snuiter
Dat is van de Chinese kerk.
Dat is een gerucht.
Hij heeft maar een klein hart.
Hij doet zich harder voor dan hij is; als het erop aankomt heeft hij snel medelijden
Hij komt beslagen ten ijs.
Hij is goed voorbereid.
Hij is in [door] de wol geverfd.
Hij is een slimme schavuit.
Hij heeft de pot verteerd.
Hij heeft zijn geld opgemaakt.
Hij is een raar poteten.
Hij is een vreemde snuiter.
















