Naar de inhoud

Sharika's fantasie wereld!

seniorennet.beseniorennet.be

intratuin

Ons uitje naar Intratuin.
klik op de foto
Klik op de foto klik op de foto klik op de foto klik op de foto  klik op de foto klik op de foto
Klik op het plaatje voor de hele foto
Reageer op dit bericht

4 reacties op dit bericht

Dini19 april 2012 om 20:36

Dinicreatief

Hallo Shakira,kom hier eens kijken,en leuk hé bij Intratuin,ik kom er ook graag,
groetjes van Dini
Photobucket
Rachel Belmans9 april 2012 om 10:14

FIJNE PAASMAANDAG

JULLIE GENOTEN ALLEMAAL,DAT IS GOED TE ZIEN!!!
Image and video hosting by TinyPic
paolo9 april 2012 om 09:46

Hallo Sharika,


Image and video hosting by TinyPic


Paasmaandag,

we wensen iedereen een heel fijne 2e Paasdag toe,

groetjes met heel veel liefs van Lilian en Paolo.
paolo9 april 2012 om 09:45

Hallo Sharika,


Fijne 2e Paasdag,
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

vlindertje vlieg

j7b6gp.jpg

Vlindertje
Vlindertje, wat ben je keurig,

Met je vlerkjes blauw en rood.
Nee, ik zal je heus niet vangen,
Want dan ga je immers dood !
Vlieg maar rond, naar alle kanten,
In de mooie zonneschijn.
Ik zou, als ik in je plaats was,
Oók niet graag gevangen zijn ! 

© onbekend

 

 

2 reacties Reageer op dit bericht

ouder worden

Hoezo, ouderen niets meer waard?

We zijn een fortuin waard.

We hebben zilver in onze haren

Goud in onze tanden

Gas in onze darmen

Stenen in onze nieren

Lood in onze schoenen

Kalk aan onze nagels

Staal in onze heupen

plastic in onze knieen

Vol met dure medicijnen

Lijken we wel op goudmijnen

Een mens met zoveel mineralen

Is met geen miljoen te betalen.

Daarom ga ik fier door ’t leven.

En neem kritiek op als een spons

Want door al die rijkdom

Drijft de economie nog steeds op ons.

---------

 

 

Reageer op dit bericht

peter olie

Peter olie is een rakker
B
ij de hand en altijd wakker
A
an zijn vriendjes op de kaden
T
oont hij graag zijn heldendaden

M
et wilde haren, rode konen
Z
al hij weer een kunst vertonen
H
ij zal nu eens laten blijken
D
at hij op zo'n schip durft kijken

M
aar hij duikelt in het water
Als hij boven komt, veel later
Heeft hij geluk en grijpt kordaat
Een oliekan van de Automaat

Wind en stroom voeren hem mee
Over de eindeloze zee
Zonder eten, zonder drinken
Altijd bang, dat hij zal zinken

Eindelijk drijft hij naar het strand
En zo komt hij weer aan land
Maar hij meent daar iets te horen
Peter schrikt als nooit te voren

Achter hoge palmbomen
Ziet hij boze mannen komen
Zwart als roet met scherpe speren
Hoe kan Peter zich verweren?

Hij moet mee naar Koning Ojo
Die spreekt tot zijn mannen mooi zo
Ik eet hem op, dat kleine knaapje
Dadelijk na mijn middagslaapje

Hoe Peter huilde om zijn lot,
De mannen stoppen n'm in de pot
Om hem als een kip te bakken
Op een vuur van dikke takken

Wat geluk voor onze guit
Het hout is nat en het vuur gaat uit
En Peter vraagt den zwarten man
Naar zijn petroleum-kan

Hij krijgt de kan en keert hem om
Ja, Peter is nog niet zo dom
Als door de olie 't vuur gaat branden
Klappen de zwartjes in hun handen

De kleine man, die zo iets kan
Mag dan direct weer uit de pan
Ter ere van die wonder-brand
Wordt hij Koning van het land


Hij wordt verwend en goed bediend
Maar elke dag denkt onze vriend:
Wat zou ik graag naar moesje gaan
Hoe kom ik ooit weer hier vandaan?

En omdat hij wil ontsnappen
Laat hij mannen bomen kappen
En voor den kleinen blanken man
Wordt een vlot gemaakt, dat varen kan

Omdat hij Koning is geweest,
Maken zij een heel groot feest
Hij krijgt fruit en water mee
Zo vaart Petertje naar zee.

Dagenlang is hij aan 't varen
En moe van in t verre staren
Als hij eindelijk in 't verschiet
Een grote ESSO tankboot ziet


Die boot heeft hem met volle kracht
Naar Nederland teruggebracht
Daar wachten hem zijn Pa en Ma
Met zijn vriendjes aan de ka.

Alle mensen staan versteld
Als hij zijn avontuur vertelt
En telkens tot besluit
Roept Peter lachend uit:

De oliekan zal ik bewaren
Die redde mij van veel gevaren
En mijn beste vriend voortaan op straat
Is de olieman van DE AUTOMAAT

 

 

Reageer op dit bericht

ketelbinki

Ketelbinki
Toen wij van Rotterdam vertrokken
Met de Edam, een oude schuit
Met kakkerlakken in de midscheeps
En rattennesten in het vooruit
Toen hadden wij een kleine jongen
Als ketelbink bij ons aan boord
Die voor de eerste keer naar zee ging
En nooit van haaien had gehoord

Die van zijn moeder aan de kade
Wat schuchter lachend afscheid nam
Omdat hij haar niet durfde zoenen
Die straatjongen uit Rotterdam

Hij werd gescholden door de stokers
Omdat hij al de eerste dag
Toen wij maar net de pier uit waren
Al zeeziek in het foc'sle lag

En met jenever en citroenen
Werd hij weer op de been gebracht
Want zieke zeelui zijn nadelig
En brengen schade aan de vracht
Als-ie dan sjouwend met zijn ketels
Uit de kombuis naar voren kwam
Dan was het net een brokje wanhoop
Die straatjongen uit Rotterdam

En als-ie 's avonds in zijn kooi lag
En na het sjouwen eind'lijk sliep
Dan schold de man die wacht te kooi had
Omdat-ie om zijn moeder riep
Toen is-ie op een mooie morgen
't Was in de Stille Oceaan
Terwijl ze brulden om hun koffie
Niet van zijn kooigoed opgestaan

En toen de stuurman met kinine
En wonderolie bij hem kwam
Vroeg hij een voorschot op zijn gage
Voor 't ouwe mens in Rotterdam

In zeildoek en met roosterbaren
Werd hij die dag op 't luik gezet
De kapitein lichtte zijn petje
En sprak met grogstem een gebed

En met een één twee drie in Godsnaam
Ging 't ketelbinkie overboord
Die 't ouwetje niet durfde zoenen
Omdat dat niet bij zeelui hoort
De man een extra mokkie schoot-an
En 't ouwe mens een telegram
Dat was het einde van een zeeman
Die straatjongen uit Rotterdam
--------

 

 

 

1 reactie Reageer op dit bericht

achter-kleinkinderen

142by86.jpg alle drie 15dp3yu.jpg damian-janella x1ayvp.jpg damian 16pcvn.jpg Dylan-janella 24ec28n.jpgDylan-janellaojqz55.jpgdylank1pemd.jpgjanella35bf2h3.jpgjanella


Dit zijn de kleinkinderen van onze dochter.
Wat gaat de tijd toch hard.
Ik ben dus alweer overgrootmoeder.
Rika

3 reacties Reageer op dit bericht

kerst dagopvang

21ae0i8.jpg kerst 70au4w.jpgsamen babbelen rwpbo7.jpgsamen prutsen sl08sh.jpgook ik mocht meedoen lwh3o.jpggezellig koffie drinken2d0xwcl.jpgeven uitrusten64ey3m.jpginpakken en naar huis>


Een heel gezellige middag bij de dagopvang.
Rika

Reageer op dit bericht

Piggelmee

In het land der blonde duinen
En niet heel ver van de zee,
Woonde eens een dwergenpaartje
En dat heette "Piggelmee".

't Waren heel, heel kleine mensjes
En ze woonden - vrees'lijk lot,
Want ze hadden heel geen huisje -
In een oude keulse pot.


4s1sux.jpg%22P
Voor de zon en voor de regen
- Nooddruft had hun dat geleerd -
Hadden zij die stenen pot met
d' Opening naar de grond gekeerd.

Toen een gat er in geslagen,
Klein, maar groot genoeg toch voor
Hun zo kleine dwergenlijfjes
En daar kropen zij dan dóór.

<?
't Vrouwtje zorgde voor het eten
Maar.... dat eten moest er zijn,
"t Ventje ging dus daag'lijks jagen
Schoot een haasje of konijn.


Met een heel, heel klein geweertje,
Dat gaf niet zoo'n grooten klap
En dan ging hij op zijn klompjes,
Met zijn konijntje vlug op stap.


Zo nu wist dat dwergenpaartje
Zich te schikken in zijn lot
En zij leefden vele jaren
In hun omgekeerden pot.


Toen, wie had dat kunnen denken?
't Onverwachte komt altijd,
Door een onverwachte tijding
Werd hun hart door hoop verblijd.


Op een mooie zomermorgen
Lazen z' in de "Dwergenkrant"
Dat er was .... een "tovervischje"
Komen zwemmen naar het strand.


't Vischje dat, met staart en vinnen
Vlug zich door de golven sloeg
Kon je alles, alles geven,
als je 't hem maar need'rig vroeg.


Doodstil werd het op dien morgen
In den ouden keulschen pot,
Want de beide dwergjes dachten
Aan hun droef en arm'lijk lot.


...Need'rig vragen...alles krijgen...
Alles en... zij hadden niets.
..'n Vischje, dat..zoo mooi kon toov'ren..
Toov'ren?..."manlief, zei je iets?"


"Ik?-Neen"-"Zou je.. manlief..durf je
Niet eens naar dat vischje gaan?"
"Vrouwtje lief, dat doe ik zeker,
Vóór je 't zei, dacht ik er aan."


"En,... wat wou je hem dan vragen,
Als je heusch dat vischje sprak?"
"...'t Allereerst, dunkt mij, een huisje
Met schoorsteen en dak,"


"n Huisje, ècht, een heuschlijk huisje?
Durf je dat te vragen man?
Zoo een huisje met een deurtje
Waar je echt  in wonen kan.


Ik, nog éénmaal in een huisje!
Mensch? wie had dat ooit beleefd,"
En haar kleine oogjes glimmen
Van de vóórpret die ze heeft.


En... Des morgens in de vroegte
's And'rendaags ging Piggelmee,
Klossend op zijn kleine klompjes
Door de duinen naar de zee.


"Vischje!" riep hij reeds van verre
Met zijn handjes voor den mond,
"Vischje", kan ik je eens spreken,
Zwem je hier in d'omtrek rond?


En toen klonk er plots als antwoord
Uit de verre, wijde zee,
Zacht en zilver stemgeluidje:
"Riep je, ventje piggelmee?"


"Ja ik! Ja IK!" riep het ventje
En hij trilde van genot;
"Vischje, och geeft mij een huisje,
'k Woon maar in een steenen pot."


Ga maar! Ga maar! riep het vischje
'Geven kost mij niemandal,
Ga maar gauw naar huis m'n ventje,
Want je huisje staat er al."


En... vergetend te bedanken
Liep het dwergje, dol van pret
Naar.. zijn pot, waar die stond, was
Nu een huisje neêrgezet.


Uit één van de vele raampjes
Riep zijn vrouwtje, o! zoo blij,
"Piggelmee! wat zeg je dáár van?
Kijk eens hier, hier wonen wij."


Piggelmee zag met verbazing
Nu zijn keurig huisje staan
En hij wilde door het deurtje
Als een heertje binnen gaan.


Maar zijn vrouwtje kwam naar buiten
"t Huisje is wel aardig, maar
't Zou je binnen  niet bevallen,
Want het is nog lang niet klaar."


"Je moet daad'lijk op je klompjes
Nog eens naar de zee gaan, man,
Want een huisje zonder meubels,
Kijk, wat hebben wij daar an!"


"Vraag het vischje een paar stoelen
En een tafel en een bed,
En... gordijnen voor de raampjes,
Want dat staat zoo keurig net.


En nog meer, wat wou ik zeggen,
Ja zoo véél nog, ga maar vast
Er moet nog een spiegel wezen
En ook nog een linnenkast."


Vrolijk fluitend, op zijn klompjes,
Ging het dwergje Piggelmee
Weer naar't strand en riep van verre:
"Vischje! Vischje! in de zee!"


Onbeweeg'lijk bleef de verte,
Niets te zien in zee en lucht,
Dan een eenzaam strandpluviertje,
Dat zijn heil zocht in de vlucht.


Toen kwam weer dat stemgeluidje,
Zilverzacht uit verre zee:
"Riep je nu weer m'n baasje?
Riep je, dwergje Piggelmee?"


"Ja ik!" riep verheugd het dwergje,
"'k Dank je voor het huisje wel,
Maar ik wou zoovéél nog hebben,
Meubels en gordijnenstel."


"Ga maar! Ga maar!" riep het vischje,
"'t Geven kost mij niemendal,
Ga maar gauw naar huis m'n ventje,
Want je meubels staan er al."


Toen het dwergje thuis kwam, vond hij
Druk zijn vrouwtje in de weer
Met het boenen van de meubels
En zij sprak als d'eersten keer:


"Man, je moet nog weer terug gaan,
Want het vischje is zoo goed,
Vraag voor mij wat mooie kleêren,
En een mantel en een hoed.


Voor je zelf een flink paar schoenen
Want, zooals je zelf wel ziet,
Met die klompjes aan je voeten
Pas je in ons huisje niet.
 
En....ofschoon hij nu wat moe werd
Ging het dwergje Piggelmee,
Klossend op zijn kleine klompjes
Wéér naar 't vischje in de zee.


Gaarne liep hij door de duinen
Maar het werd hem nu wat saai,
Boven hem vloog hoog een zeemeeuw,
Vóór hem een Vlaamsche gaai.


"Vischje!" riep hij reeds van verre,
"'k Zou't niet wagen weer zoo gauw
En zoovéél te komen vragen,
Maar ik moet wel voor mijn vrouw.


Kijk, ze wil wat kleêren hebben
En een mantel en een hoed,
En voor mij een flink paar schoenen,
"'t Vischje," zegt zij, "is zoo goed"


"Ga maar!" riep opnieuw het vischje
"Och! ik kén de vrouwtjes wel,
Je zult thuis reeds alles vinden
Ga maar heen en loop maar snel."


En het dwergje thuis gekomen
Vond zijn zijn vrouwtje reeds gekleed,
Zich bekijkend in den spiegel
En ze sprak:...."Het doet mij leed"


"Piggelmee, je moet teruggaan,
Want ik kan met goed fatsoen,
Nu niet uitgaan, als ik weg ben
Wie zal hier den boel dan doen?


Ga het vischje nu  nog zeggen.
Dat ik niet meer heb den tijd
Om te boenen en te koken,
Dat ik hebben moet een meid."


Piggelmee keek nu zijn vrouwtje
Voor het eerst gramstorig aan,
Maar hij durfde niets te zeggen
En... enfin... hij zou maar gaan.


Onderweg dacht hij nog telkens
Aan zijn stulpje van weleer
En... dat hij het nu zoo goed had,
Maar... hij floot geen liedje meer.


"Vischje!" riep hij reeds van verre
"Vischje, vischje, in de zee!!"
"Roep je weêr?" vroeg nu het vischje
"Roep je, dwergje Piggelmee?"

"Ja ik!" riep beklemd het ventje
"Och! mijn vrouw heeft nu geen tijd
Om haar huisje schoon te houden
Zegt ze, en.... ze vraagt een meid."

't Vischje gaf niet daad'lijk antwoord,
't Was als of het even dacht,
Maar toen klonk wéér 't stemgeluidje:
"Dwerg dat heb ik wel verwacht."


"Ga naar huis, je zult er vinden
Alles netjes aan den kant
En een meisje vlug en helder,
Ook een uit het dwergenland."

Piggelmee, vermoeid van 't loopen
Ging naar huis, zijn vrouwtje was
Ook zoo even thuis gekomen,
Maar niet bijster in haar sas.


"Piggelmee, je moet teruggaan,
Daad'lijk, 'k ben er op gesteld,
Onderweg wou ik wat koopen,
't Was zoo mooi, maar.. 'k had geen geld."


Ga het vischje nu nog vragen,
Om wat geld, een vollen zak,
'k Moet toch ook de meid betalen,
Dáárna, neem je je gemak."


't Ventje ging met loome schreden
Nog een keer naar 't vischje heen,
't Was intussen laat geworden,
't Strand lag éénzaam en alléén.


Voor zijn voeten sloop een wezel
Azend op een duinkonijn,
En het ventje schrikte even,
Want och! hij was zelf zoo klein.


"Vischje!" riep hij reeds van verre
"Vischje, vischje, in de zee!!"
"Riep je?" klonk het nu weer vroolijk,
"Riep je? vriendje Piggelmee?"


"Ja ik!" riep verruimd het ventje,
"Ja! mijn vrouwtje stuurt mij weer,
want zij moet de meid betalen
En wat koopen en zoo meer."


"In ons huisje is nu alles
Wat gemak en vreugde biedt,
Zegt mijn vrouwtje, maar dat ééne,
Geld zegt zij, dat heeft ze niet."


"Ga maar!" riep nu plots het vischje,
't Geven kost mij niemendal,
Daar had ik om moeten denken,
Ga naar huis, het is er al."


't Vischje ging nu naar de diepte,
't Ventje ging naar huis, 't werd nacht,
....In het aardig dwergenhuisje,
Was een zak vol geld gebracht
.


Lange tijd was 't heel gezellig,
En Piggelmee die was veel thuis.
Maar zijn vrouw nu, werd ontevreden,
ontevreden over haar nieuwe huis.


"Ga, naar 't vischje" sprak het vrouwtje,
'k wil wonen in een kasteel,
Als een adelijke dame,
En luisteren naar muziek van-minnestreel.


Zo ging ons ventje schoorvoetend,
Naar het vischje van de zee,
"Vischje, vischje" riep hij in de golven,
"Vischje, vischje" riep hij naar beneé.


Het vischje kwam weer boven,
Vroeg'an Piggelmee wat 't nu weer was?,
"De vrouw wil deftiger wonen,
Met een kasteel is ze in heur sas."


Je wensen zijn vervuld heer Piggelmee,
Het betekent voor mij niet veel,
"Ga naar nu snel naar huis toe,
Je zult aanschouwen je vrouw in heur kasteel
Rap ging nu ons dwergje huiswaarts,
door de duinen, reeds zag hij van verre,
De machtige torens van het kasteel
Met daken blinkend als de sterre.


Maar helaas, wat is op aarde
Blijvend, ook tevredenheid
Wijkt zoo vaak voor nieuwe wenschen
Wordt verdrongen door den tijd.


Op een morgen sprak het vrouwtje,
"Het gaat niet naar mijn zin,
Ga naar het gulle vischje,
Adelijke dame zijn is mij te min."


"Zeg hem dat ik wil regeren,
Als een koningin heel machtig,
Dat de mensen voor me buigen,
Dat vind ik pas prachtig!"


Wederom moest hij gaan lopen,
Ons vriendje Piggelmee,
Weer een wandeling maken,
Naar het vischje in de zee.

En aan vischje voor z'n vrouw,
Een gunst gaan vragen.
Ze was steeds ontevreden,
Schijnbaar alle dagen.


Weer liep Piggelmee door het duin,
Kwam bij de zee weer aan,
En wilde nu het vischje roepen,
Zijn vraag voorzichtig stellen gaan


Nu werd plotseling het water
Vlak nabij een rimp'lig vlak,
Waar het glazend toovervischje,
't Zilv'ren snuitje bóven stak.

Ditmaal was 't zilveren vischje,
Piggelmee 's vragen voor,
Stuurde hem naar zijn ontevreden vrouw,
Die regeerde, en zich krabde achter heur oor!


Zóó...'t is vele maanden later
Zien we vriendje Piggelmee
Daag'lijks weer zijn wand'ling maken
Naar het vischje in de zee.


Dan een "dit" en dán een "datje"
Altijd was het voor zijn vrouw
En altijd als hij terugkwam,
Had vriend Piggelmee berouw.


Eéns, het was zoo koud dien morgen,
Moest onze arme Piggelmee,
Hij wou juist wat langer slapen,
Toch naar 't vischje, toch naar zee.


De vrouw wilde heersen over aarde,
Over oceaanen en de diepten der zee,
Wilde het vischje als bediende,
Zij vond het een machtig idee.


Piggelmee stampte met z'n voeten,
Hij durfde niets te zeggen,
En moest met tegenzin toch gaan,
En 't vischje deze vraag voorleggen
En... het kraagje van zijn jasje,
Voor de koude hóóg nu dicht,
Gong het arme Piggelmeetje
Naar de zee, met bang gezicht.


"Vischje, Vischje," klonk het angstig,
Over 't water als een kreet.
"Vischje," 'k moet je weêr wat vragen
En dat doet nu echt mij leed.

  "Vischje, ik wou heusch niet komen,
Want ik dacht wel, dat wordt mis,
Wederom is het mij vrouw,
Die nu wel zéér ontevreden is.


Plots'ling kwam er op het water
Nu een breede rimpelkring,
Wijl het anders kalme vischje
Nu heel boos aan 't spart'len ging.


En zijn antwoord klonk heel driftig
Als uit dicht geschroefde keel:
"Dwerg, ga daad'lijk naar je vrouw toe
Zeg haar dit: zij eischt te veel,"


Zeg haar, dat ik haar zal straffen,
't Spijt mij wel voor jou m'n vrind,
Ga naar huis en ga eens kijken
Hoe je dáár den toestand vindt."


Langzaam aan verdween de rimpel
Die op 't water zichtbaar was,
't Vischje dook en... als een spiegel
Werd de wijde waterplas.


Piggelmee stond nog te kijken
Toen, in 't naad'rend avonduur
Ver in zee de zon ging zinken
Als een bol van laaiend vuur.


Diep verslagen ging hij henen,
Angstig nu voor dreigend leed,
Hoog in 't blauw verdween een reiger
Met een aak'lig schorren kreet
Sloffend liep hij door de duinen
En zijn schoentjes wogen meer
Dan hem ooit zijn klompjes wogen
In de dagen van weleer.


Toen hij meende, dat hij thuis was
Keek hij als beteuterd rond,
Want de keulsche pot stond dáár weer,
Waar zoo straks het kasteel nog stond.


En zijn vrouwtje zat te huilen
"Piggelmee, wat vrees'lijk lot,
Weer, nu weêr te moeten wonen
In dien ouden keulschen pot
1z18zmr.jpg
Reageer op dit bericht

zwavelstokjes

Zwavelstokjes.

Tijdens kerstmis lag een meisje
te kleumen in de wintersneeuw.
Het gebeurde lang geleden,
zeker langer dan een eeuw.

Zij warmde zich aan zwavelstokjes
in die ijzig koude nacht.
Droomde van een prachtig kerstfeest,
niemand die toen aan haar dacht.

Ook nu zwerven er nog kinderen.
Zwavelstokjes verkopen ze niet,
maar ze zijn net zo ontredderd,
vaak verteerd door zwaar verdriet.

Handel volgens de kerstgedachte.
Wees barmhartig, wees kordaat
.
Schenk een gedeelte van uw rijkdom
aan deze kinderen van de straat

Ik wens u warme dagen toe.
Rika

2 reacties Reageer op dit bericht

Bevriend

2h71fsj.gif

Wees bevriend met kleine dingen
met een mooie bloem die bloeit
met de vogeltjes die zingen
met het vlindertje dat stoeit.

Met de heldere regendruppels
met de warme zonneschijn
Wees bevriend met kleine dingen
en je zal gelukkig zijn

16lh3bt.gif
Reageer op dit bericht

Uit het ziekenhuis.

Onverwachts werd ik opgenomen in het ziekenhuis.
De nacht daarvoor moest ik zittend door brengen n.a.v. benauwdheid. De volgende morgen naar de eerste hulp en ja, daar lag ik dan op een zaal van 4 mensen. Het was ondanks de benauwdheid aangenaam vertoeven. We hadden een zaal van 2 mannen en 2 vrouwen. We konden het goed met elkaar hebben. Na 8 dagen mocht ik weer naar huis met een pakket afspraken voor een aantal specialisten. Nou dat ga ik dus de komende maand afwerken en nu maar zien of het goed gaat.
Ik ben nog niet zo ver dat ik al mijn BLOG vrienden kan aanschrijven (hoewel) ik heb niets meer van ze gehoord, wat ik erg jammer vind.
Het is toch niet zo , uit het zicht uit het hart.
Enfin ik zie het wel.
Iedereen de groeten die dit leest.
Liefs Rika
7 reacties Reageer op dit bericht

vogels


161neia.jpg

               

De tuinfluiter is een zangvogel.

Tuinfluiters komen tijdens het

broedseizoen in grote delen

van Noord- en Midden-Europa

voor, waaronder in Nederland
en
België. Over het algemeen
kan men ze in die
landen waarnemen vanaf mei.

 


               
6garuq.jpg



Volwassen koolmezen zijn circa

14 centimeter groot

hebben een spanwijdte van 22,5-25,5 centimeter

en een gewicht van ongeveer 20 gram.

De koolmees heeft een zwarte kruin,

witte wangvlekken, een gele borst en

daarop overlangs een zwarte band.

Mannetjes zijn te herkennen aan de

duidelijk bredere zwarte band
 
               

553u3r.jpg
De putter voedt zich met bessen,
 
knoppen en zaden.
Vaak zie je putters
op
distels zitten.
De zaden van deze
plant vormen een groot deel v
an zijn
voedsel.
Daarom wordt de putter
vaak ook distelvink genoemd.
In de
winter vecht de putter bij
voederhuisjes vaak met
andere vogels.


2ihtevk.jpg
Ondanks zijn grootte, is de appelvink lastig
waar te nemen voor mensen die het
geluid niet goed kennen.
De vogel houdt zich meestal
nogal heimelijk op, hoog in de bomen.
Het geluid is een luid tsik dat
een beetje lijkt op dat van een roodborst.
Aan het eind van de winter en in
het vroege voorjaar, als de bomen
nog kaal zijn, wordt deze vink het meest gezien.
                           
2 reacties Reageer op dit bericht

zwaan

38655.jpg

Dromerig zie ik haar gaan,
Die schone, zelfbewuste witte zwaan.
Alsof ze mijn gedachten voedt.
Daar in die stille late avondgloed.

auteur onbekend.

2 reacties Reageer op dit bericht

tweede blog

welkom op mijn tweede blog


Wat een vreugde.
Mijn tweede BLOG is geslaagd.
Leuk als één van jullie hem ook kan zien natuurlijk.
Klik op het plaatje en wees welkom.
Groetjes Rika

14 reacties Reageer op dit bericht

wereld

5wl1tf.jpg 

De wereld rond.

We zouden meer moeten
genieten
Van de mooie dingen
in het leven
Want behalve spullen
en geld
Heeft het zoveel
moois te geven.

De zon die iedere dag
weer schijnt
De maan die na de
nacht verdwijnt
De bloemen die bloeien
in het gras
De regen die valt
in een waterplas.

Dus maak van iedere
 dag iets moois
En geniet met volle teugen
van het leven
Kijk goed naar de wereld
om je heen
Want het heeft zoveel
moois te geven.




Reageer op dit bericht

Meer van Sharika's fantasie wereld!

↑ Terug naar de berichten