

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
ik mis je
zoals de wind door de bomen waait
zo waai je door mijn gedachten
zoals de vogel tussen de bladeren slaapt
zo slaap je in mijn gedachten
de lucht die hier binnen hangt
ruikt helemaal naar jou
en het licht dat hier binnen valt
is altijd op zoek naar jou
ik mis je armen om me heen
en jouw lichaam tegen het mijne aan
je lippen die de mijne kussen
mens, wat heb je me toch aangedaan ...
tussen de stilte
met de grijze armen van de wind
om haar heupen
kleedt ze haar opgespaarde dromen uit
kamt ze met vleivingers door
mijn haar
tot ik met de inkt van vroeger
weer tedere woorden schrijf
ik heb mijn tenten opgezet
tussen de stilte van haar lippen
ik schrijf
ik schrijf je naam
in elke hoek van de tijd
waarin ik leef
en leven zal
tot de wind mij als maanzaad
weer bij jou zal dragen
om dan
zacht als een praline
te dansen op je huid
je praat
je praat de vlinders aan elkaar
en drinkt de zon als een glas champagne
als je niet bestond
zou ik je wel verzinnen
je lauwe borsten geven
om al het zoete uit je lijf te zuigen
je begrijpt me met allebei je handen
en als ik schrijf voel ik
hoe je over de letters wrijft
moet ik wachten tot de vissen in mijn buik
niet meer spartelen
tot de zee niet meer op mijn schoenen drupt
en de meeuwen landen in mijn hoofd
kom terug zodat ik je kan vangen
want
je bent te gek om los te lopen
Palissage


Morgen vertrekken we met enkele vrienden en vriendinnen naar
Damery, een dorp in de Champagne, om er zoals elk jaar een week
te helpen bij de palissage, dit is het opbinden van de druivenranken.
Hopelijk zit het weer een beetje mee en krijgen we ontspannende
en prettige dagen bij de familie Casters.
Tot bubbels !
kom binnen
kom binnen zeg ik
in mijn huis van wind en wolken
dag verzamelaar
van mijn behangpapier met spreuken
uit de voorbije winter
luister naar de ademhaling van het land
hier sliepen gisteren de insecten
als pelsdieren
in de gietvorm van de eeuwigheid
zie hoe het licht wiegt als water
warmwaait naar de klanken
die mekaar met smaak naar binnen spelen
hoor
de zon kookt de tongen van de vrouwen
als mossels los
ik spring van vreugde op mijn schouders
onze magazijnen zitten vol zomer
VERKIEZINGEN


Nog enkele dagen scheiden ons van de verkiezingen... en de beloftes
vliegen ons bij herhaling als muggen rond de oren. Moesten ze het
kunnen, de politici, ze zouden het mooie weer opnemen in hun pro-
gramma: zon gegarandeerd de hele week !
Hemelsblauw zouden de affiches kleuren van zowat alle partijen
en ze kregen zeker mijn stem en waarschijnlijk ook die van u. Wie
wil er nu geen altijd schijnende zon ? De boeren misschien ?
Er zal zeker wel een partij opstaaan die verspreide regen voor
alle schouders zou beloven, zodat de droogte met veel blabla zou
kunnen bestreden worden.
Vermoedelijk zouden de niet te vermijden buien ook wat in goede
banen geleid worden : enkel op maandag bijvoorbeeld.
Maandag ...
Toch al een dag waar je niet vrolijker van wordt. Ofwel enkel
tijdens de nacht. Maar dat zou dan weer enkele tegendraadse
dichters natuurlijk serieus op hun systeem werken.
"Niets is zo onproductief als druppels tellen, die trage tranen
langs de ramen op het ritme van het eeuwige verdriet", zouden die
dan schrijven in lange pamfletten vol zweverige prietpraat en voor
dat soort malle figuren zou dan wel gauw een vaag splinterpartijtje
worden opgericht. Of die de kiesdrempel haalt ? Wie zal het
zeggen ?
Zou een gezinspartij pleiten voor zon op woensdagnamiddag als de
kinderen thuis zijn ? De partij van de schaatsers, zou die het ganse
jaar bevroren kanalen beloven ? Wordt Jill of Frank ( of beter
nog Sabine ) dan de nieuwe premier ? En hoe gespreid valt de regen
in Brussel-Halle-Vilvoorde ? Wat druppels hier en wat buien daar ?
Of blijft het één pot nat ? Krijgen we de depressies van de Walen
over ons heen ? Zou er een coalitie kunnen gevormd worden met al
dat "eigen wolk eerst'-gedoe" ? Ik vraag het me af ...
Ondertussen wijkt de zon voor grijsheid en ik weet niet hoe ik
daartegen een duidelijke proteststem moet uitbrengen. Aan de
horizont doemt in de mist een wit paard op met daarop een man met
een hoge mijter en een even hoge dunk van zichzelf.
Kwistig strooit hij cadeautjes en beloftes in het rond. Ik roep nog :
"Sinterklaas, u bent een half jaar te vroeg!" Maar hij hoort het niet
en lacht met zijn tandpasta-glimlach naar iedereen die aan zijn kant
staat.
Zal ik maar op hem stemmen ?
( Foto: het kernkabinet )
de witte kamer
ik wil graag weten of je voelt wat ik voel
of je ook lijdt aan schaamte, eenzaamheid
hunkering naar gisteren
misschien vanbinnen, zonder dat iemand het ziet
ik zal het niet vragen en je moet ook niet antwoorden
maar we zullen het weten
nog dikwijls loop ik in een witte kamer
langs een blinde muur
ergens is er een deur, bijna onzichtbaar
ik weet het, ik heb ze al gezien
ik zoek ze opnieuw en ik zal ze vinden
als ik ze opendoe, zal ik bij je zijn
ik zal in je ogen kijken
en we zullen niet meer alleen zijn
kijk
de zon knipoogt naar de zomer
zelfportret

in de bibliotheek
de zon schijnt vandaag alsof
ze het warm water heeft uitgevonden
je hebt twee armen nodig
om ze van je lijf te houden
maar in de bibliotheek is het lekker fris
en leunen de duivels en de engelen
in donkere boeken
rug aan rug tegen elkaar
hun grote geheim sluimert op de planken
waar mevrouw Van Geel
elke dag voorbijgaat
ze houdt haar hoofd een beetje
scheef en luistert
de boeken fluisteren
ik hoor niks, maar zij wel
wij
ik word weldra 65
jij bent de 60 lang voorbij
maar liefde kent geen leeftijd
er komt enkel maar een jaartje bij
vakantie in kos
de avond hangt gordijnen
in de dag
en mijn ogen gaan sluiten
over de warme randen van dit uur
de schaduw van de straat
laat het water naar de sterren
vloeien
niet lang geleden liep mijn lichaam
ergens naar het grote oog van
het licht
de vijver in mij blijft
op de schoonheid wachten
en een eiland in de zon
waar ik gisteren was
ik zou zo graag
jij bent mijn hospitalisatieverzekering
(of een nog langere zin )
willen schrijven
over de volle lengte
van je blote rug
ik zou je zo graag nu wakker maken
al was het maar om je
beetje bij beetje
te zeggen
hoe mooi je gedichten schrijft
met je ogen
tussen de meeuwen


vandaag kan ik niet schrijven
want de meeuwen zijn geland
rond mijn leeggezogen hoofd
dat beroofd
van weten en van willen
van zwaarte en van kracht
tussen de langgerekte sterren
op de roep
van de vogelverschrikker wacht
jij en ik
in het blauwachtige halfduister van de morgen
ik luister naar het gemurmel
dat op de slaperige daken
in onze straat druppelt
de echo van de woorden
die we dachten achter ons gelaten te hebben
vergezellen ons
een leven lang
samen beitelen we een huis
in ons geheugen
waar we vroeg of laat
naar zullen terugkeren
limerick
geen kat, geen hond, geen vrouw als metgezel
maar al bij al redt hij het wonderwel
want 's avonds voor het slapengaan
zet hij zijn computer aan
en surft hij naar tieten punt nl
de dag
ligt zwaar met een elleboog op de aarde
als een log boerenpaard
als een eeuwenoude katedraal
zijnde een toeristische aantrekkelijkheid
dit is een oeroud verhaal
verteld door de vogels uit het zuiden
aan de langgerekte schaduwen
langs de gevels
deze tijd is niet langer een deel van de tijd
dit is de dag van lang geleden
geklemd in de wrede handpalm
van de nacht
die met een grijns op de lippen
de avond de das heeft omgedaan
ik leg mijn woorden op je tong
als een hostie
ochtend


hiernaast is iemand wakker geworden
laat de kraan lopen
tot ook de muur achter ons hoofd
volloopt met watermuziek
tot vloeibaarheid overal is
en wij ons halfdromend laten drijven
een ingebeelde zwaan glijdt ernstig
uit het gezicht mat lange zwijgende roeiriemen
dit is de morgen van het eerste water
het verheft ons als wrakhout
tot we wakker worden
om zacht aan te spoelen in deze dag
voorstel
dat ik van je hou
en stel dat jij zegt
dat je ook van me houdt
zouden we dan samen
van elkaar kunnen houden

