BOUTERSEM
BOUTERSEM
In 1359 had de schepenbank nog ghenen ghemeynen seghel en gebruikte ze het schepenzegel van Kortrijk-Dutsel. Het oudste bewaarde exemplaar van een eigen zegel van Boutersem dateert uit 1366. Op al deze schepenzegels van Boutersem komt een woontoren met puntdak voor, staande op een soort heuveltje met 7, op 2 rijen ( 3 en 4) geplaatste toppen.
Sinopel wordt gebruikt voor het veld, goud voor de woontoren, keel voor het metselwerk en het valhek van de toren en zilver voor de zeventoppige heuvel.
Aangezien Boutersem in 1650 tot baronie werd verheven ten gunste van Jan Jacob d’Ittre de Caestre, wordt het nieuwe gemeentewapen getopt met een baronnenmuts van de Oostenrijkse Nederlanden.
In sinopel een geopende woontoren met puntdak van goud, gemetseld en met valhek van keel, geplaatst op een heuvel met 7 toppen (3 en 4) van zilver. Het schild getopt met een baronnenmuts van de Oostenrijkse Nederlanden.
In 1359 had de schepenbank nog ghenen ghemeynen seghel en gebruikte ze het schepenzegel van Kortrijk-Dutsel. Het oudste bewaarde exemplaar van een eigen zegel van Boutersem dateert uit 1366. Op al deze schepenzegels van Boutersem komt een woontoren met puntdak voor, staande op een soort heuveltje met 7, op 2 rijen ( 3 en 4) geplaatste toppen.
Sinopel wordt gebruikt voor het veld, goud voor de woontoren, keel voor het metselwerk en het valhek van de toren en zilver voor de zeventoppige heuvel.
Aangezien Boutersem in 1650 tot baronie werd verheven ten gunste van Jan Jacob d’Ittre de Caestre, wordt het nieuwe gemeentewapen getopt met een baronnenmuts van de Oostenrijkse Nederlanden.
In sinopel een geopende woontoren met puntdak van goud, gemetseld en met valhek van keel, geplaatst op een heuvel met 7 toppen (3 en 4) van zilver. Het schild getopt met een baronnenmuts van de Oostenrijkse Nederlanden








