ik ben een zin
ik ben een zin
gevangen tussen hoofdletter en vraagteken
op de hartslag van de tijd gedicteerd
wat te doen wat te laten
soms was het bidden
dan was het bronstig blaten
soms het murmelen van het strelen
of het prevelen van een kus
af en toe rijm ik zelfs op autobus
ik heb geen zin meer
ik gooi al mijn woorden als duimspijkers
op straat
want in het station van het achterblijven
valt al dagenlang de regen





