Naar de inhoud

Nukerke

Nukerke aan de voet van een getuigenheuvel
akke.beakke.be

Archief

Zulzeke dorp

Schilderijtje in olieverf - 1956 met zicht op Zulzeke dorp van uit Nukerke aan de Donderput

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

52. A la maison communale de Nukerke

“Maison de commune de Nukerke”, het gemeentehuis is ondergebracht in een herberg.

Vanaf halfweg de 18de eeuw veranderde Nukerke grondig van uitzicht. Zo verrezen toen tal van vierkanthoeven en kreeg de gemeente een eeuw later een gemeentehuis. In Nukerke was dat de oude pastorie. Zoals in menig dorp bleef soms tot in de 20ste eeuw het gemeentehuis een dorpscafé  waar een kamer was voorbehouden voor de administratieve zaken. (We denken aan Zulzeke waar tot aan de fusie de gemeentelijke diensten waren ondergebracht in de herberg).  Na de bouw van een  gemeentehuis ging in menig dorp de herberg verder onder de naam van “In ’t oud gemeentehuis” Dorp 31.

Hier een zicht op de oude dorpskom van Nukerke, gezien van op de “plaatse". Dit dorpszicht is sinds de eindjaren 70 onherroepelijk verdwenen; de oude woningen moesten plaats maken voor parkeerplaatsen.  De woning op de tekening is de herberg, “bij rijkboezen”, in het “Oud Gemeentehuis”, in oorsprong “La maison de commune de Nukerke”. In het bijhorend kruidenierswinkeltje, konden we, in onze jeugdjaren, voor 5 fr een pakje Belga kopen.

Lange tijd werd deze oude herberg open gehouden door Ivo De Keyzer (1856-1939). Toen er nog geen parochiezaaltje was werd er in het achtergebouwtje  toneel gespeeld. Zo speelde de toneelgroep “de veldbloem” op een kermiszondag van 18 september 1904 in het kleine  zaaltje, een vroegere schuur.

 Jaren later werd deze herberg eigendom van de familie Ryckbosch en dit tot aan de sloop. De laatste bewoners waren Victor Ryckbosch en vrouw Zulma Ceuterick met dochter Bertha als herbergierster.

 Naast dat achtergebouw, langs de Kerkweg, stond de herberg “Sint-Elooi”, in de volksmond “bij lootse kuipers”. Rond de jaren 1950 hielden Joseph en Rachel T’Kindt-Verbruggen de herberg open, nadien was het de beurt aan Remi en Elvire Toniau-Verhellen eveneens tot aan de afbraak begin de jaren 1970.

De woning links op de hoek was voor die tijd een tamelijk mooi burgerhuis van Paul Blommaert, gemeentesecretaris van Nukerke juist vóór de periode van Paul Hoffmann. Achteraan de woning moet er destijds een bedrijfje zijn geweest, mogelijks een weverijtje. Zie de grote toegangspoort langs de toenmalige Boelaerdstraat. Na het overlijden van haar man bleef de weduwe Blommaert er wonen samen met haar zus, weduwe Cnudde. Halfweg de jaren 70 werd de woning aangekocht door de gemeente om het als gemeentehuis in te richten. Het secretariaat was er ondergebracht met E. Santens als secretaris en het bureeltje van de veldwachter met Eugeen Van Dyck. Verder was er een dienst van Kind en Gezin én de bibliotheek. Bij de fusie van de gemeenten werd dit gebouw omzeggens nutteloos en dra zou het moeten plaats ruimen voor koning auto. Een groot deel van de oude dorpskern was toen in het niets vergaan.
Tussen deze woning en de herberg “In de wachtzaal” (bij Michel Arco) stond nog een huisje waar in de jaren veertig “Wieten Grielie” (Merchiers) woonde. Iets verderop naar het “lindeke” toe, nu huisnummer 2, woonde “Zwarte Grielie” (Verbruggen), “ne grielemôeker” - hij maakte en herstelde het gareel van een paard , koe of os.

In politieke zaken hadden de vrouwen omzeggens toen nog niets in de pap te brokken want ze kregen pas stemrecht op 24 april 1921 en dit enkel voor de gemeenteraadverkiezingen. Voor de mannen werd het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd. Dus één man één stem.

Daar werd toneel gespeeld.

Rond de jaren 1900 was er nog geen parochiezaal daar het gebouwtje nog bezet was door 2 kleuterklassen van het klooster. Maar geen nood; in de taverne “A la maison communale de Nukerke” was er een zaaltje waar er kon vergaderd en toneel gespeeld worden. Dat zaaltje was eigenlijk een vroegere schuur waarvan de toegang gebeurde via een houten poort, kant Boelaertstraat (zie tekening “Vroeger dorpszicht). De toneelgroep, De Veldbloem, bracht op kermiszondag 18 september 1904 een toneelstuk en gezang.

Enkele leden:

Theophiel Gilleman was toen hoofdonderwijzer van de gemeenteschool langs de Capellestraat.

Frederick Verdonckt was champetter in Nukerke.

Frans De Bo woonde op de hoek Dorpsplein/Lindeke

Emiel Dekeyzer was de herbergier van de taverne  “A la maison communale de Nukerke”.

Octaaf Dekeyzer was de broer van Ivo Dekeyzer.

Omer Vandendaele was herbergier van “In den Engel”.

Octaaf Hoffmann was koster in de kerk te Nukerke.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

51. Windmolen Ter Geynst

Potloodtekening 20/30 naar een foto daterend van september 1931

 

Houten korenwindmolen “Ter Geynst”

Julien Vandeputte

Oorspronkelijk Claus Louis, landbouwer te Nukerke

1877 schenking aan Claus Theodore landbouwer te Nukerke

Claus-Vander Gheynst Louis landbouwer in Nukerke is de vruchtgebruiker

1889 einde vruchtgebruik  aan  Claus Théodore landbouwer in Etikhove

1897 naar de kinderen

1914 vente  aan De Vos-Hors Emile landbouwer Nukerke

1934 gift aan De Vos René en konsoorten landbouwer te Nukerke

                De Vos - Hors Emile-Robert, mulder,Nukerke

1940 De Vos en konsoorten landbouwer te Nukerke

                De Vos-Hors Emiel-Robert , de weduwe en kinderen  mulder te Nukerke

1949 totale afbraak. Volgens een andere bron zou deze molen eigenlijk reeds in 1942-1943 afgebroken zijn

Uit “De molens  in het arrondissement Oudenaarde” door Julien Vandeputte

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Linde aan de Lesborre

Hollandse linde aan de Lesborre. In de verte de windmolen Ten Hengst.

Destijds een romantisch plekje voor jonge verliefde koppels.

Artikel uit de Landschapskrant van september 2015 over solitaire bomen.

“Her en der in het landchap zie je solitaire bomen staan. Het zijn volwassen bomen die de ruimte hebben gekregen om zich te ontwikkelen.Ze staan vaak niet zonder reden op die specifieke plaats. Al vele eeuwen lang vervullen ze allerlei functies. Vaak worden ze aangeplant om de aandacht te trekken; bijvoorbeeld door hun omvang, vorm en kleur. Mooie voorbeelden hiervan  kan je bewonderen in historische kasteelparken. Vrijheidsbomen, vredesbomen, herdenkingsbomen herinneren ons aan een historische gebeurtenis, terwijl gerechtsbomen en welkomstbomen ons wijzen op een bijzonderen plaats. Soms kan een boom ook een historische eenheid vormen  met een religieus bouwwerk. Denk maar aan  de typische “kapelletjeslinde”, een vereringsboom voor een heidense vruchtbaarheidsgodin. En wist je dat  bomen ook een kadastrale of administratieve grens kunnen markeren. Het zijn de zogenaamde grensbomen, hoekbomen, bakenbomen… Vaak krijgen deze bomen gaandeweg een bijkomende functie, zoals een ontmoetingsplaats, een oriëntatiepunt in het landschap. Soms zijn ze een stille getuige van een bepaalde snoeivorm die nu nog zelden wordt toegepast. Wil je weten of er bij jou in de buurt ook een bijzondeere boom staat ? Surf dan naar https://inventaris.onroerenderfgoed.be/ile/boom/zoeken”

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

43. Hoeve Schoorens

Deze boerderij langs De Spijker te Nukerke is een “Semi-gesloten hoeve gelegen aan de straatbocht met markante linde en kastanje aan de straatkant.  De vorige kleine hoeve werd in 1841 uitgebreid en de gebouwen werden vergroot. De vergrotingswerken gingen gepaard met de inrichting van een stokerij. De boerenwoning zelf werd ook in die tijd verhoogd met een halve bouwlaag. Palend aan de boerderij was er een knechtenwoonst. De stokerij is sinds halfweg de 19de eeuw omgevormd  tot bakhuis en nadien omgevormd tot  cichorei-ast. Rond de eeuwwisseling werden de landbouwactiviteiten langzaam afgebouwd. (gegevens uit de “Inventaris van het cultuurbezit in België)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

50. Sint-Antonius-abt

Antonius van Padua,  Antonius-abt - Toontje voor de Nukerkenaren.

Potloodtekening 30/40 van Toontje, een beeldje boven het zijaltaar van de Nukerkse parochiekerk. 

Antonius is de patroonheilige van vele beroepen zoals wevers, slagers, suikerbakkers, mandenvlechters, begrafenisondernemers, zakkendragers, varkenshoeders.  Hij is dé hulpverleners bij pest en allerlei ziekten bij de dieren.

Antonius was zo verbonden met het volk dat er zelfs weerspreuken zijn ontstaan toepasselijk op de periode rond zijn verering. Zoals 

“Maakt Sint-Antonius de brug, Sint-Sebastien slaat ze stuk. (20 januari)

“Sint-Antonius klaar en helder, vult ’t vat en de kelder”

De schilderij boven het altaar stelt “De verzoeking van Antonius” voor.

Sint-Antonius abt wordt hier afgebeeld met  het varkentje aan de rechtervoet. Hij vertrappelt met de rechtervoet een figuur die het kwade of de duivel voorstelt.

Iconografie

Het  is een massief eikenhouten gepolychromeerd beeld. Antonius-abt wordt steeds afgebeeld als kluizenaar  met de tau of kruisstaf (Antoniuskruis), met een bel, al of niet aan de staf  bevestigd, met een varkentje  (dit wijst op de diabolerieën waarmee de duivel Antonius lastig viel. Soms vertrapt hij de satan. Antonius houdt in de linkerhand een bijbel, soms draagt hij een rozenkrans. Andere kentekenen zijn laaiende vlammen of een fakkel, het Sint-Antoniusvuur. Afbeeldingen van Antonius vindt men op schilderijen van Van Eyck, Van der Goes …(W.P.)

Volkskunde

De meeste parochies hebben wel een of andere patroonheilige die er vereerd en aanroepen wordt/werd. Voor de plaatselijke kerk was zo’n heiligenverering heel belangrijk; het bracht gelovige bijeen en bracht geld in het bakje.

Antonius speelt in het volkse leven een belangrijke rol, vooral bij de landelijke bevolking. Hij is dan ook de patroon van het vee, van de boeren, slagers en borstelmakers.

Antonius werd vereerd in Nukerke maar na enig zoeken stelt men vast dat er in Vlaanderen vele parochies zijn waar hij een plaatsje kreeg. De Nukerkenaren en de gelovigen uit de omgeving vereerden Toontje  veeleer als beschermer tegen veeziekten en als hulp bij verloren voorwerpen ( o.a. een verloren gelopen dier...).

Antonius heeft ook een begrip in de volksweerkunde. Zijn feestdag 17 januari valt in putje winter, een periode van ijs en dooi. Ook enkele volksspreuken verwijzen naar Antonius. We leerden van onze ouders dat “met Toontje het 's avonds tot vijfenhalf klaar  is.” Dat gaf de mensen moed. Het verlangen naar de lente was groot.

Noveen

Deze begon op de feestdag. De zondag daaropvolgend was feest in de parochiekerk met o.a. een plechtige hoogmis en rondgang rond de kerk. Andere materiële elementen die in de Nukerkse kerk wijst op de Sint-Antoniusverering zijn de vijf ingelijste en door glas beschermde gepolychromeerde bas-reliëfs én het boogvormig bas-reliëf boven de toegangsdeur van de hoofdingang. Tijdens de jaarlijkse ruitersommegang werd de relikwie van Sint-Antonius meegedragen en werd ook het bedevaartvlagje (vaantje) bovengehaald.

Wie was die Antonius?

Hij zou geboren zijn in Kome, in Midden Egypte in 251 of 252 en overleed in de Egyptische woestijn in 356 op een leeftijd van zegge en schijve 104 jaar. Tijdens zijn kluizenaarsleven was hij gekend als Antonius de Kluizenaar of Antonius de Grote. Op 21 jarige leeftijd trok hij zich terug in de woestijn. Volgens de legende voerde hij voortdurend een zware strijd tegen demonen. Heel wat leerlingen volgden hem. Hij stichtte geen gemeenschap maar toch bleef hij kluizenaar tot aan zijn dood. (W.P.)

(zie ook inventaris onroerend erfgoed.be)

 

Een anekdote

Tegen de buitenkerkmuur zijn verschillende staties ter ere van St-Antonius (met het varken) aangebracht.

Rond het feest van de H. Antonius abt op 17 januari heeft er sinds jaren een noveen plaats in deze kerk. Dan werd de kerk versierd met de bloemen die madame Blommaert schonk. Toen, in de jaren vijftig, kwam er nog veel volk af om Toontje om zijn gunsten te smeken. Was je iets verloren? Wend je dan tot Toontje. Veel kans dat je het terug vond! Gedurende die dagen van de noveen hield ik een standje open achteraan in de kerk. Ik verkocht er kaarsen en medaillons. De gelovigen konden bij mij missen bestellen en betalen en ik mocht hen zegenen met de relikwie van de H.Antonius. Ik moest natuurlijk een zegening uitspreken maar aangezien ik nooit Latijn heb geleerd ging dat wat moeilijk. De zegende priester brabbelden destijds ook een onverstaanbare Latijnse tekst. Dus, deed ook ik alzo. Tot op zekere dag een oud vrouwtje me vroeg:” Maar wat zeegde gij otijd ?”  Ik antwoordde:” Niet vies van zijn, ’t is afgekuist…!” Maar dat zei ik zo snel dat niemand het verstond en… ’t leek van ver op kerklatijn. Dat vrouwtje hé, dat heb ik nooit meer weer gezien. ’t  Kan ook zijn dat ze het jaar nadien was verleden of …

Eertijds waren de zijmuren achteraan in de kerk beschilderd met Nukerkse taferelen. Spijtig werden die ten tijde van pastoor Naessens overschilderd. Voortaan prijkt daar een modernere tekening. Al of niet mooi?

P.D.

Processie

Tweemaal per jaar ging er een processie uit nl. op Sacramentsdag en op O.L.V.-Hemelvaart. Op Sacramentsdag ging de grote processie uit. Vanaf de kerk ging het naar het wezenhuis, en hospice, waar de oudjes buiten zaten. Verder ging we de Boelaerdstraat op tot bij Gentil; aan de hoek van de Pontstraat. In de kapel daar werd voor het eerst halt gehouden. Dan ging het richting  Den Appel. Onderweg was er nog een halte aan de kapel op de hoek van de Holandstraat.. Vanaf daar ging de lange sliert de Steenweg naar beneden naar de kerk toe. Op O.L.V.-Hemelvaart ging de kleine processie uit. Toen ging het richting Geitenhoek waar een altaar werd opgezet om het H. Sacrament op te stellen. Vandaar ging het via de Steenweg terug naar de kerk. Ter gelegenheid van de processie werden de woningen versierd met bloemen en een vlag. Soms werd er een tafeltje neergezet en op een sneeuwwit kleedje stond een beeld. Het was ten tijde van pastoor Tirez dat er discussie was. De processie was reeds enkele keren uitgesteld wegens het slechte weer. De pastoor kwam met een oplossingvoor de dag; regen of niet de processie gaat uit. En wat gebeurde er? De lange stoet werd uitgeregend en de gelovigen werden gezegend met een stevige plensbui. Iedereen liep naar huis maar niet de dragers van het beeld van St-Anthonius. Die lieten zich verleiden en schuilden met onze patroon en al in een café. Na enkele natjes werd het buiten droog en konden de dragers onze patroonheilige veilig thuisbrengen. Men had z’n lesje geleerd en er kwam een nieuwe afspraak; als op de dag van de processie de klokken drie keer luiden dan gaat de processie uit. Indien 1 klok luidt dan niet.

Er was een vaste volgorde voor de deelnemers. Voorop stapte de champetter , dan de misdienaars met kaarsen en kruis, de vlagdragers met de vlag van De Boerinnenbond, de BJB, de Scouts, de Chiro, 15 weeskinderen met elk een klein vlagje (de 15 vlagjes symboliseerden de 15 mysteries van de rozenkrans), de dragers met de beelden, de fanfare van Nukerke, de koster en het zangkoor, de bloemenmeisjes die weelderig kleurrijke kroonblaadjes en papiersnippers rondstrooiden, de pastoor met het Sacrament onder het baldakijn met een zestal lantaarndragers erom heen en tenslotte de gelovigen.

De drie dagen vóór O.-L.-H.-Hemelvaart worden kruisdagen genoemd. Drie dagen vóór de hoogdag maakten de pastoor met relikwie, de misdienaars met het kruisbeeld en vele boeren en boerinnen maar ook kinderen en andere gelovigen een rondgang door de velden om de gunst af te smeken voor een goede oogst van de vruchten der aarde. Gedurende de hele weg werd de litanie van alle heiligen gezongen.”Sancte Antoni… ora pro nobis…” P.D.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Linde langs de Pontstraat.

Fragment uit een potloodtekening 40/50.

Deze Hollandse linde langs de Pontstraat werd half april 2013 geveld. De jaarringen vertelden ons dat deze boom meer dan een eeuw geleden werd aangeplant. Zou hij aangeplant zijn in 1900 ter gelegenheid van de eeuwwisseling ? Tot 2011 geleden stond hier een boerderijtje met een kleine smidse tegen de westgevel  (ik heb die nooit in werking gezien). Tot midden de jaren 50 bewoond was dit boerderijtje bewoond door Ysebaert, in de volksmond "shieke Nijs".

Ysebaert leefde van planten- en groenteteelt die hij verkocht op de naburige markten waar hij met paard en kar heen trok.
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

49. Lemen schuur op den Dries

Lemen schuur op Den Dries

 

Daar  op Den Dries werd in het ouderlijk huis Aloïs Willems geboren als zoon van Desiré en Melanie Verhellen. De oude woning werd in 1953 grondig gemoderniseerd toen strooidak en lemen muren verdwenen. Een houten balk, verborgen in het plafond draagt het jaartal 1668. In oorsprong behoorde dit landhuis en het koeplekje er naast toe aan de boerderij van Staf Vande Putte die een grote vierkantshoeve aan de overzijde van de Holandstraat exploiteerde. De Vande Puttes waren toen een rijke, invloedrijke én devote familie. Zo schonk de dochter Anna Theresia Vandeputte geboren te Nukerke op 30 september 1795 aan de parochiekerk van Nukerke een heel mooi en kleurrijk glasraam, O.-L.-Vr. van Lourdes voorstellend. Dit glasraam is geplaatst in de noordenmuur van de kerk.Er werd verteld dat dochter Anna Theresia thuis op de platine (ijzeren deksel met handvat waarmee de stoofkom werd afgedekt) en op de stoofbuis sigarenpuikjes legde om alzo de woonkamer aangenaam te laten geuren.

 Octaaf Verhellen, broer van Melanie was toe "carton" (van het Franse carter dat voerman betekent ?) op de boerderij van Vande Putte. In de jaren 20 bleven op de boerderij nog 2 jonkmans en één jonge dochter over. Die mensen waren zó devoot dat ze dagelijks in de kerk te Nukerke de mis bijwoonden. In het huishouden werden ze geholpen door de buurvrouw van rechtover, nl  Hortanse de vrouw van Richard Vanderbeke. Als beloning voor haar hulp schonken de Vande Puttes de woning aan Hortanse. De boerderij zelf werd in 1926 gekocht door  Richard Devenijns en vrouw Zulma Devos, afkomstig uit Leupegem. In de jaren 70 volgde zoon Marc zijn vader op. En de volgende 2 generaties staan reeds klaar voor de opvolging.

De hoeve staat beschreven als een “Grote en opvallende hoeve met fraaie verheven inplanting aan rechte straathoek en tussen kruispunten met Dieriksstraat en Bakkerbos. Lang boerenhuis van zeven travels en anderhalve bouwlaag met brede korfboogvormige toegangspoort onder zadeldak bedekt met kunstleien ter vervanging van stro sinds ca. 1920. Aan de straatzijde, op de uitgewerkte booganker boven de toegangspoort, staat 1840, het jaartal toen de vorige hoeve met losse bestandmiddelen tot huidige hoeve werd verbouwd. De woning heeft een overwelfde driedelige huiskelder en naar verluidt zouden de funderingen zo maar eventjes 1,2m breed zijn. Het erf zelf met mestput is gekasseid sinds 1940. De mestput is ondertussen verplaatst naar de buitenzijde van het hof. De lemen schuur onder kunstleien schilddak aan de noordzijde is vermoedelijk uit de 18de eeuw. De achter- en zijgevels zijn bestaan uit houtbouw op bakstenen voet en deels nog de oorspronkelijke lemen vullingen.

De lemen schuur werd eind 2017 afgebroken.

De oude lindeboom die naast de kapel stond werd bij de heraanleg van de Holandstraat geveld. Een jonge lindeboom werd nadien op de zelfde plaats aangeplant.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

43. Het Nieuwennest

Aan de “Steenen molen en Nieuw Nest”

 

Op de Vandermaelenkaart uit 1851 staan deze beide gebouwen reeds aangeduid.

De herberg “Het Nieuwennest” situeerde zich in de woning van de boerderij waar we Omer Delanghe hebben weten wonen, op de hoek van de Weitstraat en de Hoevekouter. In 1920 kochten Francis Van Maelsaeke en zijn vrouw Marie Depaepe de boerderij en de woning met herberg. Ze huurden de woning van Leo Devos. Het staminné werd open gehouden door zijn zoon Ivo Van Maelsaeke (zoon van Francis) gehuwd met Marie Depaepe. Marie stierf in het kraambed bij de geboorte van haar 8ste kind. In hun jonge jaren was er soms veel  ambiance! Daar zorgde Ivo voor die accordeon speelde. De herberg sloot haar deuren nog voor W.O.-I. Na de oorlog werd Ivo Van Maelsaeke er de nieuwe eigenaar van. Ondertussen erfde Zoë Devos, dochter van Leo,  ’t Nieuwennest.

De laatste molenaar was Raphaël Maes  die woonde in het molenaarshuis aan de overkant van de Weitstraat. Dat molenaarshuis is in de jaren 30 afgebroken wegens onbewoonbaarheid daar de vloer, die rustte op gewelven, het begeven had. De toegang tot het huis ging via een trap. De molen die in de vallei ligt draaide soms ellendig traag en de molenaar moest meermaals wachten op meer wind om het graan te malen. In die tijd draaide, iets verderop, de watermolen (graanmolen) van Octaaf Van Malleghem nog, gelegen langs de Maarkebeek in Etikhove. Er was toen keuze te over om het graan te  laten malen.

De watermolen Te Meulebroecke was eigendom van Leo Devos, later Odiel Devos en nadien Robert Antrop. In de jaren ’70 werd het gebouw, dat al dienst deed als schuur, afgebroken.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Meer van Nukerke

↑ Terug naar de berichten