kogel
de kogel is door de kerk
een klein gaatje van noord naar zuid
nee... helemaal niet het halve werk
manlief, wat ziet die kerk er uit...
kogelde kogel is door de kerk
een klein gaatje van noord naar zuid
nee... helemaal niet het halve werk
manlief, wat ziet die kerk er uit...
vroeger was alles beter ...
in de winterin de winter zijn er meer bomen
dan in de zomer
maar dat deert je niet
want je draagt de warmte als een baby
met roze handjes tussen de huizen
je heupen veranderen water in wijn
en je oksels vallen open vol hemel
de stilte plant zich voort langs de vogels
die hangen aan het plafond van het bos
je woorden heb ik vacuüm getrokken
als zachte eenden in de mist
de straat begint te blozen
de zon glijdt uit
en giechelt
nippertjeop het laatste nippertje
gaf ik jou toch nog een zoen
en dat was misschien wat te laat
ik had het waarschijnlijk vroeger moeten doen
maar ik weet niet
of er een eerste nippertje bestaat ...
regering
vrolijk pasen
ouwe makkers



de toekomst ...
droom
ook voor de katten wordt het lente ...de kater van de overburen
ligt tijdens de dag op zijn gemak
naar de eerste vlinders en de vogels te gluren
maar ’s avonds dan kruipt hij op het dak
de katjes tegemoet tussen maan en sterrengeflonker
drie op één nacht heeft hij uitgerekend
niet zo gemakkelijk in het donker
maar zijn gps doet het uitstekend
op al deze liefdesavontuurtjes
is hij zo trots als een luis op een kam
en ’s morgens in de vroege uurtjes
kruipt hij moe en tevreden in zijn tram
hij laat de honden in de straat maar keffen
en denkt al aan de volgende nakomeling
en voor de katjes het beseffen
is het weer van … tararadjing
jeff en lowie
voorbode
kom binnen zeg ik
in mijn huis van wind en wolken
dag verzamelaar
van mijn behangpapier met spreuken uit de voorbije winter
luister naar de ademhaling van het land
hier sliepen gisteren de insecten
als pelsdieren
in de gietvorm van de eeuwigheid
zie hoe het licht
wiegt als water
warmwaait naar de klanken
die mekaar met smaak naar binnen spelen
hoor
de zon kookt de tongen van de vrouwen
als mossels los
ik spring van vreugde op mijn schouders
onze magazijnen zitten vol zomer
omdat ik Vlaming benVlaming zijn is geen goede stiel
want men staat altijd van achter
Toch blijf ik in hart en ziel
een Guldensporenslagter
rijmpjeeen eigenzinnge kerel uit Barcelona
at dagelijks grote porties lava
nee, zei zijn vrouw tot een gebuur
eigenlijk is het niet zo duur
maar ons toilet is net de Costa Brava ...
avond
en de mens...
octopuswas je maar een octopus
dan had je bijna zeker 8 armen
en kon je me bij iedere kus
hartstochtelijk verwarmen...
veel te vroeg lenteliedje

de grote revolutiewoorden lopen met opgetrokken schouders
in bange tijden
ze durven zelfs geen zin maken
en blijven binnenhuis in holen van papier
ze klinken amandelbitter
woorden worden zelfs anders uitgesproken
als de stilte met afgehakte handen op hun lijf plakt
ze worden nog anders geschreven ook
in de lente dragen ze hoofddoeken
ik heb er foto’s van gezien
en dikke jassen trekken ze aan als het winter wordt
dit om de zijwind niet te horen
die fluit naar giechelende meisjes op de fiets
woorden trekken zich terug in donkere torens van kathedralen
hun inkt een verroeste nagel
die woeste stieren in de balken krast
woorden planten zich ondergronds voort
en zoals bloemen en gele vlinders
durven ze wel eens kreunen
als ze door de pantservoertuigen van de leugen
tot letters worden verpulverd
of door hooggelaarsde spionnen worden verkracht
tot de eerste klank
maar eens komen zij terug
samen met de zang van duizend merels
scherp als de rand van een conservenblik
morgen begint de tuin uit zijn neus te bloeden
vendange 2007