jij en ik
dat ik nooit schreef, waarin de woorden
veel wind door zich heen lieten waaien
en moesten rijmen op jij en ik
opeens schudde de stilte haar manen
en snelde naar binnen
het tochtte er van de hartstocht
alles moest zich vasthouden
en toen het over was
bleken wij elkaar vast te houden
streelden met onze grijpgrage handen
over de dagen die nog moeten komen
als over de snaren
die van de hete druppels van de zomer zingen









