Naar de inhoud

Nukerke

Nukerke aan de voet van een getuigenheuvel
akke.beakke.be

42. Kapel van de Mere.

Kapel van de Mere

Feitelijk staat de kapel langs de Oude Heerweg. Deze O.-L.-Vrouwkapel zou opgericht zijn in 1868 door de familie De Bisschop. Deze grote bakstenen veldkapel met pannen gedekt, zo stond er tot 1970 een zelfde kapel op de hoek Pontstraat en Holandstraat, is toegewijd aan O.-L.-Vrouw van Lourdes. Tot de jaren 80 waren deze kapellen oorden van gebed en devotie tijdens processies en bedevaarten.
Dit olieschilderijtje is vermoedelijk geschilderd rond 1950 en is een werk van de amateurschilder Van Coppenolle die toen woonde in het Zeitje.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

41. De site rond het Waterkasteel

Een mooie legende over het Waterkasteel langs de Meulestraete Nukerke

Volgens een oud volksverhaal stond ooit in D’Aubeke een waterkasteel. Die benaming is afkomstig wegens het feit dat er rond die velden langs het beekje, meermaals dauw hing. In de oude atlas staat die plaats vermeld bij nr 114 als D’Aubeke en bij nr 115 als D’Aubeke pad. Volgens de kaart van 1777 bestond daar reeds een bijzondere systeem van waterhuishouding. Daar was de grond toen nog zeer drassig en blijkbaar was daar een heel actieve bron die zorgde voor veel bovengronds water. Dicht bij elkaar trof men er twee omwalde woningen aan die enkel toegankelijk waren langs een brug. Veel water werd aangevoerd door de Meulebeek met bronnen in Ten Hole en op de noordflanken van Turkeyen. De landerijen langs de beide oevers werden toen als drassig gebied ingekleurd. Op een kaart van 1851 staat een gebouw met twee vleugels omgeven door een brede wal. Het geheel werd aangeduid met “Water Kasteel ou ter Heerbrug Molen”. De Meulebeek liep onder de Meulestraete (Holandstraat) door. De oversteek gebeurde d.m.v. een houten brug.

Dat daar een kasteel stond is wellicht veel gezegd. Laat ons zeggen een statige stenen woning omgeven door water. De kleine Margaretha van Parma (een bastaardkind van Karel V) zou daar in haar kinderjaren zijn opgevoed. Soms kwam Karel V op bezoek. Vandaar dat één van de toegangswegen Keizerrei werd genoemd. Ook een paus van Rome zou daar zijn zoon hebben ondergebracht. De toegangsweg  die de paus volgde naar het waterkasteel werd later Pausweg genoemd. Deze aarden weg is het verlengde van de Letterstraat. Je had dus toegang tot het waterkasteel via de Pausweg (verlengde van de Letterstraat) en de Keizerrei. De naam D’ Aubeke wijst op de dauw die heel regelmatig boven de akkers hangt. Volgens het volksverhaal zou ook ’t Moleke en de omgeving deel uitgemaakt hebben van ’t Waterkasteel. Het is een feit dat op oude kaarten deze omgeving is aangeduid als drassig gebied. Recht tegenover de watermolen moet een schuur hebben gestaan, op palen. Op de plaats waar de familie De Rooze een paar generaties woonde. Al bemerkt dat het gelijkvloers van het oude woongedeelte een meter hoger ligt en onderkelderd is? Werd in die overwelfde kelder vroeger ook ijs opgeslagen en bewaard voor de zomertijd? Sommigen spreken hier van een ijsfabriekje, maar dat is veel gezegd. Hoe dan ook, het ijs van de vijver werd verzaagd en de ijsblokken werden tussen het stro bewaard. Daar waar het mogelijk was bouwde men de hoeve aan een beek want water was belangrijk.

 Er waren dus nog hoeven die een ijskelder bezaten. Dat was een ondergrondse kelder met dikke muren, onder de schuur, zonder vensters en met een toegangspoortje. Van buitenaf liep men door een gleuf die steeds dieper werd naar beneden. In oorsprong zou het ijs hier gebruikt worden om de melk te koelen. Er was trouwens een voorraad ijs tot een stuk in de zomer.

Wat nu nog rest van het 18de eeuws Waterkasteel is de westelijke vleugel van het oorspronkelijk gebouw met twee vleugels; een zuidelijke en een westelijke vleugel. Men zegt dat de eigenaar van dit kasteel met molen ook op de Steenbrug te Ronse een watermolen bezat.

 

Watermolen Heerbrug (Eerstbrugge), in de volksmond ‘ t Meuleke

De woning met café werd tot in de jaren 1970 open gehouden door Frans Verhellen en nadien door Annie Verhellen en Willy. Meuleken was tot midden de jaren 80 een gezellig dorpscafeetje. Die naam verwijst naar de vroegere graanwatermolen  die er was in ondergebracht aan de westelijke oever van de Meulebeek. Deze watermolen werd reeds in 1539 vermeld als watermolen ter Eertsbrugge” en behoorde tot het waterkasteel, een site met walgrachten, aan de overkant van de straat.  Een kroniek heeft het over de “muelne ende erve ter hertbrugghe” en de Ferrariskaart (1777) heeft het over het gehucht H Ter Brugen. Op de Vandermaelenkaart  (1851) staat deze site aangeduid als “Water Kasteel ou ter Heerbrug Moulin”. De maalinstallatie zou rond 1882 gewerkt hebben d.m.v. een stoommachine. Daartoe diende uitbreidingswerken te worden uitgevoerd. Rond 1900 werd aan de westgevel van het molengouw een deel bijgebouwd dat dienst deed als melkerij die werkte dankzij de stoominstallatie. De werking van de melkerij en de maalinstallatie  hield op in 1933. Daarop werd de maalderij en de melkerij beetje bij beetje ontmanteld en kreeg het gebouw de functie van woning. Bij Leontine kan je er meer overlezen want zij heeft als kind ’t meuleke en de melkerij nog in werking gezien.


Wat de volksmond zegt ! ’t Meuleke was een oude watermolen gelegen op de plaats waar de Molenbeek onder de Holandstraat duikt. Het waterrad en de maalinstallatie is kort na de tweede wereldoorlog in verval gekomen. Dat was ten tijde van Octaaf Norga. Recht tegenover het gebouwtje lag een grote vijver waarin het water werd opgehouden. Daar werd het water verzameld,afkomstig van de Meulebeek en van D’Aubeke, twee beken die hier vóór de vijver samenvloeien en overvloedig water aanvoeren. Het schof (schuif, schot) stond naast het molenaarshuis. De laatste sporen van de vijver verdwenen bij de heraanleg van de Holandstraat in de jaren 80. Aan de oostelijke gevel van het gebouw ziet men nog de sporen van het rad. Zo te zien moest het verval van het water tamelijk groot zijn geweest. Het westelijk gedeelte van ’ t Meuleke was melkerij. Dat is nog duidelijk te zien aan de binneninrichting. De vloer van de melkerij lag veel hoger dan de Holandstraat. Dat was natuurlijk gemakkelijk voor het lossen en laden van de melkkannen. Binnen leidde een trap van de woonkamer naar de melkerij. Ten tijde van Frans Verhellen werd de melkerij ingericht als winkeltje en later als woonkamer.

Een overlevering heeft het over een verhaal uit het jaar 1710. Toen zou een zekere Prins Filip, een Spaanse jonkheer, in Oudenaarde zijn goederen hebben verdeeld. In die periode kwamen er elfhonderd ha grond van Melden over naar Nukerke. Nukerke was toen op weg naar zijn zelfstandigheid. En wie waren de gelukkige eigenaars?  Wel volgens het verhaal gingen ongeveer 300 ha naar de familie Van Malleghem. Zo vertelde destijds Albert Atrop.

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed schrijft:

Voormalig café zogenaamd "t Meuleken", gelegen naast de Molenbeek. Enkel vermeldenswaardig omwille van de verdwenen watermolen "ter Eertsbrugge", te situeren in het rechtse deel van de alleenstaande huidige woning. In 1539 al melding van de "muelne en(de) erve ter hertbrugghe"; nog sprake van deze graanwatermolen onder andere in 1625 en 1629; ook melding ervan in landboek van Nukerke van 1768-1774. Graanwatermolen wellicht afhangende van de site met walgrachten aan de overzijde van de straat (zie nummer 12), op de Vandermaelenkaart (1851) aangeduid als "Water Kasteel ou ter Heerbrug Min" . Alleenstaand molengebouw in 1882 in geringe mate vergroot met plaatsing van een stoommachine. Aanbouw links in 1900 met stoommelkerij, na korte tijd reeds omgevormd tot woning (1907 volgens archiefgegevens van het kadaster). Graanwatermolen in werking tot 1933 en daaropvolgend ingelijfd bij de aanpalende woning. Tijdens XX c volledige uitbraak van de watermolen, woning met café tot in de jaren 1970; sindsdien nog gewijzigde bouw.

Voormalig café z.g. 't Meuleken", gelegen naast de Molenbeek. Enkel vermeldenswaardig omwille van de verdwenen watermolen "ter Eertsbrugge', te situeren in het r. deel van de alleenstaande huidige woning. In 1539 al melding van de "muelne en (de) erve ter hertbrugghe",nog sprake van deze graanwatermolen o.a. in 1625 en 1629; ook melding ervan...

De oude molensite werd in juni 2014 volledig - woonhuis, molenhuis, kelder...- afgebroken. Nu prijkt daar een nieuwbouw.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

40. Kapel de Rode Haan

Veldkapel Roden Haan aan Stampers in de Turkeyestraat.

We schrijven wel kapel want het gaat over meer dan een veldkapelletje. Dit bakstenen gebouwtje werd gebouwd in de tweede helft van de 19de eeuw op de hoek van de Wolfstraat en " Turkeyen".

Ontstaan van de kapel.

Vermeld in het Landboek van Nukerke van 1768. Op de kaart van 1777 was het gehucht Turkeyen nog niet bewoond noch vermeld. In 1832 werd in Turkeyen een begin gemaakt met het bouwen van de stallingen van de boerderij die zal gebouwd worden voor rekening van de familie De Temmerman. Nu Turkije nr 10. Daar is de huidige eigenaar Georges De Smet geboren op 29 april 1925. Huwde met Alix Callebaut en stierf in 2015. In oorsprong een mooi bakstenen hof met strooien dak. Een wijde en hoge toegangspoort geeft toegang tot de grote binnenkoer. De bakstenen werden ter plaatse gebakken, dat zie je nog aan de uitgraving in een van de hokken. Wat niet voorzien was gebeurde op een dag; de boer kwam te overlijden en de boerin bleef alleen achter. Om het werk te verrichten moest de hulp inroepen worden van mansvolk, zeg maar knechten. Maar de boerin moet nogal een gierige pin zijn geweest. De knechten werden niet goed behandeld, slecht gevoed en onderbetaald. Het waren sukkelaars. In de jaren achttienhonderd was het de gewoonte dat mensen hun ongenoegen bekend maakten. De ontevreden knechten klommen tijdens de vrije tijd in de bomen die ginds op de hoek stonden en begonnen te scharminkelen. Scharminkelen betekent letterlijk "met ketelmuziek iemand honen". De persoon die men hoonde was waarschijnlijk een scharminkel (hier de vrekkige boerin); een boze geest of een zeer mager mens of dier. Een scharminkel  betekent ook  spektakel of woelige wanorde, gedruis of geraas. Toen moeten daar op de hoek dus ook al bomen hebben gestaan aan een klein veldkapelletje. Zo’n actie bestond er in veel lawaai te maken met o.a. een oude hoorn, potten en ketels en een “klakkedjure”om de goegemeente op de hoogte te brengen van hun wantoestand. De boerin zat in de rats. Alles liep verkeerd op de binnenkoer. De paarden trokken zich los en waren moeilijk in bedwang te houden. De eigenares zocht hulp in het veldkapelletje ginds op de hoek. Ja, toen verzette het geloof nog bergen ! Ze ging dagelijks lauderen aan de veldkapel. In de volksmond in Nukerke betekent lauderen zoveel als bidden en lofprijzen.  Ze smeekte dagenlang Onze Lieve Heer :”Mijnheer en mijn God, wat moet ik doen om uit die ellende te geraken ? Help mij toch!”. Haar Heer en Meester antwoordde: ” Ga naar huis en geef uw werkvolk meer en beter eten!” Dat beloofde ze maar of de toestand verbeterde daar zijn we niet zo zeker van. Er hing wel nog onheil in de lucht. Op een dag stond de boerderij in licht laaie. Om die miserie nooit meer te moeten meemaken besliste de eigenares om deze huidige kapel te bouwen. En … zoals gebruikelijk zou een lindeboom de kapel behoeden tegen onheil. En een naam werd vlug gevonden. Blijkbaar kende men toen reeds het gezegde “De rode haan laten kraaien of de rode  haan op het dak zetten” wat wil zeggen een huis in brand steken. Iedereen sprak voortaan van de Kapel de Roden Haan. Een 60cm groot houten gepolychromeerde madonna met kind op de arm prijkte op het altaar en houten engeltjes in sculptuur hingen aan de muur. In de jaren 70 werd de voorkant van de kapel van nieuw metselwerk voorzien. Pastoor Regibo, toen pastoor te Zulzeke, eens op bezoek in de buurt in de jaren 50 vond het een prachtig en waardevol beeld. Maar het was zodanig door houtworm aangetast dat het dringend aan restauratie toe was. Een antiquair uit Horebeke, dat moet een zekere Van Schorisse zijn geweest,  kocht het toen op. Nu staat er een stenen beeld. Georges De Smet en Alix Callebaut zorgen al decennialang voor het onderhoud van de kapel. Rechtover de kapel staan twee huisjes. In een ervan, dat van op de hoek, was begin jaren 1900 bewoond door de 2 ongetrouwde zussen Van de Kerkhove, de jonge dochters Marie en Pauline. Marie werd zwanger en zette een zoon op de aarde. Die zoon is bruine pater geworden en heeft een groot deel van zijn leven in Belgisch Congo gemissioneerd. Eens op oudere kwam pater Van de Kerkhove wonen in het huisje van zijn moeder en sleet er zijn laatste dagen in gezelschap van zijn gezellin. Zus Pauline is tijdens den oorlog door haar eigen Groendaler doodgebeten. Ja, dat alles gebeurde “aan stampers”. Waar komt dat vandaan? Wel de arme stakkers hadden in de schrale negentiende eeuw geen geld om olie te kopen. Olie werd toen nog gebruikt voor de verlichting. Dus stampten die mensen het koolzaad tot olie d.m.v. een houten stamper en een stenen pot. Een karwei van lange duur.

Nog een verhaaltje. ’t Gebeurde al eens dat een jonge man zijn lief ging zoeken in een gemeente in de buurt. Dat  viel niet altijd in goede aarde en dat werd hem door beide kanten zelfs kwalijk genomen. De ene parochie liet verstaan dat die jonge man hun meisjes moest gerust laten en zijn eigen parochie vond dat die bewuste man in zijn omgeving moest op zoek gaan. Dus trof men maatregelen. De jonge man werd “op transveld gestoken”. “Ge werd daarvoor aangekeken.” Hij werd geplaagd en nageroepen. Men maakte hem het leven zuur. Ja, ’t was een harde tijd voor onze voorouders. Ook een Nukerke onderpastoor werd toen eens op transveld gezet. Op een keer kwam hij te voet van Ronse. Jonge gasten riepen hem na en gooiden zelfs met brokken aarde naar hem. Reden: hij had iets op zijn kerfstok wat niet betaamde voor een priester.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Meester Jan

Meester Jan, was oppermeester in de katholieke dorpsschool te Nukerke. Begin negentiende eeuw bepaalde hij mede de gang van zaken in Nukerke samen met de overijverige pastoor Dutordoir. Hun objectief was: de strijd tegen de "liberale, goddeloze" school langs de Pontstraat.

 -Maar er was ook nog de katholieke dorpsschool van Meester Jan Antoon Verlent beginjaren 1900. Hij woonde op de plaatse waar nu de woning staat van Aelvoet-Restiaens. Naar verluidt was "meester Jan" een geëerd figuur, streng en voortvarend. Hij was gehuwd met Irma Jooris

-Meester Jan was toen de oppermeester. Zuster-overste schreef al eens een briefje en ik moest dat berichtje tijdens de schooluren bij meester Jan brengen Hij woonde op de plaatse en was reeds op pensioen. Irma, zijn vrouw, kwam opendoen, en na een beleefde groet werd het berichtje afgegeven. En negen op tien, die dag kwam meester Jan nog naar school. Hij was een heel goede meester en had na zijn oppensioenstelling nog een grote verbondenheid met zijn school. Op een dag komt mijn moeder meester Jan tegen en deze zegt haar dat mijn broer Georges “ nen rappen” was. “Hij moet naar een andere school want hier kan hij niets meer bijleren. Laat hem naar Ronse gaan.” En zo geschiedde.

-Meester Jan die toen les gaf in de jongensschool kwam wekelijks de zaterdagvoormiddag naar de meisjesklassen om onze les te komen overhoren. Telkens hij kwam had hij een verrassing in petto. Op het eind van zijn bezoek had hij steeds een verrassing voor ons. Hij hield zijn twee vuisten voor zich.? In een ervan zat een cent. Een leerling die goede antwoorden had gegeven mocht raden in welke hand de cent stak.. Raadde die juist dat mocht het kind de cent aan het negertje geven, aan dat dankbaar knikkende kopje …

-Meester Jan, met zijn pince-nez was een streng man. Hij was bekend voor zijn uitspraak: "Vooruit gij ,ga van voren op den tree de knieën zitten gij lieleken chudas", en dat met een accent uit het West-Vlaamse Kallo.

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Bavo De Weer

Bavo De Weer was een vooraanstaande figuur en suisse in de kerk te Nukerke.
Op zijn doodprentje lezen wij: "Bid voor de ziel van Bavo De Weer Echtgnoot van Clemence Verplanken vereerd met de Herinneringsmedaille 1870-1871  geboren te Sulsique, den 4 Januari 1843 en godvruchtig overleden te Nukerke den 15 Maart 1921. Hij was lid van het Genootschap van den H. Franciscus-Xaverius"

In Nukerke woonde hij in het koeplekje op de hoek van de Pontstraat en de Potaarde. Hij was lid van het Genootschap van den H. Franciscus-Xaverius. Tot vóór zijn dood was hij suisse in de parochiekerk te Nukerke. “Heer, ik heb bemind den luister van Uw huis en de woonplaats Uwer glorie”, zo luidde de eerste zin op zijn doodprentje.

Bavo De Weer werd niet gespaard. Zijn zoon Oscar, geboren te Nukerke op 14 oktober 1886, sneuvelde als soldaat van het 1ste Linieregiment in de loopgrachten nabij Diksmuide op 6 juli 1915. Het stoffelijk overschot rust op ’t erepark nabij Diksmuide

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

67. Pastoor Paul Dutordoir

Paul Dutordoir werd geboren te Sint-Kruis-Brugge op 23 augustus 1861 en werd priester gewijd te Gent op 30 mei 1885. Hij was achtereenvolgens onderpastoor te Aspelaere (1885-1887), onderpastoor te Sint-Pieters-buiten Gent ((1887-1902), onderpastoor te Sint-Stephanus Gent (1902-1907), pastoor te Nukerke (1907-1931). Nadien werd hij Bestuurder van de Zusters der Visitatie te Mariakerke(Gent) van 29 september 1931 tot hij godvruchtig overleed op 16 februari 1946.
Op zijn "doodsbeeldeke" lezen we:"Wie den eerwaarden overledene van dichtbij heeft gekend weet dat hij, onder eene ietwat ruwe schors een gouden hart droeg, een gevoelige ziel. Zijne rechtschapen gemoed, zijn gulhartig karakter."

 -Pastoor Dutordoir had in het heetst van de schoolstrijd zelfs luid verkondigd dat hij nooit of ter nooit een voet zou zetten in de gemeenteschool en dat hij er zeker geen catechismusles zou onderrichten. Het gemeentebestuur nam dat niet. Arrmand Vandeputte en Henri Van Maelsaeke schreven een klachtbrief naar het bisdom. Enige tijd later moest de pastoor de parochie verlaten om directeur te worden in een klooster.

-Volgens Leontine Vandeputte speelde de pastoor Dutordoir (pastoor in Nukerke vanaf 1907) een beetje de rol van burgemeester tijdens de ambtsperiode van burgemeester T’Sjoen. Tijdens een bezoek van de pastoor aan Armand Vandeputte zou hij de pastoor geantwoord hebben:"Gij baas in de kerk en ik baas in de gemeente!" Ook toen werd er hier in Nukerke een plaatselijke schoolstrijd tegen een openbare school uitgevochten. De pastoor Dutordoir predikte tegen de liberale school. 

Nog een anekdote in verband met pastoor Dutrodoir.Dat deze parochieherder een heel bijzondere rol speelde in Nukerke weten we al.Zoals gebruikelijk ging hij regelmatig op klasbezoek in zijn parochieschool. Deze keer was het in de jongensschool. Om te weten te komen hoe graag hij wel gezien is vraagt hij aan de jongens : « Hawel, wat zeggen de mensen van hunne pastoor in Nukerke ? » De ene kijkt naar de andere tot daar een durvertje op de tweede bank zijn vinger opsteekt. Het was ene Devos vanop de Pontstraat en of het nu Achiel was of Joseph of Georges, dat doet er nu niet toe. Nieuwsgierig naar het antwoord zegt de pastoor : « Ja zeg het maar hoe ze me vinden ! » « Awel mijnheer pastoor de mensen zeggen dat hij hier niet rap genoeg kan wegzijn ! » Het verbaast de pastoor wel een beetje. « Ja dat zal wel niet iedereen zeggen ! » En hij droop af. Thuisgekomen vertelt de jongen zijn verhaal. Moeder Marie wreef haar handen schoon aan haar schort. Stroopte die uit, sprong op haar fiets en snelde naar de pastorie. Na het gebruikelijke aanbellen en het open van de deur verscheen daar de pastoor. « Dag mijnheer pastoor , ‘t is om te zeggen dat dat wat onzen kleinen heeft gezegd zéker niet bij ons thuis werd gezegd. Hij zal dat weeral ergens anders hebben opgeraapt. ! » Wat de pastoor daarop heeft geantwoord weten we niet.

 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Gemeenteschool: vorige schoolhoofden

Vorige schoolhoofden












Theofile Gilleman                              Fedor De Merlier                        Hedwig Vandenabeele
                                                        vanaf 1 mei 1931                         vanaf 1 september 1968
                                                                                                            tot 31 augustus 1994

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

76. Muurkapelletje

Muurkapelletje in de hoeve langs de Ommegangstraat nr. 68. (vroeger nr. 20)

De oorspronkelijke muurkapel is tijdens de renovatie van de hoeve in 2020 bewaard gebleven. De hoeve, gelegen op de hoek  van de Ommegangstraat  en Tenabeele in Nukerke, was tot de jaren 1960 bewoond door het gezin van  Florent Goeminne. Naast het runnen van zijn landbouwbedrijf had hij tevens een melkronde in de stad Ronse waar hij met paard en kar rondtrok om melk, boter en aardappelen aan de man te brengen. Eens op rust woonde hij aan de overzijde van de straat waar hij een woning liet bouwen. De familie Leopold Van Crombrugge-Vermeir nam de boerderij over en bewoonde die uit tot de jaren 2000.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Stanislas Deriemaeker, Vlaams organist en componist.

Stanislas Deriemaeker

Zoon van Joseph en Aimé werd in Nukerke geboren op dinsdag 26 januari 1932. Wie had gedacht dat in zo’n boeregat, zoals men Nukerke toen durfde noemen, een groot virtuoos het levenslicht zou zien.

Vader was koster in de parochiekerk rechtover zijn voordeur. Zijn muzikale opleiding kreeg Stanislas thuis en aan het Koninklijk Coservatorium in Gent waar hij eerste prijzen wegkaapte. In 1956 behaalde Stanislas het hoger diploma van orgel. Vanaf 1960 werd hij organist aan de Sint-Jozefskerk in Antwerpen. Ondertussen volgde hij opleidingen in het buitenland om dan organist te worden van de O.-L.-Vrouwkathedraal in Antwerpen. Hij gaf les aan muziekacademiën en in 1968 werd hij leraar orgel aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen. Hij doceerde tevens aan het Lemmensinstituut en aan de faculteit musicologie in Leuven. Hij had nog de tijd om honderden concerten te geven in binnen- en buitenland. Hij werd menigmaal lauriaat in de vele wedstrijden. In 1997 wenkte zijn opruststelling.

Sommige Nukerkenaren zullen Stanislas nog herinneren omdat zij, de collegemannen, gevraagd waren om bij hem thuis hun zangtalent te komen demonstreren. Dat  moet in de beginjaren 50 zijn geweest. Was het toen zijn bedoeling een knapenkoor te vormen ? Ik herinner mij niet dat er in die groep jongeren veel verborgen talent verscholen zat.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

100. Louise-Marie - A la concorde

Tekening 20/30

De taverne " A la Concorde" bij Jan Decubber, in de volksmond "bij Tiesten Jan", langs de Louise-Mariestraat (dorp) in Louise-Marie, begin 1900. Nu zou het daar "In de Eendracht" heten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

73. Hoevetje langs het Cabernhol

Tekening 20/30 van het oude hoevetje langs het Caberhnol. Tot in de jaren 70 bewoond door de familie Reynaert Gustaaf en zijn vrouw Maria De Groote.

Na 2010 ingericht als vakantiewoning Bellovisto.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

68. Maurice Wyckaert in Nukerke

Maurice Wyckaert geboren in Brussel op 15 november 1923 en overleden in Jette op 17 juli 1996 Kunstschilder. Op 5 juli 1963 (of was het 1962 tot 1964) in Nukerke komen wonen in Terbeke nr 17 Tijdens zijn Nukerkse periode “liet hij alle invloeden achter zich en ontwikkelde een eigenzinnige stijl. In die periode schilderde hij zijn bekende abstracte landschappen. Al in Italië had hij de kracht van de landschappen, badend in het mediterrane licht, ontdekt. In de Vlaamse Ardennen vond hij gezichten op bergruggen, landschappen versneden door akkers en bossen, eindeloze wolken. “ MMMV (’t Pallieterke) Maurice Wyckaert kreeg grote aandacht door de tentoonstelling in het KMSKB die liep tot maart 2019.

Het bijgaande werk lijkt wel een Nukerks landschap met "een eindeloos landschap versneden door akkers en bossen en eindeloze wolken." "De schilder heeft elk realistisch element weggehaald: het water van de beken kan rood zijn, de bomen niet meer dan vlekken."MMMV

In Nukerke woonde hij op de zuidflank van Nukerks bos, in het gehucht Terbeke. Het is tevens in deze woning dat Hugo Claus en zijn gezinnetje kwam wonen tijdens de verbouwingswerken aan zijn hoeve in de Tenhole.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Oude woning langs Steenweg

Oude woning, langs de Steenweg nr 80, van de familie Verscheuren in de volksmond bij "Bietozen Dieken", de vader van Valère Verscheuren. “Bietozen Dieken was de broer van “Bietozen klienen” die de herberg “In den beitel”, aan de overkant van de straat open hield.

Laatste bewoners waren Suzanne Verscheuren gehuwd met Victor Dekeyser. Deze oude buurt  was eertijds gekend voor zijn stroperij én de weddenschappen bij hanengevechten. In de 3 herbergen in de buurt, Den beitel, Het neerhof en bij Speelders (Speelderenzen zwarten) kwam de volksmens zijn geld verspelen aan weddenschappen. De woning is gedoemd om te verdwijnen bij de aanleg van een nieuwe Rijksweg.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Hoevetje van Merke Vanderbruggen

Potloodtekening van het verdwenen hoevetje van Omer Vanderbruggen.

In dit hoevetje woonde Omer Vanderbruggen (Nukerke 20/12/1903) met zijn vrouw Gabrielle Verkimpen. Omer, in de volksmond “Merke”, en zijn vrouw Gabrielle, baatten een koeplekje uit in het “Meetjesstraatje” nr 16 in Nukerke, nu Glorieuxstraat. Merke verdiende nog wat bij als schoenmaker. In zijn tuin had hij een struik calysiahout staan. Na het overlijden van Merke en zijn vrouw werd het huisje tijdelijk een jeugdheem. In de jaren 80 noemde het daar "Hof ter linden". De site verdween nadien om plaats te maken voor een nieuwbouw. De twee linden werden bewaard.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

55. De Nedermolen in Zulzeke

De Nedermolen langs de beek de Beiaard in Zulzeke in de Pladutsestraat. In oorsprong "Heerlijkheid Pladuytsche, enclave te Melden"

Deze olie- en korenwatermolen, reeds in 1574 vermeld, maakt deel uit van een landbouwsite bestaande uit een grote vierkantshoeve, de bovenslagmolen en het bijhorend bedrijfsgebouw. Einde 19de eeuw werd de wateraandrijving vervangen door een stoommachine (zie de hoge schouw). Halfweg de 20ste eeuw werd de molen buiten gebruik gesteld. Het grote molenrad van 3,20m kon gelijktijdig 3 molensteenkoppels aandrijven.

Deze site is reeds generaties eigendom van de familie Vanderdonckt. De laatste landbouwactiviteiten werden er verricht door Charles Vanderdonckt en kinderen. In het zulzeekse was dat " 't hof van koerô verdonk". De landbouwer werd oud en een opvolger ontbrak. Zodoende  werden alle activiteiten gestopt. De molen kwam langszaam in verval maar werd gelukkkig vanaf 2005 gerestaureerd. Ondertussen is de molen sinds 2003 een beschermd monument en de ganse site is beschermd dorpzicht.

De vierkantshoeve bestaat uit hele grote schuren want naast het werk op het veld dreven de laatste generaties handel. In goede tijden werd tarwe en vlas opgekocht. Zwaar geladen wagens reden door de hoge poortopeningen en de lading werd getast in de grote, hoge schuren. Doorverkopen deed men als de verkoopprijs winstgevend was. Ook ten tijde van Charles was het er een bedrijvigheid van belang. Knechten en meiden verrichtten er het vele werk. Vele vrouwen en mannen verdienden er "de kost" en hun brood.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Zulzeke dorp

Schilderijtje in olieverf - 1956 met zicht op Zulzeke dorp van uit Nukerke aan de Donderput

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

52. A la maison communale de Nukerke

“Maison de commune de Nukerke”, het gemeentehuis is ondergebracht in een herberg.

Vanaf halfweg de 18de eeuw veranderde Nukerke grondig van uitzicht. Zo verrezen toen tal van vierkanthoeven en kreeg de gemeente een eeuw later een gemeentehuis. In Nukerke was dat de oude pastorie. Zoals in menig dorp bleef soms tot in de 20ste eeuw het gemeentehuis een dorpscafé  waar een kamer was voorbehouden voor de administratieve zaken. (We denken aan Zulzeke waar tot aan de fusie de gemeentelijke diensten waren ondergebracht in de herberg).  Na de bouw van een  gemeentehuis ging in menig dorp de herberg verder onder de naam van “In ’t oud gemeentehuis” Dorp 31.

Hier een zicht op de oude dorpskom van Nukerke, gezien van op de “plaatse". Dit dorpszicht is sinds de eindjaren 70 onherroepelijk verdwenen; de oude woningen moesten plaats maken voor parkeerplaatsen.  De woning op de tekening is de herberg, “bij rijkboezen”, in het “Oud Gemeentehuis”, in oorsprong “La maison de commune de Nukerke”. In het bijhorend kruidenierswinkeltje, konden we, in onze jeugdjaren, voor 5 fr een pakje Belga kopen.

Lange tijd werd deze oude herberg open gehouden door Ivo De Keyzer (1856-1939). Toen er nog geen parochiezaaltje was werd er in het achtergebouwtje  toneel gespeeld. Zo speelde de toneelgroep “de veldbloem” op een kermiszondag van 18 september 1904 in het kleine  zaaltje, een vroegere schuur.

 Jaren later werd deze herberg eigendom van de familie Ryckbosch en dit tot aan de sloop. De laatste bewoners waren Victor Ryckbosch en vrouw Zulma Ceuterick met dochter Bertha als herbergierster.

 Naast dat achtergebouw, langs de Kerkweg, stond de herberg “Sint-Elooi”, in de volksmond “bij lootse kuipers”. Rond de jaren 1950 hielden Joseph en Rachel T’Kindt-Verbruggen de herberg open, nadien was het de beurt aan Remi en Elvire Toniau-Verhellen eveneens tot aan de afbraak begin de jaren 1970.

De woning links op de hoek was voor die tijd een tamelijk mooi burgerhuis van Paul Blommaert, gemeentesecretaris van Nukerke juist vóór de periode van Paul Hoffmann. Achteraan de woning moet er destijds een bedrijfje zijn geweest, mogelijks een weverijtje. Zie de grote toegangspoort langs de toenmalige Boelaerdstraat. Na het overlijden van haar man bleef de weduwe Blommaert er wonen samen met haar zus, weduwe Cnudde. Halfweg de jaren 70 werd de woning aangekocht door de gemeente om het als gemeentehuis in te richten. Het secretariaat was er ondergebracht met E. Santens als secretaris en het bureeltje van de veldwachter met Eugeen Van Dyck. Verder was er een dienst van Kind en Gezin én de bibliotheek. Bij de fusie van de gemeenten werd dit gebouw omzeggens nutteloos en dra zou het moeten plaats ruimen voor koning auto. Een groot deel van de oude dorpskern was toen in het niets vergaan.
Tussen deze woning en de herberg “In de wachtzaal” (bij Michel Arco) stond nog een huisje waar in de jaren veertig “Wieten Grielie” (Merchiers) woonde. Iets verderop naar het “lindeke” toe, nu huisnummer 2, woonde “Zwarte Grielie” (Verbruggen), “ne grielemôeker” - hij maakte en herstelde het gareel van een paard , koe of os.

In politieke zaken hadden de vrouwen omzeggens toen nog niets in de pap te brokken want ze kregen pas stemrecht op 24 april 1921 en dit enkel voor de gemeenteraadverkiezingen. Voor de mannen werd het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd. Dus één man één stem.

Daar werd toneel gespeeld.

Rond de jaren 1900 was er nog geen parochiezaal daar het gebouwtje nog bezet was door 2 kleuterklassen van het klooster. Maar geen nood; in de taverne “A la maison communale de Nukerke” was er een zaaltje waar er kon vergaderd en toneel gespeeld worden. Dat zaaltje was eigenlijk een vroegere schuur waarvan de toegang gebeurde via een houten poort, kant Boelaertstraat (zie tekening “Vroeger dorpszicht). De toneelgroep, De Veldbloem, bracht op kermiszondag 18 september 1904 een toneelstuk en gezang.

Enkele leden:

Theophiel Gilleman was toen hoofdonderwijzer van de gemeenteschool langs de Capellestraat.

Frederick Verdonckt was champetter in Nukerke.

Frans De Bo woonde op de hoek Dorpsplein/Lindeke

Emiel Dekeyzer was de herbergier van de taverne  “A la maison communale de Nukerke”.

Octaaf Dekeyzer was de broer van Ivo Dekeyzer.

Omer Vandendaele was herbergier van “In den Engel”.

Octaaf Hoffmann was koster in de kerk te Nukerke.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

51. Windmolen Ter Geynst

Potloodtekening 20/30 naar een foto daterend van september 1931

 

Houten korenwindmolen “Ter Geynst”

Julien Vandeputte

Oorspronkelijk Claus Louis, landbouwer te Nukerke

1877 schenking aan Claus Theodore landbouwer te Nukerke

Claus-Vander Gheynst Louis landbouwer in Nukerke is de vruchtgebruiker

1889 einde vruchtgebruik  aan  Claus Théodore landbouwer in Etikhove

1897 naar de kinderen

1914 vente  aan De Vos-Hors Emile landbouwer Nukerke

1934 gift aan De Vos René en konsoorten landbouwer te Nukerke

                De Vos - Hors Emile-Robert, mulder,Nukerke

1940 De Vos en konsoorten landbouwer te Nukerke

                De Vos-Hors Emiel-Robert , de weduwe en kinderen  mulder te Nukerke

1949 totale afbraak. Volgens een andere bron zou deze molen eigenlijk reeds in 1942-1943 afgebroken zijn

Uit “De molens  in het arrondissement Oudenaarde” door Julien Vandeputte

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Linde aan de Lesborre

Hollandse linde aan de Lesborre. In de verte de windmolen Ten Hengst.

Destijds een romantisch plekje voor jonge verliefde koppels.

Artikel uit de Landschapskrant van september 2015 over solitaire bomen.

“Her en der in het landchap zie je solitaire bomen staan. Het zijn volwassen bomen die de ruimte hebben gekregen om zich te ontwikkelen.Ze staan vaak niet zonder reden op die specifieke plaats. Al vele eeuwen lang vervullen ze allerlei functies. Vaak worden ze aangeplant om de aandacht te trekken; bijvoorbeeld door hun omvang, vorm en kleur. Mooie voorbeelden hiervan  kan je bewonderen in historische kasteelparken. Vrijheidsbomen, vredesbomen, herdenkingsbomen herinneren ons aan een historische gebeurtenis, terwijl gerechtsbomen en welkomstbomen ons wijzen op een bijzonderen plaats. Soms kan een boom ook een historische eenheid vormen  met een religieus bouwwerk. Denk maar aan  de typische “kapelletjeslinde”, een vereringsboom voor een heidense vruchtbaarheidsgodin. En wist je dat  bomen ook een kadastrale of administratieve grens kunnen markeren. Het zijn de zogenaamde grensbomen, hoekbomen, bakenbomen… Vaak krijgen deze bomen gaandeweg een bijkomende functie, zoals een ontmoetingsplaats, een oriëntatiepunt in het landschap. Soms zijn ze een stille getuige van een bepaalde snoeivorm die nu nog zelden wordt toegepast. Wil je weten of er bij jou in de buurt ook een bijzondeere boom staat ? Surf dan naar https://inventaris.onroerenderfgoed.be/ile/boom/zoeken”

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Meer van Nukerke

↑ Terug naar de berichten