audit 07
Als uitsmijter presenteerde de VRT een portret van de VB-kiezer met vragen naar hun geprefereerd menu, hun vrijen met of zonder licht etc
audit 07
Frank van Hecke
les neiges d'antande krullen van vroeger
het gebeurt na vijftig
jaar, den Boss vertelt:
je rijdt weer op dat rode
frame, geërfd van een dode broer
je remt met een schoenzool
op het voorwiel, de velgen
trekken een dronken spoor
dat eindigt bij een prikkeldraad
je bloedde als een Christus,
beweert den Boss, hij driegt
verhalen, vervuilde lappen
aan elkaar: een kind
van dertig spreekt soms
wartaal, vindt alleen
bij moeder een samenhang
waren we nog maar
kwakkelende sporen
in het zand, ruiters
op een schraal gevaarte
over kop in een haag
we rijmen nog na
vijftig jaar, rijgen
rafels aan elkaar
versleten doeken die
onze beeltenis dragen
hoe potsierlijk vroeger
zo weinig sierlijk vandaag
den Boss is kalend
zijn taal een kaalslag
jouw woorden groeien voor twee
voor twee kan men niet zwijgen
examens voor politici vervolg
na de vernissage bisvernissage bis
Ken je de eenzaamheid van de clown: voor even stond je op een podium, bracht wat luisteraars aan het lachen of tot ontroering, en daarna tuime le in het zwarte gat. Reeds een 65-tal boeken zijn verkocht, nog drie keer meer te gaan om een bakroet te vermijden en dat ondanks de hulp van een sponsor.
Om te kotsen is het blabla van mensen die het geweldig vinden maar het vertikken om een boek te kopen: men gaat er van uit dat een dichter niet alleen zijn verzen zomaar uit zijn mouw schudt, maar dat hij als een soort Christusfiguur alles gratis wegschenkt. Kunstenaars moeten armoedzaaiers zijn zoals van Gogh, pas na hun dood zullen anderen fortuinen verdienen aan hun werk. Wat doe je dan als kunstenaar die geen enkele aanspraak mag maken op de genialiteit van Vincent?
Doorgaan zoals Sisyphus, je steen de berg op rollen en toezien hoe dat blok je weerom ontglipt. Met de glimlach toezien, beweert Camus, maar vandaag hebben de spieren rond mijn mond geen zin in een glimlach. Of ligt het aan de spieren rondom mijn heilig been - waarom wordt dit onderdeel trouwens heilig genoemd? - die beletten hier pijnloos voor dit scherm te zitten. Niets zo potsierlijk als een ouwe clown.
recht in eigen handen
Durmedroom
examen voor kandidaten
glinstering
- voor den Dree, de Pol, den Dieser –
over de berg van Elversele
naar de Col du Galibier
dagelijks stonden we voor de brug,
één lange slaper steeds te laat
stormden langs rapen,
maïs of bevroren kluiten
over ons geliefde baantje
dat kronkelde naar Driegaaien
zaten te drogen in een bedompte klas,
tot ’s avonds in een studiezaal, gleden
door duisternis, nevel, kille regen
en steeds weer voor de open
of gesloten brug: een eindsprint
en wie mocht winnen die
in zijn dromen nog altijd wint?
de vrienden waren drie oudere
broers en boven op de Alpen
hoor je hun woorden nog
hun wegwijzer naar een leven
je hebt het nooit geleerd
dat Hamse stroeve gezegde:
‘ge moet op tijd
ou schup afkuisen’
laat eens even los, laat
je ogen over de bergen gaan
neem een voorbeeld aan
de sneeuw: dat ligt daar
stil en glinstert
we zien elkaar, grijs, gegroefd
en elk met eigen plagen, elk
zijn schupje volgeladen
we laten los in een verhaal
van Vlaamse bult naar
Alpijnse bergpas, we nemen
een voorbeeld aan de sneeuw
in onze oude vernauwde
ogen, een stille glinstering
na de vernissage

na de vernissage
gezichten ontbraken
hakten gaten
in de zaal
andere daagden op
gleden een schietspoel
door je schering
plukten draden los
vulden je weefsel aan
onze kleine geschiedenis
van eilanden die afdreven
na het beven van de aarde
zo verscheiden wij
geworpen zijn en zo
één gebleven en gelijk
we noemden onze doden
een vader op een dijk
gehouwen uit het steen
dat stormen kan bedaren
een kind verdronk
geteisterd door de
kwaadste dromen
onze gezichten stonden
samen in de duisternis
omringd door rivier
en bomen, het leek
of het wiel van ons dorp
zichtbaar draaide
en wij weer kinderen
op een kermis vastgeklampt
aan een koperen knop
spraken wat gaten
dicht, groeven
andere uit: de scheuren
die we verzwijgen



Mottebolwegel 3
een wegel des winters
overstroomd, verborgen
onder geboomte des zomers
kanaal van geboorte:
woorden kwamen toen
uit een duister boek
begroeven hun zaad
komen jaar na jaar
als speenkruid en klaver
geuren naar turf en
wortels in slik
zwenkend op een fiets
verwijlend bij een schrikdraad
een gedaante bleef en ze
draagt mijn naam
een schaduw over water
onder treurwilg en spindotter
een bundel lisdodde dommelt
in een boord – herstel
het borduursel van woorden
het spinrag in de hazelaar
een wegel, een kanaal
van geboorte, dagelijks
een doorgang van dorp
naar een gewemel van stilte
een sluimer waar
een lijster in zong

uit ‘liefde in tijden van cholera’ – G.G. Marquez
zijn geheugen
noem het een gezonken galjoen
met jaspis, goudmunt
saluerende kadavers
gebonden aan ra en brug
zie zijn bewustzijn :
een duiker met astma
die verschuift een gloeiende vinger
over een verschroeide kaart
hij leest over de vaart
over de grillen der winden
over riffen en geul
hij leert van de slaven en hun beul
huurt een jonge schooier in
met eindeloze adem
die paait de blauwe haaien
met de bedwelming van zijn geur
rijst lachend op
met geblikker tussen de tanden :
een hanger van platina en smaragd
tot – na de nacht - de herkenning
die wantrouwige koopman
het goud proeft en verwerpt
cuando sei nato

cuando sei nato
- bij een film van Giordana Marco Tullio–
wie geboren wordt, kan zich
niet meer verbergen; die moet
naakt door de dagen gaan
een blinkend ding waar
roofvogels om zwerven –
weggeworpen, te vinden
gelegd, soms voor één
nacht gevonden:
ding bij ding onder
een spinrag van adem
schepen die dromen
in een haven voor
even dan toch
wie geboren wordt, reist
als een banneling in een
scheepsruim van verdwazing
een heimwee vaart mee
in gebaren en droom
men kan zich niet
verbergen, verzwijgen
dient geen hoger doel
dan sierlijk verzinken
tot dan zal je naakt
door de dagen gaan:
wie geboren wordt
is nooit meer geborgen
Rik Torfs over de dood
drugs in soortenover verslavingen
Het voorgaande bericht deed me denken aan een statistiek die ik enige tijd geleden zag in De Standaard of De Morgen: de meest lucratieve economische sectoren op wereldschaal zijn de wapenhandel en de drugshandel.
Wat is het verschil?
Drugs kunnen in het ergste geval de individuele levens verwoesten van mensen die daar zelf voor gekozen hebben. Wapens verwoesten de levens van miljoenen mensen die daar uitdrukkelijk niet voor kozen.
De wapenhandel is in tegenstelling tot de drugshandel voor een deel legaal en aan weinig beperkingen onderhevig, voor een ander deel net als de trafiek in verdovende en stimulerende middelen illegaal. Heel de wereld voert een 'war on drugs', van een 'war on arms' is geen sprake, zeker niet bij de landen die in de eerste strijd het hoogst van de toren kraaien.
Er zijn mijn inziens twee verslavingen die echt levensbedreigend zijn voor heel de planeet: de hebzucht en de gewelddadige gelijkhebberij.
Een goeie derde is het cynisme: uitgerekend diegenen die er voortdurend over opscheppen dat zij over een superieure beschaving of moraal beschikken, zijn de meest ongeneeslijk verslaafden aan hebzucht, fanatisme en geweld.
De wereld is zo'n schouwtoneel dat we niet kunnen zonder verdoving om niet kierewiet te worden van de aanhoudende schreeuw die uit deze wereld opstijgt.
Dit is het paradoxale: een struisvogelhouding is een leugen, maar anderzijds maakt een voortdurende confrontatie met het lijden en het onrecht ons knettergek.
Met verdoving bedoel ik dan de uitschakeling van het morele bewustzijn - in klassieke termen: de stem van het geweten - door met de eigen pietluttige zorgen bezig te zijn, door op te gaan in de verdwazing van de sport of in de nog grotere stompzinnigheid van allerlei tv-programma's, of door met oogkleppen aan zich helemaal op zijn job te storten.
Dit is een zaak van zelfbehoud en tegelijkertijd van zelfbedrog: we sluiten ons af voor problemen die zich hoe dan ook aan ons zullen opdringen.
Het doet me denken aan de priester-arbeider Frans Wuytack uit Sint-Niklaas. Die was in Venezuela opgepakt en in de gevangenis gestopt omdat hij zich te duidelijk engageerde voor de armen. Terug in Vlaanderen werd hij verwelkomd als een held. Tot hij hier hetzelfde begon te doen, onder meer door deel te nemen aan de arbeidersstrijd op de Boelwerf in Temse. Het ging zelfs zover dat de toenmalige bisschop van Gent, de beruchte van Petegem, de deken van Sint-Niklaas naar zijn oud moedertje stuurden om haar te dreigen dat zij de communie zou geweigerd worden indien haar zoon volhardde in de boosheid.
Maar Frans begon met agit-proptheater, fel politiek theater dus, samen met de andere roemruchte arbeidersleider, Karel Heirbout. Ik zag ze in Hamme, in het jeugdhuis Het Klokhuis optreden met hun sociale sketch 'De Barst': vlijmscherm anti-kapitalistisch maar achteraf zaten beide mannen aan de toog moppen te tappen, met een bevallige vriendin dan nog wel. Daar gaat het om: je ogen niet sluiten maar plezier blijven maken. Tenslotte is geen enkele uitgebuite of mishandelde mens geholpen met onze depressiviteit. Het is een variant op de 'Mythe van Sisyphus' van Albert Camus: de steen de berg oprollen in de wetenschap dat die jou vlakbij de top toch ontglipt, maar de berg weer afdalen met een glimlach. 'We moeten ons voorstellen dat Sisyphus gelukkig is,' schreef Camus.
Naar je geweten luisteren en handelen is ook een vorm van verslaving.
geweigerde mail
Van Toen en Thuis
Van Thuis en Thuis


pestdokter
- over Petrus van der Jeugd en Philomena -
de doden zwollen op
in hun huizen, wie kon
ontvluchtte het dorp
toen zag men zijn norse
kop: ‘een beitelwerk
van steene’ - die zei:
als niemand het doet
met gade en kruiwagen
trok hij door de verlaten
straten: droegen ze een doek
voor de mond, wasten ze
hun verweerde handen?
ze reden van herenhuis
naar krot, hieven
de geschonden dochter
uit doorweekte lakens
een verteerde moeder hier
een geraamte daar
dat grootvader was
een zuigeling met nog
zog op de mond
het voorwiel kraste
over pestwegel en kasseien
alsof een vingernagel vocht
met een deksel, men hoorde
de schreeuw uit de benauwenis
van spijkers en hout
vanonder de aarde
Kromme Peet en zijn Mene
zij deden het, ze vonden:
‘als niemand
anders het doet’
men zag hem zowat een halve
eeuw later uit het oudemannen-
huis komen: onder zijn
eeuwige pet een kop gebeiteld
door schaduw en woede
hij zweeg, men zweeg of groette
behoedzaam: als dieren
ging men een geur uit de weg
wet pussy

wet pussy
hijgen, zei ze,
gaat van oh naar ah
haar hoofd sloeg om
als een enkel
gedruis in haar bloed
alsof een geweldige vis
haar droeg, meenam
onder water terwijl
huizen van golven
neersloegen op haar huid
en haar hoofd sloeg om
als een enkel: het leek
te ontkennen wat haar
overkwam, bonkte tegen
ledikant en muren
boeien moesten breken
haar hoofd voelde als
een deksel op een gistende
bokaal, hoe ze ook schroefde
ze kreeg het niet los
later moest het op zijn
hondjes, ze keek over
haar schouder, riep hem
van ‘zo’ naar ‘ja’
en haar hoofd sloeg om
als een enkel: een beeld dat
wankelde op een zuil, met gedruis
kwam het neer, bedolven
onder een hele kathedraal
gruwelbeeldengruwel
Dat de kleinhandel zijn overgebleven voorraad sigaretten zonder schrikbeelden niet meer mag verkopen, onderstreept het fanatisme van de gezondheidsfundamentalisten. Dit is het ergste schrikbeeld: intellectuele verkramping. Eén idee overheerst, alle andere reflecties doven uit. De redelijkheid verdwijnt als men nog slechts één reden heeft.