gras

Hij is een zacht gekookt ei.
Hij is een sul.
Zijn heil elders zoeken.
Elders zijn geluk proberen te vinden.
Het is kreupel of koning.
Het is alles of niets.
Dat is een gebed zonder einde.
Dat is iets dat maar door gaat en waar geen einde aan lijkt te komen.
Zij huppelt als een kalf.
Zij is dartel en vrolijk.
Iemand het gras voor de voeten wegmaaien.
Een ander net iets te snel af zijn.























