oorvijg

Zijn beer begint te grollen.
Hij heeft honger.
Iemand een oorvijg geven.
Iemand straffen.
Hij hield zijn mond.
Hij zei niets.
Doe uw best God doet de rest.
Je kunt op God vertrouwen als je zelf ook je best doet.
Hij heeft bloed aan zijn handen.
Hij is een moordenaar.




















