GRIMBERGEN
GRIMBERGEN
Grimbergen maakte oorspronkelijk deel uit van de immense bezittingen van de familie Berthout. Na hun nederlaag tegen de hertog van Brabant in 1159 werd kort na 1160 en/of 1197 hun grondgebied verdeeld.
De Berthouts zelf heersten in Mechelen en de Kempen, de heren van Grimbergen in het Land van Grimbergen, waarvan het oude kerngebied Grimbergen, Meise, Strombeek, Wemmel en Brussegem omvatte. Tot in 1757 waren er steeds 2 heren van Grimbergen.
Na de Berthouts ging het deel van Grimbergen dat aan de oudste linie behoorde, achtereenvolgens over op de families van Perwez (1ste helft 13de eeuw), van Vianden en van Nassau. De jongere tak had als opvolgers, de geslachten van Aa en Bergen-op-Zoom. Ten gunste van deze laatste familie werd Grimbergen in 1625 verheven tot graafschap en in 1686 tot prinsdom.
In 1757 stond de ouidste tak zijn deel van Grimbergen af aan de prinsen van Bergen-op-Zoom, die aldus heel de oude heerlijkheid Grimbergen in handen kregen. De laatste bezittter van Grimbergen voor de Franse Revolutie was de familie de Merode.
Er zijn zegelafdrukken bekend uit 1291, 1429, 1519 en 1779. Ze vertonen een schild met een dwarsbalk met 2 gekruiste schuintaken over alles heen, het wapen van de oudste tak van het huis van Grimbergen.
Ook de kleuren van dit wapen zijn bekend : in goud (volgens sommige bronnen in zilver) een dwarsbalk van lazuur met 2 gekruiste schuintaken van keel over alles heen, zoals het in 1981 werd bevestigd








