Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Gelaagput


Gelaagput
- verrà la morte e avrà i tuoi occhi. Pavese –
dromen zijn vindingrijk
zij verheffen als kinderen
in Afrika het weggeworpene
tot hun kunstig speelgoed
nu is het een turfput
waar je vader zwom
in een beproefde rode zakdoek
toen de oorlog nog soesde
gelijk een roofdier
dat zich uitrekt in een tropenzon
het water is ijs en sneeuw
en je wankelt langs een wak,
een ster gelobd als een lotus
een bladpunt breekt
een zwarte bezem
schuift naar je toe
de vrouw op een aarden trede
laat los
(grimas of glimlach,
opgelucht of moe ?)
het water is sponzig, lauw
en zingt van vrede
deze dood heeft geen
of meer dan één geslacht
en alleszins de azuren ogen
van je moeder,
jonger dan je dacht
VRT - vervolg
Men kan zich verwonderen over de heftigheid van de vorige berichten in verband met de VRT.
Ten eerste: hun houding tegenover het VB. De VRT beschikt over een beeldarchief waarmee zij de leugens van het Blok een voor een kunnen doorprikken.
Onder meer van de aanslag op Willem Vermandere toen die op de Brusselse Grote Markt zijn liedje 'Bange Blanke Man' wou beginnen zingen. Terwijl de stoottroepen naar het podium stormden stonden De Winter en Annemans rechts in beeld erbij te grijnzen. Zowat een jaar geleden mocht De Winter bij Siegfried Bracke komen klagen over het Antwerpse Toneelhuis dat volgens hem te elitair en niet laagdrempelig genoeg zou zijn. Als er nu één laagdrempelige Vlaamse kunstenaar is dan toch wel Willem Vermandere. Het incident toont ook aan hoe ernstig we de voortdurende klacht moeten nemen over het gebrek aan vrijheid van meningsuiting waarvan de VB-kopstukken zich het slachtoffer voelen: wanneer een mening hen niet aanstaat dan kloppen zij erop. Precies zoals de NSDAP dat deed in het Duitsland van de late jaren 1920.
Iets gelijkaardigs zagen we op de IJzerbedevaart: de aanwezige Blokkers vonden de toespraken niet radicaal genoeg en begonnen de bravere bedevaarders omver te lopen en te stampen. Trouwens, wie in die tijd de IJzerbedevaart bezocht, heeft die mannen met geschoren koppen gezien in hun combat boots en battle dress. Iedereen die de geschiedenis van het Blok kent, weet dat de vroegere VMO, Were Di en Voorpost naadloos in de partij zijn opgegaan nadat zij als paramilitaire organisaties werden verboden.
VMO-leider Bert Erickson heeft altijd in het Blokbestuur gezeten tot hij betrapt werd op de aanranding van een minderjarig meisje.
Is het dan zo verwonderlijk dat de sprakeloosheid van twee beroepsjournalisten mij woedend maakt: het extreme en gewelddadige karakter van het VB kan voor hen toch geen onbekende zijn?
Ten tweede is er de filmkeuze. Ik heb al vaak verwezen naar de jaren 1960 toen onder meer via Jo Röpcke (in samenwerking met Roel van Bambost) een zeer verscheiden en kwalitatief hoogstaand aanbod te zien was op de toenmalige BRT. Waarom kan dit vandaag niet meer. De VRT lijkt ervan uit te gaan dat de Vlamingen verstandelijk of esthetisch gehandicapt zijn: liefst geen moeilijke films want dan halen we geen kijkers meer.
Gevolg: week na week een mainstreamproduct, meestal van Amerikaanse oorsprong, een heruitzending die al minstens drie keren op tv te zien is geweest, nooit een verrassing, een ontdekking.
Het verschil met de commerciële omroepen zit in het feit dat de openbare omroep niet noodzakelijk een hoog kijkcijfer moet halen. Uiteraard kan het niet de bedoeling zijn een zogenaamde nichezender te worden zoals Arte, maar gezien het feit dat men niet voortdurend een commerciële balans in de gaten moet houden, kan men het zich veroorloven op zoek te gaan naar een evenwicht tussen bereik (aantal kijkers) en kwaliteit. Dit gebeurt in een aantal programma's zoals Panorama, de historische uitzendingen en natuurdocumentaires, maar veel te weinig in de culturele programmatie.
Als daar geen geld voor is, kan men wat meer besparen op de sportuitzendingen: gezien de kwaliteit van de huidige commentatoren, is er geen enkele noodzaak waarom bijvoorbeeld voetbalwedstrijden door de VRT zouden moeten gecoverd worden: Kanaal 2 of VT 4 doet dat even goed.(of even dom zoals je wilt)
Kortom, het gaat om het potentieel: het kan allemaal veel beter. Er is bij de VRT geen gebrek aan talent en intelligentie, maar wel aan bereidwilligheid, aan engagement. En onbetwistbaar is de politieke controle hier mede verantwoordelijk voor: zij bepalen immers het mandaat van de openbare omroep. Als je dan minister van media Bourgeois voortdurend hoort herhalen dat 'de VRT goed bezig is' dan weet je het wel. Deze man heeft zelf geen enkel engagement, geen enkele ambitie om de VRT inhoudelijk beter te maken: van iemand die dweept met Laura Lynn kun je dat ook niet verwachten.
film op VRT
Ik had gehoopt dat het vanavond anders zou zijn met een Brits-Amerikaanse filmproductie, maar neen dus: na vijf minuten heb ik al een tiental keren 'fuck' of 'fucking' gehoord.
Nochtans houdt onze minister van media Geert Bourgeois vol dat de VRT goed bezig is. Samen met zijn zusterpartij het CD&V verdedigt Bourgeois de gezinswaarden: een gezin waarin om de minuut twee keer de woorden 'fuck' of 'fucking' worden gebruikt?
Ik heb hierover al tientallen brieven geschreven naar kranten, weekbladen en naar de VRT zelf: het haalt allemaal niets uit.
Kijk naar de aankondiging van nieuwe films in het journaal: bijna altijd gaat het om Amerikaanse massaproducten, technisch allicht briljant maar inhoudelijk waardeloos.
Dan moet je bedenken dat bijvoorbeeld het Brugse Cinema Novo ieder jaar weer aantoont dat er in alle delen van de wereld schitterende films worden gedraaid. Maar de VRT vindt het zijn roeping om rotzooi te helpen verspreiden.
Als het maar de kijkcijfers ten goede komt, dat is de enige norm die nog telt: wil het publiek een openbare executie dan zal die op de duur ook door onze openbare omroep worden geleverd.
Maar niemand doet mee met mijn protest, dus zal ik weer aan het overdrijven zijn?
audit 07
Als uitsmijter presenteerde de VRT een portret van de VB-kiezer met vragen naar hun geprefereerd menu, hun vrijen met of zonder licht etc
Frank van Hecke
Gisteren werd op de VRT het VB doorgelicht, al ging het in hoofdzaak over voorzitter van Hecke.
Iedere kijker zal wel getroffen geweest zijn door het optreden van zijn zestienjarige dochter die toch enige nuance aanbracht in het betoog van haar vader. En de vader reageerde met al de beminnelijkheid die je van een eigentijdse vader kan verwachten. Beelden over het gezin De Winter leveren een gelijkaardige indruk op.
Hoe kan dit: zo hardvochtig, fanatiek in het politieke beroep, zo hartelijk en soepel in het privé-leven?
Uitzonderlijk is dit niet: ook Joseph Goebbels was in familieverband best een aardige kerel. Het meest verbijsterende voorbeeld heb ik in de jaren 1970 en 1980 gelezen in de publicaties van Amnesty International. Beulen uit Latijns-Amerika haalden de meest gruwelijke misdaden uit tijdens hun 'werkuren' - en neem dit letterlijk: zij beleefden hun folterpraktijken als een nine to five job - en thuis speelden zij met hond en kind en vóór de avondmaaltijd spraken ze een gebed uit.
Mensen zijn blijkbaar in staat tot een zeer letterlijk 'hokjesdenken': zij kunnen een deel van hun geest afsluiten van andere delen. Zo is het te verklaren dat zij een God aanbidden die precies het omgekeerde vraagt van wat zij in werkelijkheid doen en dit laatste niet in het besef van hun zondigheid maar uit volle overtuiging.
In sommige gevallen gaat het om regelrechte psychopaten, genre Dutroux, Himmler, Beria etc die op geen enkel moment wroeging vertonen omdat zij ervan overtuigd zijn dat zij het recht hebben te handelen zoals zij hebben gedaan. Dostojevski heeft dit fenomeen beschreven in de figuur Raskolnikov in Schuld en Boete. Hier zien we een Nietzschiaanse Uebermensch die zich het recht toeëigent een paar Untermenschen om te brengen omdat hij nu eenmaal superieur is aan zijn slachtoffers.
De Nazi's beschouwden zich niet voor niets als een Herrenvolk
En Nietzsche scrheef in Also sprach Zarathustra: 'Es gibt Herren und es gibt Sklaven.'
En overal keert deze basishouding terug: de onaantastbare superioriteit van het eigen land, de eigen godsdienst of het eigen ras tegenover de absolute minderwaardigheid van de anderen.
Deze houding schenkt een enorme gemoedsrust en vanuit deze gemoedsrust is het te verklaren dat men in een aantal deelgebieden van het sociale gedrag, best aardig en beminnelijk kan overkomen.
Het immorele van het overige gedrag ziet men niet in, juist vanwege die beschotten die in de geest zijn aangebracht.
Op die manier kan je het meemaken dat een onmiskenbare racist enthousiast vertelt over de andersgekleurde partner van zijn eigen kind: wat geldt in de buitencirkel, geldt niet in de binnnencirkel.
Deze innerlijke beschotten zijn zo taai - gebetonneerd als het ware - dat overreding vanaf een bepaalde leeftijd onmogelijk wordt.
Daarom is het cruciaal om in de opvoeding het harmonieuze denken aan te leren. Opvoeders moeten hun leerlingen voortdurend spiegels voorhouden waarin ze het groteske, onlogische en eventueel immorele van hun eigen beweringen en gedrag kunnen zien. Zodat zij mensen uit één stuk worden die ervoor gruwen om anderen stuk te maken.
Eens de adolescentie voorbij vrees ik dat alleen een blikseminslag - zijnde een bekering in de trant van Saulus op weg naar Damascus - iemand nog fundamenteel kan veranderen inzake het vormen van een oordeel over zichzelf en anderen: het politiek bewustzijn kan nog veranderen maar het daaronder liggende geweten meestal niet meer.
les neiges d'antan
de krullen van vroeger
het gebeurt na vijftig
jaar, den Boss vertelt:
je rijdt weer op dat rode
frame, geërfd van een dode broer
je remt met een schoenzool
op het voorwiel, de velgen
trekken een dronken spoor
dat eindigt bij een prikkeldraad
je bloedde als een Christus,
beweert den Boss, hij driegt
verhalen, vervuilde lappen
aan elkaar: een kind
van dertig spreekt soms
wartaal, vindt alleen
bij moeder een samenhang
waren we nog maar
kwakkelende sporen
in het zand, ruiters
op een schraal gevaarte
over kop in een haag
we rijmen nog na
vijftig jaar, rijgen
rafels aan elkaar
versleten doeken die
onze beeltenis dragen
hoe potsierlijk vroeger
zo weinig sierlijk vandaag
den Boss is kalend
zijn taal een kaalslag
jouw woorden groeien voor twee
voor twee kan men niet zwijgen
examens voor politici vervolg
Een lezeres is niet zo te vinden voor een examen dat kandidaten bij verkiezingen zou worden opgelegd.
Om te beginnen moet zij niet bang zijn want zo'n examen komt er toch nooit.
Haar argumenten: 'politiek talent kun je niet leren' en ik huiver voor een regering met 'allemaal studaxen'.
Dit laatste was zeker niet de bedoeling: een politiek mandaat mag geen privilege zijn voor universitairen of blokbeesten.
Maar laten we een overduidelijk voorbeeld nemen van een politiek talent: ex-cafébaas Steve Stevaert. Die man is zijn carrière begonnen onder de hoede van Willy Claes in de Hasseltse gemeenteraad. Als autodidact heeft hij meer boeken over politiek gelezen dan hij zelf laat uitschijnen: zich simpeler voordoen dan hij is, was trouwens altijd een met succes beproefde tactiek van Stevaert. Kortom, deze man heeft wel degelijk een opleiding doorlopen, zowel theoretisch als in de praktijk.
(En tussen haakjes: ik hoop dat met 'politiek talent' niet bedoeld is de flair om anderen om de tuin te leiden of naar zijn hand te zetten. In politiek draait het in grote mate om sociale intelligentie, om de kunst met mensen om te gaan, maar als die vaardigheid neerkomt op manipulatie hebben we er geen behoefte aan.)
Laten we het vergelijken met een sollicitatie bij een bedrijf. Tijdens het gesprek zal worden gepeild naar motivatie, beroepservaring en opleiding, kennis van het bedrijf, bereidheid om zich bij te scholen etc
Er zal dus gelet worden op die bekwaamheden en talenten die voor het bedrijf noodzakelijk zijn.
Is het dan zo gek om dit ook toe te passen op kandidaat-politici, afhankelijk van het niveau waarop zij kandideren.
Een gemeenteraadslid moet kunnnen oordelen over een bouwaanvraag, een milieuovertreding, een onteigening, een politiereglement, allerlei vergunningen: is dan enige kennis van de wetgeving ter zake niet aangewezen? Moet een schepen van cultuur niet getuigen van betrokkenheid bij het culturele leven en van voldoende kennis op dit domein; of blijven we er genoegen mee nemen dat over tentoonstellingen en optredens wordt beslist door mensen die nooit een tentoonstelling bezoeken en bij muziek meestal in slaap vallen?
Lees het rapport dat zowel De Standaard als De Morgen publiceerden over de zittende parlementsleden: hoevelen worden er met een voldoende bedacht? Uiteraard heeft het dan vaak te maken met inzet - of beter gezegd met gebrek aan inzet - maar dat betekent precies het bovenstaande 'peilen naar de motivatie'.
Op de West-Vlaamse lijst van het VB staat nu een 89-jarige vrouw: los gezien van de aard van deze partij, is dit nog ernstig?
Ik weet dat in het verleden Camille Huysmans tot na zijn 90ste in het parlement zat, maar het is niet bepaald daardoor dat hij zijn standbeeld heeft verdiend.
Politici gaan over het uitzicht van onze maatschappij, zij bepalen mee ons dagelijks leven en zij beslissen over de rol die ons land speelt in de wereld. Deze verantwoordelijkheid lijkt mij aanzienlijk genoeg om ze niet over te laten aan amateurs of opportunisten.
En laten we ons er niet van afmaken met de dooddoener dat het uiteindelijke examen voor een politicus de verkiezingen zijn: de geschiedenis en de actualiteit bulken van de charlatans in binnen- en buitenland die keer op keer werden of worden verkozen omdat zij precies in dat vak van charlatan bollebozen waren of zijn en over voldoende middelen beschikten of beschikken om dat vak tot in zijn perfectie te beheersen.
Het enige wat deze redenering onderuit kan halen is de opmerking dat de schuld dan niet ligt bij die charlatans maar bij diegenen die voor hen hebben gekozen.
na de vernissage bis
vernissage bis
Ken je de eenzaamheid van de clown: voor even stond je op een podium, bracht wat luisteraars aan het lachen of tot ontroering, en daarna tuime le in het zwarte gat. Reeds een 65-tal boeken zijn verkocht, nog drie keer meer te gaan om een bakroet te vermijden en dat ondanks de hulp van een sponsor.
Om te kotsen is het blabla van mensen die het geweldig vinden maar het vertikken om een boek te kopen: men gaat er van uit dat een dichter niet alleen zijn verzen zomaar uit zijn mouw schudt, maar dat hij als een soort Christusfiguur alles gratis wegschenkt. Kunstenaars moeten armoedzaaiers zijn zoals van Gogh, pas na hun dood zullen anderen fortuinen verdienen aan hun werk. Wat doe je dan als kunstenaar die geen enkele aanspraak mag maken op de genialiteit van Vincent?
Doorgaan zoals Sisyphus, je steen de berg op rollen en toezien hoe dat blok je weerom ontglipt. Met de glimlach toezien, beweert Camus, maar vandaag hebben de spieren rond mijn mond geen zin in een glimlach. Of ligt het aan de spieren rondom mijn heilig been - waarom wordt dit onderdeel trouwens heilig genoemd? - die beletten hier pijnloos voor dit scherm te zitten. Niets zo potsierlijk als een ouwe clown.
recht in eigen handen
In de eerste twee groepen heb je dappere mensen: ze riskeren ofwel hun leven ofwel hun reputatie; de tweede zijn soms bijzonder intelligent; de overige vervullen een job als een ander soms met bekwaamheid soms oppervlakkig of zelfs ergerniswekkend dom. In het algemeen: mensen die nooit iets van zichzelf op het spel zetten, zijn grijze muizen en perfect vervangbaar.
Een journalist die bereid is om met zijn kop tegen een muur te lopen of zijn gezicht te verliezen - denk aan Maurice De Wilde zaliger - is volgens mij de enige die respect verdient: hun engagement is bijzonder kwetsbaar, zij roeien tegen de stroom op en zijn voor een democratie die mensenrechten belangrijk vindt van onschatbare waarde. Ik zal wel een ouwe zak zijn dat ik heimwee heb naar bulldog Maurice.)
Durmedroom
Vrijdagavond, net voor de voorstelling van het nieuwe boek Van Toen en Thuis, namen we in de gauwte een Vlaamse boterham met kaas tot ons.
De tooghangers hadden het eerst over het rookverbod omdat we als aperitief een sigaret opstaken wellicht, en daarna over de belastingen.
Twee dingen vielen op: deze dialectsprekers schakelden moeiteloos over op een tussentaaltje met frases die ze woordelijk overnamen van de tv-journaals en kranten, onder meer over de vlaktaks. En ten tweede: dit onderwerp houdt de mensen wel degelijk bezig. De basistoon was er een van verongelijktheid: wij gewone werkmensen betalen te veel, de anderen te weinig.
En ten derde moest ik inwendig toegeven dat ik op een aantal concrete vragen niet had kunnen antwoorden: hoeveel schalen zijn er precies, hoeveel procent wordt per schaal aangerekend?
De vlaktaks van Dedecker en co is voor deze mensen een zeer aanlokkelijk concept: als er maar één tarief is, dan moet je niet piekeren over de verschillen. Eenvoud troef.
Twee bezwaren: de werkelijkheid is nooit zo eenvoudig, en je hoort een toontje van latent incivisme.
Progressieve belastingen met aftrekposten zijn een ingewikkeld systeem maar het is het meest rechtvaardige, al moet het dringend doorzichtiger worden gemaakt.
Zowel de politici als de media voeden - door over dit thema te blijven mekkeren - het latente incivisme dat erop neer komt dat we zo weinig mogelijk belastingen wensen te betalen en liefst van al de fiscus om de tuin leiden. Dit is onze nationale sport bij uitstek.
Op zich klinkt dit leuk en aannemelijk gezien de hoge druk op lonen en inkomsten, maar het schizofrene zit in de verwachtingen ten opzichte van de overheid: wij eisen een perfect openbaar vervoer, degelijke wegen, een quasi gratis onderwijs, geen wachtlijsten, leefbare pensioenen en een betaalbare gezondheidszorg op hoog niveau.
Koken kost geld: in een land als de USA worden globaal minder belastingen betaald als bij ons, maar de gevolgen zijn er dan ook naar.
Studeren aan een kwaliteitsuniversiteit kost daar minstens een half miljoen oude Belgische franken aan inschrijvingsgeld, er zijn bedenkelijke ziekenhuizen voor de armen en uitstekende voor de rijken. Vele Amerikanen moeten twee full-timejobs aanvaarden om hun huishuur te kunnen ophoesten.
Laten we eens consequent zijn met onszelf: wat voor samenleving willen wij eigenlijk? Een rat race, een onophoudelijke competitie die door de sterksten wordt gewonnen of een solidaire verzorgingsstaat?
Dit is een fundamentele keuze, de volgende stap is het rechtvaardig en begrijpelijk uitwerken ervan.
Observatie leert dat de meeste mensen kiezen volgens een zelfbedieningsidee: zij geven hun stem aan de politicus of aan de partij van wie zij denken het meest terug te krijgen. Wat opvoeding en media zouden moeten nastreven is de correctie van dit kortzichtig egocentrisme.
Er is het gerechtvaardigde eigenbelang, maar dit moet worden bijgesteld door het noodzakelijk algemeen belang.
Tenzij we van 'ieder voor zich' een nieuwe godsdienst maken.
examen voor kandidaten
Vorige week dreef een lezer in De Morgen de spot met onze groene partij die bij de vorige verkiezingen een examen organiseerde om haar kandidaten te selecteren. Deze lezer zag hierin een bewijs van zwakte.
Moet het niet eerder omgekeerd zijn: zou zo'n examen niet moeten worden opgelegd door de overheid, door een commissie die boven de partijen staat?
Voor om het even welk beroep heb je een getuigschrift of diploma nodig, om je kandidaat te stellen bij een verkiezing niet.
Is dat zo evident? Als je een politiek mandaat beschouwt als een volwaardig beroep dan zou hieruit toch moeten volgen dat niet om het even wie het kan uitoefenen.
Om een dakgoot te herstellen moet je een erkende loodgieter zijn, om een gemeente of zelfs het land te besturen volstaat een bewijs van goed gedrag en zeden - voor zover ook dat al niet is afgeschaft.
Het resultaat zie je dan ook: mandatarissen die stemmen volgens het commando van hun partijtop, politici die onuitvoerbare wetten in elkaar knutselen of die de bestaande wetten niet eens correct kunnen interpreteren. En dan heb je nog de BV's of BB's (bekende Belgen zoals Marc Wilmots) die na de verkiezingen tot de vaststelling komen dat politiek hun ding niet is.
Respect dwing je af met bekwaamheid en er is geen enkele reden waarom deze bekwaamheid niet vooraf zou moeten getest worden: wat voor de gewone burger geldt, moet ook gelden voor de vertegenwoordigers van het volk.
glinstering
- voor den Dree, de Pol, den Dieser –
over de berg van Elversele
naar de Col du Galibier
dagelijks stonden we voor de brug,
één lange slaper steeds te laat
stormden langs rapen,
maïs of bevroren kluiten
over ons geliefde baantje
dat kronkelde naar Driegaaien
zaten te drogen in een bedompte klas,
tot ’s avonds in een studiezaal, gleden
door duisternis, nevel, kille regen
en steeds weer voor de open
of gesloten brug: een eindsprint
en wie mocht winnen die
in zijn dromen nog altijd wint?
de vrienden waren drie oudere
broers en boven op de Alpen
hoor je hun woorden nog
hun wegwijzer naar een leven
je hebt het nooit geleerd
dat Hamse stroeve gezegde:
‘ge moet op tijd
ou schup afkuisen’
laat eens even los, laat
je ogen over de bergen gaan
neem een voorbeeld aan
de sneeuw: dat ligt daar
stil en glinstert
we zien elkaar, grijs, gegroefd
en elk met eigen plagen, elk
zijn schupje volgeladen
we laten los in een verhaal
van Vlaamse bult naar
Alpijnse bergpas, we nemen
een voorbeeld aan de sneeuw
in onze oude vernauwde
ogen, een stille glinstering
na de vernissage


na de vernissage
gezichten ontbraken
hakten gaten
in de zaal
andere daagden op
gleden een schietspoel
door je schering
plukten draden los
vulden je weefsel aan
onze kleine geschiedenis
van eilanden die afdreven
na het beven van de aarde
zo verscheiden wij
geworpen zijn en zo
één gebleven en gelijk
we noemden onze doden
een vader op een dijk
gehouwen uit het steen
dat stormen kan bedaren
een kind verdronk
geteisterd door de
kwaadste dromen
onze gezichten stonden
samen in de duisternis
omringd door rivier
en bomen, het leek
of het wiel van ons dorp
zichtbaar draaide
en wij weer kinderen
op een kermis vastgeklampt
aan een koperen knop
spraken wat gaten
dicht, groeven
andere uit: de scheuren
die we verzwijgen


Mottebolwegel 3
een wegel des winters
overstroomd, verborgen
onder geboomte des zomers
kanaal van geboorte:
woorden kwamen toen
uit een duister boek
begroeven hun zaad
komen jaar na jaar
als speenkruid en klaver
geuren naar turf en
wortels in slik
zwenkend op een fiets
verwijlend bij een schrikdraad
een gedaante bleef en ze
draagt mijn naam
een schaduw over water
onder treurwilg en spindotter
een bundel lisdodde dommelt
in een boord – herstel
het borduursel van woorden
het spinrag in de hazelaar
een wegel, een kanaal
van geboorte, dagelijks
een doorgang van dorp
naar een gewemel van stilte
een sluimer waar
een lijster in zong
uit ‘liefde in tijden van cholera’ – G.G. Marquez
zijn geheugen
noem het een gezonken galjoen
met jaspis, goudmunt
saluerende kadavers
gebonden aan ra en brug
zie zijn bewustzijn :
een duiker met astma
die verschuift een gloeiende vinger
over een verschroeide kaart
hij leest over de vaart
over de grillen der winden
over riffen en geul
hij leert van de slaven en hun beul
huurt een jonge schooier in
met eindeloze adem
die paait de blauwe haaien
met de bedwelming van zijn geur
rijst lachend op
met geblikker tussen de tanden :
een hanger van platina en smaragd
tot – na de nacht - de herkenning
die wantrouwige koopman
het goud proeft en verwerpt
cuando sei nato


cuando sei nato
- bij een film van Giordana Marco Tullio–
wie geboren wordt, kan zich
niet meer verbergen; die moet
naakt door de dagen gaan
een blinkend ding waar
roofvogels om zwerven –
weggeworpen, te vinden
gelegd, soms voor één
nacht gevonden:
ding bij ding onder
een spinrag van adem
schepen die dromen
in een haven voor
even dan toch
wie geboren wordt, reist
als een banneling in een
scheepsruim van verdwazing
een heimwee vaart mee
in gebaren en droom
men kan zich niet
verbergen, verzwijgen
dient geen hoger doel
dan sierlijk verzinken
tot dan zal je naakt
door de dagen gaan:
wie geboren wordt
is nooit meer geborgen
Rik Torfs over de dood
drugs in soorten
over verslavingen
Het voorgaande bericht deed me denken aan een statistiek die ik enige tijd geleden zag in De Standaard of De Morgen: de meest lucratieve economische sectoren op wereldschaal zijn de wapenhandel en de drugshandel.
Wat is het verschil?
Drugs kunnen in het ergste geval de individuele levens verwoesten van mensen die daar zelf voor gekozen hebben. Wapens verwoesten de levens van miljoenen mensen die daar uitdrukkelijk niet voor kozen.
De wapenhandel is in tegenstelling tot de drugshandel voor een deel legaal en aan weinig beperkingen onderhevig, voor een ander deel net als de trafiek in verdovende en stimulerende middelen illegaal. Heel de wereld voert een 'war on drugs', van een 'war on arms' is geen sprake, zeker niet bij de landen die in de eerste strijd het hoogst van de toren kraaien.
Er zijn mijn inziens twee verslavingen die echt levensbedreigend zijn voor heel de planeet: de hebzucht en de gewelddadige gelijkhebberij.
Een goeie derde is het cynisme: uitgerekend diegenen die er voortdurend over opscheppen dat zij over een superieure beschaving of moraal beschikken, zijn de meest ongeneeslijk verslaafden aan hebzucht, fanatisme en geweld.
De wereld is zo'n schouwtoneel dat we niet kunnen zonder verdoving om niet kierewiet te worden van de aanhoudende schreeuw die uit deze wereld opstijgt.
Dit is het paradoxale: een struisvogelhouding is een leugen, maar anderzijds maakt een voortdurende confrontatie met het lijden en het onrecht ons knettergek.
Met verdoving bedoel ik dan de uitschakeling van het morele bewustzijn - in klassieke termen: de stem van het geweten - door met de eigen pietluttige zorgen bezig te zijn, door op te gaan in de verdwazing van de sport of in de nog grotere stompzinnigheid van allerlei tv-programma's, of door met oogkleppen aan zich helemaal op zijn job te storten.
Dit is een zaak van zelfbehoud en tegelijkertijd van zelfbedrog: we sluiten ons af voor problemen die zich hoe dan ook aan ons zullen opdringen.
Het doet me denken aan de priester-arbeider Frans Wuytack uit Sint-Niklaas. Die was in Venezuela opgepakt en in de gevangenis gestopt omdat hij zich te duidelijk engageerde voor de armen. Terug in Vlaanderen werd hij verwelkomd als een held. Tot hij hier hetzelfde begon te doen, onder meer door deel te nemen aan de arbeidersstrijd op de Boelwerf in Temse. Het ging zelfs zover dat de toenmalige bisschop van Gent, de beruchte van Petegem, de deken van Sint-Niklaas naar zijn oud moedertje stuurden om haar te dreigen dat zij de communie zou geweigerd worden indien haar zoon volhardde in de boosheid.
Maar Frans begon met agit-proptheater, fel politiek theater dus, samen met de andere roemruchte arbeidersleider, Karel Heirbout. Ik zag ze in Hamme, in het jeugdhuis Het Klokhuis optreden met hun sociale sketch 'De Barst': vlijmscherm anti-kapitalistisch maar achteraf zaten beide mannen aan de toog moppen te tappen, met een bevallige vriendin dan nog wel. Daar gaat het om: je ogen niet sluiten maar plezier blijven maken. Tenslotte is geen enkele uitgebuite of mishandelde mens geholpen met onze depressiviteit. Het is een variant op de 'Mythe van Sisyphus' van Albert Camus: de steen de berg oprollen in de wetenschap dat die jou vlakbij de top toch ontglipt, maar de berg weer afdalen met een glimlach. 'We moeten ons voorstellen dat Sisyphus gelukkig is,' schreef Camus.
Naar je geweten luisteren en handelen is ook een vorm van verslaving.

