vinger

Zijn handen jeuken hem.
Hij heeft moeite om zich te beheersen om niet te slaan.
Hij is niet pluis in zijn bovenkamer.
Hij is niet normaal.
Hij is lelijk aangebrand.
Hij heeft een sexueel overdraagbare aandoening (SOA) opgelopen.
Als men de vinger geeft neemt hij de hand.
Als je hem een kleinigheid toestaat verlangt hij steeds meer.
Hij is bang dat zijn mond eerder af is dan zijn gat.
Hij zegt nooit gedag en is stil in gezelschap.












