grof

Hij is grof gesponnen en los genaaid.
Hij lijkt sterk maar is het niet.
Schuilevinkje spelen.
Verstoppertje spelen.
Hij bezit niets ter wereld.
Hij is arm.
Iets ziet er pico bello uit.
Iets ziet er uitstekend in orde uit.
Het huis is licht en dicht.
Het huis is slecht gebouwd.
Je lot is onafwendbaar.
Koningen hebben lange armen. 



















