AARSCHOT
AARSCHOT
Arescod verschijnt in 1107 voor het eerst in de geschreven bronnen. Zeker voor 1179 verkocht Godfried Van Aarschot zijn heerlijkheid aan, de hertog van Brabant. In 1284 schonk Jan I, hertog van Brabant de stad Aarschot, in apanage aan zijn broer Godfried van Vierzon. Samen met zijn zoon Jan sneuvelde deze in de Guldensporenslag.
Het Land van Aarschot werd in 1517 verheven tot markizaat en 10 jaar later tot hertogdom.
Het wapen van de stad Aarschot zou teruggaan op dat van de oude heren van de plaats. Volgens de 14de eeuwe rijmkroniek «De Grimbergse oorlog» voerden zij in het midden van de 12de eeuw een banier van selveren met 3 lelien diere/ van sable, daer in gewracht. Hiervan behield de stad slechts één lelie van sabel. Het oudste bekende zegel van Aarschot (1372) vertoont in het veld een kerktoren. De oorsprong van de gouden adelaar die fungeert als schildhouder, is duister. Wellicht verwijst hij naar een volksetymologische interpretatie van de naam Aarschot.
Volgens de legende zou Julius Caesar er een arend hebben geschoten: Ar(end)-Sch..ot
In zilver een lelie van sabel. Het schild getopt met een halve adelaar van goud.








