DIEST
DIEST
Diest was in de 9de eeuw mogelijk een graafschap, maar de oorspronkelijke heren van Diest konden niet optornen tegen de graven van Leuven, later hertogen van Brabant. Daarom droeg Arnulf II van Diest (+1202) zijn bezit in leen op aan de aartsbisschop van Keulen. In de volgende eeuwen gedroegen de heren van Diest zich echter meestal als vazallen van de hertogen van Brabant. Sinds de 11de eeuw ontwikkelde zich in het centrum van het domein Diest een stedelijke agglomeratie die al rond 1211 een bevoorrecht statuut had. Vanaf 1229 is er sprake van 7 schepenen die samen emt 5 raadsleden en 4 rentmeesters de magistraat van Diest vormden.
Een zegel van de scepenen buten in den lande van Dijeste uit 1434 vertoont een schild met 2 dwarsbalken.
Deze 2 dwarsbalken zijn het wapenteken dat vanaf 1232 voorkomt op de zegels van de heren van Diest. De kleuren ervan zijn bekend sinds het midden van de 13de eeuw: in goud 2 dwarsbalken van sabel . Vanaf de 16de eeuw zijn dit ook de kleuren van het stadswapen van Diest. Om onbekende redenen wijzigde de stad later het metal van het veld in zilver.
Het wapen van Diest werd in 1824 door de Nederlandse Hoge Raad van Adel bevestigd. Het schild werd getopt met de klassieke markiezenkroon en voorzien van 2 gouden griffioenen als schildhouders. Het werd bekrachtigd in 1844. Dit wapen, dat teruggaat op het wapen van de oude heren van Diest, werd door de stad ongewijzigd overgenomen na de laatste fusie.
In zilver 2 dwarsbalken van sabel. Het schild getopt met een kroon met 5 fleurons van goud en gehouden door 2 griffieoenen van hetzelfde. Het geheel op een grasgrond geplaatst.








