelijke opvoeding van de gemeenschap. De tijd dat menig gezagdrager of hoogwaardigheidsbekleder hier zijn voeten onder de tafel mocht zetten dateert al uit vorige eeuw. De talrijke dorpelingen die hier destijds over de vloer kwamen kunnen getuigen hoe mooi het interieur was. In 1901 werd de aanvraag voor de bouw van deze pastorie ingediend. De bouw werd gerealiseerd in 1903- 1904 door het gemeentebestuur. Later werden er nog bijgebouwtjes aan toegevoegd.

1358384-03ae4e8c60c77f858a69ddcf44cb74fe.jpg

Aan "Den Engel" met rechts de herberg "In den Engel" en links de brouwerij T'Sjoen. Verdwenen in 1980.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Molens

De snibbemolen in volle glorie.   

Volgende tekening

 In de verte de houten "Snibbemolen" te Nukerke, op een hoogte van 125m. Omer Wattez vermeldt deze molen in zijn werk "De Vlaamsche Ardennen" voor het eerst gepubliceerd in 1913, maar op een kaart van 1862 staat hij vermeld als 't Snibbe molen. De houten windmolen, in de verte, op de hoek van de Staatsbaan (nu Rijksweg) en de Molenstraat (nu Zeelstraat), is afgewaaid rond 1940 op het ogenblik dat de molenaar pas de molen had verlaten. Het molenaarshuis werd later de herberg " 't' Molenhuis" en staat tot heden nog aan de overzijde van de Zeelstraat (tot 1977 Molenstraat) . Aanvulling: de site bestaande uit taverne en schuur, werd afgebroken in 2020 om ruimte vrij te maken voor een eventuele Ring rond Ronse. De laatste twee molenaars waren Theofiel Bostijn die opgevolgd werd door zijn zoon Julien ( een bewering die blijkbaar niet juist is). Zijn dochter, Simone, woont nu bij haar dochter, Marie-Paule Deschamps in Ronse. In hoofdzaak werd hier notenolie geproduceerd. Nadat de molen onbruikbaar was werd het vele hout tijdens de oorlogsjaren links en rechts als brandhout aan de man gebracht. Richard De Bisschop heeft jarenlang samen met zijn vrouw, Irma Decuyper, de herberg "In 't molenhuis" open gehouden. De woning met bijgebouwen staat op de hoek van de huidige Rijksweg en Zeelstraat. De handboogschutters van de Nukerkse schuttersmaatschappij schoten er naar de liggende wip. De staande wip stond op de terp waarop vroeger de molen stond. In de jaren tachtig verhuisde de staande wip naar het sportterrein langs de Kortekeer. Tot in de jaren 50 waren de vier stenen voeten, op de terp, de enige getuigenissen van de molen. Ook in die periode werd de terp afgegraven om er zavel te ontginnen maar na enkele jaren werd de zavelput gedempt met allerlei afval. Op het voorplan ziet u de stenen windmolen "Ten Kruissens" in volle glorie, honderd meter verder eveneens op het grondgebied van Nukerke. Zie verder bij molen "Ten Kruissens". Alleen al in Nukerke stonden 5  windmolens wat een bewijs is van de toenmalige rijkdom van de streek. De woning van Bostijn, aan de overkant van " 't Molenhuis" werd in februari 2013 ten gronde afgebroken. Daar kwam een nieuwbouw.

199377-038242c1ad7add52c4dd6e6f4cbceaf2.jpg

Snibbemolen en molen Ter Kruissens

199377-04648f22efd5fc766c2f9fe88ccfe793.jpg

Windmolen Ter Kruissens


Stenen graan- en oliewindmolen "Ten Hengst", gelegen langs de Ommegangstraat te Nukerke, 112,5m boven zeeniveau op een afgeplatte heuveltop, een getuigenheuvel. Deze molen stond reeds vermeld in het "Landboeck der Prochie van Nukerke Lande Van Aelst van 1772" als "De wint Meulen ten hingst". Hij zou dateren uit 1571. Deze molen werd in de volksmond zo genoemd omdat de wieken wild konden te keer gaan. De molen werd door een blikseminslag volledig vernield in 1831. Deze graan- en oliemolen werd nadien herbouwd door Constant Kervyn. Meer dan eens werden de wieken tijdens een storm afgerukt. Hij vormt een mooi geheel met de gerestaureerde molenaarshoeve. Sinds K.B. van 30-12-60 is de molen een beschermd monument en kan hij weer lustig met zijn wieken zwaaien. Laatste restauratie gebeurde in 2004. Dat er destijds , alleen al in Nukerke, 5 windmolens en 2 watermolens actief waren getuigt van een zeer grote rijkdom aan graangewassen en een zekere welstand voor de bevolking. Zie ook het Nukerkse wapenschild. De gemeente Nukerke kreeg bij koninklijk besluit van 1843 een mooi wapen toegekend waarvan de beschrijving als volgt luidt: "achtergrond van lazuur(blauw) met de godin Ceres van goud, ze slaat de hand aan de ploeg en draagt een bundel korenhalmen". Ceres was de Romeinse godin van de landbouw (de vruchtbaarheid) en door haar beeltenis wordt dus deze tak van bedrijvigheid, eigen aan de gemeente, op zinnebeeldige manier voorgesteld. Nukerke was dus eertijds een heel bedrijvige en welvarende gemeente op landbouwkundig gebied, te zien aan de vier windmolens en twee watermolens.
199377-de06254d2e87731cb7a9a79cf74ca460.jpg

Windmolen ten Hengst

Onder
 
Stenen korenwindmolen "Molen Ter Slepe" ook genaamd "Molen Ten Nieuwennest" langs de Weitstraat te Nukerke op een hoogte van amper 56 m. Verklaring voor de eerste naam: de molenwieken sleepten traag wegens het feit dat ze weinig wind vingen. De molen prijkt immers niet bovenop een heuvelrug maar op een lage uitloper van de getuigenheuvels. Tweede verklaring: de naam van het café dat de naam droeg "In de Nieuwennest". De molen dateert uit de periode 1795-1800. Hij werd gebouwd door mulder Devos.

Op een kaart van 1862 staat hij aangeduid als Slepe molen, gelegen langs de Wijkstraat. De molen werd verscheidene keren van de hand gedaan. De laatste eigenaars, die de molen als schenking verkregen, waren Octavie-Sidonie De Langhe en Victor De Langhe die hem ten slotte door verkochten in 1910 aan Rafaël Maes-Vandenhende. Vanaf 1938 werd de molen in het kadaster ingeschreven als puin. Tot overmaat van ramp sloeg de bliksem op de molen en werden de wieken totaal vernield. Een roemloos einde stond hem te wachten. Gilbert Stockman uit Etikhove heeft later de molen opgekocht om hem volledig te restaureren, wat maar gedeeltelijk is gelukt. Nu staat hij weer te koop.
In 1968 verscheen in "De Ronsenaar" volgend artikel van AVH onder de titel "Nieuwe toekomst voor de molen ter Slepe te Nukerke". "Wie een beetje de streek van de Vlaamse Ardennen met zijn typische bezienswaardigheden kent, weet dat het gebied Etikhove-Nukerke-Louise-Marie kan omschreven worden als een verrassende oase van pittoreske heuvelachtige natuurpracht. Midden dat deinend landschap prijken - zoals overal trouwens in de Vlaamse Aedennen - een stel oude windmolens die het landelijk karakter van 't gebied nog meer affirmeren en die omwille van hun aanlokkelijkheid en hun antieke waarde trouw bewaard blijven. Een van deze merkwaardige molens is stellig de windmolen "Ter Slepe" aan de Wijtstraat te Nukerke, dicht bij de spoorweg Oudenaarde-Ronse en slechts een boogscheut verwijderd van de wijk "Donderij" te Etikhove. De molen Ter Slepe is laag gebouwd en prijkt niet zoals vele andere op een heuvel. Zijn naam heeft hij  ontleend aan het feit dat zijn wieken regelmatig op de grond sleepten. (De schrijver bedoelde hiermee dat de wieken meestal traag draaiden omdat ze weinig westenwind vingen. De niet opgehoogde plek waarop de windmolen "Ter Slepe" in stenen werd opgetrokken was niet ideaal om veel wind te vatten, vandaar het slepen van de wieken. In feite droeg deze windmolen de naam van een nabij gelegen taverne met uitsteekbord "Nieuwennest". Deze molen, heden "Ter Slepe" genaamd" dateert uit de jaren 1795-1800. Hij werd gebouwd door mulder Devos en door deze laatste uitgebaat tot 1835. Op 15 december 1847 verkocht notaris Platteau van Ronse de molen met bijhorende molendam aan Louis Vindevogel. In 1848 veranderde de molen terug van eigenaar. Door schenking werd hij de eigendom van Al. De Vos uit Elzele. In 1865 werd de molen terug verkocht en kwam in handen van Vital De Langhe uit Schorisse. Deze laatste herbouwde de molen gedeeltelijk in 1880. In 1897 komt de molen toe aan de weduwe en kinderen van de Langhe en wordt een jaar later als schenking toevertrouwd aan Octavie Sidonie De Langhe en Victor De Langhe. In 1910 wordt landbouwer Maes-Vandenhende uit Ronse de nieuwe eigenaar. Vanaf 1938 wordt de molen in het kadaster ingeschreven als puin. Rond die periode sloeg de bliksem in op Ter Slepe en de wieken waren totaal vernield. Nooit werden er nog andere wieken op geplaatst. Tijdens de naoorlogse periode heeft niemand zich nog  voor het instand houden ervan of om een eventuele restauratie van de molenpuinen bekommerd . De molen stond letterlijk te vergaan en scheen geduldig te wachten op 'n roemloos en stil einde. Door allerlei omstandigheden veranderde de molen ter Slepe tijdens de naoorlogse periode nogmaals van eigenaar. Hij werd aangekocht door Willem Vandereecken-Baeke uit Nukerke. Bij die aankoop bleek het echter dat de heer Gilbert Stockman uit Etikhove zich om tal van redenen voor de puinen van de molen Ter Slepe begon te interesseren. Terecht had de heer Stockman ingezien dat het zeer spijtig zou zijn de molen volledig te niet te laten gaan én omwillle van zijn passende schilderachtige versieringsrol in het landschap én omwille van zijn antieke en folkloristische waarde. De heer Stockman nam kontakt op met de eigenaars Vandereecken-Baeke en slaagde erin de molen in zijn vervallen toestand aan te kopen. Onmiddellijk liet de heer Stockman de restauratie van de molen aanvangen. Het dak in alpenmutsvorm werd volledig vernieuwd. De buitenmuren van de molen werden hersteld en gedeeltelijk hermetst. Het interieur van de molen werd bijgewerkt en in zijn oorspronkelijke toestand herschapen. De restauratie van de molen Ter Slepe is thans nog volop aan de gang. De onderkeldering werd ontruimd en alles wordt thans in gereedheid gebracht voor het plaatsen van nieuwe deuren en ramen. Vermoedelijk zal de molen in de loop van de komende zomer tot een juweeltje herschapen zijn en bewoonbaar gemaakt worden. Voor de windmolen Ter Slepe is heel onverwacht 'n nieuwe toekomst begonnen. Hij werd gered van de ondergang. Het is 'n nieuwe aanwinst voor een heerlijk landschap midden de Vlaamse Ardennen."
Tot zo ver het artikel. Maar, geachte schrijver, wij moeten u zwaar teleurstellen. Dat programma werd amper verwezenlijkt, de zaak sleept nog aan, en de molen staat er nu (in 2008) nog even triestig en verlaten bij als toen die tijd.
Aanvulling: In een plaatselijke krant van mei 2006 verscheen volgend artikel.
Kunstenaar Piet Van Praet, die al enkele jaren in de vroegere molen Te Slepe aan de Weitstraat in Nukerke woont, ziet zich gedwongen om zijn "woonmolen" te verkopen. Sinds enkele maanden krijgt de man namelijk geen leefloon meer van het OCMW. Na een val drie jaar geleden, zat de kunstenaar maandenlang in een rolstoel. Volgens het OCMW is hij nu echter niet meer arbeidsongeschikt. Voor Van Praet, die de molen zelf restaureerde en inrichtte met kunstwerken uit recuperatiematerialen, is de noodgedwongen verkoop een harde dobber.(CVO)
Aanvulling mei 2011 uit Plusmagazine. Kunstenaar Piet Van Praet richtte de stenen molen Ter Sleepe (1795) in Maarkedal (tussen Oudenaarde en Ronse) als vakantiewoning in met knipogen naar Gaudi. Logeren op vijf etages tot onder de molenkap en met schitterend uitzicht op de omgeving.


199377-74f0e66f42f117a8d2d0211686fa5a88.jpg
Onder


In het "Landboeck der Prochie van Nukerke Lande Van Aelst" staat deze molen bekend als "De wint Meulen ter Geynst". Op de kaart van 1777 staat de molen bekend als Meulen te Gheyust. Ten zuiden van de molen lag de hameau Gheyust en verder westwaarts lag de hameau Capelle Straete. De houten windmolen "Ter Gheynst" prijkte op de hoek tussen de Pontstraat en Ruitegem te Nukerke. Dat het een oude molen betrof bewijst volgende tekst: "De wintmolen Ter Gheinst toebehorend hebbend dehoirs van wylent Colaert Pot is verbleven op 13.8.1582." En verder " geeft toelating aan Pieter van Butsele Pieters en Lieven Vandevelde om een nieuwe molen te mogen bouwen op den ouden molendam, waar vóór de troubles nog een molen heeft gestaan binnen de parochie van Nukerke op het cauterken ter gheynst ofte cauborrevelt die van tevoren ghenaemt es gheweest t'meuleken ter gheynst"(1690). De laatste eigenaar was Emiel De Vos-Slots. In de volksmond gebruikte men de naam "Vozenmolen". De molen werd volledig afgebroken in 1949, maar de molenstenen werden bewaard. De mechanische graanmaalderij naast de windmolen werd gebouwd in 1911 door de familie Moreels. Na Gaston Moreels zette zijn dochter Annie de zaak verder samen met haar echtgenoot, Paul Aelgoet. De activiteit in de mechanische maalderij hield op in 1993. 

Een overachterkleinzoon (P.C.) van Petrus Augustus Van Malleghem liet ons volgende weten.
Overachterkleinzoon (P.C.)van Petrus Augustus Van Malleghem, molenaar te Nukerke (molen Ter Gheynst door een storm vernietigd in 1942, gelegen op de kruising van de Pontstraat en de Boularestraat rechtover de kapel.); zijn zoon Victor was geneesheer en een tijdlang burgemeester van Nukerke.

199377-11f9c0abeed9629b9cb75e3ee4837141.jpg

Onder
De hoogste getuigenheuvel in de omgeving van Nukerke is de Hotond op het grondgebied van Kluisbergen in de deelgemeente Zulzeke. 
In de omgeving van de toren vonden onderzoekers in 1890 mesolithische en neolithische voorwerpen. Deze worden in het Stedelijk Museum van Ronse bewaard. 

De Molen Ten Hotond staat langs de Zandstraat te Zulzeke, deelgemeente van Kluisbergen, waarvan sinds generaties enkel de stenen kuip overblijft want hij is ontdaan van wieken en kap. Sinds jaren doet hij dienst als uitkijktoren. Een oriëntatietafel maakt je wegwijs bij de studie van het wijds panorama. De molen staat immers op een pracht van een getuigenheuvel 140m boven de zeespiegel. Den hoogste top van de heuvel is 150m hoog en ligt een paar honderd meter verder oostwaarts in het bos (aan het waterreservoir). Insiders beweren dat men vanop de toren tot 107 kerktorens kan waarnemen, uiteraard bij zeer uitgeklaard weer.

De huidige taverne was eertijds het molenaarshuis gelegen naast de voormalige windmolen. Deze oude molenaarsite ligt op de hoogste plek in de Vlaamse Ardennen, tevens het hoogste punt van Oost-Vlaanderen. Reeds in 1672 werd de site voor het eerst vermeld en was  in 1684 gekend als "Hootont meúlen". Toen nog een houten staakmolen. Deze werd later vervangen door deze stenen molen die werkte als olie- en korenmolen van het type grondzeiler. Op de Ferrariskaart staat de molen bekend als "H. Den Hootont en Hootont Molen" gelegen aan de westrand van het Slange Bosch. Deze stenen molen werd grondig hersteld in 1845 en 1911. Tijdens deze laatste herinrichting werd het olieslagwerk verwijderd. In 1943 werd de uitbating stop gezet en werd de maalinstallatie beetje bij beetje afgebroken. De wieken en de kap verdwenen. De stenen kuip die nog restte kreeg een toeristisch functie als uitkijktoren. Die werd zelfs in 1957 voorzien van een oriëntatietafel. Sinds een paar generaties is deze site eigendom van de familie Vande Wiele. Lees verder in rubrieken.

199377-3708d2513969a55559560587ec90db8b.jpg
Onder
Hof te Meulebroecke; de watermolen werd reeds in 1571 vermeld als molen "te Meulebroeck". 
Deze in oorsprong graanwatermolen is van het type bovenslagmolen omdat het aangevoerde water van boven af op de schoepen van het aandrijfrad valt. Deze vorm van energie is reeds drieduizend jaar oud.
" De weg naar de watermolen was lange tijd niet gekasseid omdat dat een private weg was. Deze watermolen is samen met de boerderij in 1858 gebouwd door Leo Devos, grootvader van Albert Antrop. In het molenhuis lagen 2 stellen molenstenen, 2 koppels dus. Eén voor het malen van tarwe en één voorbehouden voor dierenvoedsel. Waar men kon opteerde men voor een watermolen omdat het opzetten van een houten windmolen toen een fortuin kostte. In de naastliggende schuur van 12m op 24m stond de dorsmachine, een vaste en niet op wielen. Een deel van de vloer was niet verhard en diende als dorsvloer of deel waarop dus de dorsmachine stond. Die bleef er natuurlijk staan want ze werd aangedreven door lange brede riemen die op hun beurt in beweging kwamen door de drijfkracht van het waterrad in beweging gebracht door het water van de Meulebeek. Een schoft hield het water op in een grote vijver. Er was voldoende water om gedurende 2 uren op volle kracht te dorsen. Er werd afgesproken met de molenaar van 't Moleke om gelijktijdig te werken. Zo spaarden ze veel water. Aan de overkant van 't Moleke was een grote waterreserve.
Tijdens de oorlog van 14-18 kwamen landlieden soms van een uur ver naar de Meulebroecke. Te voet met een zakje graan van 25kg op de rug, voortdurend de omgeving afspiedend om niet gepakt te worden. Het gemalen graan namen ze mee naar huis maar "bulden" (zuiveren) moesten ze zelf doen. Weet je dat de kleine man die weinig middelen van bestaan had soms zijn graan maalde door middel van een koffiemolen! In dat molenhuis was er ook een stampkot waar lijnzaad (vlaszaad) tot olie werd gestampt door middel van een stenen klopper of stamper. Die olie was toen veel geld waard. Daarom werd ze verkocht aan handelaars die afnemers hadden in de verfindustrie. Wat bijzonder was aan die stampinstallatie is het feit dat gans dat mechanisme en gans de constructie zelfstandig stond. Dus niet bevestigd aan muren of zoldering. De reden was eenvoudig; door het gestampt en geklop zouden de muren het snel begeven hebben.
Het is jammer dat zo'n installatie is verdwenen. Het zou nu een pracht van industriële archeologie zijn. Iets over het malen zelf. Het principe was "U vraagt wij malen!". Je kon op verschillende wijzen malen; rondmalen op 100, dat was voor zwijnenvoer. Er werd ook gemalen op 80 en op 60. Bijvoorbeeld roggegraan op 100 malen of rondmalen gaf bruinbrood. Graan op 80 gemalen gaf lichtbruin brood en wit brood verkreeg men door op 60 te malen. Om mooie, witte bloem te bekomen werd het graan eerst geperst tussen de stenen zodat tijdens het malen de pel geheel bleef. En sowieso werd er gemalen vanaf 100 kg graan. En raar maar waar, gedurende den oorlog vroegen velen te malen op 60. Meer kom je te weten in de vollledige tekst.

199377-5c548432ec1e8670be99c44b029ce10c.jpg

Watermolen "Te Meulebroecke"


Onder 
De grote hoeve "Ten Broecke" is als site met walgrachten en voormalig foncier van de gelijknamige heerlijkheid, die minstens opklimt tot het derde kwart van de 16de eeuw, cultuurhistorisch een belangwekkende getuige voor de landelijke bewoningsgeschiedenis in de regio. (Ministerieel Besluit 14-07-2004). De woning werd in 1911 voorzien van een pannendak.

199377-517aec4ece56e72eb3e1dae6d9776da7.jpg

Hoe vind je dit bericht? 21 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Nukerke, aan de voet van een pracht van een getuigenheuvel.

NUKERKE, AAN DE VOET VAN EEN PRACHT VAN EEN GETUIGENHEUVEL

Geologische ontwikkeling van onze streek



      Het Primair (de archaïsche periode)

Aangenomen wordt dat 14 miljard jaar geleden dé grote oerknal heeft plaatsgehad. Sommige wetenschappers vermoeden dat na die knal er zich een grote klomp materie vormde, de latere aardbol. Die koelde gedurende miljoenen jaren af  zo dat wetenschappers spreken van een sneeuwbalaarde, een superijstijd die heerste tot zo’n 600 miljoen jaar geleden met temperaturen van -50° tot +50°. Gedurende de afkoelingsperiode vanaf 4 miljard jaar geleden gutste het water uit de loodzware donkere wolken in bakken neer. Het bliksemde en donderde.

De aarde is in wording met erupties en talrijke en hevige bodemverheffingen. Micro-organismen ontstaan. Dicht bij ons, namelijk in Lessen en Quenast, wijst de aanwezigheid van pofyrieten erop dat er vulkanische activiteit was.

Bij opeenvolgende verzakkingen van de bodem werd het droge land onder water gezet. De soms weelderige plantengroei verdwijnt onder lagen zand- en kleibezinksels. Het zand verhardt tot zandsteen en een verrottingsproces zet de organische overblijfselen om in steenkool. De aardmassa’s die 200 miljoen jaren geleden het zogenaamde Gondwana en Laurasia vormden drijven uit elkaar.

H
et Secundair
Dit tijdvak loopt van 225 miljoen jaar tot 65 miljoen jaar. Het supercontinent of Pangea zal in deze periode uit mekaar vallen.  Rond 180 miljoen jaren geleden scheurt Afrika af. Dit gaat gepaard met grote vulkanisch uitbarstingen. Het grote vasteland valt verder uiteen en de continenten ontstaan. De bodem rees op en boomvarens en reusachtige oerplanten bedekten de bodem. Bij volgende overspoelingen werd de begroeiing meermaals overspoeld. Zo ongeveer 10 miljoen jaar geleden moeten de Vlaamse Ardennen voor het eerst droog zijn gekomen. Het is in de laatste periode van het Bovenkrijt dat land- en zeedieren ontstonden. Het is ook de tijd van de Iguanadons waarvan meer dan 20 skeletten werden gevonden in Henegouwse Bernissart.

Meermaals deed er zich een oppersing  van de bodem voor. De zee trok zich terug en de erosie spoelde de eerder afgezette sedimenten weg. Tijdens het Krijt kwam ons land terug onder water te liggen om bij de volgende bodemwelving terug te trekken en sedimenten weg te spoelen.

 

Het Tertiair
I
n 1974 werd in de Awashvallei in Ethiopië het skelet Luci gevonden. Luci behoorde tot de Australopithecus Afarencis, een mens die 3,4 miljoen jaar geleden werktuigen gebruikte om vlees van de beenderen te krabben.

Het Tertiair is het tijdvak van 65 miljoen tot 2 miljoen jaar geleden. Toen reikte bij ons de oerzee tot in onze streken en ver daar buiten tot aan de huidige Ardennen. Zand, mergel en klei werden afgezet. Bij een bodemverheffing bleef sediment achter dat later door de werking van de erosie werd weggespoeld. In het noorden van ons land deden zich meermaals een aantal schommelingen voor van de bodem wat grote overstromingen met zich meebracht. Deze zette bij elke overstroming op de vloedlijn zand en klei af.

Deze kleilaag bevindt zich soms op een geringe diepte. Goed om weten is het feit dat de zeebodem afhelde van zuid naar noord wat een belangrijke rol speelde bij de vorming van de heuvelrug met de getuigenheuvels. Het oorspronkelijk gevormd plateau werd gevormd door 6 tot 8 tertiaire lagen, elk afgezet tijdens een overspoeling van de zee. Elk van die lagen bestaat uit welbepaalde types van klei en zand. Bij de laatste overstroming werd de geelrode, soms bruine, zavel (dietiaan zand) afgezet. Dit zand vormde de bovenste laag van het plateau. Dit zand is nu enkel te vinden op de heuveltoppen hoger dan 130m boven de zeespiegel. In oorsprong was dit zand groen doordat het oorspronkelijke ijzersilikaat door verwatering en oxidatie omgezet werd in ijzerhydroxine. Deze geelbruine ijzerhoudende zandsteen wordt limoniet genoemd. Onze ouders noemden hem bossteen of ijzersteen. Je las reeds dat onze voorhistorische bewoners gepoogd hebben er ijzer uit te halen. Later, in de middeleeuwen, werd de steen gebruikt bij enkele voor-romaanse gebouwen zoals in Ronse (St-Hermeskerk), Opbrakel (kerk), Maarke-Kerkem (kapel).

Het Quartair

Dit tijdvak vangt aan met het Pleistoceen (1,9 miljoen ) en eindigt zo’n 10 000 jaar vóór onze tijdrekening.

Ondertussen heeft zich de hominidae (groep uit de orde van de primaten waartoe de mens behoort) ontwikkeld. Dat moet zo’n één à anderhalf miljoen jaar geleden in Afrika geweest zijn. Slechts 200 à 300 noordafrikaanse mensen zouden de wereld gekoloniseerd hebben. De Neanderthaler bevolkte pas 200 000 jaar geleden grote delen van Europa maar verdween 30 000 jaar geleden van het toneel. Men vermoedt dat een stam ook onze streken heeft bezocht. Trouwens het eerste fossiel van deze stam werd in 1830 in België gevonden. Menselijke resten werden niet gevonden wel Moustérien-stenen. Dit is een typische vorm van gebruikte stenen werktuigen. 60 000 jaar geleden  doet de homosapiens  zijn intrede. Het is een mensentype dat heel veel gelijkenis vertoont met van de mens van nu. Deze periode werd gekenmerkt door de grillen van de natuur. Er doen zich grote schommelingen voor in het klimaat. Het IJstijdvak (IJstijd) vangt aan. Herhaaldelijk groeien grote landijskappen aan en smelten nadien weer af. Dat veroorzaakte veel schommelingen van het zeeniveau, soms tot 100 meter niveauverschil.

Het vastvriezen en weer ontdooien van het zeewater doet grote niveauverschillen van de zeespiegel ontstaan. De rivieren graven zich dieper in hun bedding. De Rhosnes, de Maarkebeek, de Meulebeek, de Zwalm…doen in onze streek vlijtig hun best. De erosie gaat zijn gang en bezinksel wordt afgezet. Tot en met rollend materiaal zoals keien kan je niet enkel vinden in de valleien maar tevens op de hoger gelegen .’t Is in deze periode dat de mensen in contact kwamen met de mammoet. Het bewijs is gevonden in Rumbeke toen bij graafwerken in september 2007 beenderen van de wolharige mammoet werden gevonden in een kleilaag.

Onze streek heeft een zestal ijstijden gekend. De laatste ijstijd was zo rond en bij de 20 000 jaar geleden. En ten slotte, tegen het einde van de ijsperioden, wanneer de gletsjers zich reeds naar het noorden hadden teruggetrokken, staken hevige noordenwinden op die zand en kleideeltjes meevoerden, afkomstig van de glaciale sedimenten van de nog droog liggende Noordzee. Ondertussen had zich een heuvelrug (zie getuigenheuvels) gevormd, zeg maar een lange duin aan de rand van de oerzee. Deze werd bedekt met een dunne laag leem. Het is juist die dunne leemlaag, of soms het totaal ontbreken van de leem op de hoogste heuvels, die er de oorzaak van is dat de toppen al dan niet bebost zijn. Aan de voet van de getuigenheuvels en verder noordwaarts kan de leemlaag een dikte bereiken van 3 à 4 m. Er ontbreekt nog de teellaag bovenop, maar die wordt later, heel langzaam in de loop der eeuwen gevormd.

Tijdens het holoceen (10 000 jaar vóór Christus), de laatste periode van het Quartair, is er een algemene verwarming; de ondergrond ontdooit en de toendra maakt plaats voor bossen, o.a het Kolenwoud.

In ons landschap, dat volledig was gemoduleerd, verscheen de voorhistorisch mens als jager, eerst nog op de heuvelruggen want er wordt aangenomen dat de valleien slechts 950 jaar na Christus bewoonbaar waren.

Over beschavingsresten.  "In Tieghem,  Caster, Elseghem, Leupegem, Edelare en Bevere werden door navorschingen aan de oppervlakte lemmers, krabbers, pijlpunten of stenen bijlen in vuursteen verzameld. Twee prachtige gepolijste bijlen te Etichove gevonden berusten in het stadsmuseum in Oudenaarde. Te Elseghem kwamen op anderhalve meter diepte verschillende bewerkte vuurstenen aan het licht en in datzelfde jaar, nl.1911, werden in  Melden twee gepolijste bijlen in de turflaag aan 5,26m gevonden. Veel werd er geschreven over de dolmen of grafmonument uit de voortijd, volgens Houzé den menhir (rechtstaande reuzensteen uit de oertijd), die zich vroeger noord-oost den wijk Kerkhem te Marcke verhief.” De geschiedkundige heeft het verder over paaldorpen in de scheldevallei, ontdekt door Kapitein Delvaux in 1883 en de vondst van “drie gepolijste bijlen, waaronder een in chloromelaniet, en een ander nog met een handvat in herthoorn voorzien, gehavende stukken van neolithieke potten, houtskool en korengranen en wijngaardranken, doorkloven beenderen van geiten, honden, herten, paarden, ossen en bevers en vooral twee merkwaardige menschendijbeenen. Deze eerste ontdekking staat in verband met een paaldorp, dat zich verhief ten zuiden der nederzetting door Kapitein Delvaux ontdekt te Peteghem, waar de middeleeuwsche abdij van Beaulieu, het paleis van Karel de Groote en Karel de Kale en het kasteel der Heeren en Graven van Vlaanderen zich verhieven…”
De getuigenheuvels zijn gevormd
Ijzerzandsteen: In de bruine zandlaag klitte het zand soms samen. Zo ontstonden door de oxidatie van ijzersilikaat de typische bruine, ijzerhoudende zandsteen, in de volkmond bossteen of ijzersteen genoemd. In de voorhistorie zouden bewoners zelfs geprobeerd hebben uit die ijzerzandsteen  ijzer te winnen. (Het smeden zou het oudste beroep zijn). Tijdens de middeleeuwen werd die steen in de streek gebruikt als bouwsteen voor alle voor-romaanse en romaanse gebouwen te Ronse en omgeving, o.a. de St-Hermeskerk te Ronse en de St-Vincentiuskapel in Maarke-Kerkem.
Omer De Jonghe baatte op zijn veld naast zijn woning in de Molenstraat te Nukerke, in de volksmond "op de kruissens", tot eind de jaren 60 een zavelgroeve uit. (toen bloeide de brem er nog welig). Daar konden onze ouders gratis een hoeveelheid ijzerzandsteen krijgen. Deze rotsachtige stenen sierden menig bloemenhofje of grot met een beeltenis van O.-L.-Vrouw. Bij het definitief terugtrekken van het water voerden felle noordenwinden fijn zand aan wat het ontstaan gaf aan laag plateau.  De volgende miljoenen jaren zou de erosie zijn werk doen. Zachte delen werden weggespoeld. Bronnen deden grachten en beekjes ontstaan die verder zorgden voor de afbraak. De hardere lagen staken de kop op en vormden de heuvelrug die loopt over een oost-westlijn die reikt van de Kasselberg, het Heuvelland, over de rug van de Vlaamse Ardennen met de Kluisberg (141m), de Hotond (150m), de Muziekberg (148m), over de Pottelberg(157m) en de Oude Berg te Geraardsbergen tot de heuvels van het Hageland. De heuvelrug vormde reeds van eertijds de grens  tussen Vlaanderen en Henegouwen. Daar de ondergrond zavel en ijzerzandsteen bevat hebben de heuveltoppen goed weerstand kunnen bieden aan de erosie tijdens de laatste ijstijd, wat niet uitsluit dat er diepe dalen werden gevormd en het ontstaan gaf aan de vele uitlopers (Eikenberg., Edelareberg, Bossenaer, Varent, Hoogberg…). In onze gemeente deden de Maarkebeek en de Molenbeek aardig hun best bij het afgraafwerk.
De getuigenheuvels en hun uitlopers zijn een echt bronnengebied. Tientallen bronnen ontspringen er op de noordflanken. Het insijpelend water dringt door de bodem tot op de ondoordringbare kleilaag. Daar wordt een ondergronds waternet gevormd. Langzaam zoekt het water dan een uitweg om ten slotte te ontspringen op de hellingen. Eeuwenlang werd dat water door de mens als drinkwater gebruikt en meermaals vormde zich rond de bron een fonteintje. Veel inwoners gebruikten in onze kinderjaren het water uit de bron als drinkwater. Soms werd de bron uitgegraven en sprak men van een fonteintje. De landbouwer die een fonteintje in de buurt had koelde er 's zomers de kannen melk in.Op de noordelijke hellingen waar de leemlaag eerder dun is doen zich bij langdurige regen verschuivingen voor omdat het insijpelend water boven de ondoordringbare kleilaag blijft staan. Deze kleilaag vormt een glijbaan waarover de bovenste laag wegschuift. Een veel voorkomend fenomeen in de Vlaamse Ardennen. Meermaals deden zich op de Spichtenberg te Nukerke dergelijke verschuivingen voor zelfs onlangs nog in oktober 2007.

De prehistorie
Het Paleolithicum of vroeg steentijdperk (ca 8 à 10 000 jaar vóór Christus)

Werk voor archeologen en paleo-antropologen

De ijstijd eindigt met het definitief terugtrekken van het ijs.

Groepen jagers doorkruisten onze valleien en heuvels, een koud toendra gebied waar oerrund, mammoet en rendier leefden. In de streek werden echter geen stoffelijke resten van deze mensensoort gevonden. Maar deze Neanderthaler verdween uit het Europese landschap en werd afgelost door de “homo sapiens”, een mensenras afkomstig uit Noord-Afrika. Volgens ingewijden verscheen dit type voor het eerst in Palestina op nog een tamelijk plotse wijze. Wij noemen dit type de Cro-Magnon mens. Deze leefde tijdens de koude perioden in grotten, zoals Altamira (Spanje), Lascaux en Niaux (Frankrijk). Iets noorderlijker leefde l’homme de Tautavel. Bij ons woonde de voorhistorische mens in de grotten van Goyet, Floreffe en Fufooz. In onze streek werd van deze mens echter niet het minste spoor gevonden. Begrijpelijk ook ! Waar kon hij hier een veilige en warme schutplaats vinden. De “Grotte Chauvet”, Pont d’Arc in de Ardèche (Fr) is echter de fraaiste en oudste laat-paleolithische bezienswaardigheid. Deze grot werd ontdekt in december 1994 door o.a. J.-M. Chauvet.


In 1991 werd langs de rotskust tussen Marseille en Cassis een grot ontdekt die werd bewoond in de paleolithische tijd, op het hoogtepunt van de ijstijd, periode Würm. De grot kreeg de naam van de diepzeeduiker, Henri Cosquer, die de toegang had ontdekt. De toegang ligt nu op 37 m onder de zeespiegel. De grot gaat 100 m ver en de wanden staan vol afbeeldingen van dieren zoals hert, paard, pinguin, zeehond, kameel, bison ….De tekeningen, inkervingen en sjablonen dateren uit de periode 27 000 jaar tot 18 500 jaar vóór onze tijdrekening. Toen lag de zeespiegel van de Middellandse Zee nog 120 m onder het huidig niveau en was de grot gemakkelijk toegankelijk..

     Mesolithicum of middensteentijd

De mens leefde voordien nog volledig van de natuur maar met dit verschil dat hij vanaf nu verblijft in nederzettingen en veeteelt en landbouw beheerst. In oorsprong hielden die stammen geiten en schapen. En het is op de toppen van de heuvels, die thans voor een groot deel met bossen overdekt zijn, dat we de resten terugvinden van de activiteit van de eerste streekbewoners die hier een vast verblijf hadden. De resten dateren waarschijnlijk uit een tijd, die men Mesolithicum heeft genoemd en die verloopt tussen het terugtrekken van het ijs en het bereiken van de Neolithische revolutie die in het Nabije Oosten rond dezelfde tijd was ontstaan, iets vóór 4000 jaar vóór Christus. De mens had toen een vaste verblijfplaats, kende boog en pijl, gebruikte mikrolieten (uiterst kleine silexmesjes), gebruikte het bijl en temde de hond. Het heeft er alle schijn van dat grote volksverhuizingen, als gevolg van het einde van de ijstijd, voor het eerst een tamelijk dichte groep mensen naar de Vlaamse Ardennen heeft gebracht. Sporen van hun bedrijvigheid werden vooral terug gevonden op Kalmont (te Kwaremont richting Kluisberg) waar dikke lagen afval van silexbewerking werden gevonden. Maar ook in Leupegem en Edelare werden lemmers, krabbers, pijlpunten, stenen bijlen in vuursteen verzameld. In Etikhove werden 2 prachtige gepolijste bijlen gevonden en in 1912 werden in Melden 2 gepolijste bijlen opgegraven in een turflaag, op een diepte van 5,26m.

De getuigenheuvels als bakermat van onze geschiedenis

We weten van onze oorspronkelijk bewoners heel weinig af. Zwervers en jagers laten niet zoveel sporen achter op wat silexafval, pijlpunten en bijlen na. Pas met de komst van de Romeinse legioenen treedt er verandering in en krijgt onze streek aandacht.

Menselijke activiteit op de getuigenheuvels

Eerste bewoners. Het heeft er alle schijn van bij het einde van de ijstijd grote volksverhuizingen tamelijk grote groepen mensen naar onze heuvels heeft gebracht. De eerste bewoners van onze streek, doortrekkende jagers, hechtten een groot belang aan deze heuveltoppen. Deze werden reeds vroeg in de geschiedenis bewoond, getuigen de vondsten van menselijke bedrijvigheid op Calmont. In neolithische lagen vond men afval van silexbewerking. De gebruikte silexklompen waren afkomstig uit de krijtgroeven van Spiennes. Plaatsnamen als Kwaremont, Calmont, Lamont, Hotond , gaan terug tot de Gallo-Romeinse periode. Een Romeinse heirbaan  liep van Bavai over Ronse en Kwaremont naar de Schelde in Kerkhove. Een andere vertakking van de heerweg Bavai-Tongeren liep over Etikhove naar Vloesberg. De heuvels van Louise-Marie waren in de Romeinse periode bebouwd met Romeinse villa’s. Tot zelfs tumuli trof men er aan. Het heeft er alle schijn van dat de Romeinen de hoogten volgden, zo vermeden ze dat ze in moerassen te recht kwamen.

Het Neolithicum of nieuw steentijdperk 

Beschavingsresten. Veruit de meeste stenen voorwerpen uit deze periode, die in onze streek  werden gevonden, behoren volgende voorwerpen: krabbers, messen, zaagjes, hamers, spitsen en vooral pijl- en speerpunten.

Dat kan alleen maar betekenen dat onze streekgenoten zich vanaf toen bezig hielden met het verhandelen en bewerken van ruwe silexklompen, die vanuit de krijtgroeven in de omgeving van Bergen (Spiennes, Baudour ,…) naar ons toe werden gebracht. Enkele van die onbewerkte klompen heeft men bij opgravingen onder de St-Hermeskerk terug gevonden. Van de landbouwbedrijvigheid, die rond die tijd in onze streek werd ingevoerd, werden geen sporen teruggevonden.

Alhoewel. Deze site was een ideale plaats voor de eerste bewoners die een droge plek zochten hoog op de heuvel met een ondergrond die ijzersteen bevat. Tijdens het Laat-Neolithicum werd deze site gelinkt aan de Klokbekercultuur en werden er sporen van een nederzetting gevonden. De ligging van deze nederzetting was een ideale plaats voor de eerste bewoners die een droge plek zochten hoog op de heuvel met een ondergrond rijk aan ijzersteen. 

 Uit de later metaaltijd is er echter  voorlopig weinig of niets gekend. De Klomp is nog steeds een klein gehucht  op een oostelijke uitloper van de Hotondberg, een mooie getuigenheuvel Je bereikt de Klomp via de Zeelstraat of de Rijksweg.(enkele gegevens uit “Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen”).
In het Stedelijk Museum van Ronse worden prehistorisch voorwerpen bewaard die op De Klomp werden gevonden. Ze werden in 1957 beschreven als “Nukerke, De Klomp, chemin v. Sulsique, env. 200m. à droite, sablière enlevée depuis 1963, surf. Type Néol. (3,1957).

Steen-bronstijdperk

Het bewerken van steen zal tot 2000 jaar vóór Christus op de Kluisberg blijven bestaan. Het metaal verdrong uiterst langzaam het steen. In navolging van de gladde bronzen bijlen polijstte men stenen bijlen. Daar werden er verschillende exemplaren van gevonden. Deze gepolijste bijlen zijn ontstaan als nabootsing van gans gelijke gladde bronzen bijlen welke toen uit Oost-Europa werden ingevoerd.

De cultuur die bij ons deze steen-bronstijd vertegenwoordigt heet men “Campignien”. Deze wordt getypeerd door een uiterst langzaam doordringen van het metaal met als gevolg een lang vasthouden aan stenen werktuigen.

Onze streek, gelegen in de meest westelijke hoek van Europa, is lang buiten de nieuwe beschavingsinvloeden gebleven. Nochtans zou rond deze tijd Ronse deel uitgemaakt hebben van de allereerste industriële gemeenschappen van Europa.

Wat onze streek niet kende is de megalietcultuur (het oprichten van monumenten zoals menhirs en dolmens). Nederland kende wel  tot 1000 jaar vóór Christus de “hunnebedden”. De megaliet op het nieuwe kerkhof van Ronse, langs de Ommegangstraat, is gewoon een nagebootste dolmen. Die is daar geplaatst onder impuls van de “archeoloog” Edouard  Joly, notaris te Ronse rond 1860. De plaatselijke bevolking wist te vertellen dat een groot span paarden werd ingezet om de grote stenen, die op de Muziekberg waren opgedolven, naar Hogerlucht te slepen om daar op elkaar te worden gezet.

Bronstijdperk

 In onze streek begint het echte bronstijdperk ca 1800 jaar vóór Christus.

Rond 1500 jaar vóór Christus duiken in onze streken groepen mensen op uit Engeland. Deze hadden de gewoonte hun doden te verbanden en de as onder omgekeerde urnen in grafheuvels bij te zetten. In 1836 werd door Joly enkele graven van dit volk teruggevonden en in de periode tussen 1949-1951 vond men op de Kluisberg een dergelijk graf weliswaar met een kapotte urne, werk van plaatselijke schattenjagers. Op de heuvels zijn nog enkele onuitgegraven tumuli van die tijd bewaard. Vele gegevens schijnen erop te wijzen dat de nieuwe aangekomen bevolking contact heeft gehad met de oudere laatneolithische bevolking van de campgnien-beschaving.

Uit het latere bronstijdperk vond men in het Oudenaardse bronzen zwaarden uit het Rijnland, speerpunten uit Engeland, armbanden uit Zwitserland. Bewijs dat de rijkdom in onze streek toenam. Op het kasteel Behaegel de Bueren in Kwaremont bewaart men gerestaureerde stukken van de Hilversumurne. Die urne werd er in 1949 op een ongelukkige wijze opgegraven. Naast de vroegere dokterswoning op Heynsdale (de Kraaie) is er nog een ongerepte grafheuvel te zien die waarschijnlijk stamt uit de Campignienperiode of uit de Hilsersumtijd dateert.

Van 1100 tot 800 vóór Christus wordt Europa dooreen geschud door grote invasies. Onze streek bleef niet gespaard van grote invasies van Kelten die zich hier vestigden. Van deze beschaving werden in onze streek echter geen vondsten gedaan.

Over Kelten, Galliërs en Oud-Belgen

Tijdens de 7de eeuw vóór Christus kende onze streek niet de grote toeloop van vreemde volkeren; de Kelten, een vreemd volk dat het paard gebruikte als rijpaard en het zwaard invoerde. Deze volkeren vermengden zich met de tot heden karige bevolking die bestond uit late nakomelingen van de neolithische-Campignien cultuur. Hun grote grafheuvels waaronder hun doden liggen begraven, werden onmiddellijk door de brandstapel vervangen. De beenderen werden in een urne bijeengegaard en bovenop de resten van de brandstapel neergezet. In de 3de eeuw vóór Christus was geheel Gallia (Gallië) door de Kelten bewoond. De naam Galliërs is de algemene benaming voor de Kelten op het vasteland, een gebied vanaf de Pyreneeën tot aan de Rijn.

De gewapende inval, die uit de Midden-Rijn vertrok en nogal krijgshaftig moet zijn geweest, bleef steken in Midden België. Het vreedzaam boerenleven in onze streek gaat voort terwijl in het oosten de krijgshaftige indringers de ijzerindustrie ontwikkelen. Nochtans heeft het er alle schijn van dat ook te Kwaremont en omgeving hopen slakke werden teruggevonden, die er zouden op wijzen dat men in die periode geprobeerd heeft uit de lagen Diesterse ijzerzandsteen ijzer te winnen. Hier sluiten we de Hallstadtperiode af, het was de tijd dat het ijzer enkel tot wapens werd gesmeed. Veel plaatsnamen in onze regio wijzen op de Keltische tijd, denken wij maar aan Rotnacum (Ronse) Heldenaard, Sceldard en Scaldenarde voor Oudenaarde. Zó ver kunnen wij echter voor Nukerke niet gaan. Wellicht was er toen geen plaats voor een dorpje. De heuvels waren dicht bebost en de valleien waren nog onbebouwbaar wegens te drassig. We moeten nog even wachten vooraleer de geschiedenis van Nukerke begint.

We verlaten langzaam de voorhistorie … . De La Tene-periode treedt aan. Voortaan zal de mens het ijzer gebruiken voor het vervaardigen van werktuigen.

Rond 125 à 100 jaar vóór Christus vallen groepen Belgen van over de Rijn onze streek binnen. De enige stam in ons land die er prat op kon gaan samen met de Belgen van over de Rijn te zijn gekomen waren de Nerviërs van Henegouwen met centrum in Bavai. Ze waren echter weinig talrijk (nog geen 1000 krijgers). Ze regeerden echter over heel wat vazallenstammen. Deze zijn nakomelingen van vroegere bewoners zoals de Ceutronen, Geidumnen, Grudiërs, de Pleumoxiërs en de Levaken.

Door de vondsten in de Vlaamse Ardennen  weten we dat beide culturen (de krijgshaftige Kelten uit de Hallstadt-periode als die van de Belgisch invallers uit de La-Tene-periode)  hier vertegenwoordigd waren.

Van de Kelten vond men destijds in de streek tussen Ronse en Flobecq enkele graven o.a. op de Pottelberg. Graven die slecht werden onderzocht.

Uit de La Tenetijd  deed men een buitengewone vondst in Frasnes. In 1861 vond men er een ware goudschat bestaande uit niet minder dan 50 Keltische munten in een legering van goud en zilver en twee gouden halsbanden, dit alles begraven in een aarden pot, waarschijnlijk verborgen toen de Romeinse legers onze streek veroverden. De halsringen dateren van de 2de eeuw vóór Christus. De munten werden waarschijnlijk geslagen tussen 75 en 5O vóór Christus. De goudschat werd al snel verpatst want die verdween… tot in de jaren 6O de schat weer opdook in een verzameling van Alastair B. Martin in New-York. Sindsdien is de verzameling in depot afgestaan aan het Metropolitan Museum in New-York. In het museum te Ronse blijven enkel de oude tekeningen en foto’s te zien.  

 

Vondsten in onze streek

Uit de oertijd  en andere van Keltisch oorsprong.

Blijkbaar was het het gebied waar eens Nukerke zou ontstaan geen aantrekkelijke plaats voor de oermens, op de zuidelijke heuvelrug  na. In verslagen over opgravingen en vondsten komt de omgeving wél rijkelijk aan bod.

Op de heuvels van Edelare vond men allerlei vuurstenen (silex) voorwerpen die eerder van defensieve aard waren. Hier zouden krijglieden hebben gewoond die de mensen, wonende in de scheldemeersen moesten beschermen.

Vondsten: stukken van gepolijste bijl en een bruin neolithisch bijltje.

Te Oudenaarde of er omheen : twee dijbenen opgegraven in het vroeger paaldorp.

Twee taferelen op baksteen met de voorstelling van een Keltische koning en koningin…, Keltische potscherven, ijzeren wapens, een amulet werd in 1939 gevonden te Elsegem, scherven van stevige kruiken, sterke urnen, grote kommen…soms van de zelfde kwaliteit keramiek als men vond in Folkestone(GB).

Keltische overblijfselen zijn te vinden in namen als Berchem en in Ediche (eik) en in Edichove In Etikhove werden trouwens veel gepolijste bijlen in vuursteen gevonden. In de volksmond noemde men ze donderstenen ; ze zouden de uiteinden van een bliksem zijn. De akkers waar veel van die bijlen werden gevonden kregen de naam Donderlanden.

De heer E. Joly zou rond de Ommegangstraat prehistorische voorwerpen hebben gevonden waaronder een speerpunt.  In 1878 werd een keltisch muntstuk gevonden “trouvé à Hoogherst (of is het Hoogherot of Hoogenberg ?), Nieukercke, le 17 octobre 1878. Statère OR. Nervii. A. Tête à l’epsilon…” Volgens E. Joly werd het stuk doorverkocht in 1895 voor 19 fr. (Annalen Ronse 1970). Men zou er ook een aanzienlijke hoeveelheid Romeinse munten hebben gevonden, waaronder zeer kleine met de beeltenis van Tetricus, stenen  werktuigen en een beeldje van Jupiter.

De Romeinse tijd

Onze streek treedt de "geschiedenis" binnen

Hier eindigt de prehistorie en treden we de geschiedenis in met de komst van de Romeinen. Hun schrijvers hebben immers aardrijkskundige en volkskundige gegevens uit onze streek neergepend. Vast staat dat onze streek door de verovering van Caesar in 58 vóór Christus een nieuw tijdperk inluidde. Onze verre voorouders kwamen in contact met een hoog ontwikkelde beschaving. Met een bestuursvorm en met een levendige economie. Caesar trof hier een ruw en primitief volkje aan dat woonde in hutten en leefde van de roofbouw. Stenen woningen was hen onbekend. Onze streekbewoners, de Nerviërs, werden waarschijnlijk in 57 jaar vóór Christus verslagen te Saulzoir bij Solesmes aan de Selle, een oostelijke bijrivier van de Schelde. Volgens het boek van J. Caesar “De Bello Gallico” waren de Eburonen en de Nerviërs zijn zwaarste tegenstanders.Het gebied van de Belgica werd door Ceasar ingedeeld in Belgica Prima en Belgica Secunda. Onze Civitas der Nerviërs met Bavacum als hoofdstad lag in civiele provincie Belgica Secunda. Op gebied van wegenaanleg zijn we hier in de heuvelstreek goed voorzien. Vanuit Bavai vertrokken 8 hoofdwegen. In noordelijk richting liep er een weg naar Blicqui waar die zich in twee opsplitste. Een liep over Wattripont , over de Doornikse steenweg langs de vroegere Steenstraete en Hoogewieg (weg), Oude Kwaremont naar Kerkhove aan de Schelde. De oostelijke Romeinse weg liep over Flobecq naar Opbrakel en Nederbrakel tot in Velzeke, toen een heel belangrijke Romeinse nederzetting. Een afsplitsing van die wegliep over de Quatre Vents naar het Wolfgat en Etikhove richting Schelde te Oudenaarde. Mogelijks liep er een weg vanaf de Kattemolen naar de “Boetzity”. Ook de weg die loopt over de heuvelkammen kan wijzen op de Romeinse wegenbouw. Op het terrein zal je bemerken dat die wegen op de hoogten liggen en niet in de valleien die toen nog drassig waren. Bemerking: de benaming heirbaan of “den ouden heirweg” verwijst in onze streek niet het minste naar de echte militaire wegen. In onze streek hebben de Romeinen de bestaande kronkelende wegen verhard, verbreed en rechtgetrokken. Onze streken waren voor de Romeinse bezetter een belangrijk landbouwgebied waar graangewassen werden geteeld bestemd voor de export o.a. naar de grensgebieden waar grote legereenheden het land verdedigden.
Langs de wegen stonden er op gestelde afstanden mijlpalen, hetzij om de Romeinse mijl (millia passuum= 1000 dubbele passen of ca 1500m) aan te duiden, hetzij om de Keltische leuca (Frans lieue=2222m) weer te geven. Sommige palen droegen geen opschrift. Langs die wegen moest je maar zelf de mijlen bijhouden.

Vondsten uit de Romeinse tijd

Twee Romeinse tegels waarop een geboeide Galliër en een vrouw voor Caesar werden gebracht.
Romeins kamp op de Koppenberg. Gouden en zilveren muntstukken met de beeltenis van de keizer. In 1917 werden er bij het graven van loopgrachten een paar 100 Romeinse gouden, muntstukken opgegraven.
Een Romeins kerkhof te Oudenaarde. Een Gallo-Romeinse dodenakker te Petegem.
Mozaïeken vloeren in de kerk te Pamele.

Vondsten in 1907: een reeks graven met mooi Romeins aardewerk op de Kallenberg te Kwaremont., een mijlpaal en veel afval te Ronse, typisch Romeinse dakpannen in Etikhove (wat mogelijks op een villa wijst – dezelfde vorm van pannen werden in Velzeke gevonden), afval op de Muziekberg en op d’Hoppe. Men schat dat er in onze omgeving een drietal Romeinse nederzettingen werden bewoond. Waarom is het overgrote deel van het stenen materiaal verdwenen? De middeleeuwse mens gebruikte veel materiaal om wegen te verharden of om bouwplaatsen op te vullen (onder de St-Hermeskerk) . Veel Romeinse ruïnen verdwenen ook gewoon onder de begroeiing.

Van Melden naar Nukerke, een lange geschiedenis. Alle oorspronkelijke bewoners die de West-Europese laagvlakte bewoonden stammen uit een smeltkroes van volkeren als er waren de Kelten, de Nerviërs, de Romeinen, de Franken, de Germanen. Wij houden het vanaf nu bij dat volkje, de Nerviërs, dat woonde aan de oevers van de Scaldis, aan de voet van de beboste heuvel, een uitloper van het Kolenwoud dat zich naar het oosten uitstrekte. Daar woonden de eerste mensen in een nederzetting bestaande uit hutjes gemaakt van takken en leem. Stenen woningen en steden kenden ze nog niet. Wie dichter bij het water woonde bouwde een paalwoning. De stroom wou wel eens overstromen en zette de “meersen” tijdelijk onder water. Het vredig volkje werd door Romeinse legioenen, onder leiding van Julius Ceasar in 57 vóór Christus aangevallen, om samen met hun stamhoofd Boduognat te worden verslagen in Solesmes aan de Selle. We onthouden alvast dat de eerste menselijke activiteit in onze streek dateert van kort vóór de Romeinse invasie. Julius Ceasar vermeldde in zijn boek “De Bello Gallico” de Belga-Belgae als een verbond van stammen. Deze verschilden onderling wel danig van taal en zeden. De Nerviërs waren zo wat de dappersten maar ook de meest barbaarse. Wij en onze streekgenoten zouden afstammen van die Nerviërs maar gelukkig ook een beetje van de Menapiërs. Niet voor niets ligt de taalgrens aan onze achterdeur. Blijkbaar was de invloed van de Romeinen op de noordelijke stammen van kortere duur en voerden de bewoners een hardnekkige tegenstand tegen de bezetter.

Met de komst van de Romeinen in onze streek verlaat ons dorpje de prehistorie en treedt onze toekomstige" prochie" de geschiedenis binnen. De zopas beschreven nederzetting kreeg de naam “Meldi”, wat zoveel betekent als moeras. De beboste heuvel werd Cobbenhulle. We werden ingedeeld in de Belgica prima en de ontwikkeling van onze streek kon beginnen. En het mag ons niet verbazen als Melden uitgroeide tot een klein vicus of handelsnederzetting. Op de Cobbenhulle werd een Romeinse villa gebouwd (met zicht op de Scaldis en de vallei. Een heerweg werd aangelegd die liep van Bavai, over Doornik en Kwaremont naar de Schelde in Kerkhove. Men vermoedt dat er ten oosten van de Cobbenhulle, tussen Ronse en Oudenaarde een aftakking liep van een legerbaan. De Romeinen wisten uit de plaatselijke ijzersteen ijzer te smelten. Maar de grootste revolutie was de kennismaking met de christelijke leer waarmee de Romeinen in Rome al eerder hadden kennis gemaakt. Het staat vast dat Romeinse bekeerlingen de christelijke beschaving hebben meegebracht. Tijdens het bewind van de Romeinse keizer Constantijn (324-337) kon de nieuwe leer in alle vrijheid worden beleden en verspreid. De heirwegen speelden hier een belangrijke rol want zendelingen konden zich zonder moeite snel en veilig verplaatsen. Ook de stromen en de rivieren speelden een belangrijke rol. Immers de meeste grote nederzettingen bevonden zich langs waterwegen, aan samenvloeiingen van rivieren, aan kruispunten van de heirwegen, soms op heuveltoppen. Er wordt verondersteld dat achter de Cobbenhulle, kant Nukerke, er een secundaire weg lag (nu Rijksweg). Maar de verspreiding van het christendom werd eveneens bevorderd door de toen nog primitieve uitbouw van de administratieve indeling van onze streek.

Vanaf de 3de eeuw vervaagde de Romeinse invloed omdat ondertussen uit het oosten Germaanse stammen naar onze streken migreerden en zich mengden met de Kelten. Toch bleef onze dun bevolkte streek wat verweesd achter. Maar, de missionering ging verder. Reeds in een kroniek van 388 staat vermeld dat de bisschop van Tours, de latere H. Martinus, in Vlaanderen het ware geloof aan de mensen had gebracht. Martinus zou in onze streek een belangrijk deel hebben gehad bij de bekering van de bewoners. De eerste kerk van Melden werd immers toegewijd aan de H. Martinus.

De Merovingische-Frankische Tijd (350-843)

De verspreiding van de nieuwe godsdienst werd bevorderd dankzij de (primitieve) uitbouw van de administratieve indeling en de wegeninfrastructuur. Men veronderstelt dat er achter de Cobbenhulle toen reeds een secundaire weg lag. Wijst die naar de weg Ronse-Oudenaarde ?
Van bij het begin van de organisatie van de Kerk viel Melden onder het gezag van het bisdom Kamerijk. De grootschalige evangelisatie begon in de 5de eeuw. Denk aan de bekering van Clovis maar ook aan de komst van predikers, uit het Franse Aquitaine en uit Ierland. Met heel veel zekerheid weten we dat Amandus, vanuit Doornik de Scaldis  en de Scarpe afvoer, Ronse aan deed en verder langs Melden en Oudenaarde, Gent bereikte.

Na de terugtrekking van de Romeinse legioenen bezetten groepjes Franken de streek tussen Schelde en Leie en langs de oevers van de Schelde. Daar beoefenden ze de akkerbouw en de veeteelt. Melden zou voortaan een belangrijke rol spelen want deze nederzetting werd vanaf de 7de eeuw een heerlijkheid onder het bestuur van de baronnen van Pamele. Men vermoedt dat deze heren nazaten waren van de eigenaar van de Romeinse villa die op die wijze grootgrondbezitter zijn geworden. De eerste bekende heer van deze heerlijkheid staat vermeld in het jaar 845 als ridder A. de Pamele. In deze periode was Melden dus de hoofdplaats van “het Land tusschen Marcke ende Rosne”, waarvan het grondgebied van volgende 8 dorpen deel van uitmaakten: Melden, Marcke, Kerkem, Etikhove, Nukerke, Zulzeke, Kwaremont en Berchem. Verschillende opvolgers van de Heer A. de Pamele werden in Melden begraven. Melden was immers de hoofdplaats van de heerlijkheid.

In 843, bij de dood van Lodewijk de Vrome, werd bij het Verdrag van Verdun het vorstendom van Karel de Grote verdeeld onder zijn 3 kleinzonen. Vlaanderen werd opgesplitst. De Schelde, van Kamerijk over Doornik, Oudenaarde, Gent) werd voortaan de grens tussen Francia Occidentalis (onder Franse kroon) en Francia Media (oostelijk van de rechteroever), bestuurd door Lotharius II. Deze grens zal verdwijnen in 1526 dankzij de Vrede van Madrid.

Ondertussen kwamen wij onder Duitse invloed. Nukerke lag voorlopig in een gebied dat zich uitstrekte van de Schelde tot aan de Rijn en de Moezel. Melden werd voortaan een heel belangrijke grenspost tussen het Franse Rijk en het toenmalige Duitsland. (ook Ename was toendertijd een bruggenhoofd aan de Schelde) Onze Vlaamse overburen aan de Schelde woonden wel in Kroon Vlaanderen maar de graaf moest de Franse meester erkennen. De kans om een grote stad te worden hebben beiden ontlopen. Men vermoedt dat de drassige bodem daar de oorzaak van was.

We zitten vanaf nu volop in het Leenstelsel, een staatsbestel dat zal duren tot 1384.

 

Het Leenstelsel (843 -1384)

Onze dun bevolkte streek gleed rustig de vroege middeleeuwen binnen. Het Leenstelsel of Leenroerig Stelsel met zijn lijfeigenen of laten, halfvrije en vrije landlieden kenden een onzeker bestaan. Allen werden afhankelijk van machtige grootgrondbezitters die hen desnoods doorverkochten met de grond. Hier en daar bleef die middeleeuwse mentaliteit bestaan tot vóór de laatste wereldoorlog. De bevolking zal langzaam aangroeien dankzij het feit dat op vruchtbare gronden landbouwnederzettingen ontstonden die algauw uitgroeiden tot parochiegemeenschappen, zoals ook met het latere Melden gebeurde.
Vanaf 843 met het Verdrag van Verdun werd Vlaanderen opgesplitst. De Schelde werd de natuurlijke grens tussen het Franse Rijk.
Op bestuurlijk gebied was het eerder rampzalig gesteld. Het grote rijk was verdeeld in heerlijkheden, graafschappen, bisdommen, vorstendommen, dikwijls met zwakke gezagdragers. Er werd geërfd en onterfd. Zo kwam Melden en het ganse land van Marke en Ronne in de 10de eeuw terecht in het distrikt van Ename. Boudewijn V, graaf van Vlaanderen, veroverde rond 1040 Ename. De benediktijnenabdij werd gesticht en “het Land tusschen Marcke ende Rosne” werd in het Graafschap Vlaanderen ingelijfd, als deel van het “Lande van Aelst”.
Deze periode werd gekenmerkt door de jarenlange invallen van de Noormannen die de streek langs de Schelde keer op keer plunderden. Ook de inwoners van de “vrije stede Gent” zullen in de 14de eeuw onze streek plunderen.

Onze eerste parochiekerk
Onder het bestuur van de bisschop van Kamerijk.
“Le patronat de l’église, consacréé sous le vocable (titel) de Notre Dame, appartenait au chapitre métropolitain (aartsbisschoppelijk) de Cambrai (l’evêque de Buschard la céda, en 1115 ou 1116 au chapitre de sa métropole) qui percevait dans cette localité toutes les dîmes (tienden), à l’exception de la part réservée au curé. Elle fut séparée de Melden et érigée en paroisse, à cause du grand nombre de fidèles qui venaient y remplir leurs devoirs religieux. On la nomma alors nouvelle église, dénomination qui lui est restée.  (Annalen Ronse) In 1132 was bisdom Kameryck in handen van  bisschop Liethardus.
Behoorde de parochie Nukerke aanvankelijk tot de dekenij van Pamele, in 1559 kwam ze onder het gezag van de aartsdekenij van Brussel om in 1568 over te gaan naar de dekenij van Ronse.

In 1225 werd Pamele tot baronie verheven. De heerlijkheden Etikhove, Maarke, Maarke ter Borche, Kerkem, Nukerke en Berchem met Kwaremont en Zulzeke vormden het “Land van Marcke en Ronne” dat als een leenhof werd gehouden door de heer van Pamele. De hoofdzetel van dit leenhof werd gevormd door de heerlijkheden van de dorpen Melden en Nukerke.

In het Land van Aalst waren in de periode van 1621 tot 1796 vier dekenijen: Aalst, Geraardsbergen, Oordegem en Ronse. Samen waren er 160 parochies behorend tot het aartsbisdom Mechelen.

De vierschaere

“De “prochie” Nukerke vormde een “vierschaere” of rechtbank samen met Melden en deze vormde samen met Ethikove, Zulzeke, Kerkem, Berchem, Kwaremont en Marke deel uit van de baronie  van het land tussen Marke en Ronne. Deze baronie in het Land van Aalst hing af van het feodale hof van de hertog van Kleef in Heinsberg bij Aken. In  1275 stond de parochie Nukerke onder het gezag van de baron van Pamele. Nog in 1647 bezat Pamele Nukerke, Edelare, Leupegem, Volkegem, Elst, Melden en Kerkem.
Volgens de Seyn was Nukerke een onafhankelijke heerlijkheid. De grenzen van de heerlijkheid stemden niet percies overeen met die van de parochie. Daarvan getuigt o.a. volgend citaat, anno 1630:” binnen de prochye van nuykercke heerlyckeede van sulseque…” (Annalen Ronse)

Voortaan spreekt men van een parochie en deze was toen altijd uitgestrekter dan een gemeente. En hier begint ook de geschiedenis van het latere Nukerke aangezien die kleine gemeenschap aan de overkant van de Koppenberg lange tijd heeft afgehangen van de parochie Melden. De oudste vermelding van Nukerke gaat terug tot 1116. Rond die tijd moet er ondertussen ten oosten van de Koppenberg een kerkje gebouwd zijn. De reden hiervoor was omdat het aantal bewoners aangroeide en de afstand tot de parochiekerk van Melden te ver was. De “prochie” kreeg de naam Nova Ecclesia (Nieuwe kerk), een gemeenschap die zal uitgroeien tot Nukerke. Van een gemeente is nog helemaal geen sprake.
Het eerste kerkje van de “prochie” Melden, waarvan dus ook de gelovigen van het huidige Nukerke toe behoorden, zou in de Merovingische periode zijn ontstaan, waarschijnlijk uit de resten van/of als bijgebouw van een versterkte toren of mote, gelegen dicht bij de stroom. En was dat kerkje niet toegewijd aan de H. Martinus ? Het kerkje is naar alle waarschijnlijkheid gebouwd door “het Capittel van kanonniken der Cathedraal van Kameryck die altoos gelast zijn geweest met de reparatiën derzelve en die ook de groote tiendeheffers en patronen ervan waren….”, aldus een document. Melden maakte van bij het ontstaan deel uit van de bisschopszetel in Bavay, maar na de verwoesting van deze nederzetting maakte het deel uit  van het bisdom Kameryck (Cambrai). Vast staat dat Kameryck vóór 406 reeds een bisschopszetel was.  In oorsprong was er geen sprake van een bediening per kerk. Er was zomaar geen priester per parochie beschikbaar. Die werd bediend door een of ander priester of monnik uit de abdij van Ename(1063) of vanuit Pamele. Pas vanaf het Concilie van Trente (1545-1563) zullen pastoors met een vast statuut worden aangesteld in de parochies.
In 1661 zou Melden samen met gans het Land van Aalst verenigd worden met het Aartsbisdom van Mechelen  dit door toedoen van Paus Pius IV en Philippus II, koning van Spanje.
In de kronieken lees je dat “ten jare 922 werd Gerardus de Loz, heer van Pamele, hoofd van de heerlijkheid van het Land tussen Marke en Ronne waarvan Melden de hoofdplaats was, in de kerk begraven. Het oorspronkelijk Romaans kerkje werd in de loop van de geschiedenis keer op keer verbouwd. Nu terug naar de juiste tijdsperiode.
In het jaar 871 hebben onze streken een inval gekend van de Noormannen, alsook in 940 “die niets nalieten dan rouwe en verwoesting”. Rond die tijd maakte het Land van Marke en Ronne deel uit van het distrikt van “Eename” onder het bewind van Boudewijn V, graaf van Vlaanderen.

Hoe vind je dit bericht? 17 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Nukerke

↑ Terug naar de berichten