Zondag 30 december 2007
Pastel: Portret Pascal; Fase 3;deel1:uitwerken van de ogen
In deze derde fase ga ik alles nog eens overlopen en daar waar nodig bijwerken en verbeteren. Meestal is het wel van primordiaal belang dat ik me zelf de discipline opleg om de nodige stappen te blijven ondernemen en niet alles in één keer af te werken zeker wanneer het de onderdelen van het gezicht zijn.
Aan de hand van de bijgeplaatste foto wil ik nog enkele onderdelen van het gezicht extra belichten.
In de eerste plaats de pupillen in de ogen : als je goed kijkt dan zie je dat deze opgebouwd zijn uit een aantal zeer fijne arceringen. Ik doe dit omdat ik daardoor veel beter de pupil van een oog benader die als je ze wat nader bestudeert ook niet uit een egale toon bestaat. Het is door deze arcering dat je ook veel mooier een licht en donkere kant van een oogpupil kan schilderen. Je kan hier duidelijk zien dat de rechterkant van elke pupil donkerder is dan de linker. Nu kan je denken wat heeft dat nu te betekenen in het geheel van zo een groot schilderij. Wel ik kan je zeggen dat je door dit soort dingen in je schilderij op te nemen ervoor zorgen dat je schilderij boven de middelmaat gaan uit stijgen. Want door dit soort accenten te leggen gaan de ogen veel meer spreken en hierdoor zal je de glans van de ogen beter kunnen nabootsen. Ook kan je zien dat het wit van de ogen niet super wit is. Zeker naar de ooghoeken toe wordt dat wit een iets meer beige tint . Hiermee krijg je de bolling van het oog maar ook weer licht en schaduw die je in een oog te zien krijgt kunnen weergeven. Tot slot moet je ervoor zorgen dat de pupil van het oog niet te groot, maar zeker niet te klein wordt weergeven. Hierbij spelen de lichtpuntjes die je meestal in dit deel van de ogen ziet een zeer grote rol. Ook hier moet je weer goed opletten dat je deze niet te groot of te klein maakt maar ook hun plaatsing in het oog is van zeer groot belang.
Ook moet je de nodige aandacht geven aan de wenkbrauwen want die bepalen weer voor een groot deel de herkenbaarhied van de persoon. Tevens moet je er van bewust zijn dat de vorm van de ogen maar ook de oogleden, een zeer belangrijke rol spelen bij je portret. Het is namelijk zo dat je goed moet kijken hoe de oogleden gevormd zijn. Want denk eraaan zij beschermen het oog maar bepalen ook voor het grootste gedeelte de vorm van het oog. Ook moet je de nodige aandacht aan het bovenste en onderste ooglid geven. Hier moet je goed kijken waar er schaduw en of licht valt. Kenmerkend bij Pascal is dat de ogen nogal diep in de kassen liggen en daardoor meer schaduw krijgen dan ogen die minder diep liggen. Als je op de foto kijkt die bij het vorige stukje is weergegeven dan zie je dat op de werkelijke foto (niet op het schilderij) je bijna niets ziet van de ogen. Natuurlijk kun je bij een geschilderd portret niet maken dat je de ogen niet of nauwelijks ziet. Je moet dan het geheel (de ogen en oogkassen ) gaan oplichten maar je moet er blijven voor zorgen dat de ogen redelijk diep in de oogkassen blijven liggen. Ik kan je verzekeren dat dit geen gemakkelijk werkje is.
Tot slot wil ik ook nog even aangeven dat je moet oppassen met de oogzakken of verkleuringen die zich bij ieder persoon anders manifesteren. Wanneer je deze minder fraaie onderdelen van een oog te veel in de verf zet, ga je geen mooi portret krijgen. Daar tegenover staat dat wanneer je ze te weinig aandacht geeeft de kans bestaat dat de herkenbaarheid van de persoon verloren gaat. Dus ook hier is het balanceren op het slappe koord tussen de beide uitersten om tot een juiste weergave te komen. Maar en dit moet je in gedachte houden , dit maakt het portrettekenen en of schilderen nu net zo moeilijk maar daarom ook net zo interessant.
Volgende keer ga ik iets meer aandacht besteden aan de neuw en de mond.

