de lente van de citroenvlinder


de morgenwind heeft vele namen
blaast de jurken van de meisjes bol
rukt aan het vergeten wasgoed
en geselt de winter weer de stal in
bij het zien van de eerste citroenvlinder
draagt de zon het sap naar de wortels
en eet de lente als een duif uit onze handen
straks komt schoorvoetend de avond
als een visser op de purperen zee
we maken verre reizen
de sterren hebben nog nooit
zo kort bij ons geslapen










