wereld

Dat bedenkt hij bij zijn gat op.
Dat verzint hij.
De centen bijten hem.
Hij is geen spaarder.
Het scheelt hem onder de muts.
Hij is niet normaal.
Iemand naar de andere wereld helpen.
Iemand vermoorden.
Hij heeft een ruim geweten.
Hij heeft een gezicht als een prent.
Dat is een kind van Laban.
Dat is een kind met een melkwitte huid.




















