alarm

Alarm blazen.
Anderen voor gevaar waarschuwen.
Hij stak van wal.
Hij begon zijn verhaal te houden.
Hij hangt aan de latten.
Hij kan zijn schulden niet betalen.
Hij schiet onder iemands duiven.
Hij pakt zijn meisje af.
Hij is nog aan het a-b-c.
Hij heeft nog niet veel geleerd.





















