Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Bagdad


een Bourgondiër in Bagdad
- op muziek te zetten door Willy Claes -
het behoort tot de dingen en hun aard:
troepen troepen samen
schepen verschepen hun vracht
de wereld rookt zijn klapsigaar
is met wat goodwill – wat Bush wil -
nog een grijnslach waard
wij vouwen als vorsten
onze handen
zoals Bourgondiërs op hun graf
het is nu eenmaal
het bedrijf van bedrijven
buiksprekers spreken uit hun buik
twijfel is een pas uit de maat,
de doener stelt zijn daad
en wij liggen met gevouwen handen
zoals vorsten op hun graf
er is geen reden
die je slaap kan storen
al dromen de gestoorden
van verschroeide huid
van ogen die voor altijd staren
er is de kamer
die uitpuilt van de buit
er is geen reden
een Friedhof is een oord van vrede
waar we vorstelijk onze handen vouwen
zoals Bourgondiërs op hun graf
bomen


bomen kijken in de Bunt
we bekeken de bloem
van een catalpa
violet gevlekt zoals
een orchidee, de geheime
kelk van een meisje
daarnaast bloosde
een fluweelboom en weer
werd je week van
een naam – de poort
stond open van een domein
met vijver, de turfput
waar je vader zwom
voorbij de gele treurwilg
op zijn eiland van een kluit
weerom zat je in een kooi
van prikkeldraad, betrapt
in een verleden van
schaamdelen in een zakdoek
het dons op de twijgen
van de fluweelboom:
je voelde met de vingers
van een kind een vrouwenhuid
de gevlekte kelk, de trompet
van bedauwde zijde, een insect
kan erin, een mens bekijkt het
vanachter een draad
Achille van Sassenbroek
de Sassen
in een kil van de Schelde
in een arm van de Durme
meerde zijn Breughel aan
zijn drijvend atelier
zijn gestalte stak af
tegen het tintelend licht
op slik en water: de zwarte
redingote, de flambard met
wapperende rand
een machtige vleermuis
een heer van stand kwam
zijn nek of het dorpsverstand breken
in een arm van de Durme
lag zijn laatste boot
tussen gesloten poort en
brekende dijk beeldde hij
het landschap uit: knotwilg,
hofstede in botervette streken
en dorpsgenoten, bewoners van
een uitgewist verleden: boottrekkers,
waterdragers, karkassen van lijven,
gezichten als een sikkel, een zeis
hij legde hun verhalen vast in
een simpele lijn, een groef, een hoek,
de sprekende lidtekens
van sprakeloze pijn
omsloten door poort en dijk
zaten de kunstbroeders
aan tafel, wijnflessen
vlogen hun hoge vlucht
naar de hoop op de koer
je bladert door een huldeboek:
zijn norse kop van stroeve
Bruggeling, de handspinners,
ijle draden in hun greep
grimmigheid is nodig
om een spoor te kerven
voren in huid en bodem
die bewaren in olieverf
in een kil van de Schelde
in een arm van de Durme
meerde hij aan, een machtige
vleermuis waar het volk
achter de dijken naar wees
de Sassen, zeiden ze,
een vinger tegen hun slaap
de Sassen, zeiden ze,
hun klak in de hand
gefotoshopt
Bij deze tekst zal ik maar geen afbeelding plaatsen.
Gisteren zaten we hier allebei te schateren bij de uitzending van Terzake.
We zagen een Nederlandse filosofe op bezoek bij de priesteressen en dienaressen van een nieuwe godsdienst: de cultus van de eeuwige jeugd.
Vrouwen moeten rimpelloos zijn, zelfs hun intiemste delen moeten beantwoorden aan het Playboy-ideaal.
Wat werd hier meer duidelijk gemaakt dan het gelijk van Dostojevski en Erich Fromm: de mens is voor niets zo beducht als voor de eigen vrijheid.
Geen van deze vrouwen leek te worden onderdrukt door een godsdienst of een politiek regime, maar zij onderwierpen zich vrijwillig aan de dictatuur van schoonheidsgoeroes en de hogepriesters van de esthetische chirurgie.
(En tussen haakjes: ook mannen doen aan deze dwaasheid mee)
Men kan hier allerlei moraliserende bedenkingen aan vastknopen, maar laten we het louter psychologisch bekijken: bestaat er enige kans dat deze mensen tot enige zelfaanvaarding komen? In de beloften van de traditionele godsdiensten kan je blijven geloven zonder bewijs, maar de illusie van eeuwige jeugd zal nog vóór je dood worden tegengesproken.
Tenzij ze geen onderscheid meer kunnen maken tussen een prothese en eigen lichaamsdelen zullen vrouwen én mannen hun lichaam zien verouderen.
We kunnen dit betreuren maar niet tegenhouden. Zoals de Prediker het zegt: er is een tijd voor alles.
Een tijd om begeerte op te wekken en een tijd dat het meer gaat om tederheid.
Mij lijkt de kans veel kleiner dat een siliconenborst tot tederheid uitnodigt dan een gerimpeld voorhoofd of ergens een plooitje meer.
Niettemin zal ik nooit ontkennen dat ik mij op straat omdraai naar 'les jeunes filles en fleurs' (om Proust te citeren) en minder naar hun grootmoeders, al leveren beide soms poëzie op.
Vlaams geld
Maar het is weinig waarschijnlijk dat het beleggersclubje dat de meerderheid van de Vlaamse bevolking intussen is geworden, hiervan wakker ligt.
kerk of gemeente
(Voor wie het interesseert: een hernieuwde lectuur van de andere toespraken in dit Mattheusevangelie is zeer leerzaam en zal aantonen dat Jezus heel wat anders in gedachten had dan een kerkinstituut dat zich ontwikkeld heeft tot een politieke macht en een rechter over het individuele geweten.)
misschien
misschien
misschien was jouw liefde altijd al mededogen
een ontfermen om wat je enig vond
onvervreemdbaar deze vreemdeling
deze verzamelaar van spijt
duld mij nu want de dagen zijn onduldbaar
gulzige happen
die de dood neemt
in de dunne sneden van onze tijd
hoor de krekels bezig
in de kramp van dit gebeente
hoe ze opgaan in hun taak -
lees de wereld zijn bericht
het legt klinkers in lege kelen
die straks schreeuwen om wraak
laten wij het geduld aanleren
de vreemde taal die volkeren spreken
zij die de adem vereren van boom
en bodem, het gestage keren
van zee en regen, zon en bron
misschien is liefde niet meer
dan meebewegen
toegeven aan een zwaartekracht
die lichter maakt
misschien zijn we zo bedacht
hebben we niets zo nodig
als het mededogen
de warmte van het avondrood
want geen troon verheft je hoger
dan het plooien van een schoot
Prébois
Blanpain
specialist arbeidsrecht Roger Blanpain
In De Standaard van vandaag dinsdag gaat emeritus professor Blanpain tekeer tegen de ontslagvergoedingen bij Opel Antwerpen en tegen het brugpensioen.
Hij neemt zichzelf als voorbeeld: 'ik ben 74 en ik werk nog alle dagen.'
Heeft deze man er enig benul van hoe bevoorrecht hij wel is?
Hij kan zich bezig houden met zijn passie, krijgt volop aandacht en blijkbaar ook waardering. En hij verkeert in uitstekende gezondheid.
Hoeveel 55-plussers die nog aan het werk zijn kunnen dit zeggen?
Ik kan mijzelf ook als voorbeeld aanbevelen: zolang ik niet dement word zal ik blijven schrijven. Ik verdien daar minder mee dan deze professor maar soit.
In het artikel wordt geen enkele keer gezegd dat onze sociale zekerheid hoe dan ook onbetaalbaar zal worden gezien de vergrijzing en de verlenging van de levensduur, tenzij er andere bronnen van financiering worden aangeboord.
Wanneer zullen de rechtse geesten eens inzien dat de arbeid en de arbeidende bevolking geen melkkoe zijn die men eindeloos kan leegmelken?
Zelfs indien morgen iedereen tot zijn 70ste gaat werken dan nog zal de belasting op arbeid nooit de hoger genoemde kosten dekken.
En zolang specialisten alleen in het enge cirkeltje van hun eigen specialisatie kunnen denken, zal er nooit een evenwichtige oplossing uit de bus komen.
wilsverklaring
wilsverklaring
zo graag wou hij bewijzen
hoe lenig, handig hij nog was:
je oefende in hordelopen en hij
op slippers sprong uit stilstand
over een meter en meer
en dicht bij het einde stond hij
te schommelen voor de kaal
gebikte buitenmuur, schepte
voegsel uit de trog, lachte
dwaas telkens de mortel weer
van tussen de stenen gleed
zo graag wou hij het tonen
het leven voordoen als een
volleerde meester, doorgeven
wat hij kon en was: een trotse
jongen, een vader die zijn trots
verschoof, overdroeg zoals
een bedaarde heerser zijn land
zo graag had je hem bewezen
dat hij in vrede weg kon gaan
ergens naar een klooster zoals
een oude keizer ver van het
gewoel, de verwikkelingen,
de kuiperijen, de legers
zo graag was je van hem
geweest: drager van zijn zaad
en geest, de estafetteloper
die hem uit zag hijgen en
juichend door het lint zou gaan
zo graag had hij zijn naam
gelezen onder de woorden
uit jouw pen, en meest van al
had hij ervan gehouden
om het op zijn schoot te nemen:
het zuigend gevolg van jouw
zaad, zoals de avond verzadigd
dieren, velden aan de stilte
en het duister laat
reis naar Roemenië
Ter afwisseling laat ik nu onze vriendin An aan het woorddie zopas terugis van een reis naar Roemenië.
Nooit vergeten
Hoofdredacteur Vandermeersch schrijft vandaag in De Standaard dat de renners die vandaag door de Westhoek fietsen nooit mogen vergeten 'dat ze dat mede kunnen omdat er negentig jaar geleden jonge mensen hun leven gaven in het slijk rond Ieper.'
De waarheid is dat deze jongemannen van het leven werden beroofd door parvenu's van officieren en politici die droomden van eeuwige roem.
incasseren
Zelden zo'n topzware zondagavond meegemaakt als gisteren op Canvas.
Eerst een reportage over de CIA-vluchten en de folteringen op last van de CIA; daarna een documentaire over de opwarming van de aarde en de mogelijke gevolgen.
Op het eerste programma kon je moeilijk anders reageren dan met walg: hoe bestaat het dat een land dat zich opwerpt als de missionnaris van 'vrijheid en democratie' zo grof, brutaal en geniepig de mensenrechten schendt? In feite is dit niets nieuws: reeds in de jaren 1970 publiceerde Amnesty International rapporten die hetzelfde vertelden. Maar toch word je telekns weer overdonderd door de leugens en de lichtgelovigheid van massa's mensen voor wie de 'new born christian' Bush een oprecht man is.
En zoals een psychiator op het einde van de documentaire over de klimaatsveranderingen opmerkte: hoeveel waarschuwingen heeft de bevolking nodig om zijn gedrag aan te passen? Of omgekeerd: werken de waarschuwingen niet averechts. Keren de mensen zich niet juist af van boodschappers die het steeds hebben over toekomstig onheil?
Wat in de documentaire werd gezegd deed sterk denken aan het eerste rapport van de zogenaamde Club van Rome: 'Grenzen aan de Groei' - gepubliceerd als Aulapocket in 1967 geloof ik.
Als er iets is waar ik telkens met verbazing naar luister dan zijn het wel die voortdurende verklaringen van onze politici en economen dat het goed gaat zolang er groei is of sterker dat er groei moet zijn om onze welvaart in stand te houden, om voor meer jobs te zorgen etc
Het deed dan ook deugd eens een Engelse professor in de economie te horen zeggen dat het concept groei nefast wordt wanner het meer 'bads' (kwade dingen) genereert dan 'goods' (goeie dingen).
Zowat 15 jaar geleden kwam op een pedagogischestudie in onze school een personeelschef van MBLE Philips opscheppen over hun verhoogde productiviteit: 'we kunnen tien keer sneller tien keer meer tv-toestellen maken.'
Er werd niet aan toegevoegd wie al die toestellen zou kopen, hoeveel grondstoffen daar nodig voor waren, hoeveel energie, en hoeveel afval zou worden geproduceerd.
Hij had het ook over de fameuze flexibiliteit: soms moesten hun arbeiders 60 uren per week draaien, soms werden ze technisch werkloos. Onzekerheid troef dus.
Het duidelijkste voorbeeld van de zegeningen van flexibiliteit en verhoogde productiviteit is de autoindustrie: er worden zodanig veel auto's gefabriceerd dat er steeds vaker arbeiders moeten worden afgedankt.
Trouwens, wat jobcreatie betreft: is het voldoende dat een economisch systeem voor meer arbeidsplaatsen zorgt of moeten we eerder evalueren om wat voor arbeid het gaat? Wat is de toegevoegde waarde van bijkomende jobs die bijkomende stress en ziekte en malaise genereren?
In wezen varieert het bovenstaande op een basisgedachte van de filosoof Ivan Illich die in de jaren 60 geweldig populair was en vandaag volkomen vergeten: wanneer een goed bovenmatig wordt geproduceert, ontaardt het in een kwaad.
Concreet voorbeeld: medicatie is heilzaam, te veel medicatie schadelijk.
Op een gelijkaardige manier heeft de automatisering van de arbeid, de competiviteit van de bedrijven eerst gezorgd voor meer welvaart, maar pas in deze tijd beginnen we de nadelen te ervaren van de overmaat.
En zoals Yves Desmet vorige week in De Morgen schreef: meer welvaart resulteert in meer angst om die welvaart te verliezen.
Sedert de Golden Sixties heeft Vlaanderen, net als de rest van de geïndustrialiseerde wereld, een enorme sprong gemaakt inzake comfort, consumptiemogelijkheden etc Maar zijn we er ook mentaal beter van geworden? Zolang men kon geloven in 'the sky is the limit' heerste er een oeverloos optimisme, maar nu de boog naar beneden lijkt te gaan of beter gezegd: te zullen gaan (want de angst betreft de toekomst) zien we diverse houdingen gaande van ontkenning ('het zal onze tijd wel duren' - denk aan de types die de opwarming van de aarde best leuk zouden vinden want dan kunnen ze een heel jaar in t-shirt op een terrasje gaan zitten), overmatige stress, onbehagen en somberheid. En de overvloed aan informatie zorgt ervoor dat men zich overweldigd voelt - precies zoals de theorie van Illich het zegt: informatie is goed, te veel informatie kan niet meer worden verwerkt en zorgt voor afweerreacties. Straatinterviews leveren telkens weer het beeld op van volslagen onwetende medeburgers in een tijd die door kennis en berichtgeving wordt overspoeld: men wil het gewoon niet meer weten. Wat betekent dat we even ver staan als in de tijd dat de informatie schaars was: de mens van vandaag heeft net zo sterk het gevoel door de ontwikkelingen te worden meegesleurd als tijdens het Ancien Régime toen alleen een elite over enige kennis beschikte.
Waarbij we de vraag kunnen stellen of dit verlies van greep op de feiten ook kan leiden tot het gevoel van verlies van greep op het eigen leven.
In de documentaire werd gezegd - door een Amerikaanse psychiator - dat de mens van vandaag zich voor het eerst een god kan wanen in de zin dat hij voor het eerst net zoals een god de aarde kan vernietigen. En deze vaststelling overlaadt de mens met angst en schuldgevoelens.
Dat 'apocalyptische besef' was reeds aanwezig na de eerste atoombom, maar toen was de moderne Sjiva of God van de Vernietiging nog een legermacht; vandaag is het de collectiviteit van alle mensen. Niet een of andere gekke president kan de aarde verwoesten, we zijn er zelf mee bezig.
Een intens licht valt door het raam, grijze cumuluswolken hangen schijnbaar roerloos boven de daken.
Afghanistan
schotsom
schotsom
zoveel heb je geschreven:
wat krassen
in de onderkant van een tafelblad
iets wat een uitdrager opmerkt
na het slopen van het pand
is er een kringloopzaak
waar het kind herleeft
dat wegkroop tussen de poten
zich veilig en gewichtig waande
een sachem, een sjeik
wat heeft het nagetekend:
het gezeefde licht dat grijpbaar
leek als warme vingers
een lettergreep
bij een getekend gezicht
dat heb je opgeschreven:
de echo van een verzwegen stem
die nadreunt in je dromen
zoals het getinkel, gefezel,
geritsel van kant
zoals het neerkomen
van een vlakke hand
Elijah’s lied
vergeet bij deze maaltijd
het bord voor de reiziger niet
die komen zal
of al gekomen is
neergedaald in zijn sjees
als in een bal van vuur
en ons gadeslaat in dit uur
zijn adem op het raam
en het gadeslaat:
het malen van de kaken
onder de getrimde baard
de tanden als een geribde tang
om de rand van het kristal
het bekken zoals het gebogen staat
om het getrappel van het kraakbeen
het trotse hoge been
waaraan de borsten
opbollen als een zeil
vergeet zijn bord niet, hij eet
met smaak - en zie
hoe hij weer die vallei doorwaadt
het bleke zand waarop ze lagen
verspreid en uitgestald
als koopwaar op een laken
en hoe – zoals een wind op haren jaagt
tot ze rollen in een bol –
ze nader kwamen gelijk nieuwe buren
en zich herkenden: dij en scheen
en tussen stuit en schedel
het bikkelen snoer
afgestemd als een vedel
hoe in zijn lied de kaken
lippen kregen en spraken
want de holte had een tong
die de taal proefde – zachtjes lachend
om de gevonden munt
en dan de sjees, het span in dit lied:
vergeet zijn bord bij het venster niet
en zing niet luider in je slaap
dan het juichen van de paarden
piëta


pieta met appetijt
haar haren
een hangmat van een doezelend licht
met slapers in de ogen
de teint van dit ovaal gezicht
een zalm die dromerig heeft bewogen
in een tulpglas van opaal
haar lippen bakken zoete broodjes
met de taal een festijn
zoals het regenen kan
net vóór een volksstam bezwijkt
in zijn woestijn
de lange loden jas
in het zwart van pure nacht
wanneer al wat trilt en dreunt
in steen en been
zijn ontzag en huiver stemt
naar de hartslag van de stilte
een zalm die dromerig bewoog
in een tulpglas van opaal
doping-vervolg
Noot: evenmin als de langere tekst naar De Morgen wordt deze gepubliceerddoor De Standaard. Op de duur krijg je toch de indruk dat de redacties elke boodschap tegenhouden die hen wijst op hun verantwoordelijkheid. Johan Museeuw sprak gisterenavond bij Marcel Vantilt over 'roeren in de strontput' en Peter Vandermeersch zat er schaapachtig bij te grijnzen. Ik zal blijven hameren op de eenzijdigheid van de berichtgeving, op de manipulatie van de verontwaardiging, en de hypocriete tweedeling tussen zuiveren en corrupten waarbij de corrupten de atleten (en in het bijzonder de wielrenners) zijn en de zuiverende rest van de bevolking met de journalisten en sportbonden op kop.
Gisterenkwamen we te wetendat de Olympische Winterspelen zijn toegekend aan een Russische stad bij de Zwarte Zee. Vooral Poetin is daar zeer blij mee. Keer op keer stel je het zelfde vast: of in een land de mensenrechten worden geschonden, of daar de corruptie meer regel is dan uitzondering, dat doet er allemaal niet toe: de grote sportorganisaties ruiken een kans om geld te verdienen voor zichzelf en voor hun sponsors en al de rest zijn bekommernissen van een paar wereldvreemde mopperaars.
Mister Proper Jacques Rogge heeft uitbundig de hand geschud van tsaar Poetin en achteraf heeft hij niet gekeken hoe vuil die hand wel is: dit geeft de moraal aan van onze koene ridder.


rio de minho aldeia – Pessoa
rio de minho aldeia – Pessoa
geschiedenis van een rivier
ze loopt van sloten naar stroom
onder struweel en notelaar
een sluis houdt haar op, even hapt
ze naar adem, glijdt verder:
een reptiel door gras en netels
het draagt strepen van houten veren
en stalen brug, Pontrave, den Toeter
de rivier voedt met vele namen
- Poeke, Wantebeek, Moervaart,
Zeule, Durma, Oude Kale –
de walgracht van kastelen,
zoomt dorpen af, deelt een stad
in twee alsof er twee stammen
wonen – zij voerde turf en
kolen, baksteen, suikerbiet,
koorden van vezels uit de tropen
ze verborg een reuzenbeen in haar
bodem, omsloot een burcht
in een Luysenbosch waar een rover
huisde van schone slaapsters
en moe na geduldig kerven en
slijpen is ze in zichzelf gekeerd,
wentelt zich traag om brasem,
bleek en paling als een oud
verhaal om een droom en wie
van morgen gelooft het nog?
geschiedenis van water, boten
die somber klonken bij het ijle
fluiten in riet en populier
geschiedenis van bressen en
wielen, overdonderd vandaag
door een baggermolen
de rivier loopt door je leven
zoals jij liep door de rivier
bij laagtij, over zandplaten,
omringd door lis en wilgen
het leek alsof je op de schedel
van een mammoet stond
en waadde door de eeuwen

