fatsoen

Wiens brood men eet diens woord men spreekt.
Je staat aan de kant van degene die jou onderhoud.
Schouder aan schouder.
Gezamelijk.
Hij loopt met teveel fatsoen aan zijn gat.
Hij doet zich voornamer voor dan hij is.
Tabak en vrouwen is mannengoed.
Tabak en vrouwen zijn er voor de man.
Eten als een wolf.
Veel eten. 



















