Wie werkt er nu nog?

Wie werkt er nu nog?
Een werkloze zit aan den dop.
Een soldaat ligt in Duitsland.
Een muzikant speelt bij de muziek kapel.
Een leerkracht staat in het onderwijs.
Een animator geeft van katoen.
Een ambtenaar is aan de staat.
Een chauffeur rijdt met een vrachtwagen.
Een slager heeft een slagerij.
Een landbouwer boert op de akker.
Een antiquair doet in oude spullen.
Een missionaris gaat naar den vreemde.
Een verkoper leurt met schoenblink.
Een grossier verkoopt in 't groot
en de rest werkt in 't zwart.























1 reactie op dit bericht
Mooi geschreven Lisettje.
niet beter...Veel liefs van Alda...