varken

Hij jaagt het varken in de ketel.
Hij wil alles zelf houden.
Alarm blazen.
Anderen voor gevaar waarschuwen.
Hij maakt altijd stank.
Hij ruziet altijd.
Op staande voet.
Per direct.
Geven armt niet.
Je wordt heus niet arm als je wat weggeeft.
Een leven als een oordeel.
Het was daar een vreselijke herrie.



















