Het duifje los gelaten Vliegt vrij het luchtruim in. Altijd in 't nestje blijven, Is niet naar duifjes zin. Eens vlieg ook jij de wereld in De wereld die jij niet kent. Vergeet dan toch het nestje niet, Waar jij eenmaal uitgevlogen bent.
Het duifje los gelaten Vliegt vrij het luchtruim in. Altijd in 't nestje blijven, Is niet naar duifjes zin. Eens vlieg ook jij de wereld in De wereld die jij niet kent. Vergeet dan toch het nestje niet, Waar jij eenmaal uitgevlogen bent.
Als ik had geweten wat ik nu weet Dan had ik beslist mij niet vaak vergist. Maar hadden was toen en nooit over te doen. Zo moet ik nog leren mezelf te verweren. Blindelings vertrouwen van mezelf leren houden. Alles achter me laten niet teveel praten. Heet dat dan geluk? of gaat er teveel stuk. Op zoek ga ik door eens vind ik gehoor en krijg ik de kracht die dit mij bracht. Zo ik had geweten wat ik toen nog niet wist dan had ik waarschijnlijk mij niet zo vaak vergist. Toch wil ik blijven de geen die ik wil zijn. Want alle vergissingen bezorgen je pijn.
Een hand,een woord,een gebaar doen zo goed als je iemand die je lief hebt verliezen moet. De lege plek,het doet zo'n pijn maar in gedachten zal hij altijd bij ons zijn.
De moeder van de duizendpoot is vreselijk ontevreden. Want haar zoontje is zojuist in de sloot gegleden. En als je even rekent weet je wat dat betekent op zijn hoofd een grote buil en duizend sokjes vuil.
Dit album is me lief, wie het steelt die is een dief. Die moet zitten op een latje met zeven spijkers in zijn gatje; tot hij roept: Genade heer! Oo,wat doet mijn gatje zeer.
Als ik een dichtersgeest bezat, dan had ik op dit albumblad een mooi gedicht geschreven. Maar nu ik deze gave mis, wens ik alleen wat nodig is: Een recht gelukkig leven.
Ook ik wil in dit boekje staan En zal maar eens aan 't pennen gaan. 't Gaat nog wel niet erg vlot, Maar steek met mij nou niet de spot, 't Zal wel uit mijn penne vloeien. Al zit ik schrandelijk te knoeien.