Naar de inhoud

Nukerke

Nukerke aan de voet van een getuigenheuvel
akke.beakke.be

Berichten van 1 november 2006 tot 30 november 2006

39. Ingang tot het Muziekbos in Louise-Marie

Pentekening naar een oude foto. Deze woning stond tot in de jaren 60 op de hoek van de Ommegangstraat en de Rubberigtsbank. Gentil De Wilde heeft er nog in gewoond. Deze woning werd later omgevomd tot een tweewoonst. Deze oude woning, met strooien dak, stond aan de ingang van Nukerks bos. De dreef rechts is nu de Rubberigtsbank.

Is de  grote Vlaamse componist Lambert (Lambrecht) Lambrechts vergeten? Heeft hij geen 600 Vlaamse liederen gecomponeerd ?

Lambert Lambrechts werd geboren op 21 juli te Hoesselt en arriveerde in Ronse in 1889 toen hij werd aangesteld als leraar (regent) in de Rijksmiddelbare school te Ronse. Het was de tijd van K. Desutter en August Desutter, A. De Hovre, K. Huysmans en Cyriel Buysse…

“Lambrechts heeft het “Lied van de smid” gemaakt nadat hij vriendschap had aangeknoopt met een smid in Louise-Marie. Van deze laatste heeft hij trouwens een volledig met de hand gesmede hamer gekregen.” (Annalen Ronse)

Hier volgt een bloemlezing uit "Reisjes in Zuid-Vlaanderen"

Naar den Muziekberg.

Ten Noord-Oosten van Ronse rijst de Muziekberg. Daar gaan wij heden omdolen en eene frissche lucht inademen. Wij verlaten de Groote Markt en volgen de Gasthuisstraat, de Biezenstraat en de Beekstraat. Verder loopt een kronkelende binnenweg naar de hoogte.

De Muziekberg is, evenals de Hootond, 150 meters hoog. Een woud bedekt het grootste gedeelte zijner kruin.

Hoor eens, hoe het windje door de bladeren ritselt, hoe de kerfdiertjes gonzen, hoe de vogelen kweelen! Zie eens, hoe de warme stralen der zon door het looverdak der boomen dringen en gouden strepen op den grond tooveren! 

    o Woud, vol vrede en lommer,

        Met diepe eerbiedenis

    Betreden wij uw boorden,

        Zoo rustig, groen en frisch. 

    Wij dwalen rond en luisteren...

        En alles spreekt tot ons:

    Het lied van vink en lijster,

        Der bijen stil gegons; 

    Het wuiven van de twijgen,

        Der bloemen heerlijkheid...

    o Woud, wat zijt gij statig,

        Vol ernst en majesteit! 

Talrijke gangen en lanen doorkruisen het bosch. Jammer maar, dat men alle oogenblikken een ondeugend plankje ziet hangen met de vermaning: "Het is streng verboden hier door te gaan."

Van tijd tot tijd vinden wij eene open plaats, waar wij een prachtig uitzicht hebben.

Op zulk eene plaats, in het midden van het bosch, staat een torentje, uit etssteen opgebouwd en met eiloof begroeid. Hier is het hoogste punt van den berg. Het torentje is nagenoeg tien meters hoog. Het heeft tien ronde kijkgaten en laat ons, over het struikgewas en geboomte heen, naar alle zijden blikken.

Het panorama, dat wij aanschouwen, is wel zoo schoon als dat van den Hootond. Maar wij beweren, dat het grootscher is, omdat de wilde natuur in hare maagdelijke schoonheid hier een ruimer aandeel heeft. In het Zuid-Westen ligt Ronse, met zijne torens, schouwen en daken, langs alle kanten met hoogten en bosschen omringd. In het Oosten rijzen de heuvelen, die naar Geeraardsbergen voortloopen. Elders gaat het oog over bergen en dalen, over gehuchten en dorpen, over huizen en molens. Daar treft het gefluit van eenen naderenden stoomwagen onze ooren. In de diepte snelt hij kuchend voort, weldra verdwijnend in den onderaardschen gang van het nieuwe dorpje Louisa-Maria. Een gedeelte van den Muziekberg is hedendaags eene warande met bronnen, waterleidingen en vijvers. Niet verre van het reeds genoemde torentje staat een hooge boom, die een klein kruisbeeld draagt. De christen wandelaar ontdekt eerbiedig het hoofd, en dankt inwendig ons Vlaamsche volk om zijne godsdienstige overtuiging. Eenige stappen verder vinden wij eene hofstede. Voor het woonhuis ligt eene groote weide.

Ten jare 1821 poogde M. van Hoobrouck, van Mooregem, den wijnbouw te drijven op de zuidelijke helling des bergs. De oogst van 1827 was nog al bevredigend. Den 10 October kwam M. van Doorn, destijds gouverneur van Oost-Vlaanderen, de teelt in oogenschouw nemen en aanmoedigen. Nadat hij den eersten tros had afgesneden, vielen de werklieden aan den arbeid. De eigenaar oogstte twintig stukken wijn. Nochtans was hij naderhand gedwongen van de onderneming af te zien. Maar het wordt stillekens avond. Moede geklommen en moede gekeken, rusten wij eenige oogenblikken op het gras, en dalen dan den berg af. De ondergaande zon werpt heure leste stralen over het landschap; lichte wolkjes zweven in de lucht. De wind schijnt ook moede te zijn van het spelen en dartelen, en houdt zijnen adem in; de vogelen zingen hun slaapliedje onder de bladeren der boomen.

Daar verdwijnt de zon...

Een dunne nevel drijft boven de velden.

Ginds zingt een klokje: Ave, Maria!

Eene geheimnisvolle kalmte heerscht omhoog en omlaag.

 

        Wat is de kalmte streelend zoet,

    Dat suizen en in sluimer zijgen,

    Dat plechtig stil en stiller zwijgen,

        Die rozenkleurige avondgloed!

    't Is of de rust rondom ons henen

        Een zachter inborst in ons stort;

        't Is of ons harte ruimer wordt,

    En wat er boos was, is verdwenen.

        Een onbestemd en diep gevoel

    Ontwaakt en trilt er in onze aren...

    Wie mocht dien indruk nooit ontwaren?

        Wien laat dat purprend Westen koel?

    Nu zweven als op donzen schachten

        Geliefde beelden om ons heen;
        Nu wemelt droom aan droom dooreen,

    En zielsgepeinzen en gedachten.

        De ontroering grijpt ons in 't gemoed;

    Haars ondanks wordt de ziel bewogen;

        Er klopt een heimwee in ons bloed;

    Soms wisschen wij een traan uit de oogen,

        Onwetend wat hem drupplen doet.

 

Uit Reisjes in Zuid-Vlaanderen Theodoor Sevens


Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

38. Woning van de familie Van Malleghem

          Potloodtekening van de oorspronkelijke woning met paardenstal en remise (koetshuis).
 "
Huis Van Malleghem" in Nukerke-dorp. Deze woning dateert van vroeg in de 18de eeuw want ze staat aangetekend  op de Ferrariskaart opgemaakt in 1777. Het gebouwtje links van de woning  werd gebouwd als parochiale bewaarschool.  We kunnen voorlopig aannemen dat de familie Van Malleghem de grond afstond en op eigen kosten het gebouwtje liet oprichten. Op een grafsteen lezen we "Geloofd zij Jezus Christus Amen. Ter Zaliger gedachtenis van Petrus Augustinus Van Malleghem geboren te Nukerke Den 29 november 1775 aldaar overleden den 15 maart 1858  van zijne echtgenote Anna Theresia Van De Putte  geboren te Nukerke Den 30 september 1795 van hun kinderen  Amelia Clemence geboren te Nukerke 17 December 1821 en aldaar overleden 7 april 1903  Victor Geneesheer en Oud-Burgemeester der gemeente Nukerke  geboren den 22  dec 1827 en overleden De 2 mei 1900 en zijne echtgenote Rosalie De Tollenaere 1835-1905  De Zeer Eerwaarden Desiderius-Augustinus Titularis Kanunnik van S.Baafs  Hoofdkerk geboren Nukerke Den 14 januari 1831 en overleden  te Gent De 29 januari 1890.
"Het jaer 1900 2 mei is overleden om half een uur des nachts ten zijne huize en ten gehuchte Plaats Van Malleghem Victorianus-Franciscus oud 72 jaar, dokter in de geneeskunde ten gehuchte Plaats, echtgenoot van Rosalie De Tollenaere oud 67 jaar zonder beroep en alhier wonende, oud-burgemeester der gemeente (1895), alhier geboren en hier wonende en zoon van wijlen Augustianus en van wijlen Theresia Vande Putte beide alhier overleden. Twee zonen komen het overlijden aangeven nl.Octaaf Van Malleghem oud 35 jaar Substituut-Prokureur des Konings te Gent en Hector Van Malleghem oud 29 jaar onderpastoor te Herdersem."
Deze familie was  blijkbaar zeer invloedrijk en bezat veel gronden. Van Malleghem was tevens weldoener en geldschieter voor  de katholieke gemeenschap te Nukerke. En zo komen we aan de "ontwikkeling van de parochieschool".

     Aldus een oude tekst.  "In 1877 deden de Z.E.H. Kan. Désiré Van Malleghem en zijn zuster Clémence, een klooster en een school bouwen te Nukerke. De E.H. Pastoor  De Groote vroeg Zusters van Barmhartigheid om klooster en bewaarschool te bedienen. De eerste Zusters: Moeder Raphaël, Zr Felicitas en Zr Birgitta kwamen er den 8 Juli 1877 toe, en werden er aan de goede zorgen van de E.H.Pastoor toe vertrouwd, die aan de Zusters het aller nodigste bezorgde en ieder jaar 100 fr per Zuster aan het Moederhuis zou betalen. De Zusters van de bewaarschool kenden groten bijval: na 8 dagen waren er reeds 81 kinderen. In 1879 werd een jongensklas naast het klooster gebouwd, waar een onderwijzer fungeerde. Tijdens den schoolstrijd 1879-1884 stond het klooster twee lokalen af aan de school. In één dier klassen gaf Zr Reinilde, later Algemene Overste, het onderricht. In 1884 worden Lagere- en Bewaarschool aangenomen. Het leven der school heeft nu een normaal verloop: uitbreiding en verbetering naarmate de schoolbevolking toeneemt of de eisen der hygiëne en gerieflijkheid zich deden gelden. Mei 1940 bracht over 't klooster de grote beroerte. Reeds den 12 Mei kwamen de eerste vluchtelingen. De scholen werden ontruimd en ingericht als nachtverblijf. Den 20 Mei waren de Duitsers daar. Ze vertrokken slechts op 1 juni. Gauw werd echter alles in orde gebracht. Verder verliep alles rustig."

Op het doodprentje van D.-A. Van Malleghem lezen we de hoogtepunten in zijn leven. 

Bid voor de ziel van den Zeer Eerw. Heer Desiderius-Augustinus Van Malleghem

te Nukerke geboren                 14 Januari 1831

In het Seminarie getreden         1 Oktober 1853

Priester gewijd teGent             20 December 1856

Onderpastoor te Pamele         22 December 1857

Coadjutor van den Z.E.H.Verduyn in S. Nicolaas te Gent 3 Januari 1859

Onderpastoor in S. Nicolaas Gent           24 Mei 1869

Algemeene Bestuurder der Zusters Franciscanersen van Gent 19 Januari 1871

Eerekanunnik van Sint Baafs                   25 Juli 1877

Dekanale schoolopziener                          22 September 1879

Titulaire Kanunnik                                     16 Juli 1888

Godvruchtig in den Heer ontslapen te Gent 29 Januari 1890

Opmerking: we stellen vast dat deze priester op het moment van het hoogtepunt in de schoolstrijd schoolopziener werd op een moment dat het katholiek onderwijs werd opgericht en de bouw werd begonnen van duizenden katholieke dorpsscholen. 

Uit het Kerkarchief. “Proces van Joannes Van Leynseele pastor van Nukerke tegen Pieter Van Mallegem, Gilles Willequet en C.I. Vander Eecken (verweerders 1729-1730)

“Proces van Charles, graaf van Lalaing (eiser) tegen Constantium Vanden Wege, deservitor in Nukerke voor zijn tiendenpachter Augustijn Van Mallegem, verweerder. (1760-1761) 

“Proces van Joannes Van Leynseele pastor van Nukerke tegen Pieter Van Mallegem, Gilles Willequet en C.I. Vander Eecken (verweerders 1729-1730)

“Proces van Charles, graaf van Lalaing (eiser) tegen Constantium Vanden Wege, deservitor in Nukerke voor zijn tiendenpachter Augustijn Van Mallegem, verweerder. (1760-1761)

1773: ”Akte van meting van het landschoof te Nukerke bestaande uit de 7de schoof op ca 20 dagwanden land, en terhandstelling van een nieuw gebruikboek aan Pieter Van Malleghem, pachter.”


Palend aan de Zakstraat ligt de "Dekenije", (naam gebruikt in de volksmond). Zo duidde het volk vroeger de goederen van het kapittel aan. Hier in Nukerke bedoelde men de landerijen van de familie Van Malleghem wiens  zoon dekanale opziener werd.

Op de site Genealogie vonden we volgende leden van de familie Van Malleghem:

François Van Malleghem (1706-1773)

Joanna Van Malleghem (1633-1721)

Joannes augustus van Malleghem (1784-  )

Maria Anna Van Malleghem (1621-1660)

Marie – Thérèse van Malleghem (1716-1754)

Petronelle van Malleghem (1667-  )

Pierre Augustin Van Malleghem gehuwd met Angèle Debisschop (1748-1791)

Victor – FranciesVan Malleghem (1827-   )

Walburgae Van Malleghem(1624-1706)

 

Ook in Etikhove komt in de 17de, 18de en 19de eeuw deze familienaam voor.

Overachterkleinzoon (P.C.) van Petrus Augustus Van Malleghem liet weten dat Petrus Augustus Van Malleghem molenaar was te Nukerke (molen Ter Gheynst door een storm vernietigd in 1942, gelegen op de kruising van de Pontstraat en de Boulaertstraat rechtover de kapel.); zijn zoon Victor was geneesheer en een tijdlang burgemeester van Nukerke.

Andere gegevens

Het Clausenhof. De boerderij op de hoek van de Holandstraet en de Mellinckstaert was eigendom van de familie Jan-Augustijn Vandeputte en van Marie-Thérèse Claus daar werd Marie-Mathilde geboren.

Vandeputte Pieter Augustijn landbouwer, 44 jaar (echtgenot van Virginie Rullens) komt aangifte doen van de geboorte  op 18 november 1849 van Marie Philomena Amenaïde ten gehugte Hoolandstraat

Vandeputte Marie-Therèse, Barbara, Ida werd geboren op 21 januari 1854 als dochter van Augustijn gehucht Hoolandstraat

Vandeputte Joseph, Henri, Antoine, Vincentius werd geboren op2 februari 1856 gehucht Hoolandstraat. Pieter Josephus Vandenputte werd geboren op 12 juli 1847 als zoon van Fredericus, houtzager, en van Adecca Theresia Bruneel, huisvrouw en spinster, beide op dat ogenblik 26 jaar en wonende ten gehuchte Hul in Nukerke. Zo te zien ging de verfransing zo ver dat men zelfs de voornaam wijzigde in Pierre.

Anekdote

Zo rond de jaren '40 (1940) woonde naast de parochiezaal ene ”Pierke sister” samen met zijn blinde vrouw Clemence. Pierke verkocht petrol, in de volksmond “sister”. Zijn vrouwtje was klein van getstalte en heel slechtziend. Bij de ondertrouw vroeg paster Dutordoir hem op de man af of hij wel aan zijn dagelijks brood zou komen denkend dat hij moeilijk aan de kost zou komen met datgene wat hij  maar verdiende. Zo ging dat: “Pierke zijde gij zeker dade gulder aan ulder brood gaat kunnen komen nu ge met tweeën zijt?” “Och”, zei Pierke “’k zal er voor zorgen dat het niet te hoog ligt en dat het op de onderste plank ligt!”. Sister was dus in de volksmond de benaming voor petrol. Carbure (calciumcarbide) werd toen nog gebruikt voor lantaarnverlichting op de fiets en sister werd gebruikt in een quinqué voor de kamerverlichting en in een stallantaarn. Kwam het gebruik van het woord “sister” van de “Seven Sisters” ? Dat was tot de jaren '70  de naam van een olieconsortium.

 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

34. Het kerkje te Zulzeke

      Kerkje van Zulzeke (tekening in opbouw)

Zulzeke is een kleine deelgemeente van Kluisbergen met een oppervlakte van 562 ha en 627 inwoners in 1970. De landelijke dorpsplaats bezit sinds 1841 een gezellige taverne In 't Oud Gemeentehuis . Het is de laatste van de vier herbergen die er waren tot de jaren 80. Verder is de mooie St-Janskerk een bezoekje waard. Het is een driebeukige hallenkerk met oude vierkante westentoren met hardstenen onderbouw. Het voorkomen van de kerk is 18de eeuws maar er zijn talrijke oude sporen. De kerk, het omringend kerkhof en de kerkhofmuur zijn beschermd als monument en als landschap (K.B. van 29 oktober 1975). Aan de inkom van het kerkhof is er links een stenen wachthuisje. De binnendecoratie is 17de en 18de eeuws met toch nog een zuideraltaar in de renaissance stijl (ca 1600). Het hoofdaltaar is 18de eeuws. Boven het altaar prijkt het schilderij "Jezus verschijnt aan Maria-Magdalena" (Vlaamse school, einde 17de eeuw).

De pastorij, aan de noordzijde van de kerk, is in 2007 verkocht aan een particulier

De inwoners van Zulzeke en Nukerke leefden vroeger nauw verbonden met elkaar. Men zocht er al eens zijn partner en beide gemeenschappen namen deel aan elkaars feesten. Zo kende de jaarlijkse geitenkeuring op de laatste zondag van september een echte volkstoeloop. De ommegang van Zulzeke heeft plaats de laatste zondag van april. En met Sint-Jan kon het al eens regenen en viel het feest dikwijls in 't water. Voor onze ouders was dat "kermis te plas". Tijdens die kermis had de "koerse" plaats, een plaatselijke wielerwedstrijd waarvan Roger Blancquaert de inrichter was.

Veel inwoners van Zulzeke sloten aan bij het verenigingsleven van Nukerke. We denken hier aan BGG, het Werk van den akker, het Davidsfonds. Niet te verwonderen dat bij de fusie van de gemeenten in 1976 men plannen had om het deel van Nukerke ten westen van de Rijksweg bij Kluisbergen aan te sluiten. De Ommegang gaat door op de laatste zondag van april. Dan was er vroeger de jaarlijkse koers. De kermis (ter plas) heeft plaats op de laatste zondag van september met een geiten- en schapenkeuring tot de jaren ’80 onder de leiding van Valère Mores toen directeur van de lagere school van het college te Ronse.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

35.Pastorie te Nukerke

De pastorie uit de tijd toen het gebouw nog gezag en eerbied uitstraalde bewoond door een parochiale herder die instond voor de christelijke opvoeding van de gemeenschap. De tijd dat menig gezagdrager of hoogwaardigheidsbekleder hier zijn voeten onder de tafel mocht zetten dateert al uit vorige eeuw. De talrijke dorpelingen die hier destijds over de vloer kwamen kunnen getuigen hoe mooi het interieur was. In 1901 werd de aanvraag voor de bouw van deze pastorie ingediend. De bouw werd gerealiseerd in 1903- 1904 door het gemeentebestuur. Later werden er nog bijgebouwtjes aan toegevoegd.
Beste lezer, kom toch even mee binnen in dat eens zo prachtig gebouw. De hoge voordeur geeft toegang tot een brede gang. Halverwege  sluit een mooie dubbele deur, met prachtig gekleurd brandglas, het privégedeelte af.  Rechts kom je de spreekkamer binnen. Een plaats waar menigeen zijn zijn/haar hartje kwam luchten. Van hier geeft een dubbele deur  de hoge bezoeker toegang tot de grote ontvangstkamer, bemeubeld met een eetkamer en een lederen salon, waar bisschop en deken meermaals de voeten onder tafel staken. De andere helft van de woning bestaat uit de keuken en de werkkamer, gescheiden door een gang. Naast de keuken is er nog een klein schotelhuis met twee roodglanzende koperen handpompen op de blauwstenen pompsteen. Een mooie sierlijke trap brengt ons naar de eerste verdieping met 6 slaapkamers en een kleine badkamer. Bijzonder aan de slaapkamer van de pastoor is het smeedijzeren hek dat de slaapkamer van de pastoor afsluit van de rest van de woning. De ramen van deze slaapkamer zien bovendien voorzien van stevige tralies. Geen enkel onverlaat kan hier de pastoor overvallen. Naast de grote slaapkamer is de kamer waar eertijds de kapelaan sliep. Tussen de 2 slaapkamers achteraan is er een lokaalje dat dienst doet als archief. Buiten, aan de oostkant van het gebouw bevinden zich 2 w.c.’s en het washuis. Aan de westkant was er een kolenhok, maar tijdens de periode van pastoor Van Poucke werd een mini-chauffage geïnstalleerd. Achter de pastorie ligt een grote tuin met boomgaard. Het keukenwater werd sinds jaar en dag aangevoerd vanuit een steenput onder het oude gemeentehuis. In de jaren 60 werd die put echte vervuild met smeerolie. Vanaf dan werd de watertoevoer voorzien vanaf het kindertehuis waar een heel diepe steenput was. Pas vanaf 1975 kreeg de pastorie leidingswater toen Nukerke aansloot op de watervoorziening van het TMVW. In 1963, ten tijde van pastoor Van Pouck de Knyf werd een deel van de kelder omgevormd tot garage. Sinds het vrijkomen van de pastorie logeert het OCMW van Maarkedal er asielzoekers. Dit eertijds zeer eerbiedwaardig huis werd gedegradeerd tot asielhuis bewoond door  mensen waarvan sommigen een godsdienst beleiden die sinds mensenheugenis haaks staat op het christelijk geloof zoals dat eeuwenlang door onze dorpsherders werd verkondigd. Hoe een dubbeltje rollen kan…. Een eeuwenlange traditie ging verloren. Is de pastoor definitief weg ? 
Vanaf 2014 werd het logeren van asielzoekers afgebouwd wegens te kostelijk. Ondertussen was het gebouw binnenin “volledig afgeleefd”.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

72. Huisje langs de Weitstraat

Huisje van Jan Hantson Weytstraat 16

Woonst van de landman die werkte op boerderij in de onmiddellijke omgeving. Dit huisje maakte vroeger deel uit van een tweewoonst – een deel is afgebroken voor nieuwbouw - en was eigendom van Louis Lemarcq en Blanche. Ivo Van Maelsaeke heeft er nog in gewoond en nadien Joseph Van Coppenolle- Elvina Willems.. Nadien kocht Richard Hantson en Romanie Waneyn de tweewoonst. Zo één huisje bestond uit een woonkamer met Leuvense stoof, een buffet, tafel en enkele stoelen. Verder waren er twee slaapkamertjes en een schotelhuis. De deuren van de vertrekken kwamen uit in de woonkamer. In de balk van het afgebroken huisje stond 1760.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

71. In de sterre

Tekening van de taverne “In de Sterre”.

Begin de jaren 1900 was het zo’n beetje overal café. Kijk in ‘t Zeitje waren er op de drie huizen drie estaminets. Op de Pontstraat waren er twee cafés naast elkaar; “In ’t Voske” en “In de Sterre” bij Marie “Schoenies”. Ja want daar maakten ze schoenen. Hypoliet Van Overtveld was daar schoenlaper. Deze site staat op een oude stafkaart aangeduid als “Cabaret In de Sterre”. Een “Cabaret” is volgens een oude “Petit Larousse illustré” “un lieu où l’on boit, où l’on achète des boissons spiritueuses au détail”. Toen we klein waren hield Marie een kruidenierszaakje open. Het winkeltje was links van de voordeur. Rechts bij het binnen komen was er vroeger een grote gelagzaal. De huidige schuur was in oorsprong de smidse van de toenmalige bewoner, Hippoliet Van Lancker (° 1867), die hoefsmid was. De taverne én de hoefsmederij lagen langs de de Capellestraat  met het drukke verkeer van de vele volgeladen wagens op weg van en naar het station in Etikhove. De voerders vervoerden steenkolen, meststoffen, bouwmaterialen, suikerbieten, aardappelen, meel en graan …

Aan de andere kant van de kerkwegel stond dus de herberg “In ’t Voske” bij Theofiel Holderbeek, in de volksmond “bij klôten fielie.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

69. Maurice Schoorens

Schoorens Maurice geboren op het Heidje 18 te Nukerke op 27 juli 1938. Liep lagere school te Nukerke tot het 5de leerjaar. Het 6de leerjaar volgde hij in het Sint-Antoniuscollege te Ronse. Het jaar daarop startte hij in de afdeling Grieks-Latijn. Na zijn humaniora volgde hij de priesteropleiding in het seminarie te Gent. Hij kreeg zijn wijding in 1963. Op 13 januari 1965 werd hij onderpastoor in Oostwinkel. De volgende parochies waren Gentbrugge en Sint-Martinus in Ronse. Van 20 september1986  tot  1 maart 1996 was hij in Aalst pastoor van de Sint-Paulusparochie. Op 23 april 1996 werd hij pastoor in Kluisbergen. Daar droeg hij zijn laatste mis op, nam deel aan een jeugdfuif en kreeg een “Pluim”. Dit alles op 31 augustus 2013. Maurice was 75, ging op rust en  verhuisde van Kwaremont naar  de directeurswoning van de home Sint-Leonardus in Louise-Marie. Zijn dagen vult hij nu met bezoeken aan de bewoners  van de rustoorden in Nukerke en Louise-Marie. Bij de sluiting van Sint-Leonardus nam Maurice zijn intrek in een instituut in Oostakker.

Sinds 2021 verbleef hij in het WZC De Samaritaan in Nukerke. Hij overleed in het AZ Glorieux te Ronse op vrijdag 23 december 2022. 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

55. De Paepscheure in Zulzeke

In “De molens van het arrondissement Oudenaarde” door J. Vandeputte lezen we: “De Kuitholbeek, die op de westelijke flank van de Kruissens ontspringt, krijgt verder de naam Meulebeek, vormt de grens tussen Nukerke en Zulzeke en brengt, aan de eerste grote hoeve die ze aandoet, het grote molenrad in beweging van de molen Paepschuere (of Paepschure, Paepschuere of Raapschure).We weten dat bij telling in 1577ook hier een watermolen was: Hercules sz Coninck houdt in pachte van mejoncvrouwe We van Jacques van Ghersdale, eenen watermeulen voor de somme van 60P.pars. De site werd vroeger Meuleveld genoemd.”

In onze kinderjaren leerden wij dat de watermolen op de boerderij van Fons Ronse stond. Een pad liep toen vanaf de Steenweg in Nukerke dwars door de Donderput naar beneden en liep verder over het erf van de boerderij.

De site is beschermd sinds 13 november 2003.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

48.Goet ten Broecke met watermolen

Watermolen behorend tot het "Goet Ten Broecke" te Kluisbergen, in de deelgemeente Zulzeke, buurgemeente van Nukerke. De molen draagt de datum 1870. Dit jaartal wijst enkel op een herstelling want de oorspronkelijke molen moet veel ouder zijn.

Uittreksel uit het Ministerieel Besluit van 14 juli 2004 :
Wordt beschermd, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten.

De artistieke, historische en industrieelarcheologische waarde van de hoeve genaamd "Ten Broecke" met inbegrip van het erf met toegangspoortje , de oude molenvijver, het aanpalend deel van de Molenbeek met oevers en flankerende bomenrij, de aangrenzende gekasseide toegangsweg met twee bruggen, het watermolenhuis met strekdam, woelkom, drie bijhorende linden en het sluiswerk met uitsluiting van de recente bedrijfsgebouwen) gelegen Kapoenstraat 18 te Kluisbergen (Zulzeke)

De grote hoeve "Ten Broecke" is als site met walgrachten een voormalig foncier (hoeve) van de gelijknamige heerlijkheid, die minstens opklimt tot het derde kwart van de 16de eeuw, cultuurhistorisch een belangrijke getuige voor de landelijke bewoningsgeschiedenis in de regio. Expliciete materiële resten van deze historische oorsprong zijn onder meer de terp en oude overwelfde kelders waarop in 1729 de kern van de hudige woning werd opgericht, het toegangspoortje ter hoogte van de oude toegang, de omgrachting gevormd door het deel van de Molenbeek met zijn twee gemetste bruggen en de aanpalende oude spaarvijver.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

47. Goet ten Broecke

       De grote hoeve "Ten Broecke" is als site met walgrachten en voormalig foncier van de gelijknamige heerlijkheid, die minstens opklimt tot het derde kwart van de 16de eeuw, cultuurhistorisch een belangwekkende getuige voor de landelijke bewoningsgeschiedenis in de regio. (Ministerieel Besluit 14-07-2004). De woning werd in 1911 voorzien van een pannendak. Zie De Dorpskrant van Kluisbergen van mei 1978. "Oude hoeven in Kluisbergen door Gies Cosijns."

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

46. Boerderij van oud-burgemeester Francis Vander Eecken.

Potloodtekening van wat overblijft van de vroegere hofstede van Francis Vander Eecken. Deze werd in Ronse geboren in 1847.  In Nukerke baatte hij de hoeve uit beneden de Diericskstraet. Hij was gehuwd met Melanie Vanderdonckt. Ze hadden samen 7 dochters en 1 zoon Laurent. Zo kwam Francis op de burgerlijke stand, in de leeftijd van 49 jaar, de geboorte melden van zijn dochter Celesta Adolphine geboren op 31 mei 1896. 
Francis was gedurende 30 jaar burgemeester van Nukerke. Naar we vernamen kreeg hij een eerbewijs voor bewezen diensten van koning Leopold II. In de woonplaats van deze hoeve droeg een houten balk  het jaartal 1764. Deze balk werd bij verbouwing van de vorige boerenwoning opnieuw gebruikt. Bij onderzoek bleek immers dat de balk veel ouder scheen te zijn dan het metselwerk van de voorgevel.

Deze hoeve staat beschreven als "bakstenen hoeve met min of meer U-vormige aanleg, thans onbewoond (2011). Lang Z-O georiënteerd boerenhuis van 10 trav. Onder pannen schilddak en loodrecht zadeldak ter hoogte van één travel.; naar verluidt binnenin balk met jaartal 1870 doch teruggaand op oudere hoeve. Per twee gegroepeerde getoogde vensters met hardstenen lekdorpel in de voorgevel. Twee rechthoekige voordeuren in gesinterde bakstenen omlijsting met oren en gestrekt druiplijstje; gelijksoortige achterdeur." (Onroerend erfgoed)

De burgerlijke stand vermeldt ook ene "Vander Eecken Charles, Henri,  August, Francis zonder beroep en alhier geboren den 10de oktober  1889 ten gehuchte Dierixkstraat is overleden in 1905".

De enige zoon Laurent is in juli 1924 verongelukt aan de onbewaakte spooroverweg  op de Mellinckstraat. Hij was op weg naar de molen Van Malleghem, in Etikhove, met een volle wagen koren. Wagen, paarden en voerman, allen waren op slag dood toen het span door een trein werd gegrepen. Laurent liet zijn vrouw, Leonie Van Oosthuyze achter met een kindje van elf maanden. Uit haar tweede huwelijk met Waelkens Maurice werden nog drie kinderen geboren. De oudste zoon André heeft het landbouwbedrijf verder gezet. De gesloten hoeve had een strodak dat in 1930 vervangen werd door pannen. Eerst kwam de woning aan de beurt. Pas jaren later werden de schuur en de stallingen ook vernieuwd. Volgens André heeft zijn vader die karwei zelf geklaard.

In 1993 stopte André Waelkens en zijn vrouw alle landbouwactiviteiten op de hoeve. Deze werd verkocht in 1995 en kwam nadien zeer snel in verval. Deze tekening geeft een beeld van de toestand eind 2011.

De burgemeester komt aangifte doen van een overlijden.

"In het jaar 1905 komt Francis Vander Eecken, burgemeester, oud acht en vijftig jaren en Laurant Blommaert gemeentesecretaris oud zeven en veertig jaren aangifte doen van een overlijden ten gehuchte Dierixkstraat overleden is Vander Eecken Charles- Henri-Angele-Francis zonder beroep en alhier geboren den tienden October achttien honderd negen en tachtig ".

 

Iets hogerop, in de bocht, stond toen nog een hoeve, eigendom van Blommaert uit Etikhove, maar bewoond door de familie Dekeyser. Deze hoeve brandde een paar keer volledig uit. Zo'n oude hoeve met veel hout en stro was een gretige prooi voor een vuurtje en blussen was onbegonnen werk. Een telefoon en de brandweer kende men hier nog niet. Bij de eerste brand in de jaren dertig kregen de bewoners van het afgebrand hof onderdak in de boerderij van Waelkens Maurice. Ondertussen werd boven de woning een hele hoop stro getast zodat het gezin er terug zijn intrek kon nemen. Sinds die gebeurtenis kreeg de hoeve de naam "'t verbrand hof". Lang bleef deze hoeve niet meer bewoond en verviel in puin. Toch maar een akelig boeltje voor kinderen die daar voorbij kwamen en des te meer was het benauwend toen zich in de jaren 50 een zekere V. er zich verhing. Monske Rousseau gebruikte er nog enkele jaren een gebouwtje als schuur. Rond de jaren 70 werd het boeltje opgeruimd en het erf werd een akker.
Enkele berichten:
 
Maria Celesta Adolphine is geboren op 31 mei 1896 om negen uur 's avonds, dochter van Francies Vander Eecken oud 49 jaar en landbouwer en geboren te Ronse maar alhier wonende ten gehucht Dierixstraat te Nukerke en tevens dochter van Melanie Vanderdonckt  44 jaar geboren te Nukerke en van beroep huishoudster.

Overlijden." In 1905 is overleden Vander Eecken Charles, Henri,  August, Francies zonder beroep en alhier geboren den 10de oktober  1889 ten gehuchte Dierixkstraat."

Over de Dieriksstraat. "Dierick komt in 1396 voor als pseudoniem voor Leene Diederijxs. Diederik is een tweestammige Germaanse naam en betekent "zoveel als machtig onder het volk"."

 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Burgemeester André Hubeau

Potloodtekening 30/40

Joseph, André Hubeau geboren in een landbouwersgezin te Nukerke op 21 maart 1910 en godvruchtig overleden te Ronse op 19 februari 1995.

André had het voorrecht dat hij van zijn ouders mocht verder studeren ook al was hij de enige zoon op het erf naast een zus. Hij was zo’n flinke student dat hij volgende academische graden behaalde: Licentiaat in handelswetenschappen, financiële, consulaire en koloniale wetenschappen. Licentiaat in politieke- en sociale wetenschappen. Hij ging prat op zijn vorming maar liet dat niet openlijk blijken. Ook relativeerde hij zijn resem academische graden. Hij vertelde dat in zijn studietijd sommige van die graden werden bekomen mits het slagen in een paar bijkomende examens. Tijdens zijn jonge jaren stond André in het bevolkingsregister ingeschreven als landbouwhelper.

André werd reserveofficier en werd gemobiliseerd in 1940. Hij was er compagniecommandant.

In de jaren 60 tot 80 hadden zijn vrienden, uit zijn studententijd in Leuven, belangrijke ministeriële posten in de toenmalige Belgische regeringen.

André was burgemeester van Nukerke van 1953 tot en met 1976 in opvolging van Richard Deschaumes en 

burgemeester van Maarkedal van 1977 tot en met 1983

Verder was hij oud-strijder en krijgsgevangene tijdens de oorlog 1940-1945?

Lees ook zijn oorlogsverhaal.

 


Verhaal van André Hubeau

 

Op 15 maart 1984 vertelde André Hubeau zijn oorlogsbelevenissen aan de schooljeugd.

André Hubeau  werd te Nukerke geboren op 21 maart 1910. Tot voor enkele maanden was hij nog burgemeester van de gemeente Maarkedal en wordt door iedereen nog aangesproken met “burgemeester”. Hij is nu 74 jaar oud en woont nog steeds langs de Weitstraat in zijn grote hoeve, die ondertussen een rust uitstraalt na een eeuwenlange activiteit..

 

“Tijdens mijn legerdienst volgde ik de opleiding van reserveofficier bij de infanterie. Op 21 september 1939 werd ik gemobiliseerd als jonge luitenant bij het 24 Linieregiment. (Daarop stapte hij naar de schone plaats, opende de deur van een mooie, grote antieke kleerkast en haalde  trots  zijn uniform van officier te voorschijn. Op de kapstok hing tevens zijn officiersmutsje. Op de vest prijkten drie gouden sterren, de graad van kapitein. Nu terug naar het verhaal.)

Tijdens de mobilisatieperiode werden veel alarmoefeningen gehouden om de stellingen te leren bezetten in de kortst mogelijke tijd. Iedereen wist trouwens dat er oorlog dreigde met ons buurland Duitsland.

In de vroege morgen van 10 mei 1940 was er voor de zoveelste keer alarm. Mijn ordonance schudde mij wakker en riep: “Luitenant , luitenant ’t is alarm, maar nu is het serieus!”  Vliegensvlug werden de soldaten van  mijn peloton gewekt en zoals ze getraind waren kleedden ze zich vlug aan, namen de gevulde ransel, gasmasker en wapen en trokken naar de ingeoefende stelling. Mijn peloton bezette een stelling van mitrailleurs in verschillende tuinen in Hasselt. Reeds van bij zonsopgang maakten wij kennis met de oorlog want Duitse vliegtuigen vlogen over onze hoofden. Bommenwerpers waren op weg om vliegvelden aan te vallen en kruispunten te bombarderen, kwestie van paniek te zaaien onder de angstige burgers. Ons afweergeschut was echter ontoereikend want de vliegers vlogen op een hoogte van 8000 m. Die dag vielen reeds veel slachtoffers, ook onder de burgerbevolking. Duizenden vluchtelingen trokken over het Albertkanaal uit vrees voor de gruwelen. Velen zullen die 10de mei 1940 nooit vergeten. Tegen de avond dan verschenen de eerste Duitse troepen aan de oever van het kanaal. Onze Belgische mitrailleurs vuurden wel uit volle kracht maar algauw ondervonden wij de grote overmacht van de Duitse troepen die voortdurend hun tankgranaten op onze stellingen afvuurden. Ondertussen dynamiteerden Belgisch genietroepen enkele bruggen over het Albertkanaal. Ik had wel de opdracht gekregen om zo lang mogelijk stand te houden  Maar,… na vier dagen moesten wij echter de verdediging afbreken.  De Duitsers waren reeds doorgestoten tot voorbij Sint-Truiden. We moesten achteruit want de Duitsers waren van plan de tactiek van omsingeling uit te voeren. Daardoor zouden wij ingesloten worden en zouden zo hopeloos verloren zijn. Mijn peloton vertrok dan richting Loksbergen waar wij de mitrailleurs tegen vijandelijke vliegtuigen opstelden. Daar hielden wij nog een paar dagen stand... Ten slotte zijn wij voor de overmacht moeten wijken en trokken met onze mobiele mitrailleurposten, getrokken door boerenpaarden, naar Leuven. Dat was een lastige voettocht. Tijdens een van de veldtochten legden wij tot 72 km af in 24 uur. Ons regiment  verhuisde van Leuven via Temse naar Sint-Niklaas. Het was toen reeds de 18de mei. In Sint-Nilklaas gingen we de trein op en reden naar Gent. Hier heb ik ook wat geluk gehad want de trein na ons werd te Lokeren door Duitse eskaders aangevallen. Daar vielen vele slachtoffers.

In Gent kreeg ik bevel van hogerhand om mijn luchtafweergeschut in het Gentse stadscentrum op te stellen, maar na een paar dagen was de opdracht daar geëindigd en vertrokken wij via de Pinte naar Tielt , Roeselare en Kortrijk. Daar aan de Leie betrokken wij een nieuwe stelling. Maar de Duitse aanval hield niet op en meermaals werden grote bressen in onze verdedigingslijn geslagen. Op 27 mei 1940 had de grote “slag aan de Leie” plaats. Onze reservetroepen werden ingezet. Maar vruchteloos ! Groepen Belgische soldaten werden ingesloten, anderen werden tot overgave gedwongen en velen lieten er het leven bij. We werden tot overgave gedwongen. Ook ik liet een witte doek aan een loop van een geweer knopen om boven de loopgrachten te steken. Teken van onverzettelijke overgave. Daarop werd ik met mijn manschappen krijgsgevangen genomen. Alle militaire bezittingen  zoals gasmaskers, wapens, munitie en legerkaarten moesten worden afgegeven. Officieren werden gescheiden van de manschappen. Met een groep van een 40-tal officieren begonnen wij een voettocht naar Zwevegem en Moen. Nadien brachten Duitse vrachtwagens ons via Ronse en Brakel naar Ninove. Vandaar ging onze reis per trein, in goederenwagens, langs Gembloers, Namen en Maastricht. Enkele dagen later werden wij ondergebracht in een kamp in Soest (Duitsland). Dat krijgsgevangenleven  aldaar woog zwaar wegens de honger, de dorst en … de verveling want gevangen officieren mochten niet tewerk worden gesteld.

Eindelijk op 11 augustus 1940 mochten veel krijgsgevangenen, waar onder ik, naar huis. Via Antwerpen en Gent kwam ik in Oudenaarde aan. De laatste kilometers naar Nukerke legde ik per fiets af. Daar wachtte mij een blij verwelkomen!

Het werk op de boerderij kon beginnen, maar… helaas korte tijd nadien zouden de Duitsers onze paarden komen opeisen en moesten de velden wachten op betere tijden.”

 

André Hubeau , Nukerke 15 maart 1984.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

45. Veldkruis te Ronse

Potloodtekening
Dit veldkruis aan een zeer oude linde , in de volksmond "gekruiste God" genoemd,  zou dateren van 1876. Dit monument kan je vinden op het kruispunt van de Ninovestraat met de Oscar Delghuststraat. Dit mooi symbool van onze Westeuropese christelijke beschaving staat in Ronse onder zware druk. Gelukkiglijk in 2010 gerestaureerd door het Wittentakcomité. Volgens een krantenbericht waren verschillende mensen een tijdje ongerust omdat het kruis een tijdje verdwenen wa. Het kruis was in veilige handen voor restauratie. De Vlaamse Ardennen zijn rijk aan veldkapellen onder een vredige en lieflijke linde.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

44. Site met Meulen Ter Gheynst

Een reus wordt geveld.

"De hoeve met molen langs de Pontstraat.nr 62 was in de 19de eeuw eigendom van een familie Claus uit Etikhove maar werd aangekocht in 1900 door Emiel Devos, geboren te Melden in 1855, en Maria Slots, geboren in 1856. Marie Slots was zelfs van Duitse oorsprong; haar vader is  hier na de oorlog waarschijnlijk in België achter gebleven. Dit gezin telde 10 kinderen, 6 zonen en 4 dochters: Clara, Oscar, Modest, René, Achiel, Maria, Octavie, Josephine, Joseph, Georges. Het klokje op het dak van de boerenwoning werd 's middags geluid om het werkvolk te verwittigen dat het eten klaar was. Je moest een trapje op om aan een zeel te trekken. Josephine huwde met Richard Geenens. Maar 4 bleven jong en runden de boerderij tot aan de verkoop op 8 mei 1968 aan Désiré Heuvick. De jongste, Georges, is dan nog getrouwd en heeft een tijdje in de Zandberg, een café langs de Ommegangstraat, open gehouden. Op de boerderij werden 4 paarden gehouden. Daarvoor waren er twee "kartonks", nl. de broers René en Oscar. Ze hadden veel land in pacht, eigendom van de familie Van Malleghem. Die hadden "grauwelijk" veel land in eigendom. Daar waren ook twee dochters in dat gezin; Christiane en Irène. Christiane kwam jaarlijks de pacht ophalen. Ze reed toen reeds met een gemotoriseerde fiets met twee grote fietszakken. En ge moest dat zien! Bij haar vertrek zaten de fietszakken vol met appels, brood, noten en boter . De familie Van Malleghem bezat toen een hele grote woning in Gent.

Het was in de tijd vóór den oorlog de gewoonte dat de meisjes meer naar school gingen dan de jongens. Bovendien, de jongens gingen enkel "s winters naar school en bleven definitief thuis rond hun dertiende jaar. Meisjes die langer naar school gingen deden dat in de wezenschool te Ronse."

Vozen Deestie, een van de zonen die op de hoek Pontstraat-Steenweg woonde, zat wel eens met zijn riek achter wat bengels aan die rond zijn woning kwajongensstreken uithaalden. Met een  luide "sjakerdjie" joeg hij ze weg. Tja, 't was in de goeden ouden tijd dat je daar op de hoek van de Pontstraat in de staminee "In den appel" een fris biertje of een "fidoelke" kon drinken."

Een reus komt ten val.

"Het was het jaar 1942 denk ik. De school was pas begonnen. We zaten gezellig in de klas maar buiten blies een hevige wind. Al met eens hoorden we buiten een donderend lawaai en een hels gekraak en  dan een zware plof. Stilte! Verbazing! Paniek! Het moet van ginder boven komen! Alle kinderen vluchtten van schrik de klassen uit. De houten windmolen Ter Gheynst, in de volksmond "vôzen meulen" lag tegen de grond. Totaal vernield. Niet meer te herstellen. Een oud monument is voor altijd verdwenen. De terp met de vier teerlingvormige stenen hebben we nog vele jaren gezien."

Volgens de "Inventaris van het cultuurbezit in België" is deze boerenwoonst het voormalige molenaarshuis van de verdwenen houten korenmolen Ter Gheynst. Deze oude windmolensite stond reeds vermeld in 1571 en een toelating tot de bouw van een nieuwe molen op de oude molendam werd gegeven in 1690. Hij zou volgens betrouwbare bron vernield zijn door storm op 26 april 1943.

Het was reeds begin 1900 gebruikelijk dat de voorgevel  van de boerenhoven gekalkt werden. Zo was dat ook met deze hoeve. Het klokje op het dak is enigszins gewijzigd en de voorgevel is getekend met de blaffeturen zodat dit beeld het oorspronkelijke uitzicht weergeeft.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

42. Kapel van de Mere.

Kapel van de Mere

Feitelijk staat de kapel langs de Oude Heerweg. Deze O.-L.-Vrouwkapel zou opgericht zijn in 1868 door de familie De Bisschop. Deze grote bakstenen veldkapel met pannen gedekt, zo stond er tot 1970 een zelfde kapel op de hoek Pontstraat en Holandstraat, is toegewijd aan O.-L.-Vrouw van Lourdes. Tot de jaren 80 waren deze kapellen oorden van gebed en devotie tijdens processies en bedevaarten.
Dit olieschilderijtje is vermoedelijk geschilderd rond 1950 en is een werk van de amateurschilder Van Coppenolle die toen woonde in het Zeitje.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

41. De site rond het Waterkasteel

Een mooie legende over het Waterkasteel langs de Meulestraete Nukerke

Volgens een oud volksverhaal stond ooit in D’Aubeke een waterkasteel. Die benaming is afkomstig wegens het feit dat er rond die velden langs het beekje, meermaals dauw hing. In de oude atlas staat die plaats vermeld bij nr 114 als D’Aubeke en bij nr 115 als D’Aubeke pad. Volgens de kaart van 1777 bestond daar reeds een bijzondere systeem van waterhuishouding. Daar was de grond toen nog zeer drassig en blijkbaar was daar een heel actieve bron die zorgde voor veel bovengronds water. Dicht bij elkaar trof men er twee omwalde woningen aan die enkel toegankelijk waren langs een brug. Veel water werd aangevoerd door de Meulebeek met bronnen in Ten Hole en op de noordflanken van Turkeyen. De landerijen langs de beide oevers werden toen als drassig gebied ingekleurd. Op een kaart van 1851 staat een gebouw met twee vleugels omgeven door een brede wal. Het geheel werd aangeduid met “Water Kasteel ou ter Heerbrug Molen”. De Meulebeek liep onder de Meulestraete (Holandstraat) door. De oversteek gebeurde d.m.v. een houten brug.

Dat daar een kasteel stond is wellicht veel gezegd. Laat ons zeggen een statige stenen woning omgeven door water. De kleine Margaretha van Parma (een bastaardkind van Karel V) zou daar in haar kinderjaren zijn opgevoed. Soms kwam Karel V op bezoek. Vandaar dat één van de toegangswegen Keizerrei werd genoemd. Ook een paus van Rome zou daar zijn zoon hebben ondergebracht. De toegangsweg  die de paus volgde naar het waterkasteel werd later Pausweg genoemd. Deze aarden weg is het verlengde van de Letterstraat. Je had dus toegang tot het waterkasteel via de Pausweg (verlengde van de Letterstraat) en de Keizerrei. De naam D’ Aubeke wijst op de dauw die heel regelmatig boven de akkers hangt. Volgens het volksverhaal zou ook ’t Moleke en de omgeving deel uitgemaakt hebben van ’t Waterkasteel. Het is een feit dat op oude kaarten deze omgeving is aangeduid als drassig gebied. Recht tegenover de watermolen moet een schuur hebben gestaan, op palen. Op de plaats waar de familie De Rooze een paar generaties woonde. Al bemerkt dat het gelijkvloers van het oude woongedeelte een meter hoger ligt en onderkelderd is? Werd in die overwelfde kelder vroeger ook ijs opgeslagen en bewaard voor de zomertijd? Sommigen spreken hier van een ijsfabriekje, maar dat is veel gezegd. Hoe dan ook, het ijs van de vijver werd verzaagd en de ijsblokken werden tussen het stro bewaard. Daar waar het mogelijk was bouwde men de hoeve aan een beek want water was belangrijk.

 Er waren dus nog hoeven die een ijskelder bezaten. Dat was een ondergrondse kelder met dikke muren, onder de schuur, zonder vensters en met een toegangspoortje. Van buitenaf liep men door een gleuf die steeds dieper werd naar beneden. In oorsprong zou het ijs hier gebruikt worden om de melk te koelen. Er was trouwens een voorraad ijs tot een stuk in de zomer.

Wat nu nog rest van het 18de eeuws Waterkasteel is de westelijke vleugel van het oorspronkelijk gebouw met twee vleugels; een zuidelijke en een westelijke vleugel. Men zegt dat de eigenaar van dit kasteel met molen ook op de Steenbrug te Ronse een watermolen bezat.

 

Watermolen Heerbrug (Eerstbrugge), in de volksmond ‘ t Meuleke

De woning met café werd tot in de jaren 1970 open gehouden door Frans Verhellen en nadien door Annie Verhellen en Willy. Meuleken was tot midden de jaren 80 een gezellig dorpscafeetje. Die naam verwijst naar de vroegere graanwatermolen  die er was in ondergebracht aan de westelijke oever van de Meulebeek. Deze watermolen werd reeds in 1539 vermeld als watermolen ter Eertsbrugge” en behoorde tot het waterkasteel, een site met walgrachten, aan de overkant van de straat.  Een kroniek heeft het over de “muelne ende erve ter hertbrugghe” en de Ferrariskaart (1777) heeft het over het gehucht H Ter Brugen. Op de Vandermaelenkaart  (1851) staat deze site aangeduid als “Water Kasteel ou ter Heerbrug Moulin”. De maalinstallatie zou rond 1882 gewerkt hebben d.m.v. een stoommachine. Daartoe diende uitbreidingswerken te worden uitgevoerd. Rond 1900 werd aan de westgevel van het molengouw een deel bijgebouwd dat dienst deed als melkerij die werkte dankzij de stoominstallatie. De werking van de melkerij en de maalinstallatie  hield op in 1933. Daarop werd de maalderij en de melkerij beetje bij beetje ontmanteld en kreeg het gebouw de functie van woning. Bij Leontine kan je er meer overlezen want zij heeft als kind ’t meuleke en de melkerij nog in werking gezien.


Wat de volksmond zegt ! ’t Meuleke was een oude watermolen gelegen op de plaats waar de Molenbeek onder de Holandstraat duikt. Het waterrad en de maalinstallatie is kort na de tweede wereldoorlog in verval gekomen. Dat was ten tijde van Octaaf Norga. Recht tegenover het gebouwtje lag een grote vijver waarin het water werd opgehouden. Daar werd het water verzameld,afkomstig van de Meulebeek en van D’Aubeke, twee beken die hier vóór de vijver samenvloeien en overvloedig water aanvoeren. Het schof (schuif, schot) stond naast het molenaarshuis. De laatste sporen van de vijver verdwenen bij de heraanleg van de Holandstraat in de jaren 80. Aan de oostelijke gevel van het gebouw ziet men nog de sporen van het rad. Zo te zien moest het verval van het water tamelijk groot zijn geweest. Het westelijk gedeelte van ’ t Meuleke was melkerij. Dat is nog duidelijk te zien aan de binneninrichting. De vloer van de melkerij lag veel hoger dan de Holandstraat. Dat was natuurlijk gemakkelijk voor het lossen en laden van de melkkannen. Binnen leidde een trap van de woonkamer naar de melkerij. Ten tijde van Frans Verhellen werd de melkerij ingericht als winkeltje en later als woonkamer.

Een overlevering heeft het over een verhaal uit het jaar 1710. Toen zou een zekere Prins Filip, een Spaanse jonkheer, in Oudenaarde zijn goederen hebben verdeeld. In die periode kwamen er elfhonderd ha grond van Melden over naar Nukerke. Nukerke was toen op weg naar zijn zelfstandigheid. En wie waren de gelukkige eigenaars?  Wel volgens het verhaal gingen ongeveer 300 ha naar de familie Van Malleghem. Zo vertelde destijds Albert Atrop.

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed schrijft:

Voormalig café zogenaamd "t Meuleken", gelegen naast de Molenbeek. Enkel vermeldenswaardig omwille van de verdwenen watermolen "ter Eertsbrugge", te situeren in het rechtse deel van de alleenstaande huidige woning. In 1539 al melding van de "muelne en(de) erve ter hertbrugghe"; nog sprake van deze graanwatermolen onder andere in 1625 en 1629; ook melding ervan in landboek van Nukerke van 1768-1774. Graanwatermolen wellicht afhangende van de site met walgrachten aan de overzijde van de straat (zie nummer 12), op de Vandermaelenkaart (1851) aangeduid als "Water Kasteel ou ter Heerbrug Min" . Alleenstaand molengebouw in 1882 in geringe mate vergroot met plaatsing van een stoommachine. Aanbouw links in 1900 met stoommelkerij, na korte tijd reeds omgevormd tot woning (1907 volgens archiefgegevens van het kadaster). Graanwatermolen in werking tot 1933 en daaropvolgend ingelijfd bij de aanpalende woning. Tijdens XX c volledige uitbraak van de watermolen, woning met café tot in de jaren 1970; sindsdien nog gewijzigde bouw.

Voormalig café z.g. 't Meuleken", gelegen naast de Molenbeek. Enkel vermeldenswaardig omwille van de verdwenen watermolen "ter Eertsbrugge', te situeren in het r. deel van de alleenstaande huidige woning. In 1539 al melding van de "muelne en (de) erve ter hertbrugghe",nog sprake van deze graanwatermolen o.a. in 1625 en 1629; ook melding ervan...

De oude molensite werd in juni 2014 volledig - woonhuis, molenhuis, kelder...- afgebroken. Nu prijkt daar een nieuwbouw.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

40. Kapel de Rode Haan

Veldkapel Roden Haan aan Stampers in de Turkeyestraat.

We schrijven wel kapel want het gaat over meer dan een veldkapelletje. Dit bakstenen gebouwtje werd gebouwd in de tweede helft van de 19de eeuw op de hoek van de Wolfstraat en " Turkeyen".

Ontstaan van de kapel.

Vermeld in het Landboek van Nukerke van 1768. Op de kaart van 1777 was het gehucht Turkeyen nog niet bewoond noch vermeld. In 1832 werd in Turkeyen een begin gemaakt met het bouwen van de stallingen van de boerderij die zal gebouwd worden voor rekening van de familie De Temmerman. Nu Turkije nr 10. Daar is de huidige eigenaar Georges De Smet geboren op 29 april 1925. Huwde met Alix Callebaut en stierf in 2015. In oorsprong een mooi bakstenen hof met strooien dak. Een wijde en hoge toegangspoort geeft toegang tot de grote binnenkoer. De bakstenen werden ter plaatse gebakken, dat zie je nog aan de uitgraving in een van de hokken. Wat niet voorzien was gebeurde op een dag; de boer kwam te overlijden en de boerin bleef alleen achter. Om het werk te verrichten moest de hulp inroepen worden van mansvolk, zeg maar knechten. Maar de boerin moet nogal een gierige pin zijn geweest. De knechten werden niet goed behandeld, slecht gevoed en onderbetaald. Het waren sukkelaars. In de jaren achttienhonderd was het de gewoonte dat mensen hun ongenoegen bekend maakten. De ontevreden knechten klommen tijdens de vrije tijd in de bomen die ginds op de hoek stonden en begonnen te scharminkelen. Scharminkelen betekent letterlijk "met ketelmuziek iemand honen". De persoon die men hoonde was waarschijnlijk een scharminkel (hier de vrekkige boerin); een boze geest of een zeer mager mens of dier. Een scharminkel  betekent ook  spektakel of woelige wanorde, gedruis of geraas. Toen moeten daar op de hoek dus ook al bomen hebben gestaan aan een klein veldkapelletje. Zo’n actie bestond er in veel lawaai te maken met o.a. een oude hoorn, potten en ketels en een “klakkedjure”om de goegemeente op de hoogte te brengen van hun wantoestand. De boerin zat in de rats. Alles liep verkeerd op de binnenkoer. De paarden trokken zich los en waren moeilijk in bedwang te houden. De eigenares zocht hulp in het veldkapelletje ginds op de hoek. Ja, toen verzette het geloof nog bergen ! Ze ging dagelijks lauderen aan de veldkapel. In de volksmond in Nukerke betekent lauderen zoveel als bidden en lofprijzen.  Ze smeekte dagenlang Onze Lieve Heer :”Mijnheer en mijn God, wat moet ik doen om uit die ellende te geraken ? Help mij toch!”. Haar Heer en Meester antwoordde: ” Ga naar huis en geef uw werkvolk meer en beter eten!” Dat beloofde ze maar of de toestand verbeterde daar zijn we niet zo zeker van. Er hing wel nog onheil in de lucht. Op een dag stond de boerderij in licht laaie. Om die miserie nooit meer te moeten meemaken besliste de eigenares om deze huidige kapel te bouwen. En … zoals gebruikelijk zou een lindeboom de kapel behoeden tegen onheil. En een naam werd vlug gevonden. Blijkbaar kende men toen reeds het gezegde “De rode haan laten kraaien of de rode  haan op het dak zetten” wat wil zeggen een huis in brand steken. Iedereen sprak voortaan van de Kapel de Roden Haan. Een 60cm groot houten gepolychromeerde madonna met kind op de arm prijkte op het altaar en houten engeltjes in sculptuur hingen aan de muur. In de jaren 70 werd de voorkant van de kapel van nieuw metselwerk voorzien. Pastoor Regibo, toen pastoor te Zulzeke, eens op bezoek in de buurt in de jaren 50 vond het een prachtig en waardevol beeld. Maar het was zodanig door houtworm aangetast dat het dringend aan restauratie toe was. Een antiquair uit Horebeke, dat moet een zekere Van Schorisse zijn geweest,  kocht het toen op. Nu staat er een stenen beeld. Georges De Smet en Alix Callebaut zorgen al decennialang voor het onderhoud van de kapel. Rechtover de kapel staan twee huisjes. In een ervan, dat van op de hoek, was begin jaren 1900 bewoond door de 2 ongetrouwde zussen Van de Kerkhove, de jonge dochters Marie en Pauline. Marie werd zwanger en zette een zoon op de aarde. Die zoon is bruine pater geworden en heeft een groot deel van zijn leven in Belgisch Congo gemissioneerd. Eens op oudere kwam pater Van de Kerkhove wonen in het huisje van zijn moeder en sleet er zijn laatste dagen in gezelschap van zijn gezellin. Zus Pauline is tijdens den oorlog door haar eigen Groendaler doodgebeten. Ja, dat alles gebeurde “aan stampers”. Waar komt dat vandaan? Wel de arme stakkers hadden in de schrale negentiende eeuw geen geld om olie te kopen. Olie werd toen nog gebruikt voor de verlichting. Dus stampten die mensen het koolzaad tot olie d.m.v. een houten stamper en een stenen pot. Een karwei van lange duur.

Nog een verhaaltje. ’t Gebeurde al eens dat een jonge man zijn lief ging zoeken in een gemeente in de buurt. Dat  viel niet altijd in goede aarde en dat werd hem door beide kanten zelfs kwalijk genomen. De ene parochie liet verstaan dat die jonge man hun meisjes moest gerust laten en zijn eigen parochie vond dat die bewuste man in zijn omgeving moest op zoek gaan. Dus trof men maatregelen. De jonge man werd “op transveld gestoken”. “Ge werd daarvoor aangekeken.” Hij werd geplaagd en nageroepen. Men maakte hem het leven zuur. Ja, ’t was een harde tijd voor onze voorouders. Ook een Nukerke onderpastoor werd toen eens op transveld gezet. Op een keer kwam hij te voet van Ronse. Jonge gasten riepen hem na en gooiden zelfs met brokken aarde naar hem. Reden: hij had iets op zijn kerfstok wat niet betaamde voor een priester.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Meester Jan

Meester Jan, was oppermeester in de katholieke dorpsschool te Nukerke. Begin negentiende eeuw bepaalde hij mede de gang van zaken in Nukerke samen met de overijverige pastoor Dutordoir. Hun objectief was: de strijd tegen de "liberale, goddeloze" school langs de Pontstraat.

 -Maar er was ook nog de katholieke dorpsschool van Meester Jan Antoon Verlent beginjaren 1900. Hij woonde op de plaatse waar nu de woning staat van Aelvoet-Restiaens. Naar verluidt was "meester Jan" een geëerd figuur, streng en voortvarend. Hij was gehuwd met Irma Jooris

-Meester Jan was toen de oppermeester. Zuster-overste schreef al eens een briefje en ik moest dat berichtje tijdens de schooluren bij meester Jan brengen Hij woonde op de plaatse en was reeds op pensioen. Irma, zijn vrouw, kwam opendoen, en na een beleefde groet werd het berichtje afgegeven. En negen op tien, die dag kwam meester Jan nog naar school. Hij was een heel goede meester en had na zijn oppensioenstelling nog een grote verbondenheid met zijn school. Op een dag komt mijn moeder meester Jan tegen en deze zegt haar dat mijn broer Georges “ nen rappen” was. “Hij moet naar een andere school want hier kan hij niets meer bijleren. Laat hem naar Ronse gaan.” En zo geschiedde.

-Meester Jan die toen les gaf in de jongensschool kwam wekelijks de zaterdagvoormiddag naar de meisjesklassen om onze les te komen overhoren. Telkens hij kwam had hij een verrassing in petto. Op het eind van zijn bezoek had hij steeds een verrassing voor ons. Hij hield zijn twee vuisten voor zich.? In een ervan zat een cent. Een leerling die goede antwoorden had gegeven mocht raden in welke hand de cent stak.. Raadde die juist dat mocht het kind de cent aan het negertje geven, aan dat dankbaar knikkende kopje …

-Meester Jan, met zijn pince-nez was een streng man. Hij was bekend voor zijn uitspraak: "Vooruit gij ,ga van voren op den tree de knieën zitten gij lieleken chudas", en dat met een accent uit het West-Vlaamse Kallo.

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Bavo De Weer

Bavo De Weer was een vooraanstaande figuur en suisse in de kerk te Nukerke.
Op zijn doodprentje lezen wij: "Bid voor de ziel van Bavo De Weer Echtgnoot van Clemence Verplanken vereerd met de Herinneringsmedaille 1870-1871  geboren te Sulsique, den 4 Januari 1843 en godvruchtig overleden te Nukerke den 15 Maart 1921. Hij was lid van het Genootschap van den H. Franciscus-Xaverius"

In Nukerke woonde hij in het koeplekje op de hoek van de Pontstraat en de Potaarde. Hij was lid van het Genootschap van den H. Franciscus-Xaverius. Tot vóór zijn dood was hij suisse in de parochiekerk te Nukerke. “Heer, ik heb bemind den luister van Uw huis en de woonplaats Uwer glorie”, zo luidde de eerste zin op zijn doodprentje.

Bavo De Weer werd niet gespaard. Zijn zoon Oscar, geboren te Nukerke op 14 oktober 1886, sneuvelde als soldaat van het 1ste Linieregiment in de loopgrachten nabij Diksmuide op 6 juli 1915. Het stoffelijk overschot rust op ’t erepark nabij Diksmuide

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

67. Pastoor Paul Dutordoir

Paul Dutordoir werd geboren te Sint-Kruis-Brugge op 23 augustus 1861 en werd priester gewijd te Gent op 30 mei 1885. Hij was achtereenvolgens onderpastoor te Aspelaere (1885-1887), onderpastoor te Sint-Pieters-buiten Gent ((1887-1902), onderpastoor te Sint-Stephanus Gent (1902-1907), pastoor te Nukerke (1907-1931). Nadien werd hij Bestuurder van de Zusters der Visitatie te Mariakerke(Gent) van 29 september 1931 tot hij godvruchtig overleed op 16 februari 1946.
Op zijn "doodsbeeldeke" lezen we:"Wie den eerwaarden overledene van dichtbij heeft gekend weet dat hij, onder eene ietwat ruwe schors een gouden hart droeg, een gevoelige ziel. Zijne rechtschapen gemoed, zijn gulhartig karakter."

 -Pastoor Dutordoir had in het heetst van de schoolstrijd zelfs luid verkondigd dat hij nooit of ter nooit een voet zou zetten in de gemeenteschool en dat hij er zeker geen catechismusles zou onderrichten. Het gemeentebestuur nam dat niet. Arrmand Vandeputte en Henri Van Maelsaeke schreven een klachtbrief naar het bisdom. Enige tijd later moest de pastoor de parochie verlaten om directeur te worden in een klooster.

-Volgens Leontine Vandeputte speelde de pastoor Dutordoir (pastoor in Nukerke vanaf 1907) een beetje de rol van burgemeester tijdens de ambtsperiode van burgemeester T’Sjoen. Tijdens een bezoek van de pastoor aan Armand Vandeputte zou hij de pastoor geantwoord hebben:"Gij baas in de kerk en ik baas in de gemeente!" Ook toen werd er hier in Nukerke een plaatselijke schoolstrijd tegen een openbare school uitgevochten. De pastoor Dutordoir predikte tegen de liberale school. 

Nog een anekdote in verband met pastoor Dutrodoir.Dat deze parochieherder een heel bijzondere rol speelde in Nukerke weten we al.Zoals gebruikelijk ging hij regelmatig op klasbezoek in zijn parochieschool. Deze keer was het in de jongensschool. Om te weten te komen hoe graag hij wel gezien is vraagt hij aan de jongens : « Hawel, wat zeggen de mensen van hunne pastoor in Nukerke ? » De ene kijkt naar de andere tot daar een durvertje op de tweede bank zijn vinger opsteekt. Het was ene Devos vanop de Pontstraat en of het nu Achiel was of Joseph of Georges, dat doet er nu niet toe. Nieuwsgierig naar het antwoord zegt de pastoor : « Ja zeg het maar hoe ze me vinden ! » « Awel mijnheer pastoor de mensen zeggen dat hij hier niet rap genoeg kan wegzijn ! » Het verbaast de pastoor wel een beetje. « Ja dat zal wel niet iedereen zeggen ! » En hij droop af. Thuisgekomen vertelt de jongen zijn verhaal. Moeder Marie wreef haar handen schoon aan haar schort. Stroopte die uit, sprong op haar fiets en snelde naar de pastorie. Na het gebruikelijke aanbellen en het open van de deur verscheen daar de pastoor. « Dag mijnheer pastoor , ‘t is om te zeggen dat dat wat onzen kleinen heeft gezegd zéker niet bij ons thuis werd gezegd. Hij zal dat weeral ergens anders hebben opgeraapt. ! » Wat de pastoor daarop heeft geantwoord weten we niet.

 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Gemeenteschool: vorige schoolhoofden

Vorige schoolhoofden












Theofile Gilleman                              Fedor De Merlier                        Hedwig Vandenabeele
                                                        vanaf 1 mei 1931                         vanaf 1 september 1968
                                                                                                            tot 31 augustus 1994

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

76. Muurkapelletje

Muurkapelletje in de hoeve langs de Ommegangstraat nr. 68. (vroeger nr. 20)

De oorspronkelijke muurkapel is tijdens de renovatie van de hoeve in 2020 bewaard gebleven. De hoeve, gelegen op de hoek  van de Ommegangstraat  en Tenabeele in Nukerke, was tot de jaren 1960 bewoond door het gezin van  Florent Goeminne. Naast het runnen van zijn landbouwbedrijf had hij tevens een melkronde in de stad Ronse waar hij met paard en kar rondtrok om melk, boter en aardappelen aan de man te brengen. Eens op rust woonde hij aan de overzijde van de straat waar hij een woning liet bouwen. De familie Leopold Van Crombrugge-Vermeir nam de boerderij over en bewoonde die uit tot de jaren 2000.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Stanislas Deriemaeker, Vlaams organist en componist.

Stanislas Deriemaeker

Zoon van Joseph en Aimé werd in Nukerke geboren op dinsdag 26 januari 1932. Wie had gedacht dat in zo’n boeregat, zoals men Nukerke toen durfde noemen, een groot virtuoos het levenslicht zou zien.

Vader was koster in de parochiekerk rechtover zijn voordeur. Zijn muzikale opleiding kreeg Stanislas thuis en aan het Koninklijk Coservatorium in Gent waar hij eerste prijzen wegkaapte. In 1956 behaalde Stanislas het hoger diploma van orgel. Vanaf 1960 werd hij organist aan de Sint-Jozefskerk in Antwerpen. Ondertussen volgde hij opleidingen in het buitenland om dan organist te worden van de O.-L.-Vrouwkathedraal in Antwerpen. Hij gaf les aan muziekacademiën en in 1968 werd hij leraar orgel aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen. Hij doceerde tevens aan het Lemmensinstituut en aan de faculteit musicologie in Leuven. Hij had nog de tijd om honderden concerten te geven in binnen- en buitenland. Hij werd menigmaal lauriaat in de vele wedstrijden. In 1997 wenkte zijn opruststelling.

Sommige Nukerkenaren zullen Stanislas nog herinneren omdat zij, de collegemannen, gevraagd waren om bij hem thuis hun zangtalent te komen demonstreren. Dat  moet in de beginjaren 50 zijn geweest. Was het toen zijn bedoeling een knapenkoor te vormen ? Ik herinner mij niet dat er in die groep jongeren veel verborgen talent verscholen zat.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

100. Louise-Marie - A la concorde

Tekening 20/30

De taverne " A la Concorde" bij Jan Decubber, in de volksmond "bij Tiesten Jan", langs de Louise-Mariestraat (dorp) in Louise-Marie, begin 1900. Nu zou het daar "In de Eendracht" heten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

73. Hoevetje langs het Cabernhol

Tekening 20/30 van het oude hoevetje langs het Caberhnol. Tot in de jaren 70 bewoond door de familie Reynaert Gustaaf en zijn vrouw Maria De Groote.

Na 2010 ingericht als vakantiewoning Bellovisto.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

68. Maurice Wyckaert in Nukerke

Maurice Wyckaert geboren in Brussel op 15 november 1923 en overleden in Jette op 17 juli 1996 Kunstschilder. Op 5 juli 1963 (of was het 1962 tot 1964) in Nukerke komen wonen in Terbeke nr 17 Tijdens zijn Nukerkse periode “liet hij alle invloeden achter zich en ontwikkelde een eigenzinnige stijl. In die periode schilderde hij zijn bekende abstracte landschappen. Al in Italië had hij de kracht van de landschappen, badend in het mediterrane licht, ontdekt. In de Vlaamse Ardennen vond hij gezichten op bergruggen, landschappen versneden door akkers en bossen, eindeloze wolken. “ MMMV (’t Pallieterke) Maurice Wyckaert kreeg grote aandacht door de tentoonstelling in het KMSKB die liep tot maart 2019.

Het bijgaande werk lijkt wel een Nukerks landschap met "een eindeloos landschap versneden door akkers en bossen en eindeloze wolken." "De schilder heeft elk realistisch element weggehaald: het water van de beken kan rood zijn, de bomen niet meer dan vlekken."MMMV

In Nukerke woonde hij op de zuidflank van Nukerks bos, in het gehucht Terbeke. Het is tevens in deze woning dat Hugo Claus en zijn gezinnetje kwam wonen tijdens de verbouwingswerken aan zijn hoeve in de Tenhole.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Oude woning langs Steenweg

Oude woning, langs de Steenweg nr 80, van de familie Verscheuren in de volksmond bij "Bietozen Dieken", de vader van Valère Verscheuren. “Bietozen Dieken was de broer van “Bietozen klienen” die de herberg “In den beitel”, aan de overkant van de straat open hield.

Laatste bewoners waren Suzanne Verscheuren gehuwd met Victor Dekeyser. Deze oude buurt  was eertijds gekend voor zijn stroperij én de weddenschappen bij hanengevechten. In de 3 herbergen in de buurt, Den beitel, Het neerhof en bij Speelders (Speelderenzen zwarten) kwam de volksmens zijn geld verspelen aan weddenschappen. De woning is gedoemd om te verdwijnen bij de aanleg van een nieuwe Rijksweg.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Hoevetje van Merke Vanderbruggen

Potloodtekening van het verdwenen hoevetje van Omer Vanderbruggen.

In dit hoevetje woonde Omer Vanderbruggen (Nukerke 20/12/1903) met zijn vrouw Gabrielle Verkimpen. Omer, in de volksmond “Merke”, en zijn vrouw Gabrielle, baatten een koeplekje uit in het “Meetjesstraatje” nr 16 in Nukerke, nu Glorieuxstraat. Merke verdiende nog wat bij als schoenmaker. In zijn tuin had hij een struik calysiahout staan. Na het overlijden van Merke en zijn vrouw werd het huisje tijdelijk een jeugdheem. In de jaren 80 noemde het daar "Hof ter linden". De site verdween nadien om plaats te maken voor een nieuwbouw. De twee linden werden bewaard.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

55. De Nedermolen in Zulzeke

De Nedermolen langs de beek de Beiaard in Zulzeke in de Pladutsestraat. In oorsprong "Heerlijkheid Pladuytsche, enclave te Melden"

Deze olie- en korenwatermolen, reeds in 1574 vermeld, maakt deel uit van een landbouwsite bestaande uit een grote vierkantshoeve, de bovenslagmolen en het bijhorend bedrijfsgebouw. Einde 19de eeuw werd de wateraandrijving vervangen door een stoommachine (zie de hoge schouw). Halfweg de 20ste eeuw werd de molen buiten gebruik gesteld. Het grote molenrad van 3,20m kon gelijktijdig 3 molensteenkoppels aandrijven.

Deze site is reeds generaties eigendom van de familie Vanderdonckt. De laatste landbouwactiviteiten werden er verricht door Charles Vanderdonckt en kinderen. In het zulzeekse was dat " 't hof van koerô verdonk". De landbouwer werd oud en een opvolger ontbrak. Zodoende  werden alle activiteiten gestopt. De molen kwam langszaam in verval maar werd gelukkkig vanaf 2005 gerestaureerd. Ondertussen is de molen sinds 2003 een beschermd monument en de ganse site is beschermd dorpzicht.

De vierkantshoeve bestaat uit hele grote schuren want naast het werk op het veld dreven de laatste generaties handel. In goede tijden werd tarwe en vlas opgekocht. Zwaar geladen wagens reden door de hoge poortopeningen en de lading werd getast in de grote, hoge schuren. Doorverkopen deed men als de verkoopprijs winstgevend was. Ook ten tijde van Charles was het er een bedrijvigheid van belang. Knechten en meiden verrichtten er het vele werk. Vele vrouwen en mannen verdienden er "de kost" en hun brood.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Zulzeke dorp

Schilderijtje in olieverf - 1956 met zicht op Zulzeke dorp van uit Nukerke aan de Donderput

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

52. A la maison communale de Nukerke

“Maison de commune de Nukerke”, het gemeentehuis is ondergebracht in een herberg.

Vanaf halfweg de 18de eeuw veranderde Nukerke grondig van uitzicht. Zo verrezen toen tal van vierkanthoeven en kreeg de gemeente een eeuw later een gemeentehuis. In Nukerke was dat de oude pastorie. Zoals in menig dorp bleef soms tot in de 20ste eeuw het gemeentehuis een dorpscafé  waar een kamer was voorbehouden voor de administratieve zaken. (We denken aan Zulzeke waar tot aan de fusie de gemeentelijke diensten waren ondergebracht in de herberg).  Na de bouw van een  gemeentehuis ging in menig dorp de herberg verder onder de naam van “In ’t oud gemeentehuis” Dorp 31.

Hier een zicht op de oude dorpskom van Nukerke, gezien van op de “plaatse". Dit dorpszicht is sinds de eindjaren 70 onherroepelijk verdwenen; de oude woningen moesten plaats maken voor parkeerplaatsen.  De woning op de tekening is de herberg, “bij rijkboezen”, in het “Oud Gemeentehuis”, in oorsprong “La maison de commune de Nukerke”. In het bijhorend kruidenierswinkeltje, konden we, in onze jeugdjaren, voor 5 fr een pakje Belga kopen.

Lange tijd werd deze oude herberg open gehouden door Ivo De Keyzer (1856-1939). Toen er nog geen parochiezaaltje was werd er in het achtergebouwtje  toneel gespeeld. Zo speelde de toneelgroep “de veldbloem” op een kermiszondag van 18 september 1904 in het kleine  zaaltje, een vroegere schuur.

 Jaren later werd deze herberg eigendom van de familie Ryckbosch en dit tot aan de sloop. De laatste bewoners waren Victor Ryckbosch en vrouw Zulma Ceuterick met dochter Bertha als herbergierster.

 Naast dat achtergebouw, langs de Kerkweg, stond de herberg “Sint-Elooi”, in de volksmond “bij lootse kuipers”. Rond de jaren 1950 hielden Joseph en Rachel T’Kindt-Verbruggen de herberg open, nadien was het de beurt aan Remi en Elvire Toniau-Verhellen eveneens tot aan de afbraak begin de jaren 1970.

De woning links op de hoek was voor die tijd een tamelijk mooi burgerhuis van Paul Blommaert, gemeentesecretaris van Nukerke juist vóór de periode van Paul Hoffmann. Achteraan de woning moet er destijds een bedrijfje zijn geweest, mogelijks een weverijtje. Zie de grote toegangspoort langs de toenmalige Boelaerdstraat. Na het overlijden van haar man bleef de weduwe Blommaert er wonen samen met haar zus, weduwe Cnudde. Halfweg de jaren 70 werd de woning aangekocht door de gemeente om het als gemeentehuis in te richten. Het secretariaat was er ondergebracht met E. Santens als secretaris en het bureeltje van de veldwachter met Eugeen Van Dyck. Verder was er een dienst van Kind en Gezin én de bibliotheek. Bij de fusie van de gemeenten werd dit gebouw omzeggens nutteloos en dra zou het moeten plaats ruimen voor koning auto. Een groot deel van de oude dorpskern was toen in het niets vergaan.
Tussen deze woning en de herberg “In de wachtzaal” (bij Michel Arco) stond nog een huisje waar in de jaren veertig “Wieten Grielie” (Merchiers) woonde. Iets verderop naar het “lindeke” toe, nu huisnummer 2, woonde “Zwarte Grielie” (Verbruggen), “ne grielemôeker” - hij maakte en herstelde het gareel van een paard , koe of os.

In politieke zaken hadden de vrouwen omzeggens toen nog niets in de pap te brokken want ze kregen pas stemrecht op 24 april 1921 en dit enkel voor de gemeenteraadverkiezingen. Voor de mannen werd het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd. Dus één man één stem.

Daar werd toneel gespeeld.

Rond de jaren 1900 was er nog geen parochiezaal daar het gebouwtje nog bezet was door 2 kleuterklassen van het klooster. Maar geen nood; in de taverne “A la maison communale de Nukerke” was er een zaaltje waar er kon vergaderd en toneel gespeeld worden. Dat zaaltje was eigenlijk een vroegere schuur waarvan de toegang gebeurde via een houten poort, kant Boelaertstraat (zie tekening “Vroeger dorpszicht). De toneelgroep, De Veldbloem, bracht op kermiszondag 18 september 1904 een toneelstuk en gezang.

Enkele leden:

Theophiel Gilleman was toen hoofdonderwijzer van de gemeenteschool langs de Capellestraat.

Frederick Verdonckt was champetter in Nukerke.

Frans De Bo woonde op de hoek Dorpsplein/Lindeke

Emiel Dekeyzer was de herbergier van de taverne  “A la maison communale de Nukerke”.

Octaaf Dekeyzer was de broer van Ivo Dekeyzer.

Omer Vandendaele was herbergier van “In den Engel”.

Octaaf Hoffmann was koster in de kerk te Nukerke.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

51. Windmolen Ter Geynst

Potloodtekening 20/30 naar een foto daterend van september 1931

 

Houten korenwindmolen “Ter Geynst”

Julien Vandeputte

Oorspronkelijk Claus Louis, landbouwer te Nukerke

1877 schenking aan Claus Theodore landbouwer te Nukerke

Claus-Vander Gheynst Louis landbouwer in Nukerke is de vruchtgebruiker

1889 einde vruchtgebruik  aan  Claus Théodore landbouwer in Etikhove

1897 naar de kinderen

1914 vente  aan De Vos-Hors Emile landbouwer Nukerke

1934 gift aan De Vos René en konsoorten landbouwer te Nukerke

                De Vos - Hors Emile-Robert, mulder,Nukerke

1940 De Vos en konsoorten landbouwer te Nukerke

                De Vos-Hors Emiel-Robert , de weduwe en kinderen  mulder te Nukerke

1949 totale afbraak. Volgens een andere bron zou deze molen eigenlijk reeds in 1942-1943 afgebroken zijn

Uit “De molens  in het arrondissement Oudenaarde” door Julien Vandeputte

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Linde aan de Lesborre

Hollandse linde aan de Lesborre. In de verte de windmolen Ten Hengst.

Destijds een romantisch plekje voor jonge verliefde koppels.

Artikel uit de Landschapskrant van september 2015 over solitaire bomen.

“Her en der in het landchap zie je solitaire bomen staan. Het zijn volwassen bomen die de ruimte hebben gekregen om zich te ontwikkelen.Ze staan vaak niet zonder reden op die specifieke plaats. Al vele eeuwen lang vervullen ze allerlei functies. Vaak worden ze aangeplant om de aandacht te trekken; bijvoorbeeld door hun omvang, vorm en kleur. Mooie voorbeelden hiervan  kan je bewonderen in historische kasteelparken. Vrijheidsbomen, vredesbomen, herdenkingsbomen herinneren ons aan een historische gebeurtenis, terwijl gerechtsbomen en welkomstbomen ons wijzen op een bijzonderen plaats. Soms kan een boom ook een historische eenheid vormen  met een religieus bouwwerk. Denk maar aan  de typische “kapelletjeslinde”, een vereringsboom voor een heidense vruchtbaarheidsgodin. En wist je dat  bomen ook een kadastrale of administratieve grens kunnen markeren. Het zijn de zogenaamde grensbomen, hoekbomen, bakenbomen… Vaak krijgen deze bomen gaandeweg een bijkomende functie, zoals een ontmoetingsplaats, een oriëntatiepunt in het landschap. Soms zijn ze een stille getuige van een bepaalde snoeivorm die nu nog zelden wordt toegepast. Wil je weten of er bij jou in de buurt ook een bijzondeere boom staat ? Surf dan naar https://inventaris.onroerenderfgoed.be/ile/boom/zoeken”

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

43. Hoeve Schoorens

Deze boerderij langs De Spijker te Nukerke is een “Semi-gesloten hoeve gelegen aan de straatbocht met markante linde en kastanje aan de straatkant.  De vorige kleine hoeve werd in 1841 uitgebreid en de gebouwen werden vergroot. De vergrotingswerken gingen gepaard met de inrichting van een stokerij. De boerenwoning zelf werd ook in die tijd verhoogd met een halve bouwlaag. Palend aan de boerderij was er een knechtenwoonst. De stokerij is sinds halfweg de 19de eeuw omgevormd  tot bakhuis en nadien omgevormd tot  cichorei-ast. Rond de eeuwwisseling werden de landbouwactiviteiten langzaam afgebouwd. (gegevens uit de “Inventaris van het cultuurbezit in België)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

50. Sint-Antonius-abt

Antonius van Padua,  Antonius-abt - Toontje voor de Nukerkenaren.

Potloodtekening 30/40 van Toontje, een beeldje boven het zijaltaar van de Nukerkse parochiekerk. 

Antonius is de patroonheilige van vele beroepen zoals wevers, slagers, suikerbakkers, mandenvlechters, begrafenisondernemers, zakkendragers, varkenshoeders.  Hij is dé hulpverleners bij pest en allerlei ziekten bij de dieren.

Antonius was zo verbonden met het volk dat er zelfs weerspreuken zijn ontstaan toepasselijk op de periode rond zijn verering. Zoals 

“Maakt Sint-Antonius de brug, Sint-Sebastien slaat ze stuk. (20 januari)

“Sint-Antonius klaar en helder, vult ’t vat en de kelder”

De schilderij boven het altaar stelt “De verzoeking van Antonius” voor.

Sint-Antonius abt wordt hier afgebeeld met  het varkentje aan de rechtervoet. Hij vertrappelt met de rechtervoet een figuur die het kwade of de duivel voorstelt.

Iconografie

Het  is een massief eikenhouten gepolychromeerd beeld. Antonius-abt wordt steeds afgebeeld als kluizenaar  met de tau of kruisstaf (Antoniuskruis), met een bel, al of niet aan de staf  bevestigd, met een varkentje  (dit wijst op de diabolerieën waarmee de duivel Antonius lastig viel. Soms vertrapt hij de satan. Antonius houdt in de linkerhand een bijbel, soms draagt hij een rozenkrans. Andere kentekenen zijn laaiende vlammen of een fakkel, het Sint-Antoniusvuur. Afbeeldingen van Antonius vindt men op schilderijen van Van Eyck, Van der Goes …(W.P.)

Volkskunde

De meeste parochies hebben wel een of andere patroonheilige die er vereerd en aanroepen wordt/werd. Voor de plaatselijke kerk was zo’n heiligenverering heel belangrijk; het bracht gelovige bijeen en bracht geld in het bakje.

Antonius speelt in het volkse leven een belangrijke rol, vooral bij de landelijke bevolking. Hij is dan ook de patroon van het vee, van de boeren, slagers en borstelmakers.

Antonius werd vereerd in Nukerke maar na enig zoeken stelt men vast dat er in Vlaanderen vele parochies zijn waar hij een plaatsje kreeg. De Nukerkenaren en de gelovigen uit de omgeving vereerden Toontje  veeleer als beschermer tegen veeziekten en als hulp bij verloren voorwerpen ( o.a. een verloren gelopen dier...).

Antonius heeft ook een begrip in de volksweerkunde. Zijn feestdag 17 januari valt in putje winter, een periode van ijs en dooi. Ook enkele volksspreuken verwijzen naar Antonius. We leerden van onze ouders dat “met Toontje het 's avonds tot vijfenhalf klaar  is.” Dat gaf de mensen moed. Het verlangen naar de lente was groot.

Noveen

Deze begon op de feestdag. De zondag daaropvolgend was feest in de parochiekerk met o.a. een plechtige hoogmis en rondgang rond de kerk. Andere materiële elementen die in de Nukerkse kerk wijst op de Sint-Antoniusverering zijn de vijf ingelijste en door glas beschermde gepolychromeerde bas-reliëfs én het boogvormig bas-reliëf boven de toegangsdeur van de hoofdingang. Tijdens de jaarlijkse ruitersommegang werd de relikwie van Sint-Antonius meegedragen en werd ook het bedevaartvlagje (vaantje) bovengehaald.

Wie was die Antonius?

Hij zou geboren zijn in Kome, in Midden Egypte in 251 of 252 en overleed in de Egyptische woestijn in 356 op een leeftijd van zegge en schijve 104 jaar. Tijdens zijn kluizenaarsleven was hij gekend als Antonius de Kluizenaar of Antonius de Grote. Op 21 jarige leeftijd trok hij zich terug in de woestijn. Volgens de legende voerde hij voortdurend een zware strijd tegen demonen. Heel wat leerlingen volgden hem. Hij stichtte geen gemeenschap maar toch bleef hij kluizenaar tot aan zijn dood. (W.P.)

(zie ook inventaris onroerend erfgoed.be)

 

Een anekdote

Tegen de buitenkerkmuur zijn verschillende staties ter ere van St-Antonius (met het varken) aangebracht.

Rond het feest van de H. Antonius abt op 17 januari heeft er sinds jaren een noveen plaats in deze kerk. Dan werd de kerk versierd met de bloemen die madame Blommaert schonk. Toen, in de jaren vijftig, kwam er nog veel volk af om Toontje om zijn gunsten te smeken. Was je iets verloren? Wend je dan tot Toontje. Veel kans dat je het terug vond! Gedurende die dagen van de noveen hield ik een standje open achteraan in de kerk. Ik verkocht er kaarsen en medaillons. De gelovigen konden bij mij missen bestellen en betalen en ik mocht hen zegenen met de relikwie van de H.Antonius. Ik moest natuurlijk een zegening uitspreken maar aangezien ik nooit Latijn heb geleerd ging dat wat moeilijk. De zegende priester brabbelden destijds ook een onverstaanbare Latijnse tekst. Dus, deed ook ik alzo. Tot op zekere dag een oud vrouwtje me vroeg:” Maar wat zeegde gij otijd ?”  Ik antwoordde:” Niet vies van zijn, ’t is afgekuist…!” Maar dat zei ik zo snel dat niemand het verstond en… ’t leek van ver op kerklatijn. Dat vrouwtje hé, dat heb ik nooit meer weer gezien. ’t  Kan ook zijn dat ze het jaar nadien was verleden of …

Eertijds waren de zijmuren achteraan in de kerk beschilderd met Nukerkse taferelen. Spijtig werden die ten tijde van pastoor Naessens overschilderd. Voortaan prijkt daar een modernere tekening. Al of niet mooi?

P.D.

Processie

Tweemaal per jaar ging er een processie uit nl. op Sacramentsdag en op O.L.V.-Hemelvaart. Op Sacramentsdag ging de grote processie uit. Vanaf de kerk ging het naar het wezenhuis, en hospice, waar de oudjes buiten zaten. Verder ging we de Boelaerdstraat op tot bij Gentil; aan de hoek van de Pontstraat. In de kapel daar werd voor het eerst halt gehouden. Dan ging het richting  Den Appel. Onderweg was er nog een halte aan de kapel op de hoek van de Holandstraat.. Vanaf daar ging de lange sliert de Steenweg naar beneden naar de kerk toe. Op O.L.V.-Hemelvaart ging de kleine processie uit. Toen ging het richting Geitenhoek waar een altaar werd opgezet om het H. Sacrament op te stellen. Vandaar ging het via de Steenweg terug naar de kerk. Ter gelegenheid van de processie werden de woningen versierd met bloemen en een vlag. Soms werd er een tafeltje neergezet en op een sneeuwwit kleedje stond een beeld. Het was ten tijde van pastoor Tirez dat er discussie was. De processie was reeds enkele keren uitgesteld wegens het slechte weer. De pastoor kwam met een oplossingvoor de dag; regen of niet de processie gaat uit. En wat gebeurde er? De lange stoet werd uitgeregend en de gelovigen werden gezegend met een stevige plensbui. Iedereen liep naar huis maar niet de dragers van het beeld van St-Anthonius. Die lieten zich verleiden en schuilden met onze patroon en al in een café. Na enkele natjes werd het buiten droog en konden de dragers onze patroonheilige veilig thuisbrengen. Men had z’n lesje geleerd en er kwam een nieuwe afspraak; als op de dag van de processie de klokken drie keer luiden dan gaat de processie uit. Indien 1 klok luidt dan niet.

Er was een vaste volgorde voor de deelnemers. Voorop stapte de champetter , dan de misdienaars met kaarsen en kruis, de vlagdragers met de vlag van De Boerinnenbond, de BJB, de Scouts, de Chiro, 15 weeskinderen met elk een klein vlagje (de 15 vlagjes symboliseerden de 15 mysteries van de rozenkrans), de dragers met de beelden, de fanfare van Nukerke, de koster en het zangkoor, de bloemenmeisjes die weelderig kleurrijke kroonblaadjes en papiersnippers rondstrooiden, de pastoor met het Sacrament onder het baldakijn met een zestal lantaarndragers erom heen en tenslotte de gelovigen.

De drie dagen vóór O.-L.-H.-Hemelvaart worden kruisdagen genoemd. Drie dagen vóór de hoogdag maakten de pastoor met relikwie, de misdienaars met het kruisbeeld en vele boeren en boerinnen maar ook kinderen en andere gelovigen een rondgang door de velden om de gunst af te smeken voor een goede oogst van de vruchten der aarde. Gedurende de hele weg werd de litanie van alle heiligen gezongen.”Sancte Antoni… ora pro nobis…” P.D.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Linde langs de Pontstraat.

Fragment uit een potloodtekening 40/50.

Deze Hollandse linde langs de Pontstraat werd half april 2013 geveld. De jaarringen vertelden ons dat deze boom meer dan een eeuw geleden werd aangeplant. Zou hij aangeplant zijn in 1900 ter gelegenheid van de eeuwwisseling ? Tot 2011 geleden stond hier een boerderijtje met een kleine smidse tegen de westgevel  (ik heb die nooit in werking gezien). Tot midden de jaren 50 bewoond was dit boerderijtje bewoond door Ysebaert, in de volksmond "shieke Nijs".

Ysebaert leefde van planten- en groenteteelt die hij verkocht op de naburige markten waar hij met paard en kar heen trok.
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

49. Lemen schuur op den Dries

Lemen schuur op Den Dries

 

Daar  op Den Dries werd in het ouderlijk huis Aloïs Willems geboren als zoon van Desiré en Melanie Verhellen. De oude woning werd in 1953 grondig gemoderniseerd toen strooidak en lemen muren verdwenen. Een houten balk, verborgen in het plafond draagt het jaartal 1668. In oorsprong behoorde dit landhuis en het koeplekje er naast toe aan de boerderij van Staf Vande Putte die een grote vierkantshoeve aan de overzijde van de Holandstraat exploiteerde. De Vande Puttes waren toen een rijke, invloedrijke én devote familie. Zo schonk de dochter Anna Theresia Vandeputte geboren te Nukerke op 30 september 1795 aan de parochiekerk van Nukerke een heel mooi en kleurrijk glasraam, O.-L.-Vr. van Lourdes voorstellend. Dit glasraam is geplaatst in de noordenmuur van de kerk.Er werd verteld dat dochter Anna Theresia thuis op de platine (ijzeren deksel met handvat waarmee de stoofkom werd afgedekt) en op de stoofbuis sigarenpuikjes legde om alzo de woonkamer aangenaam te laten geuren.

 Octaaf Verhellen, broer van Melanie was toe "carton" (van het Franse carter dat voerman betekent ?) op de boerderij van Vande Putte. In de jaren 20 bleven op de boerderij nog 2 jonkmans en één jonge dochter over. Die mensen waren zó devoot dat ze dagelijks in de kerk te Nukerke de mis bijwoonden. In het huishouden werden ze geholpen door de buurvrouw van rechtover, nl  Hortanse de vrouw van Richard Vanderbeke. Als beloning voor haar hulp schonken de Vande Puttes de woning aan Hortanse. De boerderij zelf werd in 1926 gekocht door  Richard Devenijns en vrouw Zulma Devos, afkomstig uit Leupegem. In de jaren 70 volgde zoon Marc zijn vader op. En de volgende 2 generaties staan reeds klaar voor de opvolging.

De hoeve staat beschreven als een “Grote en opvallende hoeve met fraaie verheven inplanting aan rechte straathoek en tussen kruispunten met Dieriksstraat en Bakkerbos. Lang boerenhuis van zeven travels en anderhalve bouwlaag met brede korfboogvormige toegangspoort onder zadeldak bedekt met kunstleien ter vervanging van stro sinds ca. 1920. Aan de straatzijde, op de uitgewerkte booganker boven de toegangspoort, staat 1840, het jaartal toen de vorige hoeve met losse bestandmiddelen tot huidige hoeve werd verbouwd. De woning heeft een overwelfde driedelige huiskelder en naar verluidt zouden de funderingen zo maar eventjes 1,2m breed zijn. Het erf zelf met mestput is gekasseid sinds 1940. De mestput is ondertussen verplaatst naar de buitenzijde van het hof. De lemen schuur onder kunstleien schilddak aan de noordzijde is vermoedelijk uit de 18de eeuw. De achter- en zijgevels zijn bestaan uit houtbouw op bakstenen voet en deels nog de oorspronkelijke lemen vullingen.

De lemen schuur werd eind 2017 afgebroken.

De oude lindeboom die naast de kapel stond werd bij de heraanleg van de Holandstraat geveld. Een jonge lindeboom werd nadien op de zelfde plaats aangeplant.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

43. Het Nieuwennest

Aan de “Steenen molen en Nieuw Nest”

 

Op de Vandermaelenkaart uit 1851 staan deze beide gebouwen reeds aangeduid.

De herberg “Het Nieuwennest” situeerde zich in de woning van de boerderij waar we Omer Delanghe hebben weten wonen, op de hoek van de Weitstraat en de Hoevekouter. In 1920 kochten Francis Van Maelsaeke en zijn vrouw Marie Depaepe de boerderij en de woning met herberg. Ze huurden de woning van Leo Devos. Het staminné werd open gehouden door zijn zoon Ivo Van Maelsaeke (zoon van Francis) gehuwd met Marie Depaepe. Marie stierf in het kraambed bij de geboorte van haar 8ste kind. In hun jonge jaren was er soms veel  ambiance! Daar zorgde Ivo voor die accordeon speelde. De herberg sloot haar deuren nog voor W.O.-I. Na de oorlog werd Ivo Van Maelsaeke er de nieuwe eigenaar van. Ondertussen erfde Zoë Devos, dochter van Leo,  ’t Nieuwennest.

De laatste molenaar was Raphaël Maes  die woonde in het molenaarshuis aan de overkant van de Weitstraat. Dat molenaarshuis is in de jaren 30 afgebroken wegens onbewoonbaarheid daar de vloer, die rustte op gewelven, het begeven had. De toegang tot het huis ging via een trap. De molen die in de vallei ligt draaide soms ellendig traag en de molenaar moest meermaals wachten op meer wind om het graan te malen. In die tijd draaide, iets verderop, de watermolen (graanmolen) van Octaaf Van Malleghem nog, gelegen langs de Maarkebeek in Etikhove. Er was toen keuze te over om het graan te  laten malen.

De watermolen Te Meulebroecke was eigendom van Leo Devos, later Odiel Devos en nadien Robert Antrop. In de jaren ’70 werd het gebouw, dat al dienst deed als schuur, afgebroken.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Over de negenkoten en andere anekdoten.

Over de "negenkoten" en andere Nukerkse anekdoten

 

De negenkoten

Op de afdruk van de oorspronkelijk kaart van Vlaanderen uit 1538 die in het "Germanisches Nationalmuseum" te Neurenberg berust liggen de gemeenten Ronse, Berchem, Nieukerke en Melden, Quaremont gelegen in het Land van Aelst, verkeerdelijk ten westen van de Schelde. Op de eerste gedetailleerde kaart ziet men duidelijk de schaarse bewoning van het toenmalige Nukercke. In vroegere jaren stonden hier reeds enkele woningen langs de weg naar Oudenaarde. De woningen lagen aan de rand van een groot bos dat zich uitstrekte vanaf de Cortekeer over de Coppenberg tot aan de Steenbeekdries.

In de 19de eeuw stonden hier negen woningen ondergebracht in 7 huizen want er waren twee tweewoonsten bij. De laatste eigenaars waren T'Sjoen die twee huisjes bezat waarvan één tweewoonst en Octaaf Geenens die eigenaar was van zes huisjes. Octaaf had die woningen enkele jaren na de eeuwwisseling gekocht van enen Emiel Vandewaele uit Leupegem. Tegen 1950 waren de woningen volledig onderkomen. Ze waren afgeleefd, enkel het dak was nog in goede staat. Kort na de eerste wereldoorlog  werden de strooien daken vervangen door een pannendak. Het verst gelegen huisje had zelfs een bakoven. Het laatste huurgeld bedroeg 150 Fr per maand maar de woning aan de straatkant had een maandhuur van 200Fr. Een na een werden de woningen echter verlaten. Aldus trad de verkrotting snel in en werd het geheel onbewoonbaar verklaard met als gevolg dat er besloten werd de woningen in de zomer van 1958 af te breken. Als tegenwaarde voor de afbraak kregen de eigenaars 20 000 Fr  slooppremie.

In sommige huisjes woonde nogal een volkje. Sommigen hadden een klein pensioentje. Anderen leefden van een "trok", zeg maar een uitkering voor invaliditeit of zo. Als ze getrokken hadden kwamen ze afgezakt naar de herberg Den Os. Met hun schaarse centen  maakten ze soms grote zwier tot hun geld op was. Om verder te kunnen leven waren ze dan verplicht bij een of andere boer te gaan werken. Of ze trokken mee met de dorsmachine die van boerderij naar boerderij trok. Dan kregen ze hun kost en 5 frank per schof (dat is 3 uren). Alma, de moeder van André Van Ceunebroeck,  was een bijzondere figuur. Als 't goed weer was zat ze voortdurend in het bos om hout bijeen te garen. Dan sleepte ze moeizaam een grote, lange vracht staakhout het bos uit. Hoofd en schouders schraagden de zware last. En ze had steeds een grote voorraad aan hout liggen. In een van de woningen woonde Reynaert en zijn vrouw. Die werden tijdens een beschieting in 1944 door een Duitse obus dodelijk getroffen. Hun namen staan gegrift op de gedenksteen voor de gesneuvelden.

 

Iets hoger en aan de andere kant van de weg lag een koeplekje met het staminee Den os. Café sinds mensenheugenis. De eigenaar vóór Octaaf Geenens was een koppel zonder kinderen dat nogal goed aan de drank zou geweest zijn. Octaaf Geenens werd de nieuwe waard van de herberg Den os toen hij het hoevetje met bijhorend café kocht en er naartoe verhuisde in 1895. Met de kruiwagen verhuisde het jonge paar de schaarse bezittingen van Zulzeke naar Nukerke langs de Kortekeer. Hun zoontje was toen 3 jaar. Die zou later zijn vader opvolgen. Op de dag van de verhuis speelde het knaapje met de geitjes op de berm van de Kortekeer tot hij bij het afglijden zijn bloot achterwerkje verbrandde aan de tengels (brandnetels). Sommige kleine jongetjes liepen toen blijkbaar met een rokje aan.

Den os was dus ook een koeplekje met enkele streepjes land waarop een drietal koetjes werden gehouden. Elke voerman die hier voorbij kwam hield halt om de dieren te laten op adem komen. Sommigen kropen met zware wagens geladen met wol en katoen de Koppenberg op. Je moet weten dat  de wagens van Transport De Jaeger uit Ronse reeds van de Gentse haven kwamen. En de weg bleef maar stijgen tot op de Kruissens Niet te verwonderen dat de Brabanders bekaf waren. Vóór de deur stond een beulde (palen met dwarsbalk) waaraan de voerlieden hun paarden konden vastbinden. De waterpomp met bijhorende drinkbak stond er bij. Terwijl de paarden rustten , hun haver kregen en dronken konden de mannen zich laven aan het frisse bier. "Ja, 't is daar altijd een goede zulle geweest."

 

 

Hoger op , meer naar het dorp toe, lag den Hul maar in de volksmond "geitenhoek" genoemd, een gezellige plek met een viertal woningen, op amper een paar 100m vogelvlucht van de negenkoten. Je kon het al raden? Elke woning had er een of meer geiten. 't Was daar soms een gemekker. De bewoners concurreerden onder elkaar over de hoeveelheid melk die hun geiten gaven én het was belangrijk te weten wiens geit de meeste melk gaf. Tot er werd gecontroleerd en werd uitgemaakt wie zijn melk doopte door er water bij te voegen.

 

 

Oorlog

Op het Heidje woonden Michel Gerseau  met zijn vrouw en kind. Toen ze even buiten kwam om met het kind op het plankier wat te wandelen werden moeder en kind dodelijk getroffen door een verdwaalde granaat.

Maurice Vanden Daele, sneuvelde als vrij jonge soldaat. Hij woonde naast "Den Engel".

In 1944 is een Amerikaanse jager op de Bossenaer neergestort in de boomgaard van Daniël Verroken.(een deel van de neus van het vliegtuig moet nog in de grond zitten). Het nieuws van de crash was vlug gekend en nog rapper werd de cocqpit geplunderd en el wat niet te warm of te zwaar was  werd meegenomen.

 

Ander oorlogsnieuws

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Jean-Baptist De Schamphelaere te Etikhove in zijn boerderij langs de Gansbeekstraat  daar waar de Maarkebeek onder de straat duikt. Baptist werd geboren in 1900 en was afkomstig uit de Varent. Tijdens zijn jonge jaren had hij meermaals deelgenomen aan de bietencampagne in het noorden van Frankrijk. En je weet hoe dat gaat. De jonge man maakte daar kennis met een meisje uit de streek. Ze trouwden en kwamen wonen langs de Gansbeekstraat. De jonge vrouw werkte samen met Jean-Baptist en leerde ook wat Nederlands. De periode tussen de twee oorlogen was een harde tijd en Jean-Baptist oefende zoals zovele meerdere beroepen uit. Zijn hoofdbezigheid was echter fruit kweken. Hij schafte zich een paard aan en reed wekelijks met paard en kar naar de markten in de omgeving om het lekkere fruit aan de man te brengen. Op een dag heeft het gezin “alle chance van de wereld” gehad. Het was in 1945. De streek was reeds maanden bevrijd maar de Duitsers gaven niet op en bestookten Antwerpen met de fameuze  V-2 raketten. Er werden zo maar eventjes 2000 raketten op de haven afgestuurd. Niet allen bereikten het beoogde doel. Sommige “vliegende bommen” misten hun doel, weken af of raakten tijdens de vlucht defect. Zo hoorden ze op een mooie dag in Ethikove het gefluit van een aanstormende V-2. Men wist dat eens het motorgeluid ophield de bom binnen de kortste stonden zou vallen. Wat ook geschiedde. Gelukkig stond in de weide aan het erf van De Schamphelaere  een rij hoge populieren. Deze bomenrij werkte als vangnet voor de raket die in de toppen terecht kwam en met een geweldige slag ontplofte. Bladeren, twijgen, takken, metalen stukken, vuur, rook, pannen en stenen het vloog al in het rond. Het dak van de woning was volledig ontmanteld maar niemand werd gekwetst. De buurt kwam er gelukkig met de schrik vanaf.
De zoon van Baptist had later naast het woonhuis een smidse. 

Deschamphelaere uit Etikhove werd gemobiliseerd voor de oorlog van 14-18. Jarenlang verbleef hij in de loopgrachten achter de IJzer. Tijdens een van de vele korte aanvallen werd de beste vriend van Jean-Baptist ernstig gekwetst en lag daar ergens buiten de loopgrachten te kermen en steeds te roepen: "Tiste, kom mij toch helpen!"  Maar Jean-Baptist kon hem niet halen. Hij moest immers wachten tot ze zeker waren dat de Duitsers zich volledig hadden teruggetrokken. De nacht ging voorbij en het werd heel stil. Hét moment om de gekwetste vriend te gaan ophalen?  Kruipend op de buik bereikte hij de man. Denkend dat de kust veilig was richtten ze zich op. Te laat. Een machinegeweer ratelde en de beide soldaten werden getroffen door een kogelregen. Ze vielen neer. De gekwetste soldaat  was op slag dood en Tiste bleef gewond voor dood liggen. Op zijn beurt bleef hij achter tot hij zou gered worden. En dat werd hij. Hij bleek getroffen te zijn door een gloeiende brandkogel die langs de rug was binnen gekomen en langs de buik het lichaam had verlaten. De plaats waar de kogel de buik had verlaten was dichtgeschroeid. Dat was wellicht zijn redding. Voor zijn genezing werd Jean-Baptiste naar Frankrijk overgebracht waar hij in een lazaret aan een volledige herstelling begon. Wat ook lukte want kort nadien werd  Tiste weer goed bevonden om naar het front te trekken. Hij vertelde nadien dat hij een Belgische soldaat had gezien met een houten been. Die man werd door de keuringsdienst goed bevonden om zijn compagnie aan het front te vervoegen. Het schijnt dat hij zijn houten been afnam en naar de medische staf gooide met de vraag: "Wat kan ik met zo'n been gaan vechten!"


 

 

Schoolleven

"In de jaren dertig deed zuster Cantara de allerkleinsten verder was er moeder Aquilina, moeder Aphra en nadien moeder Anna. De leken onderwijzeressen waren Marietje Deraedt, in dienst tot aan haar trouw, juffrouw Rachel en juffrouw Angèle, twee jonkheden.

Vanaf hun plechtige communie verlieten veel meisje de school om naar Ronse te gaan schoollopen. Sommige meisjes gingen naar de wezenschool op den Bruul te Ronse.

Meester Jan die toen les gaf in de jongensschool kwam wekelijks de zaterdagvoormiddag naar de meisjesklassen om onze les te komen overhoren. Telkens hij kwam had hij een verrassing in petto. Op het eind van zijn bezoek had hij steeds een verrassing voor ons. Hij hield zijn twee vuisten voor zich.? In een ervan zat een cent. Een leerling die goede antwoorden had gegeven mocht raden in welke hand de cent stak.. Raadde die juist dat mocht het kind de cent aan het  negertje geven, aan dat dankbaar knikkende kopje ."

Meester Jan, met zijn pince-nez was een streng man. Hij was bekend voor zijn uitspraak: "Vooruit gij ,ga van voren op den tree de knieën zitten gij lieleken chudas", en dat met een accent uit het West-Vlaamse Kallo.

 

Over Wieten Grilie

Wieten Grielie woonde langs de Boelaerdstraat

Wieten Grielie bestond omdat er ook een Zwarte Grielie bestond

Wieten Grielie noemde volgens de burgerlijke stand eigenlijk Merchiers. Hij woonde boven aan de Boelaerdstraat  't Was blijkbaar een gezonde brok natuur want hij trouwde drie keren. Een van zijn dochters, Maria, is zelfs kloosterzuster geworden. Toen hij met zijn nieuw Huleke naar pastoor Dutranoy ging om zijn ondertrouw te bespreken zei verbouwereerde pastoor: "Maar wat gaat gij doen? Op uwen leeftijd nog hertrouwen. Gij zoudt  gij beter op uwen put peinzen. Binnen kort mag je er beginnen aan scharten! "Waarop Huleke zou gezegd hebben:" Ja, maar aan mijn putteke is er ook nog veel te scharten!"

Na het overlijden van Wieten Grielie hebben zijn kinderen de ouderlijke woning verkocht aan de orde van de Zusters van barmhartigheid.

En Wieten Grielie had geen reden van bestaan als er ook gene Zwarten Grielie was. Deze woonde op het dorp langs 't Lindeke. Eigenlijk noemde hij Victor Verbruggen en hij was getrouwd met ene Elodie Van Hooland. Beiden waren gareelmakers eerste klasse.

 

 

Werkgelegenheid

Langs de Pontstraat (huisnummer 52) staat in de boomgaard een typisch gebouwtje in fabrieksvorm met zaagtanddak. Dit gebouwtje werd er na W.O.-I gebouwd in opdracht van een zekere De Weer. Deze zou er een weverijtje in onderbrengen. Gedurende een bepaalde periode waren er drie wevers; Omer en Richard Martens en Gilbert Vandenabeele. De fabrikant had daar zelfs een auto om de afgewerkte "bomen" naar Ronse te voeren. Veel succes heeft de weverij niet gekend want de jaren dertig verzonken in een diepe crisis. Vooral de textielindustrie in Ronse had erg te lijden. Nog vóór W.O.-II werd het textielfabriekje gesloten.

Gaston De Jaegher kocht het woonhuis met fabriekje en zette er een wagenmakerij op.

Gaston De Jaegher maakte jarenlang karren en wagens voor de boeren. Zijn werkhuis lag achter de grote toegangspoort van zijn woning. De houtreserve lag in het vroeger fabrieksgebouwtje in de boomgaard. Hier werden wagens en karren gemaakt tot 1957. Dan is de wagenmaker ziek geworden en gestorven. Met zijn sterven is ook de laatste wagenmaker van de streek verdwenen. Zoon Georges heeft nooit gedacht de stiel van vader te leren. Hij studeerde voor onderwijzer. Hij voorzag dat er geen toekomst zat in de wagenmakerij. Na de oorlog kenden de karrenwielen met rubberen banden snel opgang.

 

Hospice

De bewoners van het hospice genoten van een zekere vrijheid. Vooral de mannen profiteerden daarvan. Een oud mannetje kwam zo bijna dagelijks op de trappen zitten van de woning op de hoek van de Pontstraat en het Meetjesstraatje. Zijn kleine oogjes gluurden van links naar rechts. Als de kust veilig was haalde hij stiekem een klein flesje uit zijn binnenzak en nam een slokje van een heerlijk vocht. Anderen wandelden langs de straten en kwamen kijken naar de schoolkinderen. Sommigen mannen hadden een abonnement "In de wachtzaal" bij Michel Arco (Michel Aelvoet).

 

Over cafés langs de steenweg

Was er geen industrie langs de nochtans drukke steenweg Terneuzen-Valenciennes des te meer waren er herbergen en afspanningen. Even opsommen: "Den os", "De lustige boertjes", "Staminee", "In 't bisdom". Deze herberg stond op de hoek van de Steenweg en de Sponde (Elsstraat), en werd open gehouden door Milie of  Filie De Bisschop. Deze had een zandgroeve aan de Mellinckstraat naast de spoorweg en een zandgroeve in de Kortekeer waar de sporen van afgraving nog duidelijk zichtbaar zijn, o.a. aan het voetbalveld. Langs de Mellinckstraat werd de groeve later terug gedeeltelijk opgevuld.

Theofiel was slager, beenhouwer, herbergier, metselaar, zandontginner, steenbakker. Hij was specialist in het kandelaren van oude en zieke bomen. De grootste takken werden danig ingekort dat de boom de vorm kreeg van een kandelaar.

Andere cafés zijn: In de Keizer (hoek van de Sponde), In de kroon, Den Engel, Truweeltje, Léon d'or (bij Clara Ceuterick) 't clubhuis van Eendracht Nukerke want  lange tijd kleedden de spelers van de voetbalclub Eendracht Nukerke zich in het achterhuis van het café. Verderop naar de Kruissens toe waren er  Den appel, 't Zonneke, 't Neerhof, De drie roze broekjes (bij den zwarten Merie, Omer Deriemacker) anders gezegd "Te speelders bij Speeldersen Zwarten",  Den beitel,  't Neerhof (bij René Callebaut), Chalet la Croix. , In de Keizer (hoek met de Sponde), Sint-Martinus (Eglantierstraat). Bij stupies (tijdelijk), Den Elst (tijdelijk).

Het was lang de gewoonte dat er ook café werd gehouden "achter den toog". In praktisch elk kruidenierszaakje kon je tegen betaling een jenever achteroverslaan.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Het monument der gesneuvelden en weggevoerden

Het monument ter herdenking van de gesneuvelden , weggevoerden en burgerlijke slachtoffers tijdens de wereldoorlogen 1914-1918 en 1940-1945.
Gesneuvelden 1914-1918
Gilleman Joseph
De Morelle Kamiel
De Sloover Ernest
Langie Omer
De Weer Oscar
Van Hoolandt Frans
Willems Jeroom
Audoorn Arthur
Van Ceunebroeck Emiel
Deriemacker Achiel
Van Meerhaeghe Remie
Bourgeois Alfred
Burgelijke slachtoffers
D'Hondt Theofiel
Reynaert Alfred, omgekomen in de negenkoten door Duitse obus.
Baele Amandina, behoorde tot hetzelfde gezin.
Baele Octaaf, behoorde tot hetzelfde gezin.
Reynaert August,behoorde tot hetzelfde gezin.
Ysebaert Maria
Gesneuvelden 1940-1945
Verpoort Maurice
Vandendaele Maurice
Politieke gevangenen
Maes Maurice, omgekomen in een concentratiekamp
Burgerlijke slachtoffers
De Smet Elodie, thuis omgekomen door Engelse obus
Geerseau Jacqueline, thuis omgekomen door Engelse obus
Deweer Jules

Maurice Vandendaele die getrouwd was met Ernestine Van Maelsaeke was gemolbiliseerd. Zijn vrouwtje was toen zwanger van Johan. Op een dag is hij mogen naar huis komen om spijtig genoeg de begrafenis van zijn dochtertje bij te wonen. Na de begrafenis moest hij terug zijn compagnie vervoegen. Hij is uit de oorlog niet meer terug gekomen ! Voordien was Maurice verpoort al
gesneuveld.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Rochus

De tekening stelt Sint-Rochus voor. Het volledig zestiende eeuws beeld van eik is anderhalve groot en stelt Rochus voor als een pelgrim op weg naar compostella. Rochus wordt afgebeeld met grote hoed met sintjakobsschelp, wijde mantel, staf en aan de voeten een hond. De hond likte de besmette wonden van de pestlijder. Aldus werd Sint-Rochus de patroon en beschermer van de pestlijders.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Muurkapelletje langs de Ommegangstraat

Muurkapelletje in de hoeve Ommegangstraat nr. 68. (vroeger nr. 20)

 De oorspronkelijke muurkapel is tijdens de renovatie van de hoeve in 2020 bewaard gebleven. De hoeve, gelegen op de hoek  de Ommegangstraat  en Tenabeele in Nukerke, was tot de jaren 1960 bewoond door het gezin van  Florent Goeminne. Naast het runnen van zijn landbouwbedrijf had hij tevens een melkronde in de stad Ronse waar hij met paard en kar rondtrok om melk, boter en aardappelen aan de man te brengen. Eens op rust woonde hij aan de overzijde van de straat waar hij een woning liet bouwen. De familie Leopold Van Crombrugge-Vermeir nam de boerderij over en bewoonde die uit tot de jaren 2000.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Zag de Nukerkse parochiekerk er zo uit?

Hier volgt een tekst overgenomen uit “Geschiedenis van Vlaanderen”.

“De kerkgebouwen hebben zich langzamerhand ontwikkeld in onze gewesten; uit de ruwe houten gebouwen, soms met stukwerk van leem tusschen de houten kader opgetrokken, niet zelden op plaatsen, vroeger aan den heidenschen godsdienst toegewijd, zien wij op het einde der XIde eeuw op het platteland eenvoudige kerken oprijzen, rechthoekige gebouwen vlak afgedekt, eenbeukig, die later zijbeuken zullen krijgen; het koor is rechthoekig gesloten, later half-rond gebogen; heel dikwijls verrijst het gebouwtje op een heuvel of op het einde van een wordend dorpje, het kerkeneinde. Nog siert geen toren het geheel; althans geen toren aan het westelijke deel van de kerk: wellicht rees een houten klokkenstoel voor het gebouw.  De voor-Romaansche periode - die we  dus plaatsen voor de XIde eeuw - heeft aan onze gewesten vrij weinig overgelaten, waarop thans kan worden gesteund: meestal hoeven we ons te richten naar tekeningen uit vroeger eeuwen of uit povere resten die archeologisch onderzoek ons naliet.”

Zo werd ook bij ons gedurende de volgende eeuwen ijzersteen gebruikt bij de bouw van o.a. kerken.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

76. Theophiel De Bisschop

Rond 1900 moeten enkele heren (Nukerkse) tussen pot en pint tot het idee gekomen zijn een toneelgroep op te richten. Een van de voortrekkers was ene Theophiel De Bisschop, in de volksmond “den lange Bisschop”, want hij was ongeveer 1,98 meter lang. Zijn vrouw Clothilde reikte omzeggens maar tot aan zijn middel (broeksriem). Theophiel was een heel bedrijvige man. Zo was hij handelaar, herbergier, steenbakker en vooral dorpsfilosoof die geen blad voor de mond nam en liederen en gedichten uit zijn mouw schudde, kortom zaken die zelfs de pastoor Dutordoir irriteerde.

 Duidelijk was hij de leider van de groep die zich “De veldbloem” noemde. Deze toneelgroep leefde waarschijnlijk in onmin met de pastoor daar de leden meestal een liberale stempel droegen. Hun toneelzaaltje was de vroegere schuur van de taverne “La maison commnunale de Nukerke” bij Dekeyzer.

Lodewijk De Bisschop en Melanie Vanden Abeele waren de ouders van Theophiel. Zijn taverne “In ’t bisdom” was een heel geliefd oord. De kroegbaas was immers Filie De Bisschop, een echte dorpsfilosoof en bovendien boer, melkboer (hij haalde de melk op bij de boeren en voerde die met 2 paarden en kar naar melkerij van Sint-Maria-Horebeke), kandelaarder, beenhouwer, slager, metser, kroegbaas, dichter, zanger… Die laatste eigenschappen zorgden voor veel ambiance in zijn kroeg met een gezellige sfeer waar volksliedjes spontaan ontstonden. De meeste van die liedjes dreven de spot met (meestal) welstellenden of met vrouwen en mannen die zich wat hoger achtten op de maatschappelijke ladder. Zo heeft Filie De Bisschop een schrift vol liedjes geschreven. Na zijn overlijden in 1921 volgde zoon Tryphon (geboren in 1897 ) in  zijn sporen. Hier volgt  zo’n liedje. Het gaat deze keer over volksmensen en hun “lapnamen”.

“Stanse faro,  Binde Manse,  Pierkitsies en Bunies Fie,   Bruno Keerke moe nie mier werken, en Pierk Hanson is mee pensoen.” 

“Diezelfde Theofiel kreeg het ook aan de stok met “paster Dutordoir”. “Filie was nen donkerblauwen én is eens mee de blauwe opgekomen. Paster Dutordoir wist blijkbaar vooraf dat de katholieken 2 stemmen zouden te kort zouden komen. Daarop liet hij “Pauli margerine”, die op bietencampagne was in Frankrijk, terugroepen. Niettemin kwamen de liberalen  aan de macht.”

Nog zo’n anekdote. In de tijd van Dutordoir gingen nog alle mensen naar de kerk. Zoals gebruikelijk zaten de grootste katholieken vooraan en de slechte achteraan. (In Christus’ tijd was dat juist omgekeerd). Filie en zijn blauwe vrienden stonden tijdens een kerkdienst steeds op een rijtje achteraan, leunend tegen de portaaldeur. Immers de klokkentoren en ’t portaal is zo’n beetje gemeentelijke eigendom. Je zou kunnen zeggen dat ze daar een beetje op niemandsland stonden. En dat kon Dutordoir blijkbaar niet slikken. Bovendien, de liedjes die Filie maakte waren voor de pastoor te obsceen en dat was ook niet naar zijn zin. Op een mooie zondag riep hij vanop het kansel:” De Bisschop , da moet hier gedaan zijn met die schunnige liedjes… ’t is hier binnen of buiten, hebde dat begrepen!” Felie,welbespraakt zoals hij was, had nogal vlug zijn antwoord klaar en riep:” Awel ’t is buiten menier de paster!” De kerkgenoten giggelden en Filie draaide zich om en verliet de kerk van Nukerke. Daarna bleef hij zijn zondagsplicht vervullen en reed met de fiets dan maar naar de kerk van Leupegem. 

Theofiel De Bisschop heeft tijdens het kandelaren van een boom zich eens lelijk vergist en is wegens de gladheid van de schors van een stam ongelukkig naar beneden gekomen en was zwaar gekwetst. Hij is in 1921 overleden.

De tekening van ‘Lange Bisschop’ naar een pasfoto. Deze werd genomen toen hij 52 jaar oud was.

Hij stierf aan een opengesprongen maagzweer, met 55 jaar. 

Tijdens zijn actieve jaren woonde gezin eerst  naast zijn steenbakkerij in de Mellinckstraat. Die woning werd verkocht en dus verhuisde het gezin naar de woning verderop nu met huisnummer 1. Clothilde en Theophiel hadden samen 4 kinderen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Bevolkingspiramide in 1972

 De bevolkingspiramide jaar 1972 betreffende 898 vrouwen en 943 mannen of een totaal van 1841 inwoners.


Een bevolkingspiramde is een grafische voorstelling van de samenstelling van een bevolking naar leeftijd. Vooraf dit. Een bevolking groeit aan o.a. door geboorten. Diezelfde bevolking sterft of emigreert. De basis van de driehoek stelt de kinderen voor in de leeftijd tot 1 jaar. Bij een normale bevolkingsaangroei zijn de onderste balken de  langste. Deze worden korter naarmate de leeftijd stijgt. De beide benen van de driehoek lopen normalerwijze min of meer symmetrisch naar de top. Wat vertelt ons deze piramide (die er eigenlijk geen is) ? Bij deze piramide wordt links de vrouwelijke bevolkingsgroep weergegeven en rechts de mannelijke. Deze voorstelling heeft echter geen vorm van een piramide. Een brede basis ontbreekt. Dit duidt op een een verouderde bevolking; nl een smalle basis en een breed middenveld wat wijst op een klein geboortecijfer. Wie verder de gegevens ontleedt merkt het lage geboortecijfer tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 (zie leeftijd 29 jaar tot 32 jaar) en een nog meer uitgesproken laag aantal inwoners in de leeftijdsgroep van 50 -55 jarigen. (geboorten tijdens W.O.-I)
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Het leven langs de Pontstraat

De jaren dertig

  

 

Marietje De Jaegher vertelt.

“Mijn grootvader was afkomstig van Wannegem-Lede waar hij een brouwerij had met bijliggende landerijen. Ik werd geboren te Nukerke op 26 april 1922 en ben zus van broer Georges die geboren was in 1918.

Mijn ouders hebben het huis langs de Pontstraat (nu huisnummer 52) gebouwd in 1923. De grond werd gekocht van de familie De Weer. Het terrein waarop ons huis werd gebouwd vormde één geheel met het oude hospice. (D’er moet nog een oude foto bestaan van dat eerste hospice te Nukerke.) De familie De Weer bezat gans het terrein gelegen op de hoek van de Pontstraat en de Potaarde. Dat oude hospice was eigenlijk een koeplekje. Elke bewoner moest zowat voor zichzelf zorgen. Bavo, getrouwd met Clémence Verplanken, heeft dat hoevetje gekocht nadat de oudjes naar het nieuwe hospice waren verhuisd. Voordien woonde hij in de boerderij langs de Capellestraat (nu Pontstraat nr 7) Daar had hij een houtzagerij en schrijnwerkerij. Rechtover de schrijnwerkerij was er een smidse (afgebroken in september 2010). Het was toen gebruikelijk dat als er ergens een houtbewerker woonde er zich ook een smid kwam vestigen. Je ziet, de ene stielman trok de andere aan want ze hadden elkaar nodig. Na Bavo zijn Octaaf Meerschaert en vrouw Maria Teirlinck gaan wonen in die hoeve. En dat ging zo in die tijd. Tijdens de winter was er niet veel werk op de boerderij. Ze lagen bijna stil en er waren toen geen grote machines. Zo werkten de landlieden ’s winters o.a. in een zagerij. Daar was veel werk! En hard werk want het zagen ging nog met de hand. Sommigen trokken ’s winters mee met de dorsmachine. Bavo heeft dat ook nog gedaan.

En Bavo Deweer werd toen suisse in de kerk te Nukerke ten tijde van de legendarisch pastoor Dutordoir. Naar het schijnt was die pastoor een heel verstandig man. ’t Was natuurlijk ook niet moeilijk verstandig over te komen tussen al die ongeletterde mensen! Maar kom ! Maar kwaad dat die mens zich kon maken tijdens zijn preken van op de hoge kansel. Achteraf zei Bavo, de suisse: ”Menier pastoar g’et ou weer loaten goan hé! G’et ou weer koad gemokt!” Bavo De Weer werd niet gespaard. Zijn zoon Oscar, geboren te Nukerke op 14 oktober 1886, sneuvelde als soldaat van het 1ste Linieregiment in de loopgrachten nabij Diksmuide op 6 juli 1915. Het stoffelijk overschot rust op ’t erepark nabij Diksmuide. Bavo had 4 kinderen: Jules,Oscar, Arthur en Anna, de moeder van Marietje.

Op de hoek van de Potaarde en de Pontstraat, op het terrein van Bavo De Weer, werd in mijn jeugdjaren één van de eerste elektriciteitscabines te Nukerke gebouwd. Ronse had toen al elektriciteit maar wij moesten ons nog behelpen met een “quinqué” , van het Franse quenquet of petroleumlamp.

‘k Heb ook nog geweten dat de houten windmolen Ter Gheynst in honderd stukken tegen de grond lag. Hij heeft daar lang gelegen nadat hij tijdens een hevig onweer tegen de vlakte ging. We noemden hen “Vossen meulen”, naar de boerderij er naast. Een boerderij met een klokje op het dak. Alleen de grote boerderijen hadden zo’n klokje."

Mijn schooltijd

"Zoals de meeste kinderen liep ik school in de “Aangenomen meisjesschool” van het dorp te Nukerke. In de meisjesschool kon je toen schoollopen vanaf de kleuterklas tot de 4de graad lager onderwijs. Kinderen van katholieken gingen toen niet naar de gemeenteschool. Het gebeurde meermaals dat de beste leerlingen vroeger de school verlieten om in Ronse of net over de taalgrens verder te gaan studeren. De zusters stimuleerden de beste leerlingen om verder te studeren. Je moet weten dat toen in Ronse de meeste vakken in het Frans werden onderwezen. Wat voor ons, kinderen van den buiten, niet gemakkelijk was. Wij hadden familie wonen in Oudenaarde waar Frans de voertaal was. Ja, de burgerij in Oudenaarde had toen Frans als huistaal. Daar leerde ook ik mijn Frans bij die Franssprekende nichtjes en hun vriendinnetjes. Na mijn plechtige communie stapte ik dus naar de Sancta Maria te Ronse. Daar bestond toen een 6de klas van het lager onderwijs waar de kinderen van den buiten hun Frans konden bijschaven. Ik ging niet naar die klas omdat ik al voldoende Frans kon en dus werd ik in het zesde middelbaar ingeschreven. Ik kon goed mee volgen. Je moet weten dat in Nukerke verscheidene leerjaren bij mekaar zaten in dezelfde klas. En ik, nogal een vluggerd, pikte vele zaken mee van de hogere leerjaren. Daardoor had ik algauw een flinke voorsprong op mijn medeleerlingen. Zo heb ik eens een leerjaar mogen overspringen.

In dat eerste jaar van mijn middelbaar zaten wel 40 leerlingen in de klas. We werden er alfabetisch geplaatst maar omdat ik wat laat was ingeschreven kreeg ik nummer 39. Ik weet het nog goed “trente-neuf”. Het waren niet allemaal nonnen die er les gaven. Er waren ook al een aantal ongehuwde leraressen aan de school verbonden. Zo hadden wij een juffrouw uit Oostende. Af en toe mochten wij eens Vlaams spreken. Ik was er op pensionaat en in de studiezaal moest ik mijn huistaken alleen maken. Ze waren verbaasd dat ik het zo goed deed. Ik herinner mij nog de les geschiedenis over de Egyptenaren en dat in het Frans. Niet simpel! Er was ook een Walin die les gaf en … die kon geen woord Nederlands. Wat een tijd zeg! Ik heb wel eens goed geschreid als de examens aankwamen. Gelukkig mocht ik het vak geschiedenis en aardrijkskunde in het Nederlands afleggen. Met nieuwjaar had ik 60%. Met Pasen was dat al veel beter en tegen de grote vakantie was ik de derde van de klas. Na enkele jaren humaniora ben ik, op aanraden van mijn moeder, naar de normaalschool overgestapt. Toen ging dat zo. Dat was normaal zeker dat de ouders dat beslisten? Zo de ouders spreken zo doen de kinderen. Ja toen was dat zo, maar … nu niet meer, denk ik!"

Thuis op de Pontstraat

"Vader was wagenmaker van beroep. Hij was zeer bekend om zijn wagens en vooral om de degelijkheid van de houten wielen. Hij was echt een stielman. Zijn stiel had hij geleerd in Kaster. Dat was daar heel bekend voor het maken van wielen. Ze maakten daar vooral wielen voor “voituren” en vader woonde daar zelfs in bij de familie.Hij moet daar graag gezien geweest zijn.

Achter onze woning werd een fabriekje gebouwd op aanraden van een textielbaas uit Ronse. En waarom niet. Al die wevers die naar Ronse gingen werken deden dat te voet. Waarom dus niet dichter bij huis? Die fabriek was eigendom van nonkel Frans. Spijtig genoeg is die enkele jaren na de start van de weverij gestorven. Hij was pas enkele maanden getrouwd en is overleden aan een bloedvergiftiging. Er werd geweven “à façon” met 4 getouwen en één wever per getouw. Er werden vooral stoffen voor manshemden geweven. Toen, in mijn kinderjaren, waren er in Ronse nog veel woningen waar een houten weefgetouwtje stond in de voorplaats. Frans Deweer had ook een camionette om de bomen (geweven stoffen) naar de Liniaire in Leupegem te voeren. Bij zijn terugkeer had hij een andere opdracht mee en de nodige bobijnen. De kleine huiswever, ook die van Nukerke, moesten “hunne boom” per kruiwagen naar Ronse brengen bij hun opdrachtgever. Dat was een of andere textielweverij. Ik mocht als kind wel eens mee met de camionette. Was me dat een belevenis !

En het gebeurde al eens dat de broer van meester Gilleman, Marcel, met een mandje duiven aankwam en vroeg om de beestjes op de vlucht te zetten. Marcel Gilleman woonde toen met zijn zus in het koeplekje, waar later ‘t cabineurke woonde, een paar huizen verder van de school.  Nonkel Frans woonde toen in het huis waar later de bakkerij was van Laurent De Weer, schuin tegenover onze wagenmakerij. Dat huis heeft Nonkel Frans nadien gekocht. Ja, dat was de woning waar dokter Berlanger heeft gewoond. Hij heeft dat zelf laten bouwen, een beetje naar de stijl van dat statige huis van de familie Planchon er naast. Ze hebben deze woning laten bouwen als ze gaan rentenieren zijn. De Planchons hadden een bierbrouwerij te Ronse. Na de dood van nonkel Frans kwam het fabriekje in handen van vader. Die was heel content dat hij kon beschikken over dat fabriekje. Het werd een opslagplaats voor het hout. Dat hout dat moest dienen voor het vervaardigen van de wielen moest zeer sterk zijn en droog. Elk jaar trok vader naar de omliggende bossen om het beste hout op te kopen. Het was toen gebruikelijk dat er jaarlijks in de bossen hout werd te koop gesteld, ook brandhout. Hij wist steeds lang vooraf welk hout hij wilde. Miel Den Haerinck, vader van André, deed niets anders dan bomen omhakken. Het klein, kort hout mocht hij houden of hij verkocht het door, kwestie van een stuiver bij te verdienen. ’s Zomers dan werd er niet gehakt en werkten de houthakkers bij de boeren.

Je kon na de werkuren van op de straat niet zien dat het bij ons een wagenmakerij was. Vooraan lag er geen plankje. Vader was ook stipt en hij maande de boeren aan hun bestelling te komen af halen. Begin de jaren 20 was de elektriciteit nog niet voorhanden in Nukerke. Dat was wel gepland en dus kocht vader een elektrische zaag. Toen heeft hij zelf was afgezaagd bij de elektriciteitsmaatschappij om stroom te krijgen.

Wanneer de houten wielen waren gemaakt dan kwam de boer die halen met paard en kar en voerde de wielen naar de smidse van Mielie Claus, de vader van Michel, aan Den Appel. Er waren toen nog smidsen o.a. op de hoek van de Donderije en de Mellinckstraat bij De Zitter. En dan nog de smidse Lietar, langs de Staatsbaan niet ver van Den Engel en dan nog de smidse rechtover Octaaf Maarschaert. Mielie smeedde de ijzeren banden rond het hout. Smid en wagenmaker werkten goed samen in de smisse om de ijzeren ringen rond de wielen te spannen. Mielie Claus had nogal de naam van een ‘nijvegerd” te zijn. Ge weet wel. Dat zijn van die gasten die nooit ophouden. Dat was een man die van alles kon en alle prutswerkjes waren de zijne. Als hij ergens een werkje aan de hand had dan had hij de gewoonte de helft van zijn werktuigen thuis te vergeten en thuis vond hij dikwijls zijn gerief niet terug. En die smisse die zat vol. Op de muren en in alle hoeken en kanten hingen wel 10 horloges die alle 10 werkten en alle 10 op het zelfde moment het uur klopten. Gezellig boeltje was het daar! Ja ’t was de tijd van Marie, de vrouw van Mielie. Rechtover het kruidenierswinkeltje van Marie woonde op de hoek Modest Devos, in de volksmond Deeiste Devos of Voazen Deêstie. De voorbijtrekkende schoolkinderen vonden dat een norse man, maar dat was de schuld van de kinderen zelf die allerlei fratsen uithaalden om de man te plagen."

De school op het dorp waar ik school liep.

"Zuster Augula zorgde voor de kinderen van de tweede kleuterklas. In haar klas stond een piano. Daar bovenop stond een wekker. De zuster had de opdracht te bellen als de lessen gedaan waren. Maar ik mocht altijd met de bel gaan rinkelen. In 1930 was zuster Aquilina overste en deed het 5de, 6de, 7de en 8ste  studiejaar. Ze was goed bedreven en bereidde de meisjes goed voor op het Kantonnaal Examen. Meester Jan was toen de oppermeester. Zuster-overste schreef al eens een briefje en ik moest dat berichtje tijdens de schooluren bij meester Jan brengen Hij woonde op de plaatse en was reeds op pensioen. Irma, zijn vrouw, kwam opendoen, en na een beleefde groet werd het berichtje afgegeven. En negen op tien, die dag kwam meester Jan nog naar school. Hij was een heel goede meester en had na zijn oppensioenstelling nog een grote verbondenheid met zijn school. Op een dag komt mijn moeder meester Jan tegen en deze zegt haar dat mijn broer Georges “ nen rappen” was. “Hij moet naar een andere school want hier kan hij niets meer bijleren. Laat hem naar Ronse gaan.” En zo geschiedde. Op tweede Sinksen deed hij zijn plechtige communie en ging dan naar het college van Ronse in de klas van meester Valère Mores. In ’t begin ging hij dagelijks te voet vanaf de Pontstraat. Tijdens de winter had het eens geijzeld. Thuis bleef hij niet. Op zijn kloefen was hij weg. De mensen die gingen werken deden dat ook.

De betere families stuurden hun kinderen vanaf de leeftijd van 12 jaar, na hun plechtige communie, naar een pensionaat in Henegouwen. Toen was er nog geen sprake van een taalgrens. Het was nog in de tijd dat de kleine Vlamingen hun Frans moesten gaan leren in een of ander instituut in Celles, Ellezelles, Ath, Leuze… De meeste meisjes verbleven er slechts één of twee jaar. Ondertussen waren ze 14 jaar en tijd om thuis te blijven.

In de jaren dertig was er tocht enige wedijver tussen de beide scholen. Meester Fedor, toen nog een jonge onderwijzer van de nieuwe gemeenteschool op het Holand kwam af en toe bij ons langs om van mij te horen wat en hoe wij in de vrije school leerden. Hij kwam al eens bij ons thuis zijn boterham opeten. Vooraf  ging bij Bekie (winkel van Richard Vanderbeke) een doosje sardienen halen. In de winkel daar vroeg eens een vrouw: ”Ha, zijde gij dienen nieuwe meester die hier in de school gaat komen ? En is ’t waar dat er niet meer gaat gelezen (gebeden) worden? “ Antwoord van de meester: ” Luister hé, wij zijn allemaal christelijk opgevoed!” “ Hoe diep dat het er in zat hé!”(sic)

 In de aangenomen jongensschool gaven Maurice Bastien, Benoit Lepez en Marcel Lepez les. Maurits Bastien was afkomstig van Zulzeke. Zijn ouderlijk huis was schuins over de gemeenteschool. Hij was een boerenzoon die nadien in het seminarie is getreden en priester werd. Maurits kreeg zijn “Heilige Priesterwijding” en deed zijn “Eerste Plechtige H. Mis” te Gent op “Beloken-Paaschen” 1943. Hij werd in Zulzeke gevierd op 9 mei 1943. Priester Bastien werd zelfs onderpastoor op Sint-Hermis te Ronse."

 

Oorlogsjaren

"Als jonge onderwijzeres hielp ik bij Winterhulp en het Rode Kruis. De leden van het comité van Winterhulp waren o.a. Dr Glibert en Jean Decubber (die ook tweede bediende was op het gemeentehuis) en de gemeentesecretaris. Hij was aangesteld voor de bevoorrading.

Iets meer over Winterhulp (secours d’hiver).

Sommige steden gaven in 1940 postzegels uit met een toeslag ten voordele van Winterhulp: Brugge (50c+10c), Brussel ( 1Fr75 + 50c), Namen (75c +15c), Hasselt (1 Fr +25c),  Antwerpen (2Fr50 + 2 Fr50),Luik (5 Fr + 5 Fr)… Zie waarde tussen haakjes.
Onze taak was de arme mensen en allen die behoeftig waren te helpen. Vooral de huisgezinnen met kinderen stonden vooraan. Wij zorgden voor de bedeling van de kolen. Zo was er een depot in de boerderij van Maurice Eyckerman. Talrijk waren de mensen die daar met een kruiwagen kolen kwamen halen.En dan in 1944…!Het was op een dinsdag dat mijn broer Georges, Roger Demets, Roger Vandendaele en ik naar Waregem zouden fietsen. ’t Was daar kermis en wij hadden al enkele jaren de gewoonte  naar toe te gaan. We reden de Sponde naar beneden en daar liep een soldaat de straat op en af. Was dat een Duitser ? Al gauw kwamen we aan in Berchem en passeerden even bij een tante. “Wat, gaan jullie naar Waregem? Maar dat moogt ge niet riskeren. ’t Is veel te gevaarlijk want ’t is hier ergens iets gaande.” Er hing precies iets onheilspellend in de lucht. Maar wij reden toch verder. Ge weet hoe jonge mensen zijn. Maar na enkele kilometers zijn we toch maar terug gekeerd. Tegen dat we terug in Berchem waren stond er een locomotief met veel wagons en in de richting van Kwaremont was er precies een grote bedrijvigheid. De mensen zeiden ons dat we naar huis moesten. De mensen van Kwaremont betrouwden ook het boeltje niet en bleven binnen en kwamen niet op straat. Er hing iets in de lucht. Dan werd het zondag. We hoorden tegen de middag een heel harde ontploffing. Nadien bleek dat de achterwacht van de bezetter een munitiedepot liet in de lucht vliegen. Blijkbaar was daar een raketbasis in opbouw voor de lancering van de V-bommen. We hoorden nadien dat het nieuwe kasteel ten gronde af lag."

Dit kasteel en het domein er rond behoorde toe aan de familie Behaegel de Bueren. En de raketbasis daar maakte deel uit van een batterij die was opgesteld van Noord-Frankrijk tot Kwaremont.

Het echte verhaal uit de mond van de eigenaar van het kasteel.

Verslag van een interview door de heer P.H. op 4 januari 1996 met Jonckheer André Behaeghel de Bueren, zoon van Gravin de Beuren die tevens eigenares was van “Goet ten Broecke” van 1920 tot 1950, moment waarop ze stierf.

De familie woont in het Chateau de Calmont dat op een domein ligt van enkele honderden ha.

“Mevrouw  Gravin de Bueren was de laatste afstammelinge van een oude Hollandse familie. De familie was over gans Europa verspreid o.a. in Westfalen in Duitsland en in Oostenrijk. De familie de Bueren is in Vlaanderen gekomen onder het Oostenrijks Bewind, toen Maria Theresia van Oostenrijk Gent bezette. Een Oostenrijks kolonel, een de Bueren is toen - zoals het een bezetter past, getrouwd met een Van De Woestijne uit Gent en zo zijn de de Bueren in Gent gekomen. In 1923 is door toedoen van Koning Albert I de naam Behaeghel  veranderd in Behaeghel – de Bueren; dit was nodig omdat anders zo’n oude en over gans Europa verspreide familienaam zou verdwijnen. Gravin de Bueren was gehuwd met Ridder Gaston Behaeghel. Hun huwelijk werd gezegend met zes kinderen. Ridder Pierrre – als oudste erf je automatisch de titel van je vader - die huwde met dame Morelle de  Westgaver uit Gent , Jonckheer Philippe, Jonkheer André, Jonkvrouw Anne-Marie die huwde met graaf Raymond D’Ansembourg, een Hofhertog van Luxemburg en die nu nog verblijft op het kasteel te Melle en tenslotte Jonkvrouw Lorette die huwde met Baron de Bassompierre uit Brussel.

Toen Gravin Berthe de Bueren stierf in 1950, werden de bezittingen verdeeld onder de kinderen. Tijdens de oorlog 40-45 was Jonkheer André Behaeghel-de Bueren sterk bevriend met een Engelsman. Deze Engelsman seinde berichten door naar Londen over de toestand in de omgeving. Op 3 september 1944 seinde hij door dat er een lanceerplatform stond in de buurt van het kasteel Calmont. Men zou daar meteen overgaan tot het bombarderen van dat lanceerplatform. Dit ging toen echter niet door omdat de Engelsen zich reeds in Doornik bevonden en deze zouden het platform gewoon innemen. Er bevonden zich daar toen plusminus 100 V1-bommen. In een fabriekje beneden de Bossenaarstraat werden toen de stukken gemaakt voor het platform.  Er bleef één Duitser achter om alles op te blazen, de rest van de Duitsers trok naar Ronse. Die achtergebleven Duitser heeft het platform niet kunnen opblazen daar hij gevangen genomen werd door Achiel  Vergeynst. Toen de Duitsers de Engelsen te Ronse tegen kwamen zijn ze gevlucht en zijn ze terug gekeerd naar  het kasteel waar ze zagen dat het platform niet ontploft was. Ze hebben het toen laten ontploffen. Men vertelt dat de Engelse kolonne tijdens de opmars naar Oudenaarde op zeker ogenblik een Duitse gemotoriseerde patrouille kruiste die op weg was naar het platform. En ... de Engelse lieten hen ongemoeid! Niet te geloven! De ontploffing veroorzaakte veel schade aan het park en heeft het kasteel Calmont compleet vernield. Gedurende de periode die volgde heeft de familie Behaegel-de Bueren  drie maanden op het “Goet ten Broecke” in Zulzeke gewoond. De kant van de borenwoning met de beste kamer werd ter hun beschikking gesteld….

Bevrijding

"Aan Den Appel te Nukerke woonde toen een schoon en gelukkig Vlaams gezinnetje met kinderen. Mijnheer Jan Van Ackere was leraar aan het Atheneum in Ronse. Zijn vrouw, Cecile, was de dochter van de bekende en geëerde familie Van den Abeele die een winkel had met boeken en speelgoed in de Baarstraat te Oudenaarde.

Ik weet nog goed. Het was op de maandag na de bevrijding dat mijn vader in de voornoen groepjes mensen de Pontstraat zag op en af gaan. Sommigen trokken richting Etikhove met een kruiwagen volgeladen met pakjes en dozen, nieuwe spullen, zakken, boeken, speelgoed… Allé, alles wat niet te zwaar en te heet was! De ene had dit mee en de andere dat. Vader vroeg zich af wat dit betekende. Hij naar buiten ! En vroeg op de man af waar al dat nieuw spul wel vandaan kwam. Ha, daar van op de steenweg, aan Den Appel. ’t Is daar een huis en ’t zit vol met mooie dingen. ’t Zat zo. De familie Van den Abeele in Oudenaarde had een grote hoeveelheid mooie dingen, ook boeken en speelgoed bij de dochter in Nukerke ondergebracht. De goederen waren aangekocht met het oog op het komende sinterklaasfeest. Ze vreesden immers voor een totale vernieling van hun woning als de bruggen over de Schelde onder vuur zouden komen te liggen. Immers op 19 mei 1940 vielen bij een Duits bombardement op de scheldebrug  26 slachtoffers, de meeste vluchtelingen uit Lanaken in Limburg. Bij de buurtbewoners zat de schrik er dus in.

Mijn vader neemt dan ook maar de fiets en gaat kijken naar de vernieling. Na een tijdje komt hij thuis. Ge moet dat zien! Schande. Daarop nam ik, nog een jong meisje, mijn fiets om ook eens te gaan kijken. ‘k Was nog maar pas van mijn fiets gestapt of daar komt een man op mij af met boeken onder de arm. Hier, gij zijt gestudeerd. Ge gaat dat kunnen gebruiken. Hij duwde een stapel boeken in mijn handen. En ga maar binnen, ge gaat daar wel uw goesting vinden. Maar nee ! Da’s niet van mij ! Toch wel. En ik de trappen op om de boeken terug te brengen. Die legde ik op een venstertablet. Niet te geloven. Wat eens een mooie hall moet geweest zijn lag in de vernieling. Mijn ogen vielen op enkele mooie pentekeningen  aan de wand. Het glas gebroken en de tekeningen doorkerfd. Die tekeningen waren door een familielid getekend. Regelrechte baldadigheid. Het huis, “het torenhof”, bleef er verlaten achter. Enkele dagen voordien was de leraar ondergedoken. Zijn vrouw was met de kinderen door de velden naar de pastorie van Nukerke gevlucht uit schrik voor mogelijke bedreigingen. De leraar heeft een tijdje vastgezeten.

Weken later kregen nogal wat kinderen gestolen zaken. Hopelijk waren die arme zieltjes er gelukkig mee ! Immers, “gestolen goed gedijt niet”!

Zo zijn er hier en daar nog ongeregeldheden gebeurd. Vernielingen, diefstallen, bekladden van woningen, verwijten, valselijk betichten van mensen … Ja, ’t was ’t einde van een lange oorlog. De mensen waren blij gezind en dronken pinten. En van het een komt het ander. Alles komt dan boven, het goede en het slechte!

En dan waren er de “witte bendes”. De “bekies” waren chef van de bende. Ge moest niet veel gedaan hebben om in de brokken te delen. " Bij het naar school gaan als jong kind vonden wij nog stukjes speelgoed die de rovers in hun haast hadden verloren.

Onderwijzeres

"Kort nadat ik mijn diploma heb behaald, dat was tijdens de oorlog, moest ik af en toe een interriem doen in de gemeenteschool te Nukerke. Cécile Gremonprez die les gaf aan o.a. het eerste leerjaar was verondersteld dat ze de kinderen voorbereidde op de eerste communie. Maar die was niet zeer gesteld op die kerkelijke aangelegenheden .Telken jare dus werd ze ziek rond de tijd van de communies zodat ze de voorbereiding niet hoefde te doen.

Zo gebeurde het eens dat de facteur de boodschapper speelde. De overste van het klooster te Etikhove gaf aan Remi de facteur de opdracht om tijdens zijn ronde te Nukerke aan mij te vragen eens naar de school te komen. Ja er was toen geen telefoon en de zusters mochten niet naar buiten. De vraag was: “Zoude gij hier willen komen lesgeven?” Dat stond mij daar niet veel aan, maar van thuis moest ik dat werk aannemen. Maar mijn aanstelling moest toen eerst worden goedgekeurd door kanunnik Quintelier, diocesaan hoofdinspecteur van het bisdom Gent. Maar moeder-overste - een goede – durfde al eens een beslissing nemen zonder haar overheid er kennis van te geven. Je kunt het al raden. Wij beiden moesten naar Gent, bij Quintelier die hoogst waarschijnlijk een andere kandidate had. Ik moest mij op mijn best kleden. Met de trein naar Gent. Aan ’t station daar namen we een taxi tot bij Quintelier. Van de zuster moest ik in de taxi blijven zitten. Plots komt ze buiten gevlogen en zegt dat ik binnen mocht. De kanunnik wist dat mijn broer les gaf in de gemeenteschool van Melden. “Is hij wel aangesloten bij het C.O.V. Zijn jullie christelijke mensen?”  “Ja, wij gaan naar de kerk.” “De kerk van Nukerke, aan wie is die toegewijd?” “ Aan O.-L.-Vr Hemelvaart.” Mij ondervrager beweerde dat ik verkeerd was en sloeg een dik kerkelijk boek open. “G’hebt gelijk!”

 

Paul Hoffmann, de gemeentesecretaris

We hebben al bemerkt dat tot halfweg de 20ste eeuw vele doodsprentjes werden gedrukt in de Drukkerij Hoffmann. "Twee zussen van de gemeentesecretaris, Ida en Aimée, woonden in de straat om naar ’t lindeke te gaan. Die zussen waren ongetrouwd en hielden daar een winkel van kruidenierswaren. Achteraan was er een plaats waar een oude drukmachine stond. Daar werden soms doodsbrieven en doodsprentjes gedrukt vanaf begin 1900.  Hun concurrent was de Drukkerij Deriemaeker, van de koster, op het dorpsplein.

Paul Hoffmann had de naam van “pietje precies”. Hij was zeer correct en gesteld op orde en respect. Een beetje als een militair ! Was hij niet als zestienjarige vrijwillig ingelijfd in het Belgisch leger tijdens de Eerste Wereldoorlog!"

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Meester Theofiel Gilleman

.       Theofile Gilleman, was het eerste schoolhoofd van de gemeenteschool, toen gelegen langs de Capellestraat (nu Pontstraat ) in Nukerke.
Meester Theofile Gilleman was oppermeester van de eerste gemeenteschool langs de Pontstraat te Nukerke. Hij woonde in het schoolhuis naast de eigenlijke school.
Gilleman was een strenge meester en ook al kwam de pastoor nooit op bezoek in de gemeenteschool, toch gaf meester Gilleman godsdienstonderricht.
Een zoon Joseph is gesneuveld in het begin van W.O.-I., nl. op 5 september 1914. Uitzonderlijk voor die tijd was het feit dat meester Gilleman een "spreekmachine" had. (Dat zal een fonograaf geweest zijn, de voorloper van de grammofoon). Hij is driemaal getrouwd geweest; eerst met een zekere Maes, dan met Claus en tenslotte met Gusta Tonneau, de zus van Staf Brugge zijn vrouw. Na het overlijden van de meester is zijn weduwe een tijdje gaan wonen in het huis naast de school (zie nr 14).
Ook toen werd er hier in Nukerke een plaatselijke schoolstrijd tegen een openbare school uitgevochten. De pastoor Dutordoir predikte tegen de liberale school. Na 1930 begon het mank te lopen met de school, het aantal kinderen verminderde, tot er uiteindelijk maar een paar kinderen overbleven. Nadien werd de school definitief gesloten. Meester Gilleman bleef nog enkele jaren in het leeg schoolgebouw wonen. Na zijn dood werd het schoolgebouw als schrijnwerkerij ingericht. Nadien werd het bewoond door Aloïs Norga die het later doorverkocht aan de familie Hector Van Moorleghem, die in het oude schoolgebouw een mechanische maalderij inrichtte.
De school langs de Capellestraat werd door sommige een oord van verderf genoemd. Wie daar school liep zou in “d’helle” terecht komen. Op 't laatst had onderwijzer Gilleman nog 2 leerlingen: Richard De Bisschop en Franske Norga. In die tijd was pastoor Dutordoir pastoor te Nukerke en speelde burgemeester, was baas op ’t kerkhof en chef in ’t hospice. Naar 't schijnt had hij ook andere activiteiten. Maar de pastoor en de onderpastoor bleven preken tegen die liberale school. De pastoor deed al wat hij kon opdat de katholieken bij een volgende verkiezing zouden boven zijn. Maar de liberalen wonnen en Armand Vandeputte uit ten Abele werd burgemeester. Ondertussen zat de school zonder leerlingen en de oppermeester zonder werk. Bij zijn op ruststelling woonde hij in een woning gelegen tussen de school en het hoevetje van R. Van Coppenolle. 
Tijdens zijn derde huwelijk met Gusta Tonneau werden na de gesneuvelde zoon Joseph, nog 2 zonen geboren. De oudste, Joseph-Theofiel-Guido, werd geboren op 13 juli 1918. Tijdens zijn beroepleven was deze werkzaam als technisch tekenaar bij New Holland. Joseph heeft tevens een aantal patenten op zijn naam staan onder de naam van Joseph TG Gilleman. Hij woonde destijds in Sint-Denijs-Westrem, was getrouwd en kreeg 6 kinderen en 7 kleinkinderen. De tweede zoon, Marcel, werd geboren op 8 januari 1923. Ook hij was later te werk gesteld bij New Holland. Hij werkte er als human recources medewerker, woonde in Sint-Denijs-Westrem, was getrouwd en kreeg 2 kinderen en 6 kleinkinderen.Hij overleed op 6 april 1986. Gusta is na de dood van Theofile van Nukerke verhuisd naar Sint-Denijs-Westrem nadat ze eerst woonde in het villaatje nr. 14 naast de oude school. Ze is overleden in 1979" (veel gegevens bereikten ons via Sarah Gilleman, een achterkleindochter van Theofile)

De grootste concurrent van oppermeester Gilleman was de toenmalige pastoor Paul Dutordoir, die dorpsherder was van 1907 tot 1931. Hij overleed godvruchtig te Mariakerke (Gent) op 16 februari 1946. Hij predikte tegen de gemeenteschool en ging zwaar te keer tegen de"goddelozen" maar naar verluidt reed hijzelf niet zo'n fraai parcours. Een afbeelding van deze kan je vinden in een vorige rubriek.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Nukerke

↑ Terug naar de berichten