Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
nergens beginnen – Anaïs Nin
nergens beginnen
verschijnen en niet meer
niets
geen geschiedenis
geen noodzaak:
een noot zonder boom
een barst zonder muur
geen teken dat verwijst
niets bewijzen
dan het eigen bestaan
rollen voor de ogen van de twijfel
zoals een maansteen zonder baan
nergens vandaan
nergens heen
een neerdaling een opneming ten hemel
maar er is geen op of neder meer
geen hemel geen hel
schijnsel
en er is geen schemering
verdichting
en er is geen wisseling van stof
soms droom je
alleen te zíjn, te zijn alsof
ondeelbaar mededeelbaar
steen én schrijn
geen kwelgeest die stenigt
geen heelmeester
want je bent heel en één
en zonder pijn
Stavelot 1945


Stavelot 1945
- een documentaire –
ze vonden alleen nog
vrouwen, de jongste
van de kinderen
toch gingen ze over
tot hun geliefkoosde
spel: handjes in de nek
gezichten naar de muur
of bij gebrek aan
gezichten naar een heg
iemand schoot
de beelden: benen
zonderling gebogen
bleek, gegrilde kikkers
zo leek het wel
winter was het
één kuil moest volstaan
de gezichten sliepen
je ziet zelfs een vreemde
glimlach om een kindermond
daarna werden ze
buren, verdween
de grens
alleen de mond die
vertelt, staat als
een streep in de grond
wegen verdwenen


‘wegen verdwenen’ – Marcel Proust
wegen verdwenen
de mensen die erop wandelden
de huizen, de stenen
de klimmende bloesem in de tuin
weinig bewaart
in arduin in heldere verf
in de vaagte van woorden
en nooit de huid die je raakt
de koortsige de dode
de huid die gespannen staat van leven
en het licht op die huid
als de felle geluiden van een kermis
als een weide bespikkeld met goud en lila
al wat blinkt en blikkert in de lentezon
al het woordloze dat in je schedel hangt
als een wandtapijt in een burcht
verschoten verschroeid
want slordig sprong men om
met wegwaaiend dak en toortsen
nadat de jonker werd gewurgd
en al de woorden die werden meegegeven
als een boodschap maar aan wie
als een bewijs van oorsprong
maar de oorsprong is weg
je wandelt waar een boomgaard was
een loopbrug, een heg
en de wegen kunnen nauwelijks wachten
om te verdwijnen
om zich op te zuigen steen in steen
om minstens toch hun huid te schrobben te reinigen
in de regen en te vergeten waar jij verscheen
brief aan de minister van onderwijs
Geachte heer Minister,
negativisme
Aanvulling: als leraar Nederlands heb ik mijn laatstejaars altijd verplicht om de actualiteit te volgen. Telkens zat ik met het gewetensprobleem: 'heb ik het recht om deze 17-, 18-jarigen met hun neus boven de beerput te duwen?' Want dat serveren onze kranten en tv-zenders: de beerput van de menselijke beschaving, alsof de mensheid tot niets anders in staat is.
Vasudeva aan de Lethe
duw je boot af, haak
de bomen in hun beugel
ze staan al aangeschoven
wenken aan hun overkant
eerbiedig de stroming, volg
langs draaikolk, zandbank –
drijf in de lijzijde voor het lis:
geroepen ben je, volbreng
je zending, deze overtocht
ze nemen het meertouw, slaan
het om de bolder en jij staat
schrijlings op roeiboot
en oever, biedt je arm
aan een moeder, een wankele
vader – nauwelijks schommelt
een doft, zo licht is hun lichaam
vaar nu, veerman, voer ze
naar deze kant waar alles
doorgaat alsof geen ziel
verhuist, geen naam wordt
gewist door wind en getijden
hoe stil hun gezicht
je zag het in het water
onder ruisen alsof je
bladerde in een boek


Rabbie Burns
(de lieveling van de Schotse 'vrienden van de poëzie' )
ontwaken in oktober
met ‘Hearts of Midlothian’
een ei bloedt in rode strepen
op vegen vermiljoen
de daken van de buren
zijn donkere heuvelen
je hoort er het pijpen bij
een doedelzak beurelt
wijsjes van Robbie Burns
ijle geluiden
het stijgt uit de stilte op
vertakt als een vlucht ganzen
tekenen om te duiden
Hearts of Midlothian
iets wil het zeggen
maar wat
en wat heeft het te maken
met een bezopen bard
verward neem je genoegen
met sporen van vrede
met een ei en spikkels van rode peper
op een bord in vermiljoen
je droom van een vorig leven
geboren onder een strooien dak
een armenzoon die wijsjes componeerde
uit het zwijgen van de zee
het dampen van heuvels
zwart rijzen ze op
uit de nevelen in je hoofd
stijgen gakkend als ganzen
langs vermiljoenen strepen
iets bloedt maar de pijn is verdoofd
the piano


The Piano – Jane Campion
zink maar met een piano
als anker, de keuze dan:
een wiegende stilte of
je laars, een lege bolster
aan een koord
men wordt toch meermaals
geboren: een verstomde
die plots spreekt, wie
werd geschonden herstelt
dagelijks vindt men zich uit:
een beeld dat sliep in het eigen
gebeente – het gebeurt in schokken
alsof de aarde vervelt
soms een dwaze ruil, je vele
rokken laat je in een kamer
en je adem is te horen
van over de zee
naakt toch steeds, het wezen
blootgelegd, zijn schade en
genade, de twee gezichten
van de ene god
je zinkt door handen als
zand door een zeef: wat
je overrompelt is de glinstering
een steentje ligt nu open
gelijk een lotus op water
een wiegen in stilte
colloque


uit Van Toen en Thuis
colloque sentimental
hoe laat men doden praten
na het slopen van hun huis:
hun woorden verdonkerd, opgeslorpt
zoals een bloedvlek door een gaas
ze hebben ruzie gemaakt, zeker,
met een stoel als wapen:
je ziet de koperen koppen nog
van sierspijkers, zijn plaats
in de murwe geur van geraniums
ze hebben de liefde bedreven, ongetwijfeld,
er was die brief in een verboden lade
die je opgewonden hebt gelezen
met een glimlach om die schrijffout
in het sierlijke handschrift van vader
ze hebben beraadslaagd
over hun schulden en de schuld
van kinderen die al sliepen of
al snikkend te wachten lagen
op hun lijfstraf
en het huis stond als een stolp
van matglas te trillen
over het razen en bedaren
over het hijgen en snikken
in de geur van de geraniums
je hoort de doden praten
het slaan van een hek
en het huis wacht
als een verre lichtvlek
in de nacht
maximumfactuur scholen
Het kan best dat de door minister Vandenbroucke voorgestelde maximumfactuur voor de lagere scholen te laag uitvalt. Maar moeten lagere scholen noodzakelijkerwijze sneeuwklassen organiseren? Is het nodig dat kinderen vóór hun 12de of zelfs 18de leren skiën, afgezien van toekomstige skivedetten dan?


she was looking back to see if I …
- …was looking back at her. John Mayall -
een liefje uit Limburg
vergeet je niet
al heb je van al die jonge klare
een geheugen als een vergiet
zou het dat taaltje zijn
die zeepbellen waarvan je dacht
dat het ballonnen waren
om op te stijgen als een heilige
een hijgende
zou het de heide zijn geweest
waar je de liefde kon bedrijven
geurend naar hars en bijenwas
waar de stilte je moede hoofd kon
boenen dat het weer glom van
binnen als ivoor
als nooit te voren
neen, een liefje uit Limburg
vergeet je niet
al heb je met de jaren
een geheugen als een vergiet
was het de Maas misschien
het schichtig gemurmel aan de grens:
schipper mag ik over varen
ja, dat mocht van die brave mens
op een trekpont aan een kabel
het leven hangt soms lachend
aan een draad die bijna in het water hangt
je leven hing toen lachend
aan de draden van haar vingers
een web dat nooit heeft los gelaten
en elke nacht bijna wanneer de maan
zich inzeept om zich te scheren
voel je een zuigen aan je huid
ja, een liefje uit Limburg
dat vergeet je niet
al heb je nog weinig haren
en een geheugen als een vergiet
was het’ zingend en klingend’ haar geluid
de rinkelende belletjes van haar taal
was het de heide en zijn harsig verhaal
van bokkenrijders
was het iets ouders iets wijzers
van water met een trekpont
waar zij op staat nu na dertig jaren
met dat lachje om haar mond
en omziet of jij omziet
en de veerman blijft maar varen
er stijgen zeepbellen uit een vergiet
spraakkunst van de liefde
houden van er is geen
houden aan: een lastig
werkwoord, zijn wijs
aanvoegend; zijn vervoeging
voegt zich naar geen tijd:
te vroeg voor een verleden,
voor een andere toekomst
al te laat - en wat is tegenwoordig
in zijn klank: goud en fout,
de heldere 'én'
die geen 'of' toelaat
zijn tongval valt, verrijst in
'van' en 'kan', in banvloek
soms: alle tongen van de
wereld wanneer het geheel
vloekt met de delen
het komt op delen neer:
niet op- niet overhouden
wanneer de dobbelstenen
hebben gesproken, soldaten
grijpen naar de kleren en
minstens één lichaam
is gebroken
een lastig werkwoord
zijn wijs aanvoegend:
dat lijkt perfect soms
op bevelend
maar wie beveelt
is niet te bevroeden


uit Een stuk of wat
rookt uw pijpken blij, uw gedachten…
wonend in stilte, ik adem
mijn zwijgen uit
sprekend tot de vogels
in de bomen der herinnering
is mijn stem een tafpapieren vlieger
het koren in schoven
op de ruig geschoren kouterkaak
hoort de koekoek in de blauwe bossen
de nevel die aan de beemden gebeurt
zoals vrede aan de doden
draagt het meisje vlinders in ‘r vlechten:
‘rooibos van singelingelaa…al wie ah…
al wie omziet zal op zijn gatje vaa-llen…
rooibos’ – en stilte een witte kaars
een Weesgegroet tot doven
ik woon in stilte
pijprokend met wat spoken
het aroom gelijk een oude moeder
stopt de sokken van mijn adem
en dat verhalend aan de kinderen
van mijn angst is mijn taal
een gebroken koord
aftreden
Aanvulling: eens te meer neemt De Standaard de rol van oppositiekrant op zich en schiet ze op de meest dankbare 'koppen van jut' (voor zover van die uitdrukking een meervoud bestaat) zijnde Onkelinx en Didier Reynders. De eerste afkraken is in Vlaanderen geweldig populair gezien haar stuntelige, om niet te zeggen schandalige Nederlands (en dat voor de dochter van een uitgeweken Vlaming), de andere spreekt onze taal voorbeeldig maar lijkt een symbool van het Waalse immobilisme, van de onwil om vooruit te gaan. En dit laatste zou wel eens waar kunnen zijn: Reynders lijkt inderdaad niet gemotiveerd om de fiscale fraude aan te pakken. Maar in die zin is hij eerder een donkerblauwe liberaal dan een typische Waal: het is weinig waarschijnlijk dat een Vlaamse liberaal het beter zou doen op het departement financiën, zeker Vincent Quicky of Rik Daems niet.
En wat justitie betreft: hier zijn de visies op een aantal deelproblemen zoals de bestraffing van jeugdige criminelen zo verschillend in de landsdelen en liggen die verschillen zo muurvast, dat een splitsing op zijn minst in het vervolgingsbeleid zich opdringt: als de Walen de jonge boefjes alleen maar willen heropvoeden dan kunnen ze dat, de meeste Vlamingen willen een stap verder gaan en ze ook bestraffen.
Al is dit in grote mate een schijndiscussie: zoals eerder gezegd is een gevangenis waarin niet aan heropvoeding wordt gedaan een mensonwaardige gevangenis en op langere termijn een oorzaak van nog meer criminaliteit.
uit Een stuk of wat
terugwegwijs
kijk, waar je vader woonde
toen ie een zoon was zoals jij
ja, het huis is weg, de tuin
is weg, maar doe je ogen dicht
en ik toon je wel onder de nieuwe
huizen en hun nieuwe tuinen
de weiden waar hij een echte keeper
werd bijna die duikelde naast een koeienvla
de lege akkers en de late zomerschemer
dat hij katje verloren speelde (zovele jaren
tot het nichtje borstjes had bij muggenbeetjes)
de wegel, de zwarte beukenhaag die ’s avonds
zwarte poten kreeg en een weerwolf was, zei
moeder, mijn moeder, het rapenveld en daarin
stond het zoetepoepje dat ik voor haar vond
doe je ogen dicht, doe je ogen dicht
dat je het asfalt niet ziet, de ring
met knipperlichten – hoor,
over de kasseien komt geklos geklos
de boekaros met vier paarden en lantaarnen
die pakt de stoute kinderen mee – ach, nee,
laat los: ik startte de wagen maar. kom,
kunnen we achteruit?
stop, pas op, kijk, papa, dat is stom:
die jongen daar viel in het zand
zijn fiets die heeft geen banden
bij het monument

de veerman

de veerman en de jonkvrouw (Filip de Pillecijn)de veerman met zijn twee vrouwen: de frêle jonkvrouw en de donkere Annemarie, op het monument alledrie even grijs - op de achtergrond het torentje van Sint-Jozef in Tielrode
kreeft


uit Een stuk of wat
ascendant kreeft
aan de treurwilg bij de turfput
aan de vijverplomp
aan de windlier
aan het waterlicht
ik kom terug
aan de wegelrug en het speenkruid
aan het schemergroen en de lijster
aan de beek onder de bramen
aan een iegelijk blad van de populier
ik kom terug
aan het eendenkroos over de stekelbaars
aan de beukenhaag naast de leuningbrug
aan de plas
aan de kiezel
ik kom terug
aan de kreeft op de bodem
aan de zwam in de rand
aan het lood van de visser
aan de reiger op de scheef gezonken boot
ik kom terug
aan de trap in de dijk aan de bank langs de dijk
aan de stroom zijn geklots aan het zog en het roer
aan de steigerpaal voor de bocht, de dukdalven
aan de lamp in de baken, de stormlamp op de plecht
ben je d’r nog, je had het gezegd
tijgebonden

de Schelde bij Driegoten, het bord geeft aan dat de Durme alleen te bevaren is bij hoog tij: vroeger voeren de vrachtschepen tot Waasmunster, aan de kade in Hamme lagen de aken met wel vijf of zes in een rij.
