Oostende

Oostende
Er even tussenuit
Yoghurt
Gevonden drenkeling
Het schijnt als het voorwiel in de Leie rijdt dan volgt de rest ook....maar het voorwiel bleef in het water.De Sint Michielsbrug te Gent doet dienst als decor.
Kasteel Borluut
De Gardonverdwijn
zes bogen torsen de brug
even vóór de brug schuimt het water
een reuzenlint van wemelend kant
over de volle breedte van de rivier
om in zes delen uiteen te vallen
het geruis van de waterval
meet zich met het krekelgesjirp
zalige geluiden, rustgevende muziek
concert van de Gardon en het krekelensemble
geen tak beweegt, geen blad verroert
een hagedisje sprint op de verticale muur
mijn ogen wandelen over de terrassen
tussen cipressen, kastanje-en olijfbomen
een zwarte mier verstoort mijn rust
deze kruidige berm is haar domein
even is ze weg, versterking zoekend
wie verdwijnt op deze stek ? de mier of ik !
De oude fiets
Ik had een collega wijkagent (J.Bracke) Hij plaatste zijn dienstfiets tegen de gevel van een herberg. Na een verfrissing te hebben genomen kwam hij buiten en zijn fiets was verdwenen. Op het bureel maakte hij een verslag \" .....en ik kwam buiten en de naakte gevel staarde mij grijnzend aan ...\"
Verjaardag Lucas
Verwondering
Poème - witte sierwitte sier
sneeuwwitte zwanen glijden over baren
op de zilveren kasteelvijver
ze weerspiegelen hun contouren op de golfjes
herfstig weer, neergevleide blaren tussen eendekroos
ik zie door de lage zon mijn schaduw tot u reiken
mijn hoofd kabbelt vervormd
dicht tegen uw blankmaagdelijke reflexie
in uw waterwemeling zie ik schapige wolkjes spiegelen
hier in de graskant geniet ik van uw zweven
een symfonie voor mijn ogen
bij uw statig vertoon
liefdevol begeleidt je uw gade,
neemt ze in bescherming bij mijn naderen
plots in een sierlijke draai verdwijn je
samen met je langgerekte schaduw naar het veilig eiland
waar uw broedsel donzig veilig ligt
wachtend op de toekomst
Prins Boudewijn
Vlaamse jeugd
Poème - het geschenkhet geschenk
een geschenk dat alles overtreft
zo zacht als flanel
zo teer als een perzik
zo kleurrijk als een cameleon
maar eens wordt je een man
zo hard als staal
de manager van het jaar
met een klare kijk op de wereld
nu slaap je nog aan mama’s borst
nu ween je nog ongepast
maar de dag komt dat je alles vraagt
en dat je alles weet
drink nu maar lieverd
je mama’s melk geeft je kracht
en doet je slapen als een roos
je papa neemt je op en toont de weg naar later
beiden zorgen voor u
van jong tot oud, in kommer en in kwel
in vreugde en plezier
Boeren - vervolg(vervolg van 3/4)
De vader staat op, neemt het geweer van de plaats waar het langen tijd rustig gelegen heeft; hij onderzoekt den vuursteen, slaat de pan open en doet den haan knakken.
Nu stort hij kruit in den loop en de stamper jaagt den papieren prop en den zwaren kogel klingelend naar beneden.
“Wat gaat ge doen?” zegt de moeder op bangen toon.
“Zien waar onze jongen is” antwoordt hij aarzelend; doch de moeder heeft hem begrepen.
Het geduld is ten einde; de vreedzame wroeter wordt oorlogsheld. Hij zal strijden pro aris et focis, voor altaar en haardstee, voor vrouw en kind, voor God en Vaderland!
Bloed om bloed, leven om leven!
De vrouwen bidden den rozenkrans, en de boer blijft bij de deur staan, bidt blootshoofds mee, maar houdt zijn geweer omklemd. Hij bidt opdat God zijn gezin en zijne haardstee, zijn omdolenden zoon beschermen zou. “Amen!” zeggen de vrouwen en de boer opent de deur. “God zij met u” zegt hij en verdwijnt in den donkeren avond.
Na eenige dagen afwezigheid, ’s avonds keert hij naar de zijnen terug, haalt voorraad kruit en lood, zelfs levensmiddelen doch vóór het aanbreken van de nieuwen novemberdag, staat hij andermaal op den voorpost.
Indien de boer, in een der gedenkwaardige novembernachten van 1798, over het gansche land had kunnen staren, wat al lijden, wat al marteling, maar ook wat al heldenmoed zou hij aanschouwd hebben.””
(De aanleiding tot opstand, was de wet van 23 september 1797. De Fransen hadden besloten de toen zowat 200.000 dienstplichtigen op te roepen, de kerken te sluiten, en de priesters die weigerden de eed af te leggen, te deporteren. De bevolking reageerde met passief verzet, de verordening werd niet verspreid en niemand meldde zich aan voor militaire dienst. Affiches werden beklad of verscheurd. Bijzondere commissarissen werden uitgejouwd enz.)
BoerenUit “Onze boeren” van August Snieders.
August Snieders is geboren in Bladel in 1825 en overleden te Antwerpen in 1904.
““Het zijn gevloekte dagen! De Vlaamsche gewesten, door de Fransche republiek overrompeld, bukken onder de hatelijkste dwingelandij.
In het najaar van 1798 loopen er droevige maren tot in de meest afgelegen dorpen: de geëischte brandschattingen, corveeën en requisitiën, de eed en de verbanning der priesters, de weggevoerde gijzelaars, de gedwongen soldatendienst doen rampvolle dagen voorzien!
Men heeft den Vlaming uitgezogen, uitgemergeld, met geweld tot Franschman herdoopt, en eindelijk eischt men nog zijne kinderen, zijn eigen leven!
Met donkervlammend oog zit de boer ’s avonds in het vuur te staren en in zijn hart, zoo vreedzaam van aard, spookt de wraak.
Neen, hij wil niet, dat zijn zoon hem ontroofd en gedwongen soldaat worde – en de jongen heeft dan ook de vlucht genomen. Waarheen? Onverschillig: voor hem is het hier overal beter dan ginder in den vreemde.
Hij zal verborgen blijven in de uitgestrekte bosschen, in de ongenaakbare moerassen, blootgesteld aan de najaarsstormen: desnoods zal hij de grenzen oversteken!
De moeder kan het verdriet niet langer verkroppen: zij moet haar beklemd hart lucht geven: “God weet”, zegt ze, “waar de arme jongen in den nacht omdoolt!”
Ook bij de vader wordt het leed te zwaar om dragen. Hij slaat het oog op en ziet naar het roer, dat boven de bedstee hangt, in het zwartberookte rek ......
Het denkbeeld, dat in zijnen geest omwoelt, houdt ook de andere huisgenooten bezig.
Ziet in den hoek van den haard, zit de schaapherder: hij bindt eene blinkende zeis – waarin het haardvuur bloedige vlammen doet dansen – met een palingsvel aan een langen eikestok.
De knecht scherpt met den wetsteen de gaffel, eene tweepuntige lans, en buiten slijpt de oudste zoon de vreeselijke bijl, die, in zijn reuzenhand, eenen mensch gelijk eenen boomtronk klieven zal.
De boer begrijpt dat in aller gemoed, zooals bij hem, de wraak wakker is.
Vrij wil hij bidden, vrij werken, veilig aan eigen haard leven – maar gedwongen soldaat der republiek worden, neen, dat wil hij niet!
Vlaanderen - 2e vervolg5 september 1906
De bisschoppen hebben naast hun standpunt over de vernederlandsing van het vrij middelbaar onderwijs ook hun mening over het taalgebruik in het hoger onderwijs bekend gemaakt. Ze vinden dat het Nederlands als onderwijstaal niet op gelijke voet staat met het Frans, zeker niet aan de universiteit. Wetenschap en cultuur reiken buiten onze landsgrenzen, en voor het hoger onderwijs dient volgens hen een taal met internationaal karakter gebruikt te worden. Een Nederlandstalige universiteit zou ipso facto op een lager niveau staan, aangezien de Franse cultuur “hoger staat dan de Vlaamse” Dit standpunt zal hoogstwaarschijnlijk heftig verzet uitlokken bij de Vlaamsgezinden, die steeds meer voor de vernederlandsing van de Gentse en Leuvense universiteit ijveren.
Hertog van BrabantAls hertog van Brabant en als koning volgde Leopold II zijn vaders voorbeeld. Herhaaldelijk betuigde hij zijn sympathie voor de taal van Vlaams België, maar hij sprak steeds Frans. Zelfs wanneer hij op Vlaamse adressen kwam zoals bij zijn huwelijk in 1853 in Antwerpen. Ook wanneer hij de leiders der Nederlandse Congressen van Antwerpen plechtig ontving in 1873 en in 1876 in Brussel en eveneens in 1886 wanneer hij werd ontvangen door de pas opgerichte Koninklijke Vlaamsche Academie.
De vraag werd gesteld of het derde geslacht van onze koningen ook Vlaams-onkundig zouden blijven.
De vermoedelijke erfprins, zoon van de broer van de koning, prins Boudewijn.
Uit verscheidene hoeken werd druk uitgeoefend om ons moedertaal aan te leren. Zelfs in 1847 werd Hendrik Concience, toen griffier bij de Koninklijke Academie van Schone Kunsten te Antwerpen door een Koninklijk Besluit aangesteld als leraar in de Vlaamse taal en letterkunde van de hertog van Brabant en van de graaf van Vlaanderen. Wat allemaal gebeurd is voor en achter de schermen, weten we niet maar een feit is dat Concience nooit een Vlaamse les heeft gegeven aan de zonen van koning Leopold I.
(Uit Vlaams België-Victor De Hoonfonds)
Vlaanderen - 1e vervolgPaul Fredericq, schreef in zijn “Schets eener Geschiedenis der Vlaamsche Beweging” dat de bewoners van het graafschap Vlaanderen en van het hertogdom Brabant, de voorvaderen der tegenwoordige Vlamingen van België, tijdens de middeleeuwen en tot op het einde der 16° eeuw aan het hoofd der Europeesche beschaving stonden.
In de loop der godsdienstige beroerten van de Geuzentijd werd hun het beste van hun bloed afgetapt en bij de zegepraal van Spanje en van Rome, na de val van het protestantisme in de Zuidelijke Nederlanden, volgde een ontzettende uitwijking naar het noorden, een uitwijking van de veerkrachtigste en rumoerigste onzer inwoners.
De ontvolking van steden en dorpen, de sluiting der Schelde, de censuur der Rooms-katolieke geestelijkheid, de verwildering der lagere scholen, de verfransing der hogere standen in de colleges der geestelijkheid en in de nonnenpensionaten, de algemene verkwezeling, gevoegd bij de rampen der Europese oorlogen, die gedurende twee eeuwen op ons grondgebied door de grote mogendheden gevoerd werden, al die omstandigheden tegelijk en meer andere nog veroorzaakten na 1600 een stoffelijk en geestelijk verval, dat van de Vlamingen der 17° en 18° eeuw onder de Spaanse, Oostenrijkse en Franse heerschappijen ene der verachterdste bevolkingen van gans Europa had gemaakt.
(uit "Vlaamsch België sedert 1830" Uitgave van het Victor De Hoon-fonds 1906)
Franse tijd (1794-1814)De Franse tijd (1794-1814)
De Franse republiek en keizer Napoleon I wilden het Vlaams uitroeien!
Het gebruik van de taal werd verboden. De straatnamen moesten verfranst worden, om maar één voorbeeld te noemen. De Vlaamse bladen werden afgeschaft en verkregen slechts in 1812 een bijzondere gunst. Ze kregen de toelating om met een Franse vertaling te verschijnen.
Vanaf 1795 werden de geboorten- huwelijken en overlijdensregisters in het Frans opgesteld.
Zelfs toneelstukken in het Vlaams waren uitgesloten en werden later toegelaten indien ze uit een Vlaams en een Frans toneelstuk zouden bestaan.
Vuylsteke zegt; “Deze ontvlaamsing die gedurende twintig jaren het bestuur, de wetgeving, het rechtswezen, het onderwijs, de drukpers, het toneel en tot de gewone daden van het bijzonder leven omknelde; die Fransche alles overweldigende, alles dwingende overheersching, waarvan niemand, gedurende twintig jaren, het onverwacht einde kon voorzien of zelfs verhopen, droeg spoedig de gewenschte vruchten”
Julius VuylstekeJulius Vuylsteke, geboren te Gent 10/11/1836 (enkele dagen nadat de schrijvers; Jan Frans Willems en Jan Baptist David de “Maetschappij tot Bevordering der Vlaemsche Tael en Letterkunde” stichtten)
Nadat hij een tijd advocaat was geweest werd hij boekhandelaar.
Hij schreef verscheidene poëziewerken, waaronder “Zwijgende liefde (1860)” en “Uit het studentenleven en andere gedichten (1868)” “Verzamelde gedichten (1887-1891) en verder werd een postuum verzameld werd uitgegeven in 1905 “Klauwaard en Geus”
In 1852 richt hij aan de Rijksuniversiteit Gent de eerste Vlaamse studentenvereniging op “’t Zal wel gaan”
Hij was secretaris van het Willemsfonds in 1862 en werd later ook voorzitter. Vuylsteke zag het Willemsfonds als een vereniging voor volksontwikkeling.
In 1869 was Vuylsteke de enige Vlaamsgezinde in de Gentse gemeenteraad.
Buiten, en vooral na zijn politieke werken, had hij grote aandacht voor de geschiedenis van Vlaanderen.
Hij overleed te Gent op 16/01/1903 (exact 2 maand nadat Stijn Streuvels zijn eerste roman publiceerde “Langs de wegen”)