Vlaams geld
Maar het is weinig waarschijnlijk dat het beleggersclubje dat de meerderheid van de Vlaamse bevolking intussen is geworden, hiervan wakker ligt.
Vlaams geld
kerk of gemeente
misschien
misschien
misschien was jouw liefde altijd al mededogen
een ontfermen om wat je enig vond
onvervreemdbaar deze vreemdeling
deze verzamelaar van spijt
duld mij nu want de dagen zijn onduldbaar
gulzige happen
die de dood neemt
in de dunne sneden van onze tijd
hoor de krekels bezig
in de kramp van dit gebeente
hoe ze opgaan in hun taak -
lees de wereld zijn bericht
het legt klinkers in lege kelen
die straks schreeuwen om wraak
laten wij het geduld aanleren
de vreemde taal die volkeren spreken
zij die de adem vereren van boom
en bodem, het gestage keren
van zee en regen, zon en bron
misschien is liefde niet meer
dan meebewegen
toegeven aan een zwaartekracht
die lichter maakt
misschien zijn we zo bedacht
hebben we niets zo nodig
als het mededogen
de warmte van het avondrood
want geen troon verheft je hoger
dan het plooien van een schoot
Prébois
Blanpainspecialist arbeidsrecht Roger Blanpain
In De Standaard van vandaag dinsdag gaat emeritus professor Blanpain tekeer tegen de ontslagvergoedingen bij Opel Antwerpen en tegen het brugpensioen.
Hij neemt zichzelf als voorbeeld: 'ik ben 74 en ik werk nog alle dagen.'
Heeft deze man er enig benul van hoe bevoorrecht hij wel is?
Hij kan zich bezig houden met zijn passie, krijgt volop aandacht en blijkbaar ook waardering. En hij verkeert in uitstekende gezondheid.
Hoeveel 55-plussers die nog aan het werk zijn kunnen dit zeggen?
Ik kan mijzelf ook als voorbeeld aanbevelen: zolang ik niet dement word zal ik blijven schrijven. Ik verdien daar minder mee dan deze professor maar soit.
In het artikel wordt geen enkele keer gezegd dat onze sociale zekerheid hoe dan ook onbetaalbaar zal worden gezien de vergrijzing en de verlenging van de levensduur, tenzij er andere bronnen van financiering worden aangeboord.
Wanneer zullen de rechtse geesten eens inzien dat de arbeid en de arbeidende bevolking geen melkkoe zijn die men eindeloos kan leegmelken?
Zelfs indien morgen iedereen tot zijn 70ste gaat werken dan nog zal de belasting op arbeid nooit de hoger genoemde kosten dekken.
En zolang specialisten alleen in het enge cirkeltje van hun eigen specialisatie kunnen denken, zal er nooit een evenwichtige oplossing uit de bus komen.
wilsverklaringwilsverklaring
zo graag wou hij bewijzen
hoe lenig, handig hij nog was:
je oefende in hordelopen en hij
op slippers sprong uit stilstand
over een meter en meer
en dicht bij het einde stond hij
te schommelen voor de kaal
gebikte buitenmuur, schepte
voegsel uit de trog, lachte
dwaas telkens de mortel weer
van tussen de stenen gleed
zo graag wou hij het tonen
het leven voordoen als een
volleerde meester, doorgeven
wat hij kon en was: een trotse
jongen, een vader die zijn trots
verschoof, overdroeg zoals
een bedaarde heerser zijn land
zo graag had je hem bewezen
dat hij in vrede weg kon gaan
ergens naar een klooster zoals
een oude keizer ver van het
gewoel, de verwikkelingen,
de kuiperijen, de legers
zo graag was je van hem
geweest: drager van zijn zaad
en geest, de estafetteloper
die hem uit zag hijgen en
juichend door het lint zou gaan
zo graag had hij zijn naam
gelezen onder de woorden
uit jouw pen, en meest van al
had hij ervan gehouden
om het op zijn schoot te nemen:
het zuigend gevolg van jouw
zaad, zoals de avond verzadigd
dieren, velden aan de stilte
en het duister laat
reis naar Roemenië
Nooit vergeten
incasseren
Afghanistan
schotsomschotsom
zoveel heb je geschreven:
wat krassen
in de onderkant van een tafelblad
iets wat een uitdrager opmerkt
na het slopen van het pand
is er een kringloopzaak
waar het kind herleeft
dat wegkroop tussen de poten
zich veilig en gewichtig waande
een sachem, een sjeik
wat heeft het nagetekend:
het gezeefde licht dat grijpbaar
leek als warme vingers
een lettergreep
bij een getekend gezicht
dat heb je opgeschreven:
de echo van een verzwegen stem
die nadreunt in je dromen
zoals het getinkel, gefezel,
geritsel van kant
zoals het neerkomen
van een vlakke hand

vergeet bij deze maaltijd
het bord voor de reiziger niet
die komen zal
of al gekomen is
neergedaald in zijn sjees
als in een bal van vuur
en ons gadeslaat in dit uur
zijn adem op het raam
en het gadeslaat:
het malen van de kaken
onder de getrimde baard
de tanden als een geribde tang
om de rand van het kristal
het bekken zoals het gebogen staat
om het getrappel van het kraakbeen
het trotse hoge been
waaraan de borsten
opbollen als een zeil
vergeet zijn bord niet, hij eet
met smaak - en zie
hoe hij weer die vallei doorwaadt
het bleke zand waarop ze lagen
verspreid en uitgestald
als koopwaar op een laken
en hoe – zoals een wind op haren jaagt
tot ze rollen in een bol –
ze nader kwamen gelijk nieuwe buren
en zich herkenden: dij en scheen
en tussen stuit en schedel
het bikkelen snoer
afgestemd als een vedel
hoe in zijn lied de kaken
lippen kregen en spraken
want de holte had een tong
die de taal proefde – zachtjes lachend
om de gevonden munt
en dan de sjees, het span in dit lied:
vergeet zijn bord bij het venster niet
en zing niet luider in je slaap
dan het juichen van de paarden
piëta

pieta met appetijt
haar haren
een hangmat van een doezelend licht
met slapers in de ogen
de teint van dit ovaal gezicht
een zalm die dromerig heeft bewogen
in een tulpglas van opaal
haar lippen bakken zoete broodjes
met de taal een festijn
zoals het regenen kan
net vóór een volksstam bezwijkt
in zijn woestijn
de lange loden jas
in het zwart van pure nacht
wanneer al wat trilt en dreunt
in steen en been
zijn ontzag en huiver stemt
naar de hartslag van de stilte
een zalm die dromerig bewoog
in een tulpglas van opaal
doping-vervolg


rio de minho aldeia – Pessoa
rio de minho aldeia – Pessoa
geschiedenis van een rivier
ze loopt van sloten naar stroom
onder struweel en notelaar
een sluis houdt haar op, even hapt
ze naar adem, glijdt verder:
een reptiel door gras en netels
het draagt strepen van houten veren
en stalen brug, Pontrave, den Toeter
de rivier voedt met vele namen
- Poeke, Wantebeek, Moervaart,
Zeule, Durma, Oude Kale –
de walgracht van kastelen,
zoomt dorpen af, deelt een stad
in twee alsof er twee stammen
wonen – zij voerde turf en
kolen, baksteen, suikerbiet,
koorden van vezels uit de tropen
ze verborg een reuzenbeen in haar
bodem, omsloot een burcht
in een Luysenbosch waar een rover
huisde van schone slaapsters
en moe na geduldig kerven en
slijpen is ze in zichzelf gekeerd,
wentelt zich traag om brasem,
bleek en paling als een oud
verhaal om een droom en wie
van morgen gelooft het nog?
geschiedenis van water, boten
die somber klonken bij het ijle
fluiten in riet en populier
geschiedenis van bressen en
wielen, overdonderd vandaag
door een baggermolen
de rivier loopt door je leven
zoals jij liep door de rivier
bij laagtij, over zandplaten,
omringd door lis en wilgen
het leek alsof je op de schedel
van een mammoet stond
en waadde door de eeuwen



rondo
de jeugd wordt aan de jeugd
verspild zoals de wijsheid
aan de ouden – zelden
komen beide samen: bij een jong
dat uit het nest valt, een ouderling
die een tuin in loopt, zich buigt
naar een kever – zielen
die raken aan de randen van
de ruimte en in de aarde
geworteld staan, wetend van
haar blijdschap en haar bloeden
de jeugd wordt aan de jeugd
verspild zoals de wijsheid
aan de ouden – de gezwinde
grijsaard die altijd wint, drijft
een koets met zwarte paarden, hij
danst op de nok van daken, tuit
zijn noten door de schouw
en heel het huis zal horen
hoe een zeis wordt gewet
en zand ritselt in een loper
bederven zal het brood dat
nodig is, de schimmel blijft
behouden: de jeugd wordt
aan de jeugd verspild zoals
de wijsheid aan de ouden
band met de 'k'
Wardje Poppe
geen naam werd uitgesproken
met zoveel schroom en tederheid
door een meester, een buurvrouw,
de ruigste dronkaard van het dorp
een prentje in een missaal
een kader naast een schoolbord
een ovaal in sepia, een soutane
die een lichaam vorm en plaats
moest geven of er groeiden
vleugels aan: bid voor ons
het hoge blanke voorhoofd
een huid van glas om dwars
doorheen te kijken, een hand
amper op een jongensschouder
alsof de vingers nauwelijks
duwden en het kind verdween
over een brug van wolken
in het verslindend licht
steeds die spijt en tederheid
in alle streken van het land
na bijna tachtig jaar: hij had
nog zoveel willen doen in
Gent en Temse, in dorpen van
ellende waar een kind bezweek
aan duizend plagen en
de duivel loerde om de hoek
naar zijn Ridders van de Kruistocht
met teringblos en korte broek
de kapel in de lommer van het
ingedommeld Moerzeke: glas-in-lood,
een zwier alsof beton kan zweven
de geus vergeet zijn schamper
woord, de moker die zo’n
beeld verbrijzelt – hij hoort
die toon van spijt en tederheid
om een jongen van drieën-
dertig, vleugels die onzichtbaar
scheren over de Schelde, het heimwee
naar een droom van zuiverheid
die in elke tijd behoort
tot andere tijden en meet je
een koorts niet aan haar droom?
klassenstrijd?
fair trade