
Het artikel 42.4.5 v/h verkeersreglement voorziet uitdrukkelijk dat de gehandicapten evenals de gewone voetgangers de rijbaan moeten oversteken op de zebrapaden die op minder dan 30 meter afstand liggen.
Blijkbaar werd uit het oog verloren dat het onmogelijk is voor de gebruikers van een elektrische rolwagen zich aan deze regel te houden wanneer aan de zebrapaden de stoepranden niet werden verlaagd.
De elektrische rolstoelen kunnen namelijk niet de hindernis van hoge stoepranden overwinnen.
De wegbeheerders werden er vermoedelijk niet op gewezen dat het genoemde artikel voor hen de verplichting inhoudt te zorgen voor de verlaagde stoepranden.Zoals de toestand zich nu voordoet,zijn de rolstoelers die een straat willen oversteken verplicht gebruik te maken van de garage-inritten waar de stoepranden wel zijn verlaagd.
De rolstoelers komen dus op de rijbaan tussen de geparkeerde wagens op plaatsen waar ze door de automobilisten niet worden verwacht.
De oversteek kan ook ,niet haaks gebeuren zoals voorgeschreven,omdat er zelden twee garage-inritten tegenover elkaar in de straat liggen.
Ik heb minister Vanbrempt gewezen op de onveiligheid van deze situatie.