avond

Het paard in de wieg.
Een bordeel.
Hij is zo rond als een ton.
Hij is heel erg dik.
Voor iemand in de bocht springen.
Voor iemand opkomen.
De zaak staat op springen.
De zaak is bijna failliet.
Hoe later op de dag [avond] hoe schoner volk.
De belangrijkste gasten komen het laatst.














