de kraaien verzamelen zich
begraven het jaar
mist klinkt de
winter in:
inkeer
de man hurkt op ’t stoppelveld
wrijft zich de vingers warm
telt zijn magere zaden
(hoog in zijn voorhoofd vonkt
koudvuur van sterlicht)
pinksterlied
LIED 76: 1-2
1
Geest des Heren, kom van boven!
Laaf met uw
genadegoed
alle zielen, die geloven,
doe ze blaken van uw gloed!
Op het
blinken uwer stralen
buigt zich d' aard voor Jezus neer,
zaam'len zich van
heind' en veer,
alle tongen, alle talen.
Halleluja, U zij d' eer,
U zij
d' eer, halleluja!
2
Heilig licht en Gids ten leven,
breng ons door het
Woord te zaam!
Leer ons God ons harte geven
met de lieve
Vadernaam!
Maak ons vrij van alle dwaling,
vrij van alle
fabelleer,
trouw aan Christus, onze Heer,
tot onz' uiterst'
ademhaling!
Halleluja, U zij d' eer,
U zij d' eer, halleluja!

zomer
Klaprozen, korenbloemen, barstenvolle
Zomernachtdonker is gesmolten licht.
Niet bang zijn voor kabouters en voor trollen.
Ze komen 's nachts het grasveld voor je rollen.
Alleen een dom kind houdt zijn ogen dicht.
Zullen wij dit soort zomers nooit meer zien?
Ging dan het paradijs voorgoed verloren
omdat wij aan de wereld toebehoren?
Huil niet, huil niet, de hemel zal misschien
een zolder in een huis zijn zonder zorgen.
Daar hebben ze die zomers opgeborgen.
Kees Stip
uit: Au! de rozen bloeien.
Sonnetten van bedreigd geluk.
Bert Bakker 1983 
lente
Het lente weer komt er aan...
Het spruit aan de boomen
Het groent in de wei
En vogeltjes zingen een liedjen erbij
Zij keerden naar hier weer
Van 't zonnige Zuid
En vieren de lente met vroolijk geluid
Wat vriend'lijke klanken
Wat schitt'ring van kleur
Wat zonnegetoover en lieflijke geur
En klanken en kleuren
En geuren en zon
Ze zeggen ons blijde: Het voorjaar begon 
winterlied

de kraaien verzamelen zich
begraven het jaar
mist klinkt de
winter in:
inkeer
de man hurkt op ’t stoppelveld
wrijft zich de vingers warm
telt zijn magere zaden
(hoog in zijn voorhoofd vonkt
koudvuur van sterlicht)
mannetje

Huisje op het ijs
Er was eens een mannetje
Dat was niet wijs
Het bouwde zijn huisje
Op het ijs
't Begon te dooien
't Hield op met vriezen...
Toen moest dat mannetje
Zijn huisje verliezen
sneeuw

Al de grote stille bomen, beuk en eik en els
Dragen om hun hoge leden, elk een witte pels
Door de boslaan gaan mijn voeten, o-zo, o-zo blood’en zacht
Is het niet om voor te knielen, deze stille pracht!
W. de Wijk / A. van Zeilen
winter

ruwe stormen
oudejaarsliedje
Tikketol, oliebol, pak ze maar
Tikketol, oliebol, gelukkig nieuwe jaar
Grote en kleine, met krenten en rozijnen
Grote en kleine, ze liggen voor je klaar
Tikketol, oliebol, gelukkig nieuwe jaar
Tekst en melodie: H. Broekhuizen

kerstlied
| Eer zij God in
onze dagen, eer zij God in deze tijd.
Mensen van het welbehagen, roept op aarde vrede uit. Gloria in excelsis Deo. Gloria in excelsis Deo. |
|
| Lam van God, Gij
hebt gedragen alle schuld tot elke prijs.
Geef in onze levensdagen peis en vreê, kyrieleis. Gloria in excelsis Deo, Gloria in excelsis Deo. |
|
|