anker

Hij kan zijn lol wel op.
Hij heeft verdriet.
Hij weet van voren niet dat hij van achteren leeft.
Hij is dom.
Hij moet het anker kappen.
Hij moet zich uit de voeten maken.
Dat is hem een doorn in het oog.
Daaraan ergert hij zich enorm.
Hij trekt een wissel op de toekomst.
Hij vraagt zich af hoe het in de toekomst verder zal gaan.















