Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Hittegolf
Hittegolf
Ze stond in de zwoele ochtend
Aan het open raam
En keek
Naar beneden
Naar de regen
Op het erf
Ze dacht
Laat me hier
Nog even van genieten,
Voor het braken
En voor de zon
addee
Eeuwige liefde
eeuwige liefde
zij had twee ogen
op haar bloesje
en haar tepels
keken mij
als wratten aan
ze was verliefd
op Jan
ze had hem
ooit ontmoet
wist niet meer
waar hij woonde
en kende hem niet meer
ze had hem verloren
na één dag eeuwig geluk
één dag eeuwige liefde
en haar wratten keken
mij verlangend aan
verlangend haar emoties
te delen met een ander
die de kip ook lekker vindt
addee
Oma's feest
Oma’s feest
oma viert weer feest
gisteren is het kermis geweest
vandaag komen de kinderen
en vooral zoon jan
hij was vorig jaar niet geweest
ze gaan samen eten
in een restaurant
oma bakt zelf niet meer
ze is al jaren oud
en heeft de recepten
al lang vergeten
de dochters praten luid
en worden rood van wijn
zoon jan eet een slaatje
hij moet voorzichtig zijn
maar oma drinkt
aperitief van het huis
en eet
tomatensoep
koninginnehapjes
en koffie na
en ze drinkt nog een watertje
en lekt in haar pamper
van contentement
oma is incontinent
addee
Van Beethoven
Van Beethoven
toen zij stierf
luisterde hij
in de kamer
naast de hare
naar de tweede
symfonie
van Van Beethoven
in een zwarte
limousine
reed ze
voor de laatste keer
door de poort
van het erf
in zijn hoofd
speelde
de derde
symfonie
van Van Beethoven
een priester
kwispelde kwistig
wijwater en wierook
over de lijkbaar
op de tonen
van de vierde
symfonie
van Van Beethoven
vier stoere dragers
droegen
de eikenhouten kist
naar buiten
op het dak van boer Jan
zat een merel
te fluiten
zijn lied klonk
als de vijfde symfonie
van Van Beethoven
traag trok
de stoet
in het gas
van de limousine
naar het laatste hof
bij iedere stap
voelde hij
diep van binnen
de zesde symfonie
van Van Beethoven
de kist zeeg neer
met een plof
de schaarse gasten
gooiden kluiten
met een schepje
in de kuil
hij hoorde
heel zachtjes
de zevende
symfonie
van Van Beethoven
die avond
alleen
in het grote lege huis
speelde hij
lang en luid
de negende
symfonie
van Van Beethoven
Trein 02
Trein 02
regendruppels
glimwormen
onhoorbaar
door de ochtendduisternis
nieuwe passagiers
beladen de trein
met frisse lucht
Waalse vrouwen
verkakelen de rust
boterhammen in hetpark
boterhammen in het park
een man zat
zwijgzaam
op een bank
in het park
en at
een boterham
met kwark
een klein meisje kwam
en vroeg :
heb je ook mijn popje gezien ?
de man zweeg en at
zijn boterham
met kwark
het meisje vroeg :
wat eet jij ?
de man zei :
ik eet
een boterham
met kwark
het meisje zei :
ik lust wel ham
en mijn popje ook
toen zei
de man
in het park :
ik heb alleen maar
brood en
kwark
Trein 01
Trein 01
reizigers kijken
onbeschoft
in de intimiteit
van de achtertuinen
langs het spoor
zij kijkt bleek
naar het vermoeide
ochtendgelaat
in het raam
met vluchtende achtergrond
één zak op het tafeltje
één zak in haar schoot
het station van Leuven
rukt haar weg
uit zijn dromen
oud gedicht
oud gedicht
ze vond
in een verloren boek
een oud gedicht
dat hij jong
geschreven had
een jong gedicht
van een oude man
ze las het vele malen
en was verrast
even vele malen
ze dacht :
zo heb ik hem
nooit gekend
breekbaar
breekbaar
liefde was haar op
het lijf geschreven
hij had het
tot op de bodem
uitgespit
dan sloeg hij haar
op het hoofd
met een porseleinen beeldje
maar nu is alles weer goed :
de stukken zijn gelijmd
en zij is ook weer fit
Antwoord
antwoord
hij dacht de ganse nacht
en nam ’s morgens
een kloek besluit :
als ik vandaag
ophoud met bestaan
zal ik maar dadelijk
naar de hoeren gaan
Vraagje
vraagje
?
ze vroeg hem :
wat zou je doen
als je nog
twee dagen
te leven had
?
zou je nog
van me houden
of zou je naar
de hoeren gaan
?
Mondriaan
Mondriaan
kritiek
blauw
één punt
één kleur
één lijn
het had
géél
moeten zijn
Acht
88888888
vervuld
van
vlijt
voor
vrijheid en
vaderland
beschreef hij alle nachten
de ganse buurt
met witte achten
de buren dachten
dat dit de pijn
van het lange wachten
voor hem verzachtte
maar het enige
dat hij betrachtte
was het schrijven van
zo veel mogelijk witte achten
Ambtenaren
ambtenaren
ze klimmen ’s ochtends
torenhoog
veilig voor weer en wind en zon
achter stenen glas staal en beton
urenlang ruggen kromgebogen over
documenten papieren en dossiers
ze zinken ’s avonds
in stalen kooien
naar diepe gangen
van trieste treinen
de helle van het heden
ze heten jan en miet en piet
ze zijn van het prikken uitgeput
hebben uren moe gestreden
en snakken stil
naar vrouw en haard en stede
Oorlog
for war
with love
toen kwam de minister van
oorlog kijken
en sprak :
zo nu en dan een lijk en
wat bommen op je dak
moet je afstandelijk bekijken
dan ga je
heel wat vlugger
over lijken
Vliegen
vliegen
twee vliegen
paren
op de oude broek
van een jonge immigrant
een geïntegreerde sikh komt
en reikt
de jonge immigrant
de hand
de vliegen
paren verder
op de oude broek
van de jonge immigrant
Kastanjelaar
kastanjelaar
hij wou weer
twintig zijn
onder de kastanjelaar
in de rademakersstraat
zij knikte stil van ja
en ze groeiden samen verder
met de kastanjelaar
onverbiddelijk jaar na jaar
steeds een beetje verder
uit elkaar
God
God
soms is mijn
godsbesef
beperkt
tot
slechts
een vloek
godverdomme
nom de dieu
soms is Hij
in mijn vloeken
niet meer
herkenbaar
dan besef ik
Hem
helemaal
niet
meer
Kwantum
kwantum
de geleerde staart
nieuwsgierig
in het water
van de vijver
en denkt :
er is een deeltje hier
en tegelijkertijd daar
God ziet dat het goed is
en zegt :
hij gelooft in Mij

