Zaterdag 27 maart 2010
Euregio te Welkenraedt
Even voor negen uur wordt de start gegeven, het tempo zit er dadelijk in. De eerste kilometers wandel ik samen met Filip Bonijns, de tijd vliegt voorbij. Voor we het weten staan we in de garage van een familie en hebben we onze eerste controlestempel na acht kilometer. Snel een colaatje en weer weg, ondertussen heeft ook René Smets zich bij ons gevoegd, en hij zal me de rest van de tocht niet meer verlaten
Even na de controle houden we halt aan het kasteel van Raeren, waar het Töpfereimuseum is ondergebracht. Op deze plaats worden we bijgehaald door Luc Guns en gaan we met zijn drieën verder. Ondanks het nachtelijke uur wordt er honderduit gepraat tussen ons drieën, de tijd en de kilometers vliegen voorbij. We blijven nu meestal op het asfalt, gelukkig maar. Voor we het weten staan we aan de poort van de hondenschool in Eynatten voor ons vierde stempeltje, reeds dertig km ver. We trekken met ons drietjes verder doorheen de verlichte nacht, er zijn weinig wolken en de maan weerkaatst mooi de zon, we hebben ons pillicht weinig nodig. Na veertig kilometer zijn we in Hergenrath voor ons vijfde stempeltje, we krijgen er een cola en een stukje cake. Binnen zit Paul de fotograaf, hij heeft het lastig en blijft even wat langer rusten. In het volgende stukje steken we de grens over voor een paar meter, maar we slaan zeer snel linksaf en komen weer in België. Onze zesde stempel krijgen we in Gemmenich, wat verderop verlaten we het Duitstalig gebied en zitten weer in het Franstalige landsgedeelte. Om twintig voor vijf komen we in het zaaltje van Plombières, de eerste grote bagagerust na 51 kilometer. We krijgen er spek met eieren, er ligt ook een stukje chocolade bij. Ik inspecteer even mijn voeten, ze voelen een beetje branderig aan maar een blaar is er niet te zien. Mijn benen voelen nog super aan, dat beloofd
Het begint stilletjesaan licht te worden, plots houd ook het asfalt het voor bekeken, we moeten de velden in. De wegjes liggen er zeer slecht bij, pakken slijk en water moeten we nu trotseren. Vanaf nu is het ook een pak meer klimmen en dalen, mijn superbenen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Na zestig kilometer zitten we in Remersdael, waar we in het Notre-Dame kasteel een achtste keer controle hebben. In dit kasteel komen veel scholen op bosklassen, de omgeving is hier dan ook prachtig.
We verlaten het kasteel en gaan doorheen het dorpje, de zon is ook wakker geworden en zorgt voor prachtig mooi lenteweer, de weermannen zitten er (weeral) flink naast. Het gaat heuvel op heuvel af, langs veldwegen, dan weer boswegen naar de Voerstreek. In Sint-Pieters-Voeren zijn we in het kleinste Voerdorp beland (300 inwoners), maar zien er wel het grootste kasteel uit de streek. Via de viskwekerij gaat het naar Sint-Martens-Voeren waar we na 69 kilometer een negende keer controle hebben. Ik zet me vijf minuutjes neer bij het drinken van mijn cola, als ik rechtsta voel ik dat de krachten aan het verdwijnen zijn.
De volgende acht kilometer zijn voor mezelf bijzonder zwaar. Het parcours wordt hoe langer hoe zwaarder, de klims steiler. De beloning als je elke keer boven komt is wel de moeite, de vergezichten zijn adembenemend. Na 72 kilometer krijg ik een mep van de hamer, iedere lange-afstandswandelaar kent het, van de ene meter op de andere gaat het plots niet meer. Gelukkig word ik goed omringd door René en Luc, in hun spoor volg ik tot in het schooltje van Saint-Jean-Sart, waar we na 76 kilometer een tweede keer onze bagage hebben. Na het eten van een stukje chocola en een lookworst voel ik me weer heel wat beter, ook het half uurtje rust doet me goed.
Een uurtje later zijn we in Aubel, waar we ons elfde stempeltje krijgen. In het zaaltje komen ook Gino en Daniel binnen, de laatste zeventien kilometer zullen we met zijn vijfen afleggen.
In Aubel zelf komen we nog voorbij de fabriek van de Luikse stroop. Wat verder zien we in de verte de abdij van Val-Dieu liggen, waar er een zeer lekkere kaas maar vooral het lekkere bier Val-Dieu wordt gebrouwen. Onderweg moeten we doorheen een paar paadjes waar ik met mijn schoenen volledig in wegzak, het kost me alle moeite van de wereld om recht te blijven. Al vrij snel zijn we in La Clouse, onze twaalfde controlepost na negentig kilometer.
Stipt één uur zijn we klaar voor de laatste tien kilometer. Vlak na de controle hebben we al direct een steile klim, de spieren beginnen nu serieus te protesteren tegen dit gekkenwerk. Na de afdaling is het weer tijd voor wat voor mij de zwaarste driehonderd meter van de tocht zijn, een geweldig steil stuk over een paadje de naam niet eens waardig. Ons groepje is uiteengereten, boven wachten Gino en ikzelf even op de rest. We dalen af naar Henri-Chapelle waar we in het gemeentehuis onze dertiende en laatste stempel krijgen.
De laatste vijf kilometer gaan in dalende lijn naar Welkenraedt. Onderweg moeten we een paar keer doorheen de velden waar we ons doorheen zeer kleine poortjes moeten wringen. Na een bezoekje aan het kasteel van Ruyff komen we langs de spoorweg die we volgen tot in Welkenraedt. Langs een parkje komen we aan de achterkant van de zaal waar het gisterenavond begon, tijd om elkaar te feliciteren met deze mooie maar zeer zware tocht. Het is twintig voor drie, ik heb er dit jaar tien minuutjes langer over gedaan dan vorig jaar.
Binnen drinken en klinken we nog met een Val-Dieu, en hoor ik dat er toch nog een kansje bestaat dat deze tocht volgend jaar zal kunnen doorgaan, mits wat hulp van de omliggende clubs. Ik hoop het, deze tocht is te mooi en te goed om te verdwijnen


