In herhaling


Het kind naast jou, de hand
aan de rand van je canvas rok.
Jullie keken hoe de schemering
zich het eerst onder de appelboom
verzamelde, je hand als vanzelf
daalde op haar fontanel.
Jij een liedje voor haar zong
over een meisje, dat moest gaan slapen
om vroeg in de morgen samen met jou
de zonnegroet te doen.
Als het kind wilde mocht ze op jouw rug
terwijl iemand weer zou komen kijken.




















