Naar de inhoud

Nukerke

Nukerke aan de voet van een getuigenheuvel
seniorennet.beseniorennet.be

Meester Jan

Meester Jan, was oppermeester in de katholieke dorpsschool te Nukerke. Begin negentiende eeuw bepaalde hij mede de gang van zaken in Nukerke samen met de overijverige pastoor Dutordoir. Hun objectief was: de strijd tegen de "liberale, goddeloze" school langs de Pontstraat.

 -Maar er was ook nog de katholieke dorpsschool van Meester Jan Antoon Verlent beginjaren 1900. Hij woonde op de plaatse waar nu de woning staat van Aelvoet-Restiaens. Naar verluidt was "meester Jan" een geëerd figuur, streng en voortvarend. Hij was gehuwd met Irma Jooris

-Meester Jan was toen de oppermeester. Zuster-overste schreef al eens een briefje en ik moest dat berichtje tijdens de schooluren bij meester Jan brengen Hij woonde op de plaatse en was reeds op pensioen. Irma, zijn vrouw, kwam opendoen, en na een beleefde groet werd het berichtje afgegeven. En negen op tien, die dag kwam meester Jan nog naar school. Hij was een heel goede meester en had na zijn oppensioenstelling nog een grote verbondenheid met zijn school. Op een dag komt mijn moeder meester Jan tegen en deze zegt haar dat mijn broer Georges “ nen rappen” was. “Hij moet naar een andere school want hier kan hij niets meer bijleren. Laat hem naar Ronse gaan.” En zo geschiedde.

-Meester Jan die toen les gaf in de jongensschool kwam wekelijks de zaterdagvoormiddag naar de meisjesklassen om onze les te komen overhoren. Telkens hij kwam had hij een verrassing in petto. Op het eind van zijn bezoek had hij steeds een verrassing voor ons. Hij hield zijn twee vuisten voor zich.? In een ervan zat een cent. Een leerling die goede antwoorden had gegeven mocht raden in welke hand de cent stak.. Raadde die juist dat mocht het kind de cent aan het negertje geven, aan dat dankbaar knikkende kopje …

-Meester Jan, met zijn pince-nez was een streng man. Hij was bekend voor zijn uitspraak: "Vooruit gij ,ga van voren op den tree de knieën zitten gij lieleken chudas", en dat met een accent uit het West-Vlaamse Kallo.

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Eliane Santens23 juli 2015 om 16:02

Meester Jan

De familienaam van Meester Jan was niet Verlinden, maar wel VERLENT, voluit Jan Antoon Verlent. Ik kan het weten, want hij was de echtgenoot van Irma Jooris, die een nicht was van mijn grootmoeder.


Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Bavo De Weer

Bavo De Weer was een vooraanstaande figuur en suisse in de kerk te Nukerke.
Op zijn doodprentje lezen wij: "Bid voor de ziel van Bavo De Weer Echtgnoot van Clemence Verplanken vereerd met de Herinneringsmedaille 1870-1871  geboren te Sulsique, den 4 Januari 1843 en godvruchtig overleden te Nukerke den 15 Maart 1921. Hij was lid van het Genootschap van den H. Franciscus-Xaverius"

In Nukerke woonde hij in het koeplekje op de hoek van de Pontstraat en de Potaarde. Hij was lid van het Genootschap van den H. Franciscus-Xaverius. Tot vóór zijn dood was hij suisse in de parochiekerk te Nukerke. “Heer, ik heb bemind den luister van Uw huis en de woonplaats Uwer glorie”, zo luidde de eerste zin op zijn doodprentje.

Bavo De Weer werd niet gespaard. Zijn zoon Oscar, geboren te Nukerke op 14 oktober 1886, sneuvelde als soldaat van het 1ste Linieregiment in de loopgrachten nabij Diksmuide op 6 juli 1915. Het stoffelijk overschot rust op ’t erepark nabij Diksmuide

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

67. Pastoor Paul Dutordoir

Paul Dutordoir werd geboren te Sint-Kruis-Brugge op 23 augustus 1861 en werd priester gewijd te Gent op 30 mei 1885. Hij was achtereenvolgens onderpastoor te Aspelaere (1885-1887), onderpastoor te Sint-Pieters-buiten Gent ((1887-1902), onderpastoor te Sint-Stephanus Gent (1902-1907), pastoor te Nukerke (1907-1931). Nadien werd hij Bestuurder van de Zusters der Visitatie te Mariakerke(Gent) van 29 september 1931 tot hij godvruchtig overleed op 16 februari 1946.
Op zijn "doodsbeeldeke" lezen we:"Wie den eerwaarden overledene van dichtbij heeft gekend weet dat hij, onder eene ietwat ruwe schors een gouden hart droeg, een gevoelige ziel. Zijne rechtschapen gemoed, zijn gulhartig karakter."

 -Pastoor Dutordoir had in het heetst van de schoolstrijd zelfs luid verkondigd dat hij nooit of ter nooit een voet zou zetten in de gemeenteschool en dat hij er zeker geen catechismusles zou onderrichten. Het gemeentebestuur nam dat niet. Arrmand Vandeputte en Henri Van Maelsaeke schreven een klachtbrief naar het bisdom. Enige tijd later moest de pastoor de parochie verlaten om directeur te worden in een klooster.

-Volgens Leontine Vandeputte speelde de pastoor Dutordoir (pastoor in Nukerke vanaf 1907) een beetje de rol van burgemeester tijdens de ambtsperiode van burgemeester T’Sjoen. Tijdens een bezoek van de pastoor aan Armand Vandeputte zou hij de pastoor geantwoord hebben:"Gij baas in de kerk en ik baas in de gemeente!" Ook toen werd er hier in Nukerke een plaatselijke schoolstrijd tegen een openbare school uitgevochten. De pastoor Dutordoir predikte tegen de liberale school. 

Nog een anekdote in verband met pastoor Dutrodoir.Dat deze parochieherder een heel bijzondere rol speelde in Nukerke weten we al.Zoals gebruikelijk ging hij regelmatig op klasbezoek in zijn parochieschool. Deze keer was het in de jongensschool. Om te weten te komen hoe graag hij wel gezien is vraagt hij aan de jongens : « Hawel, wat zeggen de mensen van hunne pastoor in Nukerke ? » De ene kijkt naar de andere tot daar een durvertje op de tweede bank zijn vinger opsteekt. Het was ene Devos vanop de Pontstraat en of het nu Achiel was of Joseph of Georges, dat doet er nu niet toe. Nieuwsgierig naar het antwoord zegt de pastoor : « Ja zeg het maar hoe ze me vinden ! » « Awel mijnheer pastoor de mensen zeggen dat hij hier niet rap genoeg kan wegzijn ! » Het verbaast de pastoor wel een beetje. « Ja dat zal wel niet iedereen zeggen ! » En hij droop af. Thuisgekomen vertelt de jongen zijn verhaal. Moeder Marie wreef haar handen schoon aan haar schort. Stroopte die uit, sprong op haar fiets en snelde naar de pastorie. Na het gebruikelijke aanbellen en het open van de deur verscheen daar de pastoor. « Dag mijnheer pastoor , ‘t is om te zeggen dat dat wat onzen kleinen heeft gezegd zéker niet bij ons thuis werd gezegd. Hij zal dat weeral ergens anders hebben opgeraapt. ! » Wat de pastoor daarop heeft geantwoord weten we niet.

 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Gemeenteschool: vorige schoolhoofden

Vorige schoolhoofden












Theofile Gilleman                              Fedor De Merlier                        Hedwig Vandenabeele
                                                        vanaf 1 mei 1931                         vanaf 1 september 1968
                                                                                                            tot 31 augustus 1994

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

76. Muurkapelletje

Muurkapelletje in de hoeve langs de Ommegangstraat nr. 68. (vroeger nr. 20)

De oorspronkelijke muurkapel is tijdens de renovatie van de hoeve in 2020 bewaard gebleven. De hoeve, gelegen op de hoek  van de Ommegangstraat  en Tenabeele in Nukerke, was tot de jaren 1960 bewoond door het gezin van  Florent Goeminne. Naast het runnen van zijn landbouwbedrijf had hij tevens een melkronde in de stad Ronse waar hij met paard en kar rondtrok om melk, boter en aardappelen aan de man te brengen. Eens op rust woonde hij aan de overzijde van de straat waar hij een woning liet bouwen. De familie Leopold Van Crombrugge-Vermeir nam de boerderij over en bewoonde die uit tot de jaren 2000.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Stanislas Deriemaeker, Vlaams organist en componist.

Stanislas Deriemaeker

Zoon van Joseph en Aimé werd in Nukerke geboren op dinsdag 26 januari 1932. Wie had gedacht dat in zo’n boeregat, zoals men Nukerke toen durfde noemen, een groot virtuoos het levenslicht zou zien.

Vader was koster in de parochiekerk rechtover zijn voordeur. Zijn muzikale opleiding kreeg Stanislas thuis en aan het Koninklijk Coservatorium in Gent waar hij eerste prijzen wegkaapte. In 1956 behaalde Stanislas het hoger diploma van orgel. Vanaf 1960 werd hij organist aan de Sint-Jozefskerk in Antwerpen. Ondertussen volgde hij opleidingen in het buitenland om dan organist te worden van de O.-L.-Vrouwkathedraal in Antwerpen. Hij gaf les aan muziekacademiën en in 1968 werd hij leraar orgel aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen. Hij doceerde tevens aan het Lemmensinstituut en aan de faculteit musicologie in Leuven. Hij had nog de tijd om honderden concerten te geven in binnen- en buitenland. Hij werd menigmaal lauriaat in de vele wedstrijden. In 1997 wenkte zijn opruststelling.

Sommige Nukerkenaren zullen Stanislas nog herinneren omdat zij, de collegemannen, gevraagd waren om bij hem thuis hun zangtalent te komen demonstreren. Dat  moet in de beginjaren 50 zijn geweest. Was het toen zijn bedoeling een knapenkoor te vormen ? Ik herinner mij niet dat er in die groep jongeren veel verborgen talent verscholen zat.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

100. Louise-Marie - A la concorde

Tekening 20/30

De taverne " A la Concorde" bij Jan Decubber, in de volksmond "bij Tiesten Jan", langs de Louise-Mariestraat (dorp) in Louise-Marie, begin 1900. Nu zou het daar "In de Eendracht" heten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

73. Hoevetje langs het Cabernhol

Tekening 20/30 van het oude hoevetje langs het Caberhnol. Tot in de jaren 70 bewoond door de familie Reynaert Gustaaf en zijn vrouw Maria De Groote.

Na 2010 ingericht als vakantiewoning Bellovisto.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

68. Maurice Wyckaert in Nukerke

Maurice Wyckaert geboren in Brussel op 15 november 1923 en overleden in Jette op 17 juli 1996 Kunstschilder. Op 5 juli 1963 (of was het 1962 tot 1964) in Nukerke komen wonen in Terbeke nr 17 Tijdens zijn Nukerkse periode “liet hij alle invloeden achter zich en ontwikkelde een eigenzinnige stijl. In die periode schilderde hij zijn bekende abstracte landschappen. Al in Italië had hij de kracht van de landschappen, badend in het mediterrane licht, ontdekt. In de Vlaamse Ardennen vond hij gezichten op bergruggen, landschappen versneden door akkers en bossen, eindeloze wolken. “ MMMV (’t Pallieterke) Maurice Wyckaert kreeg grote aandacht door de tentoonstelling in het KMSKB die liep tot maart 2019.

Het bijgaande werk lijkt wel een Nukerks landschap met "een eindeloos landschap versneden door akkers en bossen en eindeloze wolken." "De schilder heeft elk realistisch element weggehaald: het water van de beken kan rood zijn, de bomen niet meer dan vlekken."MMMV

In Nukerke woonde hij op de zuidflank van Nukerks bos, in het gehucht Terbeke. Het is tevens in deze woning dat Hugo Claus en zijn gezinnetje kwam wonen tijdens de verbouwingswerken aan zijn hoeve in de Tenhole.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Oude woning langs Steenweg

Oude woning, langs de Steenweg nr 80, van de familie Verscheuren in de volksmond bij "Bietozen Dieken", de vader van Valère Verscheuren. “Bietozen Dieken was de broer van “Bietozen klienen” die de herberg “In den beitel”, aan de overkant van de straat open hield.

Laatste bewoners waren Suzanne Verscheuren gehuwd met Victor Dekeyser. Deze oude buurt  was eertijds gekend voor zijn stroperij én de weddenschappen bij hanengevechten. In de 3 herbergen in de buurt, Den beitel, Het neerhof en bij Speelders (Speelderenzen zwarten) kwam de volksmens zijn geld verspelen aan weddenschappen. De woning is gedoemd om te verdwijnen bij de aanleg van een nieuwe Rijksweg.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Hoevetje van Merke Vanderbruggen

Potloodtekening van het verdwenen hoevetje van Omer Vanderbruggen.

In dit hoevetje woonde Omer Vanderbruggen (Nukerke 20/12/1903) met zijn vrouw Gabrielle Verkimpen. Omer, in de volksmond “Merke”, en zijn vrouw Gabrielle, baatten een koeplekje uit in het “Meetjesstraatje” nr 16 in Nukerke, nu Glorieuxstraat. Merke verdiende nog wat bij als schoenmaker. In zijn tuin had hij een struik calysiahout staan. Na het overlijden van Merke en zijn vrouw werd het huisje tijdelijk een jeugdheem. In de jaren 80 noemde het daar "Hof ter linden". De site verdween nadien om plaats te maken voor een nieuwbouw. De twee linden werden bewaard.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

55. De Nedermolen in Zulzeke

De Nedermolen langs de beek de Beiaard in Zulzeke in de Pladutsestraat. In oorsprong "Heerlijkheid Pladuytsche, enclave te Melden"

Deze olie- en korenwatermolen, reeds in 1574 vermeld, maakt deel uit van een landbouwsite bestaande uit een grote vierkantshoeve, de bovenslagmolen en het bijhorend bedrijfsgebouw. Einde 19de eeuw werd de wateraandrijving vervangen door een stoommachine (zie de hoge schouw). Halfweg de 20ste eeuw werd de molen buiten gebruik gesteld. Het grote molenrad van 3,20m kon gelijktijdig 3 molensteenkoppels aandrijven.

Deze site is reeds generaties eigendom van de familie Vanderdonckt. De laatste landbouwactiviteiten werden er verricht door Charles Vanderdonckt en kinderen. In het zulzeekse was dat " 't hof van koerô verdonk". De landbouwer werd oud en een opvolger ontbrak. Zodoende  werden alle activiteiten gestopt. De molen kwam langszaam in verval maar werd gelukkkig vanaf 2005 gerestaureerd. Ondertussen is de molen sinds 2003 een beschermd monument en de ganse site is beschermd dorpzicht.

De vierkantshoeve bestaat uit hele grote schuren want naast het werk op het veld dreven de laatste generaties handel. In goede tijden werd tarwe en vlas opgekocht. Zwaar geladen wagens reden door de hoge poortopeningen en de lading werd getast in de grote, hoge schuren. Doorverkopen deed men als de verkoopprijs winstgevend was. Ook ten tijde van Charles was het er een bedrijvigheid van belang. Knechten en meiden verrichtten er het vele werk. Vele vrouwen en mannen verdienden er "de kost" en hun brood.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Zulzeke dorp

Schilderijtje in olieverf - 1956 met zicht op Zulzeke dorp van uit Nukerke aan de Donderput

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

52. A la maison communale de Nukerke

“Maison de commune de Nukerke”, het gemeentehuis is ondergebracht in een herberg.

Vanaf halfweg de 18de eeuw veranderde Nukerke grondig van uitzicht. Zo verrezen toen tal van vierkanthoeven en kreeg de gemeente een eeuw later een gemeentehuis. In Nukerke was dat de oude pastorie. Zoals in menig dorp bleef soms tot in de 20ste eeuw het gemeentehuis een dorpscafé  waar een kamer was voorbehouden voor de administratieve zaken. (We denken aan Zulzeke waar tot aan de fusie de gemeentelijke diensten waren ondergebracht in de herberg).  Na de bouw van een  gemeentehuis ging in menig dorp de herberg verder onder de naam van “In ’t oud gemeentehuis” Dorp 31.

Hier een zicht op de oude dorpskom van Nukerke, gezien van op de “plaatse". Dit dorpszicht is sinds de eindjaren 70 onherroepelijk verdwenen; de oude woningen moesten plaats maken voor parkeerplaatsen.  De woning op de tekening is de herberg, “bij rijkboezen”, in het “Oud Gemeentehuis”, in oorsprong “La maison de commune de Nukerke”. In het bijhorend kruidenierswinkeltje, konden we, in onze jeugdjaren, voor 5 fr een pakje Belga kopen.

Lange tijd werd deze oude herberg open gehouden door Ivo De Keyzer (1856-1939). Toen er nog geen parochiezaaltje was werd er in het achtergebouwtje  toneel gespeeld. Zo speelde de toneelgroep “de veldbloem” op een kermiszondag van 18 september 1904 in het kleine  zaaltje, een vroegere schuur.

 Jaren later werd deze herberg eigendom van de familie Ryckbosch en dit tot aan de sloop. De laatste bewoners waren Victor Ryckbosch en vrouw Zulma Ceuterick met dochter Bertha als herbergierster.

 Naast dat achtergebouw, langs de Kerkweg, stond de herberg “Sint-Elooi”, in de volksmond “bij lootse kuipers”. Rond de jaren 1950 hielden Joseph en Rachel T’Kindt-Verbruggen de herberg open, nadien was het de beurt aan Remi en Elvire Toniau-Verhellen eveneens tot aan de afbraak begin de jaren 1970.

De woning links op de hoek was voor die tijd een tamelijk mooi burgerhuis van Paul Blommaert, gemeentesecretaris van Nukerke juist vóór de periode van Paul Hoffmann. Achteraan de woning moet er destijds een bedrijfje zijn geweest, mogelijks een weverijtje. Zie de grote toegangspoort langs de toenmalige Boelaerdstraat. Na het overlijden van haar man bleef de weduwe Blommaert er wonen samen met haar zus, weduwe Cnudde. Halfweg de jaren 70 werd de woning aangekocht door de gemeente om het als gemeentehuis in te richten. Het secretariaat was er ondergebracht met E. Santens als secretaris en het bureeltje van de veldwachter met Eugeen Van Dyck. Verder was er een dienst van Kind en Gezin én de bibliotheek. Bij de fusie van de gemeenten werd dit gebouw omzeggens nutteloos en dra zou het moeten plaats ruimen voor koning auto. Een groot deel van de oude dorpskern was toen in het niets vergaan.
Tussen deze woning en de herberg “In de wachtzaal” (bij Michel Arco) stond nog een huisje waar in de jaren veertig “Wieten Grielie” (Merchiers) woonde. Iets verderop naar het “lindeke” toe, nu huisnummer 2, woonde “Zwarte Grielie” (Verbruggen), “ne grielemôeker” - hij maakte en herstelde het gareel van een paard , koe of os.

In politieke zaken hadden de vrouwen omzeggens toen nog niets in de pap te brokken want ze kregen pas stemrecht op 24 april 1921 en dit enkel voor de gemeenteraadverkiezingen. Voor de mannen werd het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd. Dus één man één stem.

Daar werd toneel gespeeld.

Rond de jaren 1900 was er nog geen parochiezaal daar het gebouwtje nog bezet was door 2 kleuterklassen van het klooster. Maar geen nood; in de taverne “A la maison communale de Nukerke” was er een zaaltje waar er kon vergaderd en toneel gespeeld worden. Dat zaaltje was eigenlijk een vroegere schuur waarvan de toegang gebeurde via een houten poort, kant Boelaertstraat (zie tekening “Vroeger dorpszicht). De toneelgroep, De Veldbloem, bracht op kermiszondag 18 september 1904 een toneelstuk en gezang.

Enkele leden:

Theophiel Gilleman was toen hoofdonderwijzer van de gemeenteschool langs de Capellestraat.

Frederick Verdonckt was champetter in Nukerke.

Frans De Bo woonde op de hoek Dorpsplein/Lindeke

Emiel Dekeyzer was de herbergier van de taverne  “A la maison communale de Nukerke”.

Octaaf Dekeyzer was de broer van Ivo Dekeyzer.

Omer Vandendaele was herbergier van “In den Engel”.

Octaaf Hoffmann was koster in de kerk te Nukerke.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

51. Windmolen Ter Geynst

Potloodtekening 20/30 naar een foto daterend van september 1931

 

Houten korenwindmolen “Ter Geynst”

Julien Vandeputte

Oorspronkelijk Claus Louis, landbouwer te Nukerke

1877 schenking aan Claus Theodore landbouwer te Nukerke

Claus-Vander Gheynst Louis landbouwer in Nukerke is de vruchtgebruiker

1889 einde vruchtgebruik  aan  Claus Théodore landbouwer in Etikhove

1897 naar de kinderen

1914 vente  aan De Vos-Hors Emile landbouwer Nukerke

1934 gift aan De Vos René en konsoorten landbouwer te Nukerke

                De Vos - Hors Emile-Robert, mulder,Nukerke

1940 De Vos en konsoorten landbouwer te Nukerke

                De Vos-Hors Emiel-Robert , de weduwe en kinderen  mulder te Nukerke

1949 totale afbraak. Volgens een andere bron zou deze molen eigenlijk reeds in 1942-1943 afgebroken zijn

Uit “De molens  in het arrondissement Oudenaarde” door Julien Vandeputte

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Linde aan de Lesborre

Hollandse linde aan de Lesborre. In de verte de windmolen Ten Hengst.

Destijds een romantisch plekje voor jonge verliefde koppels.

Artikel uit de Landschapskrant van september 2015 over solitaire bomen.

“Her en der in het landchap zie je solitaire bomen staan. Het zijn volwassen bomen die de ruimte hebben gekregen om zich te ontwikkelen.Ze staan vaak niet zonder reden op die specifieke plaats. Al vele eeuwen lang vervullen ze allerlei functies. Vaak worden ze aangeplant om de aandacht te trekken; bijvoorbeeld door hun omvang, vorm en kleur. Mooie voorbeelden hiervan  kan je bewonderen in historische kasteelparken. Vrijheidsbomen, vredesbomen, herdenkingsbomen herinneren ons aan een historische gebeurtenis, terwijl gerechtsbomen en welkomstbomen ons wijzen op een bijzonderen plaats. Soms kan een boom ook een historische eenheid vormen  met een religieus bouwwerk. Denk maar aan  de typische “kapelletjeslinde”, een vereringsboom voor een heidense vruchtbaarheidsgodin. En wist je dat  bomen ook een kadastrale of administratieve grens kunnen markeren. Het zijn de zogenaamde grensbomen, hoekbomen, bakenbomen… Vaak krijgen deze bomen gaandeweg een bijkomende functie, zoals een ontmoetingsplaats, een oriëntatiepunt in het landschap. Soms zijn ze een stille getuige van een bepaalde snoeivorm die nu nog zelden wordt toegepast. Wil je weten of er bij jou in de buurt ook een bijzondeere boom staat ? Surf dan naar https://inventaris.onroerenderfgoed.be/ile/boom/zoeken”

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

43. Hoeve Schoorens

Deze boerderij langs De Spijker te Nukerke is een “Semi-gesloten hoeve gelegen aan de straatbocht met markante linde en kastanje aan de straatkant.  De vorige kleine hoeve werd in 1841 uitgebreid en de gebouwen werden vergroot. De vergrotingswerken gingen gepaard met de inrichting van een stokerij. De boerenwoning zelf werd ook in die tijd verhoogd met een halve bouwlaag. Palend aan de boerderij was er een knechtenwoonst. De stokerij is sinds halfweg de 19de eeuw omgevormd  tot bakhuis en nadien omgevormd tot  cichorei-ast. Rond de eeuwwisseling werden de landbouwactiviteiten langzaam afgebouwd. (gegevens uit de “Inventaris van het cultuurbezit in België)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

50. Sint-Antonius-abt

Antonius van Padua,  Antonius-abt - Toontje voor de Nukerkenaren.

Potloodtekening 30/40 van Toontje, een beeldje boven het zijaltaar van de Nukerkse parochiekerk. 

Antonius is de patroonheilige van vele beroepen zoals wevers, slagers, suikerbakkers, mandenvlechters, begrafenisondernemers, zakkendragers, varkenshoeders.  Hij is dé hulpverleners bij pest en allerlei ziekten bij de dieren.

Antonius was zo verbonden met het volk dat er zelfs weerspreuken zijn ontstaan toepasselijk op de periode rond zijn verering. Zoals 

“Maakt Sint-Antonius de brug, Sint-Sebastien slaat ze stuk. (20 januari)

“Sint-Antonius klaar en helder, vult ’t vat en de kelder”

De schilderij boven het altaar stelt “De verzoeking van Antonius” voor.

Sint-Antonius abt wordt hier afgebeeld met  het varkentje aan de rechtervoet. Hij vertrappelt met de rechtervoet een figuur die het kwade of de duivel voorstelt.

Iconografie

Het  is een massief eikenhouten gepolychromeerd beeld. Antonius-abt wordt steeds afgebeeld als kluizenaar  met de tau of kruisstaf (Antoniuskruis), met een bel, al of niet aan de staf  bevestigd, met een varkentje  (dit wijst op de diabolerieën waarmee de duivel Antonius lastig viel. Soms vertrapt hij de satan. Antonius houdt in de linkerhand een bijbel, soms draagt hij een rozenkrans. Andere kentekenen zijn laaiende vlammen of een fakkel, het Sint-Antoniusvuur. Afbeeldingen van Antonius vindt men op schilderijen van Van Eyck, Van der Goes …(W.P.)

Volkskunde

De meeste parochies hebben wel een of andere patroonheilige die er vereerd en aanroepen wordt/werd. Voor de plaatselijke kerk was zo’n heiligenverering heel belangrijk; het bracht gelovige bijeen en bracht geld in het bakje.

Antonius speelt in het volkse leven een belangrijke rol, vooral bij de landelijke bevolking. Hij is dan ook de patroon van het vee, van de boeren, slagers en borstelmakers.

Antonius werd vereerd in Nukerke maar na enig zoeken stelt men vast dat er in Vlaanderen vele parochies zijn waar hij een plaatsje kreeg. De Nukerkenaren en de gelovigen uit de omgeving vereerden Toontje  veeleer als beschermer tegen veeziekten en als hulp bij verloren voorwerpen ( o.a. een verloren gelopen dier...).

Antonius heeft ook een begrip in de volksweerkunde. Zijn feestdag 17 januari valt in putje winter, een periode van ijs en dooi. Ook enkele volksspreuken verwijzen naar Antonius. We leerden van onze ouders dat “met Toontje het 's avonds tot vijfenhalf klaar  is.” Dat gaf de mensen moed. Het verlangen naar de lente was groot.

Noveen

Deze begon op de feestdag. De zondag daaropvolgend was feest in de parochiekerk met o.a. een plechtige hoogmis en rondgang rond de kerk. Andere materiële elementen die in de Nukerkse kerk wijst op de Sint-Antoniusverering zijn de vijf ingelijste en door glas beschermde gepolychromeerde bas-reliëfs én het boogvormig bas-reliëf boven de toegangsdeur van de hoofdingang. Tijdens de jaarlijkse ruitersommegang werd de relikwie van Sint-Antonius meegedragen en werd ook het bedevaartvlagje (vaantje) bovengehaald.

Wie was die Antonius?

Hij zou geboren zijn in Kome, in Midden Egypte in 251 of 252 en overleed in de Egyptische woestijn in 356 op een leeftijd van zegge en schijve 104 jaar. Tijdens zijn kluizenaarsleven was hij gekend als Antonius de Kluizenaar of Antonius de Grote. Op 21 jarige leeftijd trok hij zich terug in de woestijn. Volgens de legende voerde hij voortdurend een zware strijd tegen demonen. Heel wat leerlingen volgden hem. Hij stichtte geen gemeenschap maar toch bleef hij kluizenaar tot aan zijn dood. (W.P.)

(zie ook inventaris onroerend erfgoed.be)

 

Een anekdote

Tegen de buitenkerkmuur zijn verschillende staties ter ere van St-Antonius (met het varken) aangebracht.

Rond het feest van de H. Antonius abt op 17 januari heeft er sinds jaren een noveen plaats in deze kerk. Dan werd de kerk versierd met de bloemen die madame Blommaert schonk. Toen, in de jaren vijftig, kwam er nog veel volk af om Toontje om zijn gunsten te smeken. Was je iets verloren? Wend je dan tot Toontje. Veel kans dat je het terug vond! Gedurende die dagen van de noveen hield ik een standje open achteraan in de kerk. Ik verkocht er kaarsen en medaillons. De gelovigen konden bij mij missen bestellen en betalen en ik mocht hen zegenen met de relikwie van de H.Antonius. Ik moest natuurlijk een zegening uitspreken maar aangezien ik nooit Latijn heb geleerd ging dat wat moeilijk. De zegende priester brabbelden destijds ook een onverstaanbare Latijnse tekst. Dus, deed ook ik alzo. Tot op zekere dag een oud vrouwtje me vroeg:” Maar wat zeegde gij otijd ?”  Ik antwoordde:” Niet vies van zijn, ’t is afgekuist…!” Maar dat zei ik zo snel dat niemand het verstond en… ’t leek van ver op kerklatijn. Dat vrouwtje hé, dat heb ik nooit meer weer gezien. ’t  Kan ook zijn dat ze het jaar nadien was verleden of …

Eertijds waren de zijmuren achteraan in de kerk beschilderd met Nukerkse taferelen. Spijtig werden die ten tijde van pastoor Naessens overschilderd. Voortaan prijkt daar een modernere tekening. Al of niet mooi?

P.D.

Processie

Tweemaal per jaar ging er een processie uit nl. op Sacramentsdag en op O.L.V.-Hemelvaart. Op Sacramentsdag ging de grote processie uit. Vanaf de kerk ging het naar het wezenhuis, en hospice, waar de oudjes buiten zaten. Verder ging we de Boelaerdstraat op tot bij Gentil; aan de hoek van de Pontstraat. In de kapel daar werd voor het eerst halt gehouden. Dan ging het richting  Den Appel. Onderweg was er nog een halte aan de kapel op de hoek van de Holandstraat.. Vanaf daar ging de lange sliert de Steenweg naar beneden naar de kerk toe. Op O.L.V.-Hemelvaart ging de kleine processie uit. Toen ging het richting Geitenhoek waar een altaar werd opgezet om het H. Sacrament op te stellen. Vandaar ging het via de Steenweg terug naar de kerk. Ter gelegenheid van de processie werden de woningen versierd met bloemen en een vlag. Soms werd er een tafeltje neergezet en op een sneeuwwit kleedje stond een beeld. Het was ten tijde van pastoor Tirez dat er discussie was. De processie was reeds enkele keren uitgesteld wegens het slechte weer. De pastoor kwam met een oplossingvoor de dag; regen of niet de processie gaat uit. En wat gebeurde er? De lange stoet werd uitgeregend en de gelovigen werden gezegend met een stevige plensbui. Iedereen liep naar huis maar niet de dragers van het beeld van St-Anthonius. Die lieten zich verleiden en schuilden met onze patroon en al in een café. Na enkele natjes werd het buiten droog en konden de dragers onze patroonheilige veilig thuisbrengen. Men had z’n lesje geleerd en er kwam een nieuwe afspraak; als op de dag van de processie de klokken drie keer luiden dan gaat de processie uit. Indien 1 klok luidt dan niet.

Er was een vaste volgorde voor de deelnemers. Voorop stapte de champetter , dan de misdienaars met kaarsen en kruis, de vlagdragers met de vlag van De Boerinnenbond, de BJB, de Scouts, de Chiro, 15 weeskinderen met elk een klein vlagje (de 15 vlagjes symboliseerden de 15 mysteries van de rozenkrans), de dragers met de beelden, de fanfare van Nukerke, de koster en het zangkoor, de bloemenmeisjes die weelderig kleurrijke kroonblaadjes en papiersnippers rondstrooiden, de pastoor met het Sacrament onder het baldakijn met een zestal lantaarndragers erom heen en tenslotte de gelovigen.

De drie dagen vóór O.-L.-H.-Hemelvaart worden kruisdagen genoemd. Drie dagen vóór de hoogdag maakten de pastoor met relikwie, de misdienaars met het kruisbeeld en vele boeren en boerinnen maar ook kinderen en andere gelovigen een rondgang door de velden om de gunst af te smeken voor een goede oogst van de vruchten der aarde. Gedurende de hele weg werd de litanie van alle heiligen gezongen.”Sancte Antoni… ora pro nobis…” P.D.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Linde langs de Pontstraat.

Fragment uit een potloodtekening 40/50.

Deze Hollandse linde langs de Pontstraat werd half april 2013 geveld. De jaarringen vertelden ons dat deze boom meer dan een eeuw geleden werd aangeplant. Zou hij aangeplant zijn in 1900 ter gelegenheid van de eeuwwisseling ? Tot 2011 geleden stond hier een boerderijtje met een kleine smidse tegen de westgevel  (ik heb die nooit in werking gezien). Tot midden de jaren 50 bewoond was dit boerderijtje bewoond door Ysebaert, in de volksmond "shieke Nijs".

Ysebaert leefde van planten- en groenteteelt die hij verkocht op de naburige markten waar hij met paard en kar heen trok.
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Nukerke

↑ Terug naar de berichten