Nightride te Zele op 31-10-2012

Halloween-nightride (35-45 km) van Volleybalclub JTV Brigand te Zele op woensdag 31-10-2012.
In de vooravond m’n Turner-Flux-bike met gereviseerde vork nog gaan ophalen bij BikeAholic in Stabroek, zodat ik toch weer later dan gehoopt in Zele toekwam om er voor de tweede keer de Halloween-nightride van volleybalclub Brigand te komen rijden. Het is altijd wat zoeken naar een geschikte parkeerplaats in de omgeving van de startplaats midden het centrum. Ik vond een geschikte plek in de Jutestraat en zag op de hoofdweg de bikers met hun lichtjes voorbijrijden, waarvan een hele delegatie met verlichte duivelshoorntjes. Bij nader toezien bleek ik zelfs vlak bij de start te staan! Van geluk gesproken! M’n inschrijvingsformuliertje ingevuld en afgegeven aan één van de heksen aan de inschrijvingstafel. Om 20.10 u was ik op weg.
Aan het begin van de tocht werden we over een grote houten ramp gestuurd die naast de bewaakte fietsparking was opgesteld. Het ging dan het centrum van Zele uit langs enkele straten waarbij we even een ommetje maakten, om dan aan de Jutestraat een zijstraatje in te duiken en zo een servitude te bereiken die ons naar een meer landelijke omgeving stuurde. Een graspaadje leidde me naar de splitsing tussen de routes van 35 km en van 45 km, alwaar een heks had postgevat om de bikers de juiste richting te wijzen. Voor de toer van 45 km ging het dan de brede Keltenlaan over waar op dit ogenblik geen verkeer was. We dienden een paadje langsheen een maïsveld te volgen waar een landbouwer nog bezig was met de oogst ondanks de duisternis. Het is overal druk met het oogsten van de maïs in deze periode. Eens het veld voorbij volgde een donker pad naast een afsluiting en bos alwaar een groep Herders en enkele enkelingen me voorbijstaken. In volstrekte duisternis bereden we er een deel van het Bareldonkpad, een plaatselijke wandelroute. Het tellertje klokte 4 km af.
Tot omstreeks 8 km volgden brede, redelijk vettige paadjes langsheen en doorheen het domeinbos Berlarebroek, een gebied waar vroeger turf gestoken werd. Deze plek kreeg ik ooit al bij daglicht te zien tijdens een toertocht in Zele, maar dan vanuit de andere richting. Bij het zien van de kleikleurige paden vermoedde ik al dat we hier ergens zouden zijn. We reden er over een deel van de blauwe vaste route en nog steeds het Bareldonkpad. De regen van de afgelopen dagen had voor meer dan genoeg grote plassen gezorgd. We kwamen het Berlarebroek uit in een straat van tussen twee huizen. Om daarna een veldweg op te gaan, ik vermoed nog steeds in de buurt van de vaste blauwe route. We reden doorheen een kleine strook bos waar enkele buitenhuisjes staan, mij bekend van tijdens de dagtocht die daar ook passeerde. Er liep daar ook een grote groep wandelaars voor hun eigen halloweentocht. Na de strook bos bereikte ik na 10 km een straat aan de rand van de bebouwde kom van Berlare.
Tot 13 km ging het door het Letterhoutstraatje met een ondergrond van beton, overgaand in een zandpad om te eindigen met asfalt. Intussen was het 21.00 u geworden. Vanaf een asfaltbaantje zag ik in de donkere velden lichtjes hangen. Even verderop diende ik een veldweg in te slaan. Aan het begin ervan hadden zich spoken verstopt onder enkele laaghangende boomtakken. Maar ze gaven geen kik! De lichtjes in de velden bleken kaarslampjes te zijn, gedragen door mensen in een grote groep wandelaars. Meteen was het duidelijk waarom de twee spoken zich stil hadden gehouden. De wandelaars waren hun doelwit, niet de bikers die hier ook passeerden. Het veldpad liep in de richting van een dijk waar ik me dan toch een hoedje schrok omwille van een ijselijke gil die vanuit een bosje weerklonk. Bij gebrek aan wandelaars had die snoodaard zich dan maar aan de bikers vergrepen!
De dijk op en over om in de verte rode en witte lichtjes van bikers te spotten. Daar stonden de bikers van een groep die vermoedden dat ze verkeerd waren gereden, want het pad liep dood op een weide. Vermoedelijk hadden we onmiddellijk boven op de dijk linksaf gemoeten in plaats van er eerst nog over te rijden. Terwijl de bikers uit de groep op de dijk naar boven klauterden, ben ik dan even terug gereden tot aan de pijl die boven op de dijk stond. Om dan vast te stellen dat het inderdaad de bedoeling was van het graspad boven op de dijk te volgen. Van 14 tot 16 km bereden we het grasspoor boven op de dijk. Halverwege werd ik begroet, maar ik kon niet goed zien door wie. Mijn vermoeden bleek het juiste te zijn. Het waren de Weetabix-boys, zonder Weetabix! Hij lag met een bronchitis thuis de spoken, zo bleek op de après. We verlieten de dijk ter hoogte van enkele eenzame huizen in de Scheldestraat in Zele.
Via een asfaltbaantje en de slijkerige Moerbossen ging het weer de brede Keltenlaan over en kwam er om 21.20 u een einde aan een lus van zo’n 17,5 km. Via de straat Veldeken, van waaruit jaarlijks de toertocht van MBC ’t Zonhoekje vertrekt, en die ik dit jaar op Paasmaandag 9 april gereden heb, bereikte ik samen met enkele anderen de Bosakkerhoeve, een manege in de Veldekensstraat. Daar lagen geen pompoenen, maar uitgeholde bieten, waarvan sommigen omvergereden waren. De meesten hun kaars was ook gedoofd. Omstreeks 19 km volgden enkele woonstraten en werd ik door een seingever naar een smal paadje verwezen en attent gemaakt op het feit dat ik moest oppassen voor de gracht! “Oppassen voor de gracht! Het is daar wat technischer”, wist hij me te zeggen. Het paadje lag inderdaad tussen een droge gracht aan de rechterkant en een draadafsluiting links. Met halverwege een aantal lage takken en naar het einde toe een glibberige strook. Eens een straat weer in staken twee Herders me voorbij.
Op 21 km merkte ik vanaf een donkere veldweg gekleurd licht in de duisternis. Daar was tussen de maïs gezorgd voor een Halloweenspektakel. Een verlichte doodskist waar van achter een venstertje een doodskop met lichtgevende ogen kwam kijken, spoken en een verlichte pop tussen de maïs. Even gestopt om de attributen te bekijken, terwijl er verderop een gemaskerde met een mes stond te zwaaien. De gemaskerde sprak Engels en dreigde mij te zullen doden. “I will kill you!” Hij ging echter niet tot de daad over. Spijtig dat een mens er altijd te laat aan denkt, maar eigenlijk had ik die kerel eens moeten vastgrabbelen en ontwapenen om te zien wat de reactie was! Ik had hem zo op de grond gelegd! Tegen kinderen kan ik het immers wel halen! De gemaskerde had het gezelschap van twee meisjes die verderop langs de kant zaten. Na dit horror-tafereel ging de rit weer voor een stukje door de meer bewoonde wereld.
Tot 24 km volgden landelijke buurtwegen, die hier allemaal een naam dragen, en donkere asfaltbaantjes in een meer bewoonde wereld. Om zo de Gauwdam op de grens van Zele te bereiken. Gedurende 3 km kregen we donkere veldwegen met bochtjes en een aantal vettige stroken voor de wielen. Omstreeks 22.00 u kwam ik na 27 km dan uit op een grotere baan op de grens met Hamme-Zogge, alwaar we een er evenwijdig mee lopend kort kasseibaantje op werden gestuurd. Parijs-Roubaix ontbrak dus niet op deze horroravond! Op 29 km bereikte ik het schilderachtige in oranje licht badende centrum van Hamme-Zogge met op de kerk uurwerken met verlichte wijzerplaten en op het pleintje voor de kerk een gebeeldhouwd varken van Jo Bocklandt. Dat werd vorig jaar onthuld ter gelegenheid van de week van de amateurkunsten, Zogge Kust Kunst. Er stonden gouden lippen op afgebeeld en de tekst van een gedicht. Iets van “als je uw gemoed wil sussen, moet je mijn billen kussen”! Een lekker stuk gebakken spek ja, dat had gesmaakt! Een paar snelle jongens vlogen het varkentje voorbij om de straat naast de kerk in te duiken.
De batterijen van m’n lampen vervangen in het licht van een straatlamp ter hoogte van een witte glasbak. Een groepje passeerde en vroeg of alles in orde was. Verderop doken we een smal paadje in waar verlichte spoken in de bomen bungelden. Ook de takken van de knotwilgen werden beschenen door rode lampjes. Drie kinderen onthaalden de passanten met spookgeluiden. Het paadje kwam uit in de lange Vossestraat te Hamme, met mooie villa’s van meer welgestelde mensen. In een zijstraatje aan het einde ervan bemerkte ik een mooi gerestaureerd en verlicht kapelletje. Ik dook rechtdoor de duisternis in en een landelijk baantje bracht me tot aan de bevoorrading op bijna 34 km na de start. Het was intussen al 22.45 u. Het moet weer een heel werk geweest zijn om dat daar allemaal klaar te stomen! Spoken in alle maten en soorten in de bomen, spinnen en spinnenwebben in en om de tent, tot een heus kerkhof toe. Op het kerkhof lag op een bankje een onthoofde. Een onverlaat had de bananenschil van zijn portie bevoorrading op diens kruis gelegd! Ik moest spinrag opzij duwen om binnen te geraken. Veel beweging was er niet meer en de voorraad was al grotendeels verslonden door de vorige horror-rijders. Toch ook deze keer enkele brokjes chocolade opgevist uit een kooi met spinnen, ook al zagen de ogen op sterk water naast de kooi er niet al te smakelijk uit! Heksen en duivels met hoorntjes maakten er de dienst uit.
Niet te lang blijven hangen aan de stop en samen met de laatste bikers vertrokken. Tot 35 km ging het langsheen het jaagpad van de kronkelende Oude Durme over een smal weidepaadje met de nodige hobbels, tot er een dijk voor me opdoemde. Daar ging het rechtsaf een veldweg op om een grote brug van een drukkere baan over de Durme te bereiken. Een autovoerder was zo galant om te stoppen en me te laten oversteken. Aan de overzijde van de weg het jaagpad van de Durme op waar ik van 37 tot 40 km in het volstrekte duister reed. Heel in de verte hier een daar een oranje lamp van straatverlichting. Op een plek waar we van de dijk naar beneden dienden te rijden kwam de enige biker voorbij die ik na de stop nog te zien kreeg. In de verte zag ik wel een drietal lichtjes van bikers die zigzaggend door het landschap reden. Na het afrijden van de dijk ging het een donkere veldweg tussen dikke boomstammen in en doorheen een stukje bos.
Er volgde inderdaad een veldweg die zigzaggend door het landschap trok en waarop de bikers die ik daarnet heel in de verte gezien had gereden hadden. In het aanschijn van de snelweg moest ik via een smal metalen bruggetje een waterloop over op 44,5 km omstreeks 23.30 u. Op 47 km bereikte ik na enkele veldwegen en eenzame straten de verkeerslichten op de grote baan via dewelke ik daarstraks naar Zele was gereden. Vorig jaar vertrok de tocht langs hier. Ik meende dat ik van hieruit rechtstreeks naar Zele zou gestuurd worden, maar niets daarvan! Het ging rechtsaf, evenwijdig met de grote baan, om dan een bocht naar links te krijgen. Mijn hoop om zo stilaan de bewoonde wereld te bereiken werd al snel de kop ingedrukt! Want het ging weer de duisternis in via enkele straten, buurtwegels en donkere veldwegen. Het bleef maar duren! Ik begon al te wanhopen, denkend dat ik per vergissing opnieuw aan de toer begonnen was! En er mocht zo stilaan een einde aan komen! Van uit een smal straatje kwam ik een feller verlichte straat in, dan ging het, vermoed ik, voorbij een nagelnieuw goed verlicht rusthuis, om weer de startplaats te bereiken! Met een dikke 50 km op het tellertje en 23.45 u op de klok bereikte de Halloween-slak dan toch de finish!
Een bikewash heb ik niet gezien, die was er wel, en er eigenlijk ook geen erg op gehad, ook al zag m’n fiets er smerig uit. Terwijl ik binnen in de zaal bonnetjes ging kopen, kreeg ik één van de Weetabix-boys te zien. Hun groepje stond in de buurt van de stand met Leffe! Het was niet evident van elkaar te verstaan, want de discobar gaf van katoen. Boven de bikers en dansvloer hing weer het reuzengrote web met megaspinnen! Hier en daar lag in een hoek een lijk of zat een onthoofde op een stoel, inclusief de flikkerlichtjes. Om de donkere Leffe enigszins te neutraliseren op zoek gegaan naar iets eetbaars. Er stond een hamburgerkraam met een korte rij hongerigen.
Na een tik op m’n schouders heb ik me toen omgedraaid en keek ik recht in de benevelde oogjes van een biker die me vroeg of ik was wie ik ben. En zo kreeg ik na vele jaren Moorfretter te zien! Hij was me ooit voorbijgestoken in het gezelschap van cracra, de voorzitter van m’n eigenste Papegaai Bike Team. Cracra vertelde me toen na de rit wie er in zijn gezelschap reed. Ik ben dat nooit vergeten, maar Moorfretter wist zelfs nog dat het tijdens een toer in Brecht was. Dank zij de zoekfunctie op de computer heb ik in mijn elektronisch geschiedenisboek kunnen terugvinden dat dit op 26 december 2009 was, tijdens een tocht vanuit Sint-Job-in-‘t-Goor. Het was toen ijskoud, met sneeuw en ijzel op de wegen! Ik ben toen op het terrein van het vliegveld in Brasschaat nog serieus tegen de grond gegaan in een bocht! Zonder veel erg. Met “knippen en plakken” heb ik zelfs bewaard wat Moorfretter toen geschreven had: “Gisteren ook aangezet in Brecht, en heb het toch wel goed gehad. De single tracks waren nog redelijk berijdbaar. Af en toe eens een goede modderstrook, maar had het zelf nog iets slechter verwacht. Als je in onze streek (Hamme) gaat rijden nu, is het geploeter van begin tot einde. Enkel het ijs was soms wel heel verraderlijk. Na de bevoorrading een aangename kennismaking gehad met cracra en samen met hem de tocht verdergezet. Een zuivere 180° van mij op de fiets, en een huzarenstukje op ijs om een auto te ontwijken door cracra, zouden bij "Sterren op het ijs" met een hoge score beloond worden denk ik Al bij al, blij dat ik gereden heb, zodat de eindejaarskilo's niet teveel aandikken.” Nog even staan babbelen met Moorfretter terwijl we onze hamburger naar binnen werkten. Hij moest nog met de bike naar huis. Hopelijk is dat gelukt, want hij was toch wat aangeschoten. Hopelijk krijg ik deze rijder van MTB Den Blaan Tip (belofte vervuld) snel weer eens te zien, want hij wist me te vertellen dat hij eens meer de tochten tussen Antwerpen en Bergen-op-Zoom gaat opzoeken deze winter.
Verder geen bekenden gespot. Afscheid genomen van de Weetabix-boys, mijn fiets opgeladen en omstreeks 01.00 u huiswaarts gereden. Drie kwartier later was ik thuis. Nog veel werk gehad om mijn materiaal schoon te maken, vooral m’n schoenen. Gewoon afgesproeid in het bad! Terwijl m’n kleren in de wasmachine zaten, de tondeuse in m’n drie haarpijlen gezet en zelf onder de douche gekropen. Na 2,5 uur slaap was ik alweer uit de veren om met halfnatte schoenen en een smerige bike naar Weelde te vertrekken. Toen de man aan de bikeparking daar m’n fiets zag, vroeg hij me of ik de toer al gereden had! Neen, dat is nog van gisteren! Ja wadde!
Het was weer een speciale belevenis daar in Zele. Want de weg werd niet enkel aangeduid met
fluorescerende pijlen, maar bovendien door spoken met flikkerende pijlen! Er was weer veel werk gemaakt van de aankleding
en de versiering. Ik miste wel de
mysterieuze oogjes die u vorig jaar veelvuldig aankeken vanuit het gras,
alhoewel ik er toch enkele gespot heb!
Het parcours was bovendien verschillend van dat van vorig jaar! Er waren 960 spookrijders aanwezig. Volgend jaar is er de tiende editie (6 jaar
xTremebikers en 4 jaar volleybalclub Brigand).
Er wordt aan een speciale editie gedacht! Allen daarheen dus!
Het verslag van deze nachtrit is ook te lezen op mtb-you
en op mountainbike.be!






































