Een drug te ver 3
Voor de persberichten en recensies van "Een drug te ver" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de derde bladzijde .
Om half zes stond hij al op zijn boot. Hij had hem gisteren kunnen aanmeren op de laatste ligplaats richting Lier. Hij had nu dus een perfect zicht op de Kleine Nete en op het naastliggende fietspad dat Sabine gebruikte voor haar loopsessies. Als alles normaal verliep zou ze dus iets na zes uur passeren. De FN 5.7 was er helemaal klaar voor, inclusief geluidsdemper natuurlijk. Met dit wapen, dat je in België niet kon kopen, kon je door een kogelvrije vest schieten. Zo krachtig was het. Het was ook een echt pareltje voor een scherpschutter, die Hans dus was. Je kon namelijk feilloos je doelwit raken van op honderdvijftig meter afstand. En dat was precies wat hij wilde doen, knallen van op ongeveer honderdvijftig meter afstand.
Hans opende het zijraampje van zijn stuurhut. Van hieruit zag hij op het looppad. Hij nam zijn verrekijker en stelde die af op de brug. Daar liep het pad met een bocht onderdoor. Van daar zou hij Sabine kunnen volgen.
Na tien minuten was het zover. Hij had zijn slachtoffer in beeld. De afstand was nog iets te ver. Hij liet haar nog een beetje verder komen en legde dan aan. Hij richtte op haar hoofd.
“Plof”
Sabine zeeg neer.
Hans pakte alles weer rustig in, sloot zijn boot af en keerde terug naar huis. Hij ging bewust niet langs het looppad. Via het kleine toegangsstraatje tot de haven kwam hij direct op de Lispersteenweg, waar hij woonde. Hij moest nog tweehonderd meter overbruggen.
Toen hij thuis kwam legde hij eerst zijn pistool terug in de kluis op de zolder, nam een douche en ging naar zijn werk.
Hans was dispatcher bij GELUD-koerier. Deze binnenlandse koeriersdienst was gevestigd aan de ring van Lier. Zijn taak bestond erin om de pakjes te verdelen onder de chauffeurs.
Als baas van deze chauffeurs had hij het zo aangelegd dat hij met één bepaalde chauffeur een heel goede relatie had. Deze chauffeur was Ronny Martens. Ronny was de persoonlijke leverancier van cocaïne aan zijn drie klanten in de omgeving van Lier. Zo bleef hij zelf uit beeld. In ruil zorgde hij ervoor dat Ronny, die in zijn vrije tijd ook nog DJ was, geregeld contacten voor optredens kreeg van zijn vrienden.
Het systeem werkte als volgt:
- Hans voer met zijn boot vanuit Emblem naar Antwerpen.
- Daar lag de boot van de leverancier van de cocaïne.
- Na de overhandiging van de drugs keerde hij terug naar Emblem.
- Hans verdeelde de drugs in drie kleine kluisdoosjes die werden afgesloten met een cijfercode. Op elk doosje stond de naam van de klant. Deze drie doosjes gingen dan in een hardboard malet zoals elke manager er één heeft.
- Hij overhandigde deze dan de volgende morgen aan Ronny.
- Deze wist waar hij de doosjes moest leveren.
- De klant nam het doosje aan, pakte de drugs eruit en stopte het overeengekomen geld erin. Cash, geen opspoorbare elektronische sporen.
- Ronny gaf ´s avonds de malet terug aan Hans.
Deze cyclus herhaalde zich gemiddeld om de twee weken, naargelang de behoefte van de klanten.
Vandaag was het een gewone dag, geen drugsleveringen voor Ronny.
Voor Hans was het dus ook een gewone dag zoals alle andere.
Hij parkeerde zijn BMW 550i op de parking voor het bureaugedeelte van het bedrijf. Hij hield zijn badge tegen de badgelezer, waarna de deur opende en hij binnen ging. Op de dispatch waren zijn medewerkers al druk bezig met het verdelen van de papieren. Hij ging in het magazijn en begroette daar zijn chauffeurs. Ook Ronny was al aan de slag.
“Morgen Ronny, alles kits makker?”
“Alles in orde, Hans.”
“Hoe gaat het met de optredens?”
“Dat gaat, ik mag niet klagen. Volgend weekend mag ik weer twee keer spelen. Vrijdag in Den Bengel in Lier en zaterdag in Café Rock-´n-Roll in Koningshooikt.”
“Allee, dan gaan de zaken goed. Zoveel te beter.”
Den Bengel en de Rock-´n-Roll waren twee van de drie cafés waar Ronny de coke van Hans leverde. De derde was taverne Den Johnny op het Zimmerplein in Lier.
Hans deed de ganse toer van het magazijn en ging dan terug in zijn kantoor zitten. Hij startte zijn computer op en begon met het doornemen van zijn mail.
Niks gebeurd. Het leven ging gewoon door, voorlopig toch.

