spin

Hij zit aan de grond.
Hij heeft totaal geen geld meer.
Hij is zo nijdig als een spin.
Hij is heel erg kwaad.
Iemand een muts passen.
Iemand ter verantwoording roepen.
Haar pot is aangebrand.
Zij is zwanger.
Vloeken als een ketter.
Erg vloeken.
Iemand zijn planeet lezen.
Iemand zijn toekomst voorspellen.
















