Met dit (waar gebeurd) verhaal,werd ik laureaat van de wedstrijd “mijn mooiste plekje in mijn stad” De TV opnames voor TV Oost, hadden plaats in ons stadspark op 13/08/07
(Uitzending op 24/25 oktober 2007)
Ik ben Roger Schellinck. Geboren (1933) en getogen in Aalst. Ik was nogal avontuurlijk aangelegd en ging dan ook al op jeugdige leeftijd op verkenning uit in mij stad. Straatjes, steegjes en achterkoertjes ging ik opzoeken Dit alles liet een blijvende herinnering na over het Aalst van de jaren veertig. Het bombardement van 10 mei 1940 de voorbij trekkende legers. De stukgeschoten bruggen over de Dender. De doden die vielen onder de burgers door deze bombardementen. Het drinkwater tekort door de vernieling van de aanvoerleiding. Al deze nare beelden staan mij nog steeds voor de geest.Maar mijn mooiste plekje in mijn stad? Aalst telt ontelbare mooie plekjes. Ze opsommen zou quasi onbegonnen werk zijn. Maar de plek waar ik het meeste herinneringen aan bewaar, zowel vrolijke als trieste, dat is wel ons stadspark. Het was lente 1944. Als jonge dartele tieners, was het stadspark ons speelterrein. Het plons vijvertje op het speelplein, De bomen in de “bosjes” de vijvers, als onze plek om stiekem te gaan vissen. Een “wijm” uit het osbroek, en een eindje van moeders garen. Een haakje, geplooid van een speld, dat was ons vistuig. Verdoken tussen het afhangende gebladerte van de grote treurwilg, haakten we een pier aan het haakje, en gooiden we onze vislijn in de ballonvijver. Steeds moest er iemand de paden in het oog houden, om stil alarm te slaan als parkwachter Clement kwam aan gereden. Dan doken we in het al flink opgeschoten gras, tot het onheil voorbij was, en we konden verder vissen. Natuurlijk kregen we geen enkele vis aan de haak. Wel was menig keer de pier tot tegen het haakje op gegeten, maar een vis verschalken zat er dus niet in.Een van deze mooie lentedagen, gingen we met de vrienden naar ’t park. Gewoonlijk kwamen we langs het “klein poortjen” maar vandaag namen we “de groten entréé”. In het lommer van de grote bomen, die als zuilen het gebladerte torsten, stonden zitbanken. Op een ervan zaten enkele jonge mannen. Ze maakten grapjes en floten de jonge meisjes achterna. Een van hen, Lucien onze buurman, zwaaide naar mij en riep iets. Maar we waren spelenderwijs al te ver om het nog te verstaan. Intussen was er bij hem thuis een drama aan de gang. Ik heb dat maar ’s avonds vernomen als ik thuis kwam. De” Gestapo” was bij hen binnen gevallen. Zijn oudere broer, die juist op het koertje was, is nog over het muurtje kunnen springen, maar de tweede broer werd opgepakt en weggevoerd Een paar van deze “gestapo’s” zijn er blijven wachten tot Lucien thuis kwam, en hebben ook hem meegenomen. Geen van beiden is terug gekeerd. Nu nog wanneer ik het park in wandel moet ik terug denken aan deze verschrikkelijke gebeurtenis. Maar ik heb ook plezante herinneringen aan ons stadspark.. Het najaar 1944. De geallieerde legers bevrijden ons land en onze stad. Ze sloegen hun kamp op in het park en genoten er van een relatieve, en voor hen tijdelijke rust. Wij waren natuurlijk niet weg te slaan bij deze, overwegend Britse, soldaten. “Sigarettes for Papa and Chocklat for Mama” hoorde men ten alle kanten. Ook nog “Tommy kom home with me” weerklonk het bij valavond.De eersten, want één soldaat ging nooit mee met een burger, waren ene Frank en Len, gingen met mij mee naar ons thuis. Uiteraard hadden ze sigaretten en wat chocolade mee, en, ik herinner het me nog alsof het gisteren was, een groot blik met thé. Zo iets wat we nu” instant thé” zouden noemen. Ze toonden aan mijn moeder hoe ze deze thé moest zetten. En bij hun “cup of thé”, en met de enkele woorden Engels die ik al had geleerd bij de soldaten. Moeder en vader met wat Frans en enkele Engels klinkende woorden, slaagden we er in het gesprek levendig te houden. Maar de legers gingen verder en er kwamen andere aan. En in een van deze Britse regimenten leerde ik ene Jack Davies kennen .Een Welsh man in hart en nieren, en zoals bijna alle ingezetenen van Wales, een formidabele zanger. Maar ook na enkele dagen moest zijn groep weer verder. Maanden later, is hij nog eens langs geweest, om dag te zeggen. Maar intussen was mijn vader overleden. Dat maakte op hem zo’n indruk dat als hij de volgende dag verder moest, hij tranen huilde, en vol weemoed afscheid nam. En dat was het begin van een vriendschap, Maar deze vriendschap zou echter maar een vervolg krijgen twintig jaar later .Ze zou duren tot zijn overlijden nu 5 jaar geleden, maar nog steeds voort duurt tussen zijn echtgenote en kinderen, en onze familie. Maar mijn plekje, blijft ons stadspark waar een groot deel van mijn jeugdig leven zich afspeelde, en waarvan de herinneringen in mijn geheugen gegrift blijven.
Roger. Aalst 04/05/07